← België

Arrest 180950 - Varia (ruimtelijke ordening, stedenbouw, leefmilieu) - 13/03/2008

id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Raad van State Vonnis/arrest van 13 maart 2008 ECLI nr: ECLI:BE:RVSCE:2008:ARR.180.950 Rolnummer: A. 116333/VII-25666 Zaak: Arrest 180950 - Varia (ruimtelijke ordening, stedenbouw, leefmilieu) - 13/03/2008 Rechtsgebied: Bestuursrecht Invoerdatum: 2008-03-21 Raadplegingen: 57 - laatst gezien 2026-06-29 07:47 Fiche Arrest nr 180.950 van 13 maart 2008 Ruimtelijke ordening, stedenbouw, leefmilieu en aanverwante aangelegenheden - Varia (ruimtelijke ordening, stedenbouw, leefmilieu) Beslissing : Vernietiging bekendmaking Thesaurus CAS: RAAD VAN STATE UTU-thesaurus: PUBLIEK EN ADMINISTRATIEF RECHT - RAAD VAN STATE - Arresten (Raad van State) Tekst van de beslissing RAAD VAN STATE, AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK. nr. 180.950 van 13 maart 2008 in de zaak A. 116.333/VII-25.

  1. In zake : de n.v. HOYER BELGIË, die woonplaats kiest bij advocaat M. VAN PASSEL, kantoor houdende te ANTWERPEN, Frankrijklei 146 tegen : het Vlaamse Gewest, vertegenwoordigd door de Vlaamse regering, dat woonplaats kiest bij advocaat J. NIJS, kantoor houdende te DENDERMONDE, Noordlaan 82-
  2. --------------------------------------------------------------------------------------------------- D E R A A D V A N S T A T E, VIIe K A M E R, Gezien het verzoekschrift dat de n.v. HOYER BELGIË op 4 februari 2002 heeft ingediend om de nietigverklaring te vorderen van het besluit van de Vlaamse minister van Leefmilieu en Landbouw van 24 oktober 2001 houdende aanwijzing overeenkomstig artikel 30, §2, van het decreet van 22 februari 1995 betreffende de bodemsanering, van de grond gelegen te "Antwerpen, Nieuwelanden, kadastraal gekend (toestand op 01.01.2000): 11815 ANTWERPEN 15 AFD Sectie: A en perceelnummer: 0400 B" als historisch verontreinigde grond waar bodemsanering moet plaatsvinden; Gezien de regelmatig gewisselde memories van antwoord en van wederantwoord; Gezien het verslag opgemaakt door eerste auditeur E. LANCKSWEERDT; Gelet op de beschikking van 4 september 2006 die de neerlegging ter griffie van het verslag en van het dossier gelast; Gelet op de kennisgeving van het verslag aan de partijen en gezien de laatste memorie van de verzoekende partij; VII-25.666-1/7 Gelet op de beschikking van 18 januari 2008 waarbij de terechtzitting bepaald wordt op 21 februari 2008; Gehoord het verslag van kamervoorzitter L. HELLIN; Gehoord de opmerkingen van advocaat I. CUYPERS, die loco advocaat M. VAN PASSEL verschijnt voor de verzoekende partij, en van advocaat T. DE BOECK, die loco advocaat J. NIJS verschijnt voor de verwerende partij; Gehoord het eensluidend advies van eerste auditeur E. LANCKSWEERDT; Gelet op titel VI, hoofdstuk II, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari 1973;
  3. De feiten Overwegende dat de gegevens van de zaak als volgt kunnen worden samengevat: 1.
  4. In het jaar 1995 geeft de n.v. ANTWERPS TANK TRANSPORT, de rechtsvoorganger van de verzoekende partij, aan de b.v.b.a. BIOCONTROL de opdracht tot het uitvoeren van een oriënterend bodemonderzoek op terreinen gelegen aan de Transcontinentaalweg te Antwerpen. Deze terreinen heeft de verzoekende partij in concessie van de stad Antwerpen. Op 26 oktober 1995 wordt dit oriënterend bodemonderzoek afgerond. 1.
  5. Nadat de n.v. ANTWERPS TANK TRANSPORT dit oriënterend bodemonderzoek aan de Openbare Afvalstoffenmaatschappij voor het Vlaamse Gewest (hierna : OVAM) heeft toegestuurd, vraagt OVAM met een brief van 9 mei 1996 bijkomende inlichtingen over onder meer de kadastrale gegevens. 1.
  6. Op 25 juni 1996 bezorgt de n.v. ANTWERPS TANK TRANS- PORT de gevraagde gegevens. 1.
  7. Op 22 oktober 2001 bezorgt OVAM aan de verwerende partij, in toepassing van artikel 30, §2, van het decreet van 22 februari 1995 betreffende de bodemsanering (hierna: bodemsaneringsdecreet) een voorstel tot aanwijzing van VII-25.666-2/7 historisch verontreinigde gronden waar bodemsanering moet plaatsvinden met betrekking tot het perceel : "11815 Antwerpen 15 Afd, Sie: A nr: 0400 B". 1.
  8. Op 24 oktober 2001 wordt het thans bestreden besluit genomen;
  9. De gegrondheid 2.
  10. Overwegende dat de verzoekende partij in het eerste middel de schending aanvoert van artikel 3, §4, en artikel 4 van het bodemsaneringsdecreet, en van de artikelen 22 en 24 van het besluit van de Vlaamse regering van 5 maart 1996 houdende vaststelling van het Vlaams reglement betreffende de bodemsanering (hierna : Vlarebo); dat zij het volgende uit het voorstel van OVAM van 17 oktober 2001 citeert : "Overwegende dat de OVAM op basis van de volgende vaststellingen in bovengenoemd document van oordeel is dat er voor de voormelde grond ernstige aanwijzingen zijn dat de vastgestelde historische bodemverontreiniging een ernstige bedreiging vormt in de zin van artikel 30, §1, van het bodemsane- ringsdecreet"; en het volgende uit het bestreden besluit : "Gelet op het schrijven van de OVAM (BOA-S/A-LC-2001VM1606) waarin zij overeenkomstig artikel 30 § 2 van het bodemsaneringsdecreet aan de Vlaamse regering voorstelt om de gronden gelegen Nieuwelanden te Antwerpen, kadastraal gekend als (toestand op 01.01.2000): 11815 Antwerpen 15 AFD, Sectie A en perceelnummer 0400 B, aan te wijzen als historisch verontreinigde grond waar bodemsanering moet plaatsvinden (...). Gelet op volgende documenten met betrekking tot bovengenoemde gronden: - oriënterend bodemonderzoek: 'Verkennend bodemonderzoek te Antwerpen', uitgevoerd door BIOCONTROL BVBA, op 26 oktober
  11. Overwegende dat in het kader van voomeld(e) verslagen van bodemonderzoek op de betreffende gronden een historische bodem- verontreiniging werd vastgesteld; dat de OVAM in haar voorstel op gemotiveerde wijze oordeelt dat er op basis van voormelde onderzoeken ernstige aanwijzingen zijn dat de op de betreffende gronden vastgestelde historische bodemverontreiniging een ernstige bedreiging vormt in de zin van artikel 30 §1 van het bodemsaneringsdecreet; Overwegende dat de OVAM op basis van de voormelde documenten rechtsgeldig tot deze vaststellingen gekomen is; dat wordt ingestemd met het als bijlage opgenomen voorstel van de OVAM; dat de daarin opgenomen motivering omtrent de aard en de ernst van de vastgestelde verontreiniging integraal deel uitmaakt van onderhavige beslissing; Besluit: De gronden gelegen Antwerpen, Nieuwelanden, kadastraal gekend (toestand op 01.01.2000): 11815 ANTWERPEN 15 AFD Sectie: A en perceelnummer: 0400 B worden aangewezen als historisch verontreinigde grond waar bodemsanering moet plaatsvinden"; VII-25.666-3/7 dat de verzoekende partij stelt dat OVAM, hierin gevolgd door de verwerende partij, vaststelt dat er op het perceel 0400 B een historische bodemverontreiniging aanwezig is die een ernstige bedreiging vormt, met name een verontreiniging met lood in het grondwater met een concentratie van 120 :g/l, dat deze feitelijke en technische vaststelling manifest onjuist is, dat de b.v.b.a. BIOCONTROL noch een onderzoek noch boringen deed op het perceel 0400 B en bijgevolg geen uitspraak over eventueel aanwezige verontreiniging op dit perceel deed, dat het oriënterend bodemonderzoek van de b.v.b.a. BIOCONTROL enkel en alleen betrekking heeft op het perceel 0514 D, waar op basis van de vaststellingen een historische verontreiniging in het grondwater met lood van 120 :g/l werd vastgesteld, dat de verwerende partij in eerste instantie, artikel 3, §4, van het bodemsaneringsdecreet schendt, aangezien er geen oriënterend bodemonderzoek op het perceel 0400 B werd uitgevoerd, dat hierdoor tevens artikel 4 van het bodemsaneringsdecreet wordt geschonden, aangezien OVAM de grond "blijkbaar (...) op basis van onbestaande gegevens heeft opgenomen in het register van de verontreinigde gronden"; dat de verzoekende partij voorts aanvoert dat er "wel bodemattesten (werden) overgemaakt die deze informatie opnamen", maar dat het bodemsaneringsdecreet niet in de mogelijkheid voorziet om foute gegevens in het register aan te vechten, dat ook de bepalingen van de artikelen 22 en 24 van het Vlarebo worden geschonden, dat dit, steeds volgens de verzoekende partij, overigens wordt bevestigd door een recent bodemonderzoek uitgevoerd door "ECOLAS", dat een kadastraal perceel immers pas in het register van verontreinigde gronden wordt opgenomen "op basis van resultaten van overeenkomstig het decreet en in het Vlarebo uitgevoerde orïenterende bodemonderzoek alsook van de met een oriënterend bodemonderzoek gelijkgesteld bodemonderzoek", dat dit in casu "duidelijk niet het geval is"; 2.
  12. Overwegende dat de verwerende partij in haar memorie van antwoord van oordeel is dat het middel "de rechtens vereiste feitelijke grondslag mist" en dit om volgende redenen : "Uit het bodemonderzoek dd. 26 oktober 1995 blijkt dat de onderzoekslocatie weergegeven is op de tekening die in bijlage 2 van het verslag van het bodemonderzoek is gevoegd. Bij vergelijking van de tekening met de bijlage 2 (uittreksel uit het kadastraal plan) van de brief dd. 25 juni 1996 van verzoekster rechtsvoorganger aan de OVAM blijkt dat de onderzochte gronden kadastraal bekend zijn onder nr. 401b en 400a. Latere herindeling en hernummering van deze percelen had tot gevolg dat het perceel 401b en het grootste deel van het perceel 400a opgenomen werden in het perceel nr. 514d. Dit blijkt afdoend uit het kadastraal plan dd. 23 maart 1999 (stuk 5 van het administratief dossier). VII-25.666-4/7 Het perceel nr. 400b is derhalve een deel van het vroegere perceel nr. 400a waarop het bodemonderzoek op 26 oktober 1995 heeft plaatsgevonden. Uit dit onderzoek blijkt dat deze grond verontreinigd is met lood. Luidens artikel 22, §2, van het Vlarebo wordt een kadastraal perceel in het register van de verontreinigde gronden opgenomen op basis van de resultaten van de overeenkomstig het decreet en het Vlarebo uitgevoerde oriënterende bodemonderzoeken alsook van de met een oriënterend bodemonderzoek gelijkgestelde bodemonderzoeken als bedoeld in artikel 5 van het Vlarebo, hetgeen te dezen klaarblijkelijk het geval was. De opname in het register van perceel nr. 400b was derhalve terecht zodat geen der in het middel aangehaalde bepalingen werd geschonden"; 2.
  13. Overwegende dat de verzoekende partij in haar memorie van wederantwoord repliceert dat de percelen inderdaad zijn heropgedeeld en herverdeeld, doch niet zoals de verwerende partij doet uitschijnen en zeker niet met de gevolgen die zij eraan wil verbinden, dat het perceel 0400 A vroeger dienst deed als een oude spoorwegbedding, dat het gedeeltelijk werd opgenomen in het perceel 0514 D en dat het overige deel het huidige perceel 0400 B werd, dat het perceel 0514 D eigenlijk het vroegere perceel 0401 B en dus een deel van 0400 A is, dat het onderzoek waarop OVAM zich baseert, uitgevoerd is op het vroegere perceel 0400 A, dat echter thans 0514 D is en waarop inderdaad een verontreiniging met lood is aangetroffen, dat dit ook de reden is waarom dit perceel 0514 D werd opgenomen in het register van verontreinigde gronden en waarom zij werd aangemaand tot het uitvoeren van een beschrijvend bodemonderzoek; dat de verzoekende partij voorts stelt dat op het perceel 0400 B door haar nooit activiteiten werden uitgeoefend en hierop nooit stalen werden genomen of onderzoek werd uitgevoerd, dat dit tot gevolg heeft dat de onderliggende grondslag van de aangevochten beslissing foutief is, dat men ofwel uitgaat van het onderzoek van 1995 op de oude kadastrale percelen, de vroegere percelen 0400 A en 0401 B, dat ofwel OVAM rekening houdt met de herindeling van de kadastrale percelen, zoals zij duidelijk heeft gedaan, en zij op basis van de onderzoeken en boorstaten moet bepalen of er inderdaad op de huidige kadastrale percelen een verontreiniging is aangetroffen, dat het vaststaat dat op het huidige perceel 0400 B geen verontreiniging is vastgesteld, aangezien er geen staalnames zijn gebeurd op dit perceel, dat dit ook door de verwerende partij wordt erkend, dat de verontreiniging met lood werd vastgesteld op het huidig perceel 0514 D, dat hiervoor dan ook terecht een aanmaning werd gestuurd; 2.
  14. Overwegende dat het bestreden besluit het volgende kadastraal perceel aanwijst als historisch verontreinigde grond waar bodemsanering moet plaatsvinden: "Perceel (Toestand 01.01.2000): 11815 ANTWERPEN 15 AFD, Sie: VII-25.666-5/7 A nr: 0400 B"; dat de verwerende partij zich daarbij steunt op het oriënterend bodemonderzoek "Verkennend bodemonderzoek te Antwerpen", uitgevoerd door de b.v.b.a. BIOCONTROL op 26 oktober 1995; dat de bijlage 2 bij het oriënterend bodemonderzoek van de b.v.b.a. BIOCONTROL een overzichtsplan van de boringen bevat; dat op 25 juni 1996 de n.v. ANTWERPS TANK TRANSPORT, de rechtsvoorganger van de verzoekende partij, aan OVAM bijkomende gegevens bezorgt, waaronder een uittreksel uit het kadastraal plan dat betrekking heeft op de toestand op 1 januari 1995; dat uit een later kadastraal plan, opgemaakt te Antwerpen op 23 maart 1999, blijkt dat er een kadastrale herindeling en hernummering heeft plaatsgevonden; dat het perceel 0401 B is opgenomen in het perceel 0514 D; dat het perceel 0400 A voor een deel is opgenomen in het perceel 0514 D en voor een deel is hernummerd tot het perceel 0400 B; dat dit laatste deel de kleine driehoek aan de bovenkant van de voormalige boog van het perceel 0400 A betreft; dat het bestreden besluit betrekking heeft op het perceel 0400 B; dat in casu moet worden onderzocht of het bodemonderzoek van de b.v.b.a. BIOCONTROL ook betrekking heeft op het perceel dat nadien het perceel 0400 B is geworden; dat hiervoor het recente kadastraal plan moet worden vergeleken met het plan dat in bijlage 2 bij het oriënterend bodemonderzoek is gevoegd; dat het "kantoor" en de "onderhoudswerkplaats" daarbij als oriëntatiepunten dienen, aangezien deze gebouwen op beide plannen te zien zijn; dat blijkt dat er geen boringen hebben plaatsgevonden op het stuk grond dat zich rechtsboven de onderhoudswerkplaats situeert; dat dit betekent dat er geen boringen hebben plaatsgevonden op het perceel dat thans is genummerd als 0400 B en waarop het bestreden besluit betrekking heeft; dat het perceel dat thans het nummer 0400 B draagt, moet worden onderscheiden van het perceel dat thans het nummer 0514 D draagt; dat voornoemd perceel eveneens is aangewezen als historisch verontreinigde grond waarop bodemsanering moet plaatsvinden; dat dit is gebeurd bij besluit van de Vlaamse minister van Leefmilieu en Landbouw van 24 oktober 2001; dat de verzoekende partij voornoemd besluit niet heeft aangevochten; dat aldus duidelijk blijkt dat de verzoekende partij zelf consequent een onderscheid maakt tussen de twee percelen; dat artikel 3, §4, van het bodemsaneringsdecreet bepaalt dat een oriënterend bodemonderzoek tot doel heeft uit te maken of er ernstige aanwijzingen zijn voor de aanwezigheid van bodemverontreiniging op bepaalde gronden en dat dit een beperkt historisch onderzoek en een beperkte monsterneming inhoudt; dat, gelet op wat voorafgaat, vaststaat dat er met betrekking tot het perceel 0400 B geen oriënterend bodemonderzoek in de zin van artikel 3, §4, van het bodemsaneringsdecreet is uitgevoerd; dat het eerste middel gegrond is, VII-25.666-6/7 BESLUIT: Artikel
  15. Vernietigd wordt het besluit van de Vlaamse minister van Leefmilieu en Landbouw van 24 oktober 2001 houdende aanwijzing overeenkomstig artikel 30, §2, van het decreet van 22 februari 1995 betreffende de bodemsanering, van de grond gelegen te "Antwerpen, Nieuwelanden, kadastraal gekend (toestand op 01.01.2000): 11815 ANTWERPEN 15 AFD Sectie: A en perceelnummer: 0400 B" als historisch verontreinigde grond waar bodemsanering moet plaatsvinden. Artikel
  16. Dit arrest zal worden bekendgemaakt op dezelfde wijze als het vernietigde besluit. Artikel
  17. De kosten van het beroep, bepaald op 175 euro, komen ten laste van de verwerende partij. Aldus te Brussel uitgesproken in openbare terechtzitting, op dertien maart tweeduizend en acht, door de VIIe kamer, die was samengesteld uit : de HH. L. HELLIN, kamervoorzitter, E. BREWAEYS, staatsraad, C. ADAMS, staatsraad, Mevr. E. IMPENS, griffier. De griffier, De voorzitter, E. IMPENS. L. HELLIN. VII-25.666-7/7 PDF document ECLI:BE:RVSCE:2008:ARR.180.950 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div

🔗 Vers la source officielle

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.