← België

Arrest 180947 - Varia (binnenlandse zaken en lokale besturen) - 13/03/2008

id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Raad van State Vonnis/arrest van 13 maart 2008 ECLI nr: ECLI:BE:RVSCE:2008:ARR.180.947 Rolnummer: A. 120130/XII-3532 Zaak: Arrest 180947 - Varia (binnenlandse zaken en lokale besturen) - 13/03/2008 Rechtsgebied: Bestuursrecht Invoerdatum: 2008-03-28 Raadplegingen: 62 - laatst gezien 2026-06-29 07:47 Fiche Arrest nr 180.947 van 13 maart 2008 Instellingen, Binnenlandse zaken en lokale besturen - Varia (binnenlandse zaken en lokale besturen) Beslissing : Vernietiging Thesaurus CAS: RAAD VAN STATE UTU-thesaurus: PUBLIEK EN ADMINISTRATIEF RECHT - RAAD VAN STATE - Arresten (Raad van State) Tekst van de beslissing RAAD VAN STATE, AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK. nr. 180.947 van 13 maart 2008 in de zaak A. 120.130/XII-

  1. In zake : Mario DEKENS, die woonplaats kiest bij advocaat V. Tollenaere, kantoor houdende te Gent, Koning Albertlaan 128 tegen :
  2. de GEMEENTE GAVERE,
  3. de GOUVERNEUR VAN DE PROVINCIE OOST-VLAANDEREN. --------------------------------------------------------------------------------------------------- D E R A A D V A N S T A T E, XIIe K A M E R, Gezien het verzoekschrift dat Mario Dekens op 23 april 2002 heeft ingediend om de nietigverklaring te vorderen van : “- Het besluit van de gemeenteraad van de gemeente Gavere van 11 juni 2001 waarbij mevrouw Ann Mortier [...] voor onbepaalde tijd wordt aangesteld als officier-geneesheer bij het vrijwillig brandweerkorps van Gavere in de graad van onderluitenant-geneesheer [...]; - het besluit van de Gouverneur van de Provincie Oost-Vlaanderen van 15 februari 2002 waarbij het gemeenteraadsbesluit van 11 juni 2002 houdende aanstelling van dr. Ann Mortier tot onderluitenant-geneesheer bij de brandweerdienst van Gavere wordt goedgekeurd [...]”. Gezien de memories van antwoord en van wederantwoord; Gezien het verslag, opgesteld door eerste auditeur B. Thys; Gelet op de beschikking van 8 juni 2006 die de neerlegging ter griffie van het verslag en van het dossier gelast; Gelet op de kennisgeving van het verslag aan partijen en gezien de laatste memories; XII-3532-1/13 Gelet op de beschikking van 7 februari 2008 waarbij de terechtzitting bepaald wordt op 26 februari 2008; Gehoord het verslag van staatsraad G. van Haegendoren; Gehoord de opmerkingen van advocaat T. De Sutter, die loco advocaat V. Tollenaere verschijnt voor verzoeker, en van advocaat F. Van Hoecke, die verschijnt voor de eerste verwerende partij; Gehoord het eensluidend advies van eerste auditeur B. Thys; Gelet op titel VI, hoofdstuk II, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari 1973, OVERWEEGT WAT VOLGT : De feitelijke gegevens van de zaak 1.
  4. Op 23 mei 2000 besluit de gemeenteraad van de gemeente Gavere een betrekking van officier-geneesheer bij de gemeentelijke vrijwillige brandweerdienst vacant te verklaren en bij aanwerving te laten begeven. De aanwervingsvoorwaarden worden, overeenkomstig artikel 46 van het koninklijk besluit van 19 april 1999 tot vaststelling van de geschiktheids- en bekwaamheidscriteria alsmede van de benoembaarheids- en bevorderingsvoor- waarden voor de officieren van de openbare brandweerdiensten, als volgt vast- gesteld : “1/ Belg zijn; 2/ Zijn hoofdverblijfplaats hebben in de gemeente waar de brandweerdienst gevestigd is, of binnen een door de gemeenteraad te bepalen zone; 3/ Van goed zedelijk gedrag zijn; 4/ In orde zijn met de dienstplichtwetten; 5/ Houder zijn van het diploma van doctor in de geneeskunde en gerechtigd zijn de geneeskunde in België uit te oefenen. Voorrang wordt gegeven aan de geneesheren specialisten in anesthesiologie of specialisten in de algemene heelkunde of aan de houders van het certificaat bijzondere bekwaamheid in rampengeneeskunde en rampen-management”. XII-3532-2/13 Aan de voorwaarde bedoeld onder 2/, moet voldaan zijn binnen het jaar na de indiensttreding. De gemeenteraad stelt tevens de taken van de officier-geneesheer vast : “
  5. De kandidaten voor een betrekking in de dienst geneeskundig onderzoeken;
  6. Instaan voor de opleiding van de leden van de brandweerdienst inzake eerste zorgen en reanimatie en periodiek herscholingscursussen organiseren;
  7. De gegrondheid van de afwezigheden wegens ziekte nagaan;
  8. De personeelsleden, die in dienst gekwetst worden verplegen, zelfs op de plaats van het ongeval;
  9. Om de 2,5 jaar het personeel aan een heronderzoek onderwerpen;
  10. Het geneeskundig materieel periodisch nazien;
  11. Instaan voor het inrichten en nazien van een kleine korpsapotheek.” 1.
  12. Dokter Ann Mortier stelt zich kandidaat met een brief van 23 augustus 2000, die op 25 augustus 2000 bij het gemeentebestuur van Gavere inkomt. Zij vermeldt in die brief : “[...] Ik studeerde af als doctor in de genees- heel & verloskunde in 1990 aan de RUG Sedert Maart ‘91 heb ik me als huisarts gevestigd te Gavere. Ik wil hierbij vermelden dat ik tevens ervaring opdeed in de spoeddiensten van het UZ Gent en te Hamme [Een] afschrift van mijn diploma laat ik U eerstdaags geworden. [...]”. Zij legt later een afschrift neer van haar diploma van doctor in de genees-, heel- en verloskunde, alsook een getuigschrift van goed zedelijk gedrag. 1.
  13. Verzoeker stelt zich kandidaat met een brief die op 29 augustus 2000 bij het gemeentebestuur inkomt. Verzoeker vermeldt in die brief : “[...] Afgestudeerd aan de RUG op 01.07.1997 deed ik een jaar vrij assistentschap in het Sint-Vincentius Ziekenhuis te Deinze, alwaar ik instond voor de spoedopname, alsook assisteerde bij de verschillende chirurgische disciplines. In 1998 begon ik mijn opleiding als huisarts en verzorgde in het O.L. Vrouw Ter Linden Ziekenhuis te Knokke volgens een roulement systeem de spoedopname, chirurgie, orthopedie en Interne Geneeskunde. XII-3532-3/13 Mijn laatste jaar als huisarts geneeskunde werd voltooid te Melle, met als stagemeester Dr. Goethals Chris. Uit bovenstaande kan U dus afleiden dat ik reeds 2 jaar werkzaam was, in diverse ziekenhuizen, op de spoedopname, wat mij ideaal lijkt als meerwaarde voor de vacature bij het brandweerkorps. [...]”. Verzoeker voegt bij zijn kandidaatstelling : - een curriculum vitae; - een verklaring van de rector van de Universiteit Gent betreffende het behalen van het diploma van huisarts op 23 juni 2000; - een getuigschrift van goed zedelijk gedrag; - een afschrift van een akte uit de registers van de burgerlijke stand; - een brief betreffende de inschrijving van verzoeker voor een interuniversitair postgraduaat voor het behalen van een brevet acute geneeskunde, het “preliminair programma academiejaar 2000-2001” en de lijst van stagebegeleiders van deze opleiding; - een getuigschrift van een postacademische vorming “beginselen der elektrocardiografie”. 1.
  14. Dokter G. M. stelt zich kandidaat met een brief van 31 augustus 2000, die op 1 september 2000 bij het gemeentebestuur inkomt. 1.
  15. Op 4 december 2000 besluit de gemeenteraad Ann Mortier voor onbepaalde tijd als officier-geneesheer bij de brandweer aan te stellen, in de graad van onderluitenant-geneesheer. 1.
  16. Op 6 april 2001 beslist de gouverneur, na klacht van verzoeker, om het aanstellingsbesluit niet goed te keuren, omdat noch uit het besluit zelf, noch uit het bijbehorende dossier blijkt welke de motieven van de gemeenteraad zijn geweest om Ann Mortier boven de andere kandidaten te verkiezen, zodat de wet van 29 juli 1991 betreffende de uitdrukkelijke motivering van de bestuurshandelingen niet werd nageleefd en evenmin werd voldaan aan de materiële motiveringsplicht. 1.
  17. Met een brief van 27 april 2001 zendt verzoeker naar de burgemeester en de schepenen nog bijkomende stukken, waaronder een bewijs van zijn inschrijving voor de postgraduaatsopleiding tot het behalen van het brevet acute geneeskunde tijdens het academiejaar 2000-2001, diverse aanbevelingen en een verklaring van dokter L. Gomme van het Aurora Ziekenhuis te Ronse betreffende XII-3532-4/13 de regelmatige deelname van verzoeker aan de wachtdiensten op de spoeddienst en aan de MUG. 1.
  18. Op 11 juni 2001 besluit de gemeenteraad opnieuw Ann Mortier voor onbepaalde tijd als officier-geneesheer bij de brandweer aan te stellen, in de graad van onderluitenant-geneesheer. Dit besluit, dat het eerste voorwerp uitmaakt van het thans voorliggende beroep tot nietigverklaring, steunt, benevens op de aanhaling van de toepasselijke wetgeving en reglementering, inzonderheid op de volgende motieven : “[...] Gelet op de beslissing van de gemeenteraad dd. 04 december 2000 houdende aanstelling van Dr. Ann Mortier als officier-geneesheer bij het vrijwillig brandweerkorps van Gavere in de graad van onderluitenant-geneesheer; Gelet op het besluit van de heer Provinciegouverneur dd. 06 april 2001 houdende niet-goedkeuring van het gemeenteraadsbesluit dd. 04 december 2000 houdende aanstelling van Dr. Ann Mortier als officier-geneesheer bij het vrijwillige brandweerkorps van Gavere in de graad van onderluitenant-geneesheer; Overwegende dat de heer Gouverneur zijn niet-goedkeuring steunt op het ontbreken van elke draagkrachtige motivering; Overwegende dat de drie kandidaten nl. Dr. [G. M.], Dr. Mario Dekens en Dr. Ann Mortier voldoen aan de voorwaarden om aangesteld te worden als officier-geneesheer bij het vrijwilligerskorps van de brandweer van Gavere; Overwegende dat de persoonlijke dossiers van de in aanmerking komende kandidaten ter beschikking hebben gelegen van de gemeenteraadsleden genummerd van 01 tot en met 03, zodat een gefundeerd oordeel kan gevormd worden omtrent de kandidaten; Gelet op de bijgevoegde inventarislijst van de in aanmerking komende kandidaten; Overwegende dat 2 van de 3 kandidaten namelijk Dr. Mario Dekens en Dr. Ann Mortier over meer gespecialiseerde ervaring beschikken in de spoedurgentie; Overwegende dat Dr. Mario Dekens momenteel een bijkomende opleiding volgt met het oog op het behalen van het brevet acute geneeskunde doch op het ogenblik van de benoeming niet over enig bijkomend brevet beschikt; Overwegende dat bijgevolg voornoemde 2 kandidaten als gelijkwaardig dienen beschouwd doch dat in de vergelijking opvalt dat Dr. Ann Mortier over beduidend meer ervaring beschikt inzake algemene geneeskunde, aangezien ze als huisarts gevestigd is sedert maart 1991; Overwegende dat om deze reden de voorkeur dient gegeven te worden aan Dr. Ann Mortier; Gaat door middel van geheime stemming over tot de aanstelling van een officier-geneesheer in het vrijwilligerskorps van de gemeente Gavere waarvan de uitslag luidt als volgt : op naam van [G. M.] : 0 stemmen, op naam van Dekens Mario : 0 stemmen, op naam van Mortier Ann : 14 stemmen; Overwegende dat 14 leden aan de geheime stemming hebben deelgenomen; Overwegende dat de volstrekte meerderheid der geldig uitgebrachte stemmen op 8 werd bepaald; XII-3532-5/13 Overwegende dat Dr. Mortier Ann deze volstrekte meerderheid der geldig uitgebrachte stemmen heeft bekomen; [...]”. 1.
  19. Met een aangetekende brief van 15 juni 2001 dient verzoeker ook tegen dit aanstellingsbesluit een klacht in bij de gouverneur van de provincie Oost- Vlaanderen. Hij betwist dat “het curriculum van Ann Mortier gelijkwaardig zou zijn met dat van [hem] inzake kennis van spoed en urgentiegeneeskunde”. Hij wijst er ook op dat hij heeft vastgesteld dat de “aanvullende materiële motivatie” die hij met een aangetekende brief van 27 april 2001 naar de burgemeester en de schepenen heeft gezonden, niet in zijn dossier werd opgenomen. Op 21 juni 2001 dient ook een gemeenteraadslid bij de gouverneur een klacht in tegen de aanstelling van Ann Mortier als officier-geneesheer bij de brandweer. 1.
  20. Na over deze aangelegenheid vanwege zijn administratie tegen- strijdige adviezen te hebben gekregen, beslist de gouverneur op 15 februari 2002, op grond van de overweging dat “de wettelijke bepalingen werden nagekomen”, om het gemeenteraadsbesluit tot aanstelling van Ann Mortier als officier-geneesheer goed te keuren. Deze beslissing maakt het tweede voorwerp uit van het voorliggende beroep tot nietigverklaring. 1.
  21. Met een brief, die door verzoeker naar eigen zeggen op 22 februari 2002 wordt ontvangen, stelt de gouverneur verzoeker van deze beslissing in kennis. De gouverneur vermeldt in zijn brief dat de gemeenteraad terecht de aanspraken van alle kandidaten heeft vergeleken zoals ze zich op 31 augustus 2000, het tijdstip van het afsluiten van de kandidaturen, voordeden en dat de gemeenteraad, aangezien de aanspraken van verzoeker op dat ogenblik vergelijkbaar waren met die van Ann Mortier, heeft gesteund op de ruimere algemene ervaring van deze laatste om tot haar benoeming te besluiten. De grond van de zaak Standpunt van de partijen
  22. Verzoeker voert in een enig middel de schending aan van “artikel 10, 11 van de Grondwet, artikel 13 van de wet van 31 december 1963 betreffende XII-3532-6/13 de civiele bescherming, artikel 2 en 3 van de wet van 29 juli 1991 betreffende de uitdrukkelijke motivering van bestuurshandelingen, de algemene beginselen van behoorlijk bestuur, m.n. het gelijkheids-, zorgvuldigheids- en belangenafwegings-, het vertrouwens- en rechtszekerheids- het redelijkheids- en evenredigheidsbeginsel, het beginsel van de materiële motiveringsverplichting, het patere [legem] quam ipse fecisti-beginsel, artikel 46, § 1, 47 en 48 van het koninklijk besluit van 19 april 1999 tot vaststelling van de geschiktheids- en bekwaamheidscriteria alsmede van de benoembaarheids- en bevorderingsvoorwaarden voor de officieren van de openbare brandweerdiensten en uit machtsoverschrijding”. Hij betoogt dat alle Belgen gelijk zijn voor de wet en derhalve gelijke toegang hebben tot het openbaar ambt, dat dit impliceert dat de overheid de titels en verdiensten van de kandidaten moet onderzoeken en vergelijken op basis van objectieve en pertinente criteria en dat de benoeming moet berusten op wettige motieven, dat de overheid in het algemeen belang de meest bekwame kandidaat moet kiezen. Hij voegt eraan toe dat de vergelijking van de titels en verdiensten van de kandidaten zorgvuldig, dus met kennis van zaken, dient te gebeuren, dat de vergelijking concreet moet zijn, dit wil zeggen in relatie dient te staan tot de te begeven betrekking, en ook objectief, dat de beoordelingscriteria voor iedere kandidaat dezelfde moeten zijn en met dezelfde welwillendheid moeten worden toegepast. In een derde middelonderdeel voert hij aan dat het onzorgvuldig en discriminerend handelen en beslissen van de verwerende partijen blijkt uit de willekeur waarmee zij de criteria voor de beoordeling van de bekwaamheid en de geschiktheid van de kandidaten, hebben vastgesteld en toegepast. Hij betoogt : “28.Het onzorgvuldig en discriminerend handelen en beslissen van tegen- partijen blijkt nog uit de willekeur bij het vaststellen en wegen van de criteria voor de beoordeling van de bekwaamheid en geschiktheid van de kandidaten. Uit het eerste bestreden besluit blijkt impliciet dat de gemeente het (uitsluitings-)criterium van ‘gespecialiseerde ervaring in de spoedurgentie’ als belangrijkste criterium (uiteindelijk) naar voor lijkt te schuiven en de ‘ervaring in zake algemene geneeskunde’ als een ondergeschikt criterium. Het volgen van een bijkomende opleiding voor het behalen van het brevet acute geneeskunde daarentegen heeft voor de gemeente kennelijk en zonder enige motivering geen enkele relevantie.
  23. De willekeur bij de weging op basis van het eerste uitsluitingscriterium blijkt nog uit het feit dat de beoordeling van de gespecialiseerde ervaring van de kandidaten is geschied op basis van uiterst summiere, vage, oncontroleerbare en ongecontroleerde (onbewezen) aanspraken van Dr. Mortier enerzijds, en op basis van een volgehouden weigering om de XII-3532-7/13 voormelde concrete, controleerbare en ongecontroleerde (bewezen) aanspraken van de verzoeker af te wegen. Evenmin werden de aanspraken van Dr. [G. M.] in ogenschouw genomen.
  24. Het ‘gelijkwaardig’ en ‘vergelijkbaar’ beoordelen van de verzoeker en Dr. Mortier op het vlak van ‘meer gespecialiseerde ervaring in de spoed- urgentie’ is in de gegeven omstandigheden niet deugdelijk en zeker niet afdoende als motief dat overigens op een impliciete en dus totaal ongemotiveerde wijze de derde kandidaat uitsluit. Eén en ander wordt bovendien nog bevestigd in de hiervoor geciteerde adviezen van de kapitein- dienstchef van de betrokken brandweerdienst en van de provinciale diensten”.
  25. De eerste verwerende partij antwoordt met betrekking tot dit derde onderdeel van het enige middel dat de criteria voor de aanstelling van een officier- geneesheer zijn bepaald in het gemeenteraadsbesluit van 23 mei 2000, dat de officier-dienstchef van de brandweer op 8 november 2000 naar het college van burgemeester en schepenen van Gavere een brief heeft gezonden, waarin hij zijn voorkeur heeft uitgedrukt voor een kandidaat met ervaring in spoeddienst, dat de na te leven criteria de normen zijn die zijn bepaald in het koninklijk besluit van 19 april 1999 tot vaststelling van de geschiktheids- en bekwaamheidscriteria alsmede van de benoembaarheids- en bevorderingsvoorwaarden voor de officieren van de openbare brandweerdiensten, dat geen van de kandidaten over een diploma beschikt dat wettelijke voorrang verschaft, dat verzoeker en Ann Mortier gelijkwaardige diploma’s hebben, dat het bestreden aanstellingsbesluit de voorkeur heeft gegeven aan de kandidaat met de meeste jaren ervaring, dat aldus geen onbehoorlijk bestuur werd gevoerd en de wettelijke benoemingscriteria niet werden genegeerd, dat het gegeven dat verzoeker na de vacantverklaring van de betrekking van officier- geneesheer nog een aanvullende lessenreeks acute geneeskunde heeft aangevat, geen invloed kon hebben op de te verrichten aanstelling, dat het aan verzoeker geen voorrang op een benoeming verleende, dat indien verzoeker op basis van dat gegeven aangesteld was geweest, de overige kandidaten een discriminatie hadden ondergaan, dat verzoeker er geen persoonlijk belang bij heeft middelen te putten uit de niet-benoeming van G. M. In haar laatste memorie onderstreept zij nog dat in het gemeenteraadsbesluit van 11 juni 2001 gerefereerd wordt aan de bijkomende opleiding die verzoeker nog volgde, dat zij dit feit dan ook niet zonder meer heeft genegeerd maar dat zij diende vast te stellen dat verzoeker zijn diploma nog niet had behaald, dat beide kandidaten ervaring hebben opgegeven in de spoedgeneeskunde, dat Ann Mortier geen opgave deed van de jaren waarin haar ervaring te situeren XII-3532-8/13 valt, maar dat dit geen afbreuk doet aan de vaststelling dat beide kandidaten ervaring inzake urgentiegeneeskunde hadden opgedaan in twee verscheidene ziekenhuizen.
  26. De tweede verwerende partij antwoordt met betrekking tot het derde onderdeel van het enige middel dat verzoeker het brevet acute geneeskunde pas heeft behaald toen het bestreden aanstellingsbesluit al was genomen, dat verzoeker en Ann Mortier een vergelijkbare ervaring inzake spoedgeneeskunde hebben, dat laatst-genoemde tot officier-geneesheer werd aangesteld op grond van haar reeds vaststaande ervaring inzake algemene geneeskunde, dat het nadien behalen door verzoeker van het brevet acute geneeskunde aan die ervaring geen afbreuk doet, dat na het vergelijken van de kandidaten op het vlak van hun ervaring in een spoeddienst, de kandidatuur van G. M. niet meer in aanmerking werd genomen, dat met toepassing van “het principe van positieve motivering” de aanspraken van G. M. in de bestreden besluiten buiten beschouwing konden worden gelaten. In haar laatste memorie zet zij nog uiteen dat het ingeschreven zijn voor een bijkomende opleiding die op het ogenblik van de aanstelling nog niet voltooid was een uiterst onzeker element is, dat de gemeente zich op een speculatief pad zou begeven door daarmee rekening te houden, dat verzoeker effectief gedetailleerder en preciezere informatie heeft verstrekt aangaande zijn ervaring op het vlak van de spoedgeneeskunde, dat evenwel het verschil in wijze van formuleren door de kandidaten van hun ervaring niets zegt over de kwaliteit van de ervaring in kwestie. Beoordeling
  27. Het grondwettelijk gelijkheidsbeginsel betrokken op de toegang tot een openbaar ambt, vereist dat de benoemende overheid slechts een benoeming of aanstelling in een te begeven betrekking kan verlenen, nadat zij de aanspraken en verdiensten van de onderscheiden kandidaten op een zorgvuldige wijze met elkaar heeft vergeleken en afgewogen op basis van objectieve en pertinente criteria. De formele motiveringsplicht, opgelegd door de wet van 29 juli 1991 betreffende de uitdrukkelijke motivering van de bestuurshandelingen, vergt dat uit de benoemings- akte formeel blijkt dat die vergelijking van alle kandidaten heeft plaatsgehad, op grond van welke criteria die vergelijking is gebeurd en op welke motieven, geput uit die vergelijking, de benoeming van de uitverkoren kandidaat wordt gesteund. XII-3532-9/13
  28. De eerste verwerende partij werpt terecht op dat verzoeker er geen persoonlijk belang bij heeft aan te voeren dat de gemeenteraad bij de vergelijking van de kandidaten zou hebben nagelaten de aanspraken van dokter G. M. in ogen- schouw te nemen. Hij heeft er alleen belang bij aan te voeren dat hemzelf bij de vergelijking van de aanspraken en verdiensten van de kandidaten door de gemeenteraad te kort is gedaan. 7.
  29. Blijkens de motivering van het bestreden gemeenteraadsbesluit, waarbij Ann Mortier als officier-geneesheer van de brandweer wordt aangesteld, is de vergelijking van de titels en verdiensten van de kandidaten beperkt tot de overweging dat twee van de drie kandidaten, namelijk verzoeker en Ann Mortier, over meer gespecialiseerde ervaring beschikken in de “spoedurgentie”, dat verzoeker weliswaar een bijkomende opleiding volgt met het oog op het behalen van het brevet acute geneeskunde, maar dat hij nog niet over dat brevet beschikt, dat beide kandidaten “bijgevolg” gelijkwaardig moeten worden geacht, maar dat opvalt dat Ann Mortier beduidend meer ervaring heeft inzake algemene geneeskunde, aangezien ze als huisarts gevestigd is sedert maart 1991, dat om die reden aan laatstgenoemde de voorkeur dient te worden gegeven. Het bestreden aanstellingsbesluit stelt aldus de ervaring inzake spoedgeneeskunde als eerste onderscheidingcriterium voorop bij de vergelijking van de respectieve titels en verdiensten van de kandidaten. 7.
  30. Daargelaten dat in het aanstellingsbesluit niet in het minst wordt verantwoord waarom dat onderscheidingscriterium cruciaal wordt geacht, laat verzoeker alleszins terecht gelden dat het aanstellingsbesluit te dezen op grond van een onzorgvuldige beoordeling tot de gelijkwaardigheid van zijn titels en verdiensten met die van Ann Mortier besluit. De vage, niet-geconcretiseerde inlichtingen die door Ann Mortier in haar kandidaatstelling zijn verstrekt in verband met haar ervaring in spoedgeneeskunde, laten immers niet toe te besluiten tot de gelijkwaardigheid van haar verdiensten op dat vlak met die van verzoeker. Ann Mortier vermeldt in haar kandidaatstelling uitsluitend dat zij “tevens ervaring opdeed in de spoeddiensten van UZ Gent en te Hamme”. Ze voegt daaraan geen enkele specificatie toe met betrekking tot de aard, de omvang en de duur van die ervaring. Verzoeker van zijn kant vermeldt in zijn kandidaatstelling dat hij, nadat hij op 1 juli 1997 aan de Universiteit Gent was afgestudeerd, XII-3532-10/13 gedurende een jaar als vrij assistent in het Sint-Vincentius Ziekenhuis te Deinze instond voor spoedopname en assisteerde bij de verschillende chirurgische disciplines, dat hij in 1998 tijdens zijn opleiding tot huisarts in het O.L.V. Ter Linden Ziekenhuis te Knokke volgens “een roulement systeem” de spoedopname, chirurgie, orthopedie en “Interne Geneeskunde” verzorgde en dat hij aldus reeds twee jaar werkzaam was op de dienst spoedopname in diverse ziekenhuizen. Mede in acht genomen dat verzoeker ondertussen een bijkomende opleiding volgde inzake acute geneeskunde -opleiding die hij op het ogenblik van het nemen van het aanstellingsbesluit op 11 juni 2001 bijna heeft beëindigd-, vermocht de gemeenteraad op grond van de gegevens door de kandidaten verstrekt aangaande hun ervaring in spoedgeneeskunde en zonder terzake eventueel aanvullende informatie te hebben opgevraagd, niet zomaar tot de gelijkwaardigheid van Ann Mortier op dit vlak met verzoeker te besluiten. 7.
  31. Het derde onderdeel van het enige middel is in zoverre dan ook gegrond. OM DIE REDENEN BESLIST DE RAAD VAN STATE : Artikel
  32. Vernietigd worden : - het besluit van de gemeenteraad van de gemeente Gavere van 11 juni 2001 waarbij Ann Mortier voor onbepaalde tijd wordt aangesteld als officier-geneesheer bij het vrijwillig brandweerkorps van Gavere in de graad van onderluitenant-geneesheer; - het besluit van de gouverneur van de Provincie Oost-Vlaanderen van 15 februari 2002 waarbij het gemeenteraadsbesluit van 11 juni 2002 houdende aanstelling van Ann Mortier tot onderluitenant-geneesheer bij de brandweerdienst van Gavere wordt goedgekeurd. Artikel
  33. De kosten van het beroep tot nietigverklaring, bepaald op 175 euro, komen ten laste van de verwerende partijen, elk voor de helft. XII-3532-11/13 XII-3532-12/13 Aldus te Brussel uitgesproken in openbare terechtzitting, op dertien maart 2008, door de XIIe kamer, die was samengesteld uit : de HH. D. VERBIEST, kamervoorzitter, J. LUST, staatsraad, G. VAN HAEGENDOREN, staatsraad, Mevr. S. DOMS, griffier. De griffier, De voorzitter, S. DOMS. D. VERBIEST. XII-3532-13/13 PDF document ECLI:BE:RVSCE:2008:ARR.180.947 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div

🔗 Vers la source officielle

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.