← België

Arrest 180983 - Apothekers en apotheken - 13/03/2008

id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Raad van State Vonnis/arrest van 13 maart 2008 ECLI nr: ECLI:BE:RVSCE:2008:ARR.180.983 Rolnummer: A. 138567/VII-36830 Zaak: Arrest 180983 - Apothekers en apotheken - 13/03/2008 Rechtsgebied: Bestuursrecht Invoerdatum: 2008-03-21 Raadplegingen: 60 - laatst gezien 2026-06-29 07:47 Fiche Arrest nr 180.983 van 13 maart 2008 Sociale zaken en volksgezondheid - Apothekers en apotheken Beslissing : Verwerping Thesaurus CAS: RAAD VAN STATE UTU-thesaurus: PUBLIEK EN ADMINISTRATIEF RECHT - RAAD VAN STATE - Arresten (Raad van State) Tekst van de beslissing RAAD VAN STATE, AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK. nr. 180.983 van 13 maart 2008 in de zaak A. 138.567/VII-36.

  1. In zake :
  2. Anne Marie GOORMACHTIGH,
  3. Dirck CABOOR, die woonplaats kiezen te BEERNEM, Bloemendalestraat 108 tegen : de Belgische Staat, vertegenwoordigd door de minister van Volksgezondheid, die woonplaats kiest bij advocaat R. DEPLA, kantoor houdende te BRUGGE-SINT-KRUIS, Karel van Manderstraat
  4. --------------------------------------------------------------------------------------------------- D E R A A D V A N S T A T E, VIIe K A M E R, Gezien het verzoekschrift dat Anne Marie GOORMACHTIGH en Dirck CABOOR op 1 juli 2003 hebben ingediend om de vernietiging te vorderen van de beslissing van de minister van Volksgezondheid van 8 mei 2003, in de mate dat die beslissing hen de inzage en de mededeling in afschrift weigert van het vergunningsdossier van apotheek BAERT, gekend op het secretariaat van de vestigingscommissie onder het nummer 2126/DS/86; Gelet op het arrest nr. 125.226 van 7 november 2003 waarbij de vordering tot schorsing van de tenuitvoerlegging van het bestreden besluit wordt verworpen; Gezien het verzoekschrift tot voortzetting ingediend door de verzoekende partijen; Gezien de regelmatig gewisselde memories van antwoord en van wederantwoord; Gezien het verslag opgemaakt door eerste auditeur J. STEVENS; VII-36.830-1/8 Gelet op de beschikking van 18 januari 2007 die de neerlegging ter griffie van het verslag en van het dossier gelast; Gelet op de kennisgeving van het verslag aan de partijen en gezien de regelmatig gewisselde laatste memories; Gelet op de beschikking van 8 januari 2008 waarbij de terechtzit- ting bepaald wordt op 7 februari 2008; Gehoord het verslag van staatsraad E. BREWAEYS; Gehoord de opmerkingen van advocaat S. DE MEULENAER, die verschijnt voor de verzoekende partijen, en van advocaat P. EECLOO die, loco advocaat R. DEPLA verschijnt voor de verwerende partij; Gehoord het eensluidend advies van eerste auditeur J. STEVENS; Gelet op titel VI, hoofdstuk II, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari 1973; OVERWEEGT WAT VOLGT :
  5. De feiten 1.
  6. Op 10 januari 1986 dient de b.v.b.a. LIEVEN BAERT een aanvraag in voor het verkrijgen van een vergunning tot overbrenging van een apotheek gevestigd te Brugge, naar Beernem, H. d’Ydewallestraat 100-
  7. Deze aanvraag wordt door de staatssecretaris voor Volksgezond- heid op 8 maart 1988 geweigerd. Dat besluit wordt door de Raad van State vernietigd bij arrest nr. 45.561 van 30 december
  8. 1.
  9. Na de nietigverklaring van deze weigeringsbeslissing door de Raad van State bij voormeld arrest verleent de minister op 29 juli 1994 de gevraagde vergunning. Ook dat besluit wordt door de Raad van State vernietigd bij arrest nr. 104.568 van 11 maart
  10. VII-36.830-2/8 1.
  11. Ingevolge deze vernietiging wordt de aanvraag tot overbrenging van de apotheek opnieuw beoordeeld door de vestigingscommissie, die op 2 september 2002 een gunstig advies uitbrengt. Op 30 oktober 2002 besluit de minister van Volksgezondheid, het gunstig advies van de vestigingscommissie bijvallend, de gevraagde vergunning te verlenen. Huidige eerste verzoekster, Anne Marie GOORMACHTIGH, vordert de schorsing van de tenuitvoerlegging en de nietigverklaring van het voormelde vergunningsbesluit. De vordering tot schorsing van de tenuitvoerlegging wordt verworpen bij arrest nr. 120.626, van 16 juni 2003, omdat de voorwaarde van het moeilijk te herstellen ernstig nadeel niet vervuld is. Het beroep tot nietigverkla- ring wordt verworpen bij arrest nr. 180.948 van 13 maart
  12. 1.
  13. Op 9 juli 2002, dus vooraleer de vergunning op 30 oktober 2002 opnieuw wordt verleend, stellen de huidige verzoekende partijen de minister van Volksgezondheid in gebreke voor de schade ontstaan uit het niet sluiten van de apotheek waarvan de vergunning vernietigd werd. Tevens vragen zij dat de minister hen op de hoogte houdt van de verdere evoluties in dit dossier. Met een brief van 6 september 2002 wordt de brief van 9 juli 2002 in herinnering gebracht. 1.
  14. Op 24 september 2002 antwoordt de minister van Volksgezond- heid onder meer dat stappen worden ondernomen om tot de effectieve sluiting van de apotheek over te gaan, maar dat de verzoekende partijen geen gegevens verstrekken nopens de omvang van de schade die zij zouden ondergaan. 1.
  15. Met een brief van 8 november 2002 vragen de verzoekende partijen aan de minister van Volksgezondheid, onder verwijzing naar de wetgeving betreffende de openbaarheid van bestuur, dat de minister hen een kopie van het volledige dossier zou toesturen, gelet op hun hoedanigheid van belanghebbende partij. 1.
  16. Op 24 december 2002 stuurt de minister van Volksgezondheid hen in antwoord hierop een afschrift toe van de intussen op 30 oktober 2002 verleende vergunning, evenals van het daarbijhorend advies. Om reden dat bepaalde gegevens ervan confidentieel zijn en de vergunning de openbare orde betreft, weigert de minister echter inzage in of afschrift van het hele vergunningsdossier te verlenen, gelet op de artikelen 6, § 1, 4/, en 7/, en 6, § 2, 1/, en 2/, van de wet van VII-36.830-3/8 11 april 1994 betreffende de openbaarheid van bestuur. Hij is voorts van mening dat de adviezen van de instanties (van de vestigingscommissie en desgevallend van de Commissie van beroep) adviezen zijn van consultatieve commissies, dus niet van administratieve overheden. 1.
  17. Met een brief van 6 februari 2003 betwisten de verzoekende partijen de argumentatie van de minister van Volksgezondheid om hen inzage in en afschrift van het hele vergunningsdossier te weigeren. Tevens vragen zij hun verzoek van 8 november 2002 om inzage en afschrift van het in rand vermelde vergunningsdossier opnieuw in overweging te nemen. Eveneens op 6 februari 2003 vragen de verzoekende partijen, overeenkomstig artikel 8, § 2, van de wet van 11 april 1994 betreffende de openbaarheid van bestuur, de Commissie voor de toegang tot bestuursdocumenten een advies te verlenen in de desbetreffende aangelegenheid. 1.
  18. Op 24 februari 2003 brengt de Commissie voor de toegang tot bestuursdocumenten het volgend advies uit, dat met een brief van 11 maart 2003 aan de verzoekende partijen wordt medegedeeld : "De Commissie stelt vast dat de motivering voor de aangevoerde uitzonde- ringsgronden door het Ministerie van Volksgezondheid niet afdoende is en onvoldoende in concreto heeft plaatsgevonden. Het feit dat in het dossier documenten aanwezig zijn waarvan de openbaar- making een inbreuk vormt op (het) uit de aard van de zaak vertrouwelijk karakter van de ondernemings- en fabricagegegevens die aan de overheid zijn meegedeeld is op zich niet voldoende opdat de openbaarmaking kan geweigerd worden. Dit moet in concreto aangetoond worden. Bovendien moet de administratie aantonen dat deze inbreuk zwaarder doorweegt dan het algemeen belang dat gediend is met de openbaarmaking. (...)". 1.
  19. Met een schrijven, gedateerd op 28 april 2003, bezorgen de verzoekende partijen het advies van de Commissie voor de toegang tot bestuursdo- cumenten aan de minister van Volksgezondheid en verzoeken zij opnieuw om toezending van een afschrift van het dossier van apotheek BAERT, nr. 2126/DS/
  20. 1.
  21. Op 8 mei 2003 neemt de minister van Volksgezondheid de thans bestreden weigeringsbeslissing. VII-36.830-4/8
  22. De ontvankelijkheid 2.
  23. De verwerende partij wijst er op dat eerste verzoekster kennis heeft genomen van de stukken op de griffie van de Raad van State en dat de verzoekende partijen geen belang hebben bij huidige procedure indien er reeds een annulatieberoep is in de andere procedure. 2.
  24. In het arrest van de Raad van State nr. 125.226 van 7 november 2003 is ten aanzien van het aangevoerde moeilijk te herstellen ernstig nadeel overwogen : "3.2.
  25. Overwegende dat volgens het betoog van de verzoekende partijen het moeilijk te herstellen ernstig nadeel dat zij vrezen te ondergaan bestaat in de weerslag van de bestreden weigering op hun vorderingen tot schorsing van de tenuitvoerlegging en tot nietigverklaring van het vergunningsbesluit van de minister van Volksgezondheid van 30 oktober 2002, waarbij aan de NV Apotheek BAERT opnieuw de vergunning wordt verleend voor het overbrengen van een apotheek van Brugge naar Beernem, hiervoor vermeld; 3.2.
  26. Overwegende dat de verzoekende partijen terecht aanvoeren dat een van de nuttige effecten van artikel 32 van de Grondwet en van de wet van 11 april 1994 betreffende de openbaarheid van bestuur is dat personen die overwegen een rechtsvordering in te stellen, kennis kunnen nemen van hun dossier vooraleer de rechter te adiëren en dat zij aldus de vordering slechts instellen met kennis van zaken, welk effect niet zou kunnen worden bereikt indien de burgers enkel kennis zouden krijgen van het dossier door het in te zien ter griffie eens de procedure is ingeleid; 3.2.
  27. Overwegende dat vooreerst moet worden vastgesteld dat de tweede verzoeker geen vordering tot schorsing van de tenuitvoerlegging of tot nietigverklaring van het eerder genoemde ministerieel besluit van 30 oktober 2002 heeft ingesteld of nog kan instellen, ofschoon hem, zoals ook aan de eerste verzoekende partij, op 24 december 2002 werd medegedeeld dat dit besluit genomen was en dat hij ertegen een beroep bij de Raad van State kon instellen binnen zestig dagen; dat het aangevoerde moeilijk te herstellen ernstig nadeel wat hem betreft hoe dan ook niet is aangetoond; 3.2.
  28. Overwegende dat wat de eerste verzoekster betreft, moet worden nagegaan of de gevraagde schorsing nog wel het beoogde effect kan hebben; dat, zoals vermeld, de vordering tot schorsing van de tenuitvoerlegging van het ministerieel besluit van 30 oktober 2002 reeds ingesteld werd en verworpen is; dat de eerste verzoekende partij een verzoek tot voortzetting van de procedure tot vernietiging heeft gedaan; dat de vraag dan ook rijst of in die omstandighe- den de eerste verzoekende partij meer voordeel zal kunnen halen uit een inzage van het volledige vergunningsdossier op grond van de openbaarheid van bestuur dan door de inzage die zij verkrijgt van het administratief dossier in het kader van de procedure voor de Raad van State of, juister gezegd, zij een moeilijk te herstellen ernstig nadeel dreigt te ondergaan doordat zij niet over, per hypothese, meer volledige of snelle informatie zal kunnen beschikken via het recht op inzage op grond van de openbaarheid van bestuur; 3.2.
  29. Overwegende dat in theorie niet uitgesloten kan worden dat de gegevens welke de verwerende partij, als naar haar oordeel relevant, overlegt in het kader van het proces dat de eerste verzoekster voor de Raad van State heeft aangespannen, niet precies die zijn welke die verzoekster op grond van VII-36.830-5/8 een inzage van het dossier bij het bestuur zelf relevant zou vinden; dat, theoretisch, zij er dus andere en nieuwe middelen aan zou kunnen ontlenen welke zij dan nog kan aanvoeren in latere procedurestukken; dat echter voor ogen moet worden gehouden dat, wanneer een rechtscollege is geadieerd, het aan de rechter toekomt te oordelen of de voor hem gevoerde procedure regelmatig is zodat hij, in voorkomend geval, de nodige onderzoeksmaatregelen zal bevelen om tegemoet te komen aan de onregelmatigheden die hij vaststelt; dat bij de Raad van State de aangewezen raadsheer en het aangewezen lid van het auditoraat op grond van artikel 16 van het besluit van de Regent van 23 augustus 1948 tot regeling van de rechtspleging voor de afdeling administra- tie van de Raad van State bevoegd zijn om rechtstreeks briefwisseling te voeren met alle overheden en hun alle dienstige inlichtingen te vragen; dat deze magistraten ertoe gerechtigd zijn zich alle bescheiden te laten overleggen door de administratieve overheden en zij van de partijen, hun advocaten en de commissaris der regering alle aanvullende ophelderingen kunnen vorderen; dat derhalve de rechten van verdediging van de eerste verzoekende partij gewaarborgd zijn, op zijn minst in die mate dat het aangevoerde nadeel geen moeilijk te herstellen karakter heeft;
  30. Overwegende dat uit hetgeen voorafgaat volgt dat aan de voorwaarde van een moeilijk te herstellen ernstig nadeel niet is voldaan; dat die vaststelling volstaat om de vordering tot schorsing af te wijzen zonder dat de opgeworpen ontvankelijkheidsexcepties onderzocht hoeven te worden". 2.
  31. Het belang bij het annulatieberoep dat de verzoekende partijen omschrijven in hun verzoekschrift tot nietigverklaring komt grotendeels overeen met de omschrijving van het moeilijk te herstellen ernstig nadeel in hun vordering tot schorsing van de tenuitvoerlegging (cf. overweging 3.2.
  32. van voormeld arrest). De overwegingen van voornoemd arrest gelden bijgevolg ook voor wat betreft het belang van de verzoekende partijen. In de zaak A. 133.623/VII-36.960 (beroep ingediend door eerste verzoekster) wordt het beroep verworpen bij arrest nr. 180.948 van 13 maart
  33. Uit het dossier blijkt dat door het auditoraat aanvullende stukken zijn opgevraagd bij de verwerende partij. Het auditoraat en de Raad beschikten derhalve over alle relevante stukken om een oordeel te vellen over het door eerste verzoekster ingediende beroep : eerste verzoekster heeft ook de mogelijkheid gehad om van al die relevante stukken kennis te nemen om derhalve met kennis van zaken haar rechten inhoud en vorm te geven bij het aanvoeren en toelichten van de middelen in het raam van haar annulatieberoep. Hetgeen in het voormeld arrest nr. 125.226 gesteld is onder overweging 3.2.
  34. heeft zich te dezen verwezenlijkt : door het auditoraat werden aanvullende stukken opgevorderd bij de verwerende partij, dewelke bij het dossier zijn gevoegd in een "kaft briefwisseling auditoraat", zodat "de rechten van verdediging van eerste verzoekende partij gewaarborgd zijn". VII-36.830-6/8 De verzoekende partijen maken niet duidelijk welk voordeel de gevraagde nietigverklaring hen nog bijkomend zou kunnen opleveren nu alle relevante stukken deel uitmaakten van het administratief dossier in de zaak A. 133.623/VII-36.960 en eerste verzoekster er kennis heeft van kunnen nemen en eventueel nieuwe middelen heeft kunnen aanvoeren of eerder aangevoerde middelen heeft kunnen toelichten of verder onderbouwen. De door de verwerende partij opgeworpen exceptie van gebrek aan belang bij het beroep is derhalve gegrond. 2.
  35. Tweede verzoeker verklaart dat hij in deze optreedt als mede- eigenaar van de officina en dat hij in deze hoedanigheid de zakelijke, administratie- ve en financiële leiding heeft over de apotheek. Zijn belang verschilt dus niet van dit van eerste verzoekster. 2.
  36. Gelet op de omstandigheden van de zaak, kunnen de kosten echter ten laste worden gelegd van de verwerende partij die niet van in den beginne alle gevraagde nuttige stukken aan de verzoekende partijen heeft overgemaakt, waardoor deze een geding bij de Raad van State aanhangig moesten maken, OM DIE REDENEN BESLIST DE RAAD VAN STATE : Artikel
  37. Het beroep wordt verworpen. Artikel
  38. De kosten van de vordering tot schorsing, bepaald op 350 euro, komen ten laste van de verwerende partij. De kosten van het annulatieberoep, bepaald op 350 euro, komen ten laste van de verwerende partij. VII-36.830-7/8 Aldus te Brussel uitgesproken in openbare terechtzitting, op dertien maart tweeduizend en acht, door de VIIe kamer, die was samengesteld uit : de HH. L. HELLIN, kamervoorzitter, E. BREWAEYS, staatsraad, P. LEFRANC, staatsraad, Mevr. E. IMPENS, griffier. De griffier, De voorzitter, E. IMPENS. L. HELLIN. VII-36.830-8/8 PDF document ECLI:BE:RVSCE:2008:ARR.180.983 Gerelateerde publicatie(s) voorafgegaan door: ECLI:BE:RVSCE:2003:ARR.125.226 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div

🔗 Vers la source officielle

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.