id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Raad van State Vonnis/arrest van 11 maart 2008 ECLI nr: ECLI:BE:RVSCE:2008:ARR.180.829 Rolnummer: A. 185706/XII-5262 Zaak: Arrest 180829 - Varia (onderwijs en cultuur) - 11/03/2008 Rechtsgebied: Bestuursrecht Invoerdatum: 2008-03-22 Raadplegingen: 62 - laatst gezien 2026-06-29 07:46 Fiche Arrest nr 180.829 van 11 maart 2008 Onderwijs en cultuur - Varia (onderwijs en cultuur) Beslissing : Vernietiging Verwerping Thesaurus CAS: RAAD VAN STATE UTU-thesaurus: PUBLIEK EN ADMINISTRATIEF RECHT - RAAD VAN STATE - Arresten (Raad van State) Tekst van de beslissing RAAD VAN STATE, AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK nr. 180.829 van 11 maart 2008 in de zaak A. 185.706/XII-
- In zake : Mathilde VANGEEL, die woonplaats kiest te Mol, Vieille Montagnestraat 41 tegen : het GEMEENSCHAPSONDERWIJS, vertegenwoordigd door de Scholengroep 7 Kempen, dat woonplaats kiest bij advocaat G. Van den Eynde, kantoor houdende te Geel, Diestseweg
- --------------------------------------------------------------------------------------------------- DE Wnd. VOORZITTER VAN DE XIIe KAMER, Gezien het verzoekschrift dat Mathilde Vangeel op 31 oktober 2007 heeft ingediend om de nietigverklaring en de schorsing van de tenuitvoerlegging te vorderen van de beslissingen van de Scholengroep Kempen, van onbekende datum, om een einde te stellen aan haar tijdelijke aanstelling van doorlopende duur in het ambt van kleuteronderwijzeres in de basisschool van het Gemeenschapsonderwijs Westerlo en om Inge Peeters in hetzelfde ambt aan te stellen; Gezien de nota van de verwerende partij; Gezien het verslag opgesteld door eerste auditeur-afdelingshoofd R. Van Der Gucht over het beroep tot nietigverklaring op grond van artikel 93 van het besluit van de Regent van 23 augustus 1948 tot regeling van de rechtspleging voor de afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State en over de vordering tot schorsing; Gelet op de beschikking van 4 februari 2008 waarbij de terechtzitting bepaald wordt op 26 februari 2008; Gelet op de kennisgeving van het verslag aan partijen; XII-5262-1/5 Gehoord het verslag van staatsraad G. van Haegendoren; Gehoord de opmerkingen van advocaat I. Martens, die verschijnt voor verzoekster, en van advocaat A. Wynants, die loco advocaat G. Van den Eynde verschijnt voor de verwerende partij; Gehoord het eensluidend advies van eerste auditeur- afdelingshoofd R. Van Der Gucht; Gelet op titel VI, hoofdstuk II, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari 1973, OVERWEEGT WAT VOLGT : De gegevens van de zaak
- Verzoekster is aangesteld in het ambt van kleuteronderwijzeres als personeelslid met recht op een tijdelijke aanstelling van doorlopende duur (TADD) in de BSGO Westerlo. Naar eigen verklaring wordt haar begin 2007 mondeling meegedeeld dat zij niet meer diende terug te keren naar de BSGO Westerlo. Eind augustus 2007 krijgt zij een in tijd beperkte interim aangeboden in BSGO Lille die zij weigert omdat zij aanspraak wenst te maken op een aanstelling voor een volledig schooljaar. Vanaf 1 september 2007 is Inge Peeters in de bedoelde betrekking aangesteld. De rechtspleging
- Het bevoegde lid van het auditoraat heeft geoordeeld dat het beroep slechts korte debatten vereist. De partijen hebben zich daar ter terechtzitting niet tegen verzet. XII-5262-2/5 De gegrondheid van het beroep
- Als eerste middel voert verzoekster de schending aan van artikel 23 van het decreet van 27 maart 1991 rechtspositie personeelsleden gemeenschaps- onderwijs (hierna: het rechtspositiedecreet) omdat niet blijkt om welk van de aldaar opgesomde redenen haar tijdelijke aanstelling van doorlopende duur werd beëindigd en als tweede middel noemt zij artikel 21bis, § 14, van het rechtspositiedecreet geschonden omdat haar niet schriftelijk werd gemeld dat en waarom haar tijdelijke aanstelling van doorlopende duur werd beëindigd.
- De verwerende partij antwoordt in de nota met opmerkingen, ingediend in de schorsingsprocedure, dat verzoekster en Inge Peeters beiden het TADD -statuut hebben in de scholengroep, dat zij dus juridisch gelijkwaardig zijn en tot eenzelfde categorie behoren van personeelsleden vermeld in artikel 21bis, § 3, tweede lid, 1/, van het rechtspositiedecreet. Wanneer de directeur over verscheidende vacatures beschikt, aldus verwerende partij, moet hij bij voorrang betrekkingen die definitief vacant zijn, toewijzen aan personeelsleden met een recht op een TADD. Zo geschiedde in casu. Verzoekster vergist zich evenwel indien zij meent voorrang te hebben op Inge Peeters, aangezien zij gelijkwaardige TADD-ers zijn. De ratio legis van de kennisgevingsplicht -die niet op straffe van nietigheid is voorgeschreven- is voorts bereikt, aldus nog verwerende partij.
- Luidens artikel 21bis, § 14, van het rechtspositiedecreet moet de directeur de beëindiging van een TADD “steeds schriftelijk motiveren en meedelen aan het personeelslid”. Verwerende partij betwist niet dat van een dergelijke gemotiveerde kennisgeving aan verzoekster geen sprake is. Zij meent enkel dat deze formaliteit een doel dient dat blijkens het verzoekschrift reeds is bereikt, zodat verzoekster geen belang zou hebben bij het middel. Aldus maakt verwerende partij een analogie met de rechtspraak betreffende de formele-motiveringsplicht. Vooreerst herinnert de Raad er aan, zoals hij ook al heeft opgemerkt in zijn arrest nr. 158.943, Tück, van 18 mei 2006, dat de in artikel 21bis, § 14, bedoelde verplichting tot gemotiveerde kennisgeving een van de waarborgen is waarmee de decreetgever de tijdelijke aanstelling van doorlopende duur wezenlijk onderscheidt van een gewone tijdelijke aanstelling. Maar zelfs in de veronderstelling dat deze analogie opgaat, mist het verweer feitelijke grondslag. Het verzoekschrift laat immers niet toe te XII-5262-3/5 besluiten dat verzoekster de redenen van het beëindigen van haar aanstelling zou kennen. In het eerste middel refereert zij precies aan de mogelijkheden die het rechtspositiedecreet opsomt om een tijdelijke aanstelling te beëindigen en voert zij aan niet in te zien op welk van die gronden in haar geval kan worden gesteund. Aan verzoekster is niet aangegeven om welk motief haar TADD is beëindigd. De Raad stelt voorts vast dat verwerende partij ook in haar nota enkel zo ver komt om te verklaren dat verzoekster en Inge Peeters een “gelijkwaardig” TADD-statuut bezitten, maar dat zij nog steeds niet preciseert op grond van welke van de in artikel 23 van het rechtspositiedecreet opgesomde gevallen de aanstelling van verzoekster is stopgezet. De besproken middelen zijn gegrond. De vordering tot schorsing
- De nietigverklaring van de bestreden beslissing heeft tot gevolg dat de door verzoekster ingediende vordering tot schorsing van de tenuitvoerlegging van de bestreden beslissing geen voorwerp meer heeft. OM DIE REDENEN BESLIST DE RAAD VAN STATE : Artikel
- Vernietigd worden de beslissingen van de Scholengroep Kempen, van onbekende datum, om een einde te stellen aan de tijdelijke aanstelling van doorlopende duur van Mathilde Vangeel in het ambt van kleuteronderwijzeres in de basisschool van het Gemeenschapsonderwijs Westerlo en om Inge Peeters vanaf 1 september 2007 in hetzelfde ambt aan te stellen. Artikel
- De vordering tot schorsing wordt verworpen. XII-5262-4/5 Artikel
- De kosten van de vordering tot schorsing, bepaald op 175 euro, komen ten laste van de verwerende partij. Aldus te Brussel uitgesproken in openbare terechtzitting, op elf maart 2008, door : de HH. G. VAN HAEGENDOREN, wnd. kamervoorzitter, staatsraad, F. BONTINCK, griffier. De griffier, De voorzitter, F. BONTINCK. G. VAN HAEGENDOREN. XII-5262-5/5 PDF document ECLI:BE:RVSCE:2008:ARR.180.829 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div
🔗 Vers la source officielle
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.