← België

Arrest 180929 - Stedenbouw en ruimtelijke ordening - Reglementen - 12/03/2008

id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Raad van State Vonnis/arrest van 12 maart 2008 ECLI nr: ECLI:BE:RVSCE:2008:ARR.180.929 Rolnummer: A. 183060/X-13274 Zaak: Arrest 180929 - Stedenbouw en ruimtelijke ordening - Reglementen - 12/03/2008 Rechtsgebied: Bestuursrecht Invoerdatum: 2008-03-28 Raadplegingen: 59 - laatst gezien 2026-06-29 07:47 Fiche Arrest nr 180.929 van 12 maart 2008 Ruimtelijke ordening, stedenbouw, leefmilieu en aanverwante aangelegenheden - Stedenbouw en ruimtelijke ordening - Reglementen Beslissing : Verwerping Thesaurus CAS: RAAD VAN STATE UTU-thesaurus: PUBLIEK EN ADMINISTRATIEF RECHT - RAAD VAN STATE - Arresten (Raad van State) Tekst van de beslissing RAAD VAN STATE, AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK. nr. 180.929 van 12 maart 2008 in de zaak A. 183.060/X-13.

  1. In zake :
  2. Adrianus GODRIE,
  3. Paula HOPPENBRAUWERS,
  4. Christof GODRIE,
  5. Tim GODRIE,
  6. Nico GODRIE, die woonplaats kiezen bij advocaat E. EMPEREUR, kantoor houdende te 2600 ANTWERPEN, Uitbreidingstraat 2 tegen :
  7. de gemeente BRECHT, die woonplaats kiest bij advocaat A.M.J. MEEUSEN, kantoor houdende te 2000 ANTWERPEN, Stoopstraat 1, bus 4,
  8. de deputatie van de provincieraad van ANTWERPEN. D E R A A D V A N S T A T E, Xe K A M E R, Gezien het verzoekschrift dat Adrianus GODRIE, Paula HOPPENBRAUWERS, Christof GODRIE, Tim GODRIE en Nico GODRIE op 7 mei 2007 hebben ingediend om de schorsing van de tenuitvoerlegging te vorderen van een besluit van 9 november 2006 van de gemeenteraad van Brecht houdende definitieve vaststelling van het gemeentelijk ruimtelijk uitvoeringsplan “Leeuwerik en Kapelakker”, en van het besluit van 18 januari 2007 van de deputatie van de provincieraad van Antwerpen houdende goedkeuring van dit plan; Gezien de nota’s van de verwerende partijen; Gezien het verslag opgemaakt door auditeur T. DE WAELE; Gelet op de kennisgeving van het verslag aan partijen; Gelet op de beschikking van 5 juli 2007 waarbij de terechtzitting bepaald wordt op 5 oktober 2007; X-13.274-1/6 Gehoord het verslag van staatsraad J. BOVIN; Gehoord de opmerkingen van advocaat I. VAN GIEL, die loco advocaat E. EMPEREUR verschijnt voor de verzoekende partijen, van advocaat M. WENDRICKX, die loco advocaat A.M.J. MEEUSEN verschijnt voor de eerste verwerende partij, en van Bestuurssecretaris I. MARTENS, die verschijnt voor de tweede verwerende partij; Gehoord het eensluidend advies van auditeur T. DE WAELE; Gelet op de artikelen 17 en 18 en titel VI, hoofdstuk II, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari 1973; Gelet op artikel 90, § 1, vierde lid van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari 1973; OVERWEEGT WAT VOLGT :
  9. Ontvankelijkheid van de vordering De eerste verwerende partij betwist de ontvankelijkheid van de vordering. Er bestaat vooralsnog geen noodzaak om over de opgeworpen excepties uitspraak te doen. Een onderzoek van en een uitspraak over deze excepties dringt zich immers slechts op indien zou blijken dat de grondvoorwaarden voor schorsing vervuld zijn, hetgeen te dezen, zoals hierna zal blijken, niet het geval is.
  10. De grondvoorwaarden tot schorsing 2.
  11. Krachtens artikel 17, § 2, van de gecoördineerde wetten op de Raad van State kan slechts tot schorsing van de tenuitvoerlegging worden besloten onder de dubbele voorwaarde dat ernstige middelen worden aangevoerd die de vernietiging van de aangevochten beslissing kunnen verantwoorden en dat de onmiddellijke tenuitvoerlegging van de bestreden beslissing een moeilijk te herstellen ernstig nadeel kan berokkenen. X-13.274-2/6 2.
  12. Wat betreft het moeilijk te herstellen ernstig nadeel 2.2.
  13. Standpunt van de partijen. 2.2.1.
  14. De verzoekende partijen zetten in het verzoekschrift het moeilijk te herstellen ernstig nadeel dat de onmiddellijke tenuitvoerlegging kan berokkenen, uiteen als volgt: “Uit de bestreden beslissingen vloeien (...) moeilijk te herstellen ernstige nadelen voort. Enerzijds vloeit een moeilijk te herstellen ernstig nadeel voort uit het gegeven dat (...) de bestreden beslissingen, het Ruimtelijk Uitvoeringsplan ‘Leeuwerik en Kapellakker’ en het bijhorende onteigeningsplan, voorzien in de onteigening van de grond van verzoekende partij, kadastraal gekend als sectie A nummers 75/E, met oppervlakte van 3.076m². Het Ruimtelijk Uitvoeringsplan bevat een zeer concreet onteigeningsplan. Eerste en tweede verzoekende partij wensten deze gronden te laten bebouwen voor hun kinderen, derde tot en met vijfde verzoekende partij, zodat deze ook in Brecht, vlakbij eerste en tweede verzoekende partij, hun ouders, zouden kunnen blijven wonen. De woning van verzoekende partijen aan de Kattenhoflaan 5 is vlakbij de te onteigenen grond gelegen. (...) Dit kan door de bestreden beslissingen niet meer worden gerealiseerd. De gronden zijn door de voorziene onteigening bevroren. Zo werd eerder reeds door uw Raad geoordeeld: ‘Het nadeel dat erin bestaat dat verzoekers verscheidene jaren verhinderd zullen worden om op eigen grond een eigen huis te bouwen of die grond als een bouwrijpe grond te verkopen en over de daarvoor te verwachten prijs te beschikken voor het uitvoeren van de plannen die zij voor het uitvoeren van de plannen die zij voor hun gezin wensen te realiseren, kan hen ernstig nadeel berokkenen, dat achteraf niet meer op een adequate manier hersteld kan worden.’ (...) Anderzijds voorzien de bestreden beslissingen in een bestemming tot brandweerkazerne en bejaardenhuisvesting. Het spreekt voor zich dat dergelijke bouwwerken en activiteiten leiden tot een belangrijke verkeerstoename en geluidshinder, hetgeen een belangrijke (...) aantasting met zich zal brengen van het woon- en leefklimaat van verzoekers, die vlakbij de te onteigenen grond wonen, aan de Kattenhoflaan
  15. (...) De brandweerkazerne heeft een geregeld verkeer van brandweerwagens met loeiende sirenes tot gevolg. M.b.t. de bejaardenhuisvesting zullen de nodige parkings voor de residenten en bezoekers moeten worden aangelegd. Ook hier zal een belangrijke verkeerstoename zijn van de residenten zelf, alsook van de talrijke bezoekers. Het indienen van een verzoek tot schorsing is noodzakelijk, aangezien een uitspraak m.b.t. een verzoek tot vernietiging pas zal tussenkomen als de gronden omwille van de onteigening geen eigendom meer zullen zijn van verzoekende partijen en de bejaardenhuisvesting en de brandweerkazerne zijn gerealiseerd”. X-13.274-3/6 2.2.1.
  16. In de nota met opmerkingen antwoordt de eerste verwerende partij samengevat dat het onteigeningsplan bij het RUP niet werd goedgekeurd, dat de grond van de verzoekende partijen niet eens het statuut van bouwgrond bezit, en dat het RUP maatregelen voorziet om eventuele verkeershinder in te dijken. 2.2.1.
  17. In de nota met opmerkingen antwoordt de tweede verwerende partij onder meer dat de verzoekende partijen ook onder de gelding van het eerdere BPA hun grond niet konden bebouwen, dat ook reeds bij dat BPA een onteigeningsplan hoorde, dat het onteigeningsplan bij het RUP nog niet werd goedgekeurd, dat de verzoekende partijen volkomen in gebreke blijven de dreigende verstoring van hun rust en leefklimaat aannemelijk te maken, en dat zij dit trouwens ook nooit in hun bezwaarschrift, ingediend tijdens het openbaar onderzoek, hebben aangevoerd. 2.2.
  18. Onderzoek 2.2.2.
  19. De verzoekende partijen zijn onverdeelde mede-eigenaars van een perceel grond gelegen te Brecht, Zandstraat, kadastraal bekend, sectie A, nr. 75/e. Dit perceel is onder de inneming 4 opgenomen op de onteigeningstabel op het onteigeningsplan dat is gevoegd bij het thans bestreden gemeentelijk RUP “Leeuwerik en Kapelakker”. Krachtens artikel 70, § 2, van het decreet van 18 mei 1999 houdende de organisatie van de ruimtelijke ordening, wordt een onteigeningsplan dat gekoppeld is aan een gemeentelijk ruimtelijk uitvoeringsplan dat ter goedkeuring aan de bestendige deputatie wordt voorgelegd, niet aan die bestendige deputatie maar aan de Vlaamse regering ter goedkeuring voorgelegd, hetgeen pas kan na de goedkeuring van het gemeentelijk ruimtelijk uitvoeringsplan door de bestendige deputatie. De Vlaamse regering beslist over het onteigeningsplan en verleent een onteigeningsmachtiging conform de wetgeving inzake onteigeningen. Het bestreden besluit van de deputatie houdt -zoals overigens wettelijk voorgeschreven- geen goedkeuring in van het onteigeningsplan. Het nadeel dat de verzoekende partijen putten uit de opname van hun grond op de lijst van de innemingen op dat plan kan derhalve te dezen niet dienstig worden ingeroepen. X-13.274-4/6 2.2.2.
  20. De verzoekende partijen beweren voorts, maar maken evenwel niet aan de hand van concrete gegevens aannemelijk, dat de bestemming van een perceel van 45m op 50m tot brandweerkazerne (met een maximale terreinbezetting van 50% voor hoofdgebouwen en 25% voor interne wegenis en parkeerplaatsen - artikel 4.1.
  21. van de stedenbouwkundige voorschriften), en een perceel van 80m op 50m voor bejaardenhuisvesting (met een maximale terreinbezetting van 50% voor hoofdgebouwen, inclusief bijgebouwen, stoepen, terrassen, pergola’s en toegangspaden, en 25% voor interne wegenis en parkeerplaatsen - artikel 4.2.
  22. van de stedenbouwkundige voorschriften), waarvan de helft uit te voeren in een fase 2, met name wanneer minstens 50% van de fase 1 reeds is gerealiseerd, gelegen op de hoek van de Watertorenstraat en de Zandstraat, dermate veel geluidshinder en verkeerstoename zal veroorzaken dat het woon- en leefklimaat van de eerste, de tweede, de derde en de vierde verzoekende partijen, die woonachtig zijn aan de Kattenhoflaan 5, op circa 180 m van deze percelen, op een ernstige wijze in het gedrang wordt gebracht. 2.2.2.
  23. Gelet op het voorgaande dient te worden vastgesteld dat de uiteenzetting van de verzoekende partijen onvoldoende concrete en precieze gegevens bevat waaruit kan blijken dat de onmiddellijke tenuitvoerlegging van de bestreden besluiten hen een moeilijk te herstellen ernstig nadeel kan berokkenen. 2.2.2.
  24. Er is derhalve niet voldaan aan één van de door artikel 17, § 2, van de gecoördineerde wetten op de Raad van State opgelegde voorwaarden om de schorsing van de tenuitvoerlegging van de bestreden besluiten te kunnen bevelen. Deze vaststelling volstaat om de vordering af te wijzen, OM DIE REDENEN BESLIST DE RAAD VAN STATE : Artikel
  25. De vordering tot schorsing wordt verworpen. X-13.274-5/6 Artikel
  26. De uitspraak over de bijdrage in de betaling van de kosten van de vordering tot schorsing wordt uitgesteld. Aldus te Brussel uitgesproken in openbare terechtzitting, op twaalf maart 2008, door de Xe kamer, die was samengesteld uit : de HH. R. STEVENS, kamervoorzitter, J. BOVIN, staatsraad, D. MOONS, staatsraad, Mevr. T. TEMMERMAN, griffier. De griffier, De voorzitter, T. TEMMERMAN. R. STEVENS. X-13.274-6/6 PDF document ECLI:BE:RVSCE:2008:ARR.180.929 Gerelateerde publicatie(s) gevolgd door: ECLI:BE:RVSCE:2009:ARR.196.818 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div

🔗 Vers la source officielle

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.