id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Raad van State Vonnis/arrest van 13 maart 2008 ECLI nr: ECLI:BE:RVSCE:2008:ARR.180.944 Rolnummer: A. 89983/XII-2499 Zaak: Arrest 180944 - Varia (onderwijs en cultuur) - 13/03/2008 Rechtsgebied: Bestuursrecht Invoerdatum: 2008-04-04 Raadplegingen: 60 - laatst gezien 2026-06-29 07:47 Fiche Arrest nr 180.944 van 13 maart 2008 Onderwijs en cultuur - Varia (onderwijs en cultuur) Beslissing : Vernietiging Thesaurus CAS: RAAD VAN STATE UTU-thesaurus: PUBLIEK EN ADMINISTRATIEF RECHT - RAAD VAN STATE - Arresten (Raad van State) Tekst van de beslissing RAAD VAN STATE, AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK. nr. 180.944 van 13 maart 2008 in de zaak A. 89.983/XII-2499. In zake : Caroline THEYS, wonende te Blankenberge, Franchommelaan 98 tegen : het GEMEENSCHAPSONDERWIJS, vertegenwoordigd door de scholengroep 17, dat woonplaats kiest bij advocaat R. Rombaut, kantoor houdende te Antwerpen, Justitiestraat 18. --------------------------------------------------------------------------------------------------- D E R A A D V A N S T A T E, XIIe K A M E R, Gezien het verzoekschrift dat Caroline Theys op 3 maart 2000 heeft ingediend om de nietigverklaring te vorderen van de “weigering van het Gemeenschapsonderwijs” om haar te benoemen in het ambt van leraar secundair onderwijs in de gecombineerde betrekking nr. 29.731 algemene vakken Frans aan het KTA Beveren-Waas (5
- u)en KA Temse (11
- u)met ingang van 1 januari 2000, minstens van de weigering om haar aan het KA Temse te benoemen; Gezien de memories van antwoord en van wederantwoord; Gezien het verslag opgemaakt door auditeur D. Mareen; Gelet op de beschikking van 21 november 2006 die de neerlegging ter griffie van het verslag en van het dossier gelast; Gelet op de kennisgeving van het verslag aan partijen en gezien de laatste memorie van verwerende partij; Gelet op de beschikking van 9 november 2007 waarbij de terechtzitting bepaald wordt op 29 januari 2008; XII-2499-1\9 Gehoord het verslag van staatsraad G. van Haegendoren; Gehoord de opmerkingen van advocaat R. Rombaut, die verschijnt voor de verwerende partij; Gehoord het eensluidend advies van auditeur D. Mareen; Gelet op titel VI, hoofdstuk II, van de gecoördineerde wetten op de Raad van State, OVERWEEGT WAT VOLGT : De gegevens van de zaak 1.1. Verzoekster is met ingang van 1 september 1999 tijdelijk aangesteld als leraar in een tijdelijke aanstelling van doorlopende duur aan het koninklijk atheneum (KA) Temse voor 15 uren en aan het koninklijk technisch atheneum (KTA) Beveren-Waas voor 7 uren. Zij stelt zich kandidaat voor vaste benoeming met ingang van 1 januari 2000 in de gecombineerde betrekking nr. 29.731, bestaande uit 5 uren aan het KTA Beveren-Waas en 11 uren aan het KA Temse. Op 16 november 1999 beslist de lokale raad nr. 234 van Temse bij consensus om verzoekster voor te dragen voor vaste benoeming. Op 23 november 1999 weigert de lokale raad nr. 236 van Beveren om verzoekster voor te dragen. 1.2. Op 9 december 1999 tekent verzoekster gemotiveerd bezwaar aan bij de lokale raad nr. 236 tegen de afwijzing van haar kandidatuurstelling. Eveneens op 9 december 1999 delen de directies van het KA Temse en het KTA Beveren aan de dienst personeelsbewegingen van de Argo mee dat zij overleg gepleegd hebben over de voordracht van verzoekster, dat zij geen consensus konden bereiken en dat de lokale raad nr. 234 op het standpunt blijft XII-2499-2\9 verzoekster voor te dragen voor vaste benoeming terwijl de lokale raad nr. 236 de kandidatuur afwijst. 1.3. Op 17 december 1999 notuleert het vast bureau van de Argo met betrekking tot de personeelsbeweging op 1 januari 2000 in vacant verklaarde betrekkingen onder meer : “KA Temse en KTA Beveren - betrekking 29731 - leraar SO De klacht van mevrouw C. Theys met betrekking tot het niet voordragen voor de betrekking nr. 29731 - leraar SO Frans AV 16 uur aan het KTA Beveren en KA Temse is ontvankelijk maar ongegrond. De betrekking wordt niet toegewezen aan mevrouw Theys”. Op 20 december 1999 wordt aan verzoekster meegedeeld dat “geen gunstig gevolg kon worden gegeven” aan haar aanvraag tot benoeming in de betrekking nr. 29.731 “omdat de kandidaat niet voldoet aan het voor de betrekking gestelde profiel”. Naast deze kennisgeving van, naar het in de brief heet, “summier, het resultaat van de procedure”, vermeldt de brief nog, eensdeels, de mogelijkheid om voor meer informatie inzake de motivering van de beslissing en inzage in het dossier de contactpersoon te bereiken op het bijvermelde telefoonnummer en, anderdeels, de mogelijkheid om binnen een termijn van zestig dagen na ontvangst van dit bericht een verzoekschrift tot vernietiging en een vordering tot schorsing in te dienen bij de Raad van State. 1.4. Op 14 januari 2000 schrijft verzoekster aan “geachte heer directeur” -noch uit het administratief dossier, noch uit de bijlagen bij het verzoekschrift kan met zekerheid worden afgeleid wie de juiste bestemmeling is van deze brief- dat “dir. Conserriere (afg. best LR 234)” voorstelt “om [haar] vast te benoemen aan KA Temse voor 11 u / w vanaf 1/1/2000 binnen de scholengroep” en dat “voor verdere inlichtingen”, “u zich steeds [kan] wenden tot directeur Conserriere of tot mezelf”. 1.5. Op 22 februari 2000 deelt de algemeen directeur van de scholengroep in opdracht van de raad van bestuur aan verzoekster mee dat de raad van bestuur op 21 februari 2000 beslist heeft “dat, gezien het tegenstrijdige advies van de LR Temse (positief) en de LR Beveren (negatief), en vermits de vacante betrekking in zijn geheel bestond uit 11 u K.A. Temse en 5 u KTA Beveren binnen de Scholengroep 17 Waasland, er geen voorstel kan zijn tot vaste benoeming in de genoemde betrekking”. XII-2499-3\9 De procedure 2. Verzoekster grijpt de hervorming van Argo naar het Gemeenschapsonderwijs aan, waarbij bevoegdheden die voorheen op het centrale niveau werden uitgeoefend vanaf 1 januari 2000 door de decreetgever aan de scholengroepen zijn toevertrouwd, om “procedurele opmerkingen” te formuleren betreffende de juiste “verwerende partijen”, hun mandaat om in rechte op te treden en de vermeende ontstentenis van memories van die partijen. In het auditoraatsverslag zijn die opmerkingen aan de hand van onder meer ’s Raads rechtspraak in het arrest nr. 120.271, Brackeva, van 6 juni 2003, onderzocht en niet pertinent bevonden. De conclusie van het auditoraatsverslag luidt dat, zo de “procedurele opmerkingen” van verzoekster al als excepties te begrijpen zijn, ze niet kunnen worden aangenomen. Verzoekster heeft geen laatste memorie meer ingediend, zodat zij geacht wordt niet langer aan te dringen. Het juiste voorwerp van het beroep 3.1. Verzoekster vordert de nietigverklaring van “de weigering van het Gemeenschapsonderwijs” om haar te benoemen. Uit het verzoekschrift blijkt dat zij die weigering situeert in zowel de beslissing van het vast bureau van 17 december 1999 als in de beslissing van de raad van bestuur van de scholengroep van 21 februari 2000. Verwerende partij werpt op dat het beroep gericht is tegen de beslissing van het vast bureau van 17 december 1999 en niet ontvankelijk is, zo het gericht zou zijn tegen de beslissing van de raad van bestuur van 21 februari 2000. In de memorie van wederantwoord verklaart verzoekster “dat zij zich schikt naar de wijsheid van de afdeling [bestuursrechtspraak] van de Raad van State inzake het juridisch karakter van de ‘beslissing’ van de Raad van Bestuur van Scholengroep 17 van 21 februari 2000”. 3.2. De procedure inzake de benoemingen in de vacante betrekkingen met ingang van 1 januari 2000 heeft definitief haar beslag gekregen in de beslissing van het vast bureau van (toen nog) de Argo van 17 december 1999. Die XII-2499-4\9 eindbeslissing is de in rechte aanvechtbare rechtshandeling en ze werd dan ook terecht aan verzoekster ter kennis gebracht met kennisgeving van de beroeps- mogelijkheid bij de Raad van State. Verzoekster heeft daarna nog een schrijven uitgelokt van de raad van bestuur van de scholengroep door haar brief van 14 januari 2000. In die brief signaleert zij enkel dat directeur Conserriere zou voorstellen om haar te benoemen in Temse en zij verzoekt om daarover meer inlichtingen in te winnen. Daarop laat de raad van bestuur weten dat zij geen voorstel tot benoemen formuleert. In die mededeling ziet de Raad van State geen aanvechtbare rechtshandeling. Mét verwerende partij stelt de Raad vast dat enkel de beslissing van het vast bureau van 17 december 1999 als het voorwerp van het beroep is te beschouwen. De gegrondheid van het beroep Standpunt van de partijen 4.1. Verzoekster voert als “middel in hoofdorde” onder meer de schending aan van de hoorplicht, van het beginsel patere legem quam ipse fecisti en van het zorgvuldigheidsbeginsel. Zij zet uiteen, samengevat, dat haar wel de mogelijkheid is gegeven om op te komen voor haar belangen, maar dat zij dat niet op nuttige wijze heeft kunnen doen. Het vast bureau, refererend aan haar klacht, spreekt over het lokaal bestuursorgaan nr. 236 en over het standpunt van de administratie om haar klacht ongegrond te verklaren. Op geen enkel moment is de centrale administratie volgens verzoekster ingegaan op de klacht zelf en op de argumenten die zij heeft ontwikkeld, onder meer tegen de draagkracht van de in aanmerking genomen documenten. De weigering om haar te benoemen is dan ook gesteund, aldus verzoekster, op een onzorgvuldig en onvolledig onderzoek van de klacht, zodat ze is gesteund op machtsoverschrijding. Verwerende partij antwoordt dat verzoekster ruimschoots de mogelijkheid heeft gekregen om op te komen tegen de beslissing van het lokaal bestuursorgaan. Zij heeft overeenkomstig de procedure zoals beschreven in de omzendbrief ARGO/PBW(BEW)/99-06 bezwaar ingediend. Ten onrechte wordt door verzoekster gesteld dat het lokale bestuursorgaan nr. 236 zich niet zou hebben uitgesproken over het voordrachtdossier: het tegendeel blijkt uit stuk 8a van het XII-2499-5\9 administratief dossier. Ook in de laatste memorie herhaalt verwerende partij dat de lokale raad nr. 236 zich wel degelijk heeft uitgesproken over het voordrachtdossier van verzoekster. Beoordeling 4.2. Dat de lokale raad nr. 236 blijkens stuk 8a van het administratief dossier op 23 november 1999 het voordrachtdossier van verzoekster heeft onderzocht, is geen relevant verweer tegen de aangevoerde onwettigheid. Dit onderzoek immers heeft geresulteerd in een weigering om verzoekster voor te dragen, en precies daartegen heeft verzoekster vervolgens op 9 december 1999 een bezwaar ingediend. Verwerende partij ontkent niet dat aan een personeelslid dat, zoals verzoekster, klachten heeft over de behandeling door de lokale raad van haar aanvraag voor vaste benoeming, over de geformuleerde voordracht door of over het advies van het lokaal bestuursorgaan, een bezwaarmogelijkheid werd geboden bij de lokale raad en, vervolgens, in beroep bij de centrale raad. XII-2499-6\9 In zijn arrest nr. 147.126, Smits, van 30 juni 2005 heeft de Raad van State reeds vastgesteld dat het vast bureau bij zijn beslissing van 17 december 1999 over de personeelsbeweging van 1 januari 2000 die klachtprocedure onzorgvuldig heeft nageleefd met betrekking tot een ander personeelslid. Het is hier niet anders. De bestreden beslissing van het vast bureau van 17 december 1999 verwijst wel naar “de voordrachtdossiers van de lokale bestuursorganen en instellingshoofden”, maar niet naar een eventuele behandeling door die lokale bestuursorganen van de ingediende klachten. Er blijkt ook niet dat de lokale raad nr. 236 tijdig, dus voor 17 december 1999, uitspraak zou hebben gedaan over het specifieke bezwaar van verzoekster. Uit de notulering van de beslissing van het vast bureau kan echter wel worden afgeleid dat het vast bureau kennis had van de bezwaren van verzoekster, aangezien het vast bureau zélf de klacht ontvankelijk maar ongegrond verklaart. Het volstaat echter niet dat het vast bureau de klacht van verzoekster heeft ontvangen voor het treffen van de eindbeslissing, maar ook moet het bestuur ter dege zélf de bezwaren van verzoekster in overweging hebben genomen. Het énige stuk in het administratief dossier dat op die afwijzende beslissing betrokken kan worden en hierover opheldering kan verschaffen, omdat het gedateerd is ná de indiening van de klacht, en dus mogelijk kan motiveren waarom tot de ongegrondheid ervan wordt besloten, is het voorbereidend document van de centrale administratie. Aangenomen dat het vast bureau zich dit document eigen heeft gemaakt, is de beslissing dan als volgt gemotiveerd : “KA Temse en KTA Beveren — Theys Caroline Het betreft een betrekking gespreid over 2 scholen KA Temse, LR 234 en KTA Beveren, LR 236 - leraar SO AV Frans 16 u. De betrekking werd op vraag van de beide lokale raden op deze manier vacant verklaard. Mevrouw C. Theys fungeert trouwens in beide scholen. Beide lokale raden hebben betrokkene getoe[t]st aan hun criteria. Dit geeft volgende resultaat : - lokale raad 234 (Temse) draagt betrokkene unaniem voor (scoort 41 op 50) - lokale raad 236 (Beveren-Waas)’ wijst betrokkene gemotiveerd af: ze voldoet niet aan het profiel: ze scoort 23 punten op 43. Betrokkene scoort heel zwak op motivatie, betrokkenheid bij de school, betrokkenheid bij de leefgemeenschap, diensten aan de lorgo. De lokale raad besluit dat betrokkene niet past in de schoolcultuur van KTA Beveren, dat knokt voor zijn behoud en leerkrachten wenst die dit 100% mee willen realiseren en wenst haar niet voor te dragen voor benoeming. Zij constateren dat zij blijkbaar wel past in het profiel van een leraar voor KA Temse en misgunnen haar haar benoeming daar niet. XII-2499-7\9 Conclusie: de motivatie van de lokale raad is redelijk overtuigend opgesteld en gestaafd door klachtenbrieven van ouders, een beoordelingsverslag van een pedagogisch adviseur edm. Conclusie: een betrekking wordt toegewezen zoals ze vacant verklaard geweest is. Aangezien er geen unaniem positief advies is voor de volledige betrekking, kan de betrekking moeilijk worden toegewezen. Er waren geen andere kandidaten voor deze betrekking. Standpunt administratie: de klacht van mevrouw C. Theys ontvankelijk doch ongegrond te verklaren”. Deze motivering is evenwel grotendeels beschrijvend en neemt op wat oorspronkelijk -op 23 november 1999, blijkens het stuk 8a van verwerende partij- de lokale raad van het KTA Beveren er toe heeft gebracht om verzoekster af te wijzen. Dat de latere argumenten van verzoeksters klacht in overweging zijn genomen blijkt ook uit dit stuk niet. Zonder dat de Raad moet nagaan of die bezwaren van verzoekster al dan niet terecht zijn, moet worden vastgesteld dat ze niet de voorgeschreven aandacht hebben gekregen van het vast bureau, zodat te kort is geschoten in de op het bestuur rustende plicht tot behoorlijke afhandeling van de aan verzoekster geboden en door haar ingestelde bezwaarprocedure. Het middel is in de besproken mate gegrond. OM DIE REDENEN BESLIST DE RAAD VAN STATE : Artikel 1. Vernietigd wordt de beslissing van 17 december 1999 van het vast bureau van de Argo waarbij de betrekking nr. 29.371 - leraar SO algemene vakken Frans aan het KTA Beveren-Waas en het KA Temse niet wordt toegewezen. XII-2499-8\9 Artikel 2. De kosten van het beroep, bepaald op 173,53 euro, komen ten laste van de verwerende partij. Aldus te Brussel uitgesproken in openbare terechtzitting, op dertien maart 2008, door de XIIe kamer, die was samengesteld uit : de HH. D. VERBIEST, kamervoorzitter, J. LUST, staatsraad, G. VAN HAEGENDOREN, staatsraad, Mevr. S. DOMS, griffier. De griffier, De voorzitter, S. DOMS. D. VERBIEST. XII-2499-9\9 PDF document ECLI:BE:RVSCE:2008:ARR.180.944 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div