← België

Arrest 181091 - Federaal openbaar ambt - Aanwerving en loopbaan - 17/03/2008

id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Raad van State Vonnis/arrest van 17 maart 2008 ECLI nr: ECLI:BE:RVSCE:2008:ARR.181.091 Rolnummer: A. 186098/IX-5800 Zaak: Arrest 181091 - Federaal openbaar ambt - Aanwerving en loopbaan - 17/03/2008 Rechtsgebied: Bestuursrecht Invoerdatum: 2008-04-03 Raadplegingen: 61 - laatst gezien 2026-06-29 07:48 Fiche Arrest nr 181.091 van 17 maart 2008 Openbaar ambt - Federaal openbaar ambt - Aanwerving en loopbaan Beslissing : Verwerping Thesaurus CAS: RAAD VAN STATE UTU-thesaurus: PUBLIEK EN ADMINISTRATIEF RECHT - RAAD VAN STATE - Arresten (Raad van State) Tekst van de beslissing RAAD VAN STATE, AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK. nr. 181.091 van 17 maart 2008 in de zaak A. 186.098/IX-

  1. In zake : Guido ULENS, die woonplaats kiest bij advocaat E. DE RIDDER, kantoor houdende te MECHELEN, Leopoldstraat 64 tegen : de Belgische Staat, vertegenwoordigd door de minister van Binnenlandse Zaken, die woonplaats kiest bij de Federale Politie DGS/DSJ, gevestigd te BRUSSEL, Fritz Toussaintstraat
  2. --------------------------------------------------------------------------------------------------- DE Wnd. VOORZITTER VAN DE IXe KAMER, Gezien het verzoekschrift dat Guido ULENS op 30 november 2007 heeft ingediend om de schorsing te vorderen van de tenuitvoerlegging van de hem bij brief van 28 september 2007 ter kennis gebrachte beslissing van de selectiecommissie voor de overgang naar het basiskader van de politie, dat hij niet beantwoordt aan het vooropgestelde selectieprofiel van aspirant-inspecteur; Gezien de nota van de verwerende partij; Gezien het verslag opgemaakt door auditeur H. COLIN; Gelet op de kennisgeving van het verslag aan partijen; Gelet op de beschikking van 30 januari 2008 waarbij de terechtzitting bepaald wordt op 18 februari 2008; Gehoord het verslag van staatsraad A. VANDENDRIESSCHE; IX-5800-1/9 Gehoord de opmerkingen van advocaat I. ARNOUTS die, loco advocaat E. DE RIDDER verschijnt voor de verzoekende partij, en van adviseur R. GOOSENS, die verschijnt voor de verwerende partij; Gehoord het eensluidend advies van auditeur H. COLIN; Gelet op de artikelen 17 en 18 en titel VI, hoofdstuk II, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari 1973, OVERWEEGT WAT VOLGT : De feiten 1.
  3. Verzoeker is agent van politie in de politiezone Mechelen. 1.
  4. Met een brief van 14 december 2007 nodigt de directie van de rekrutering en van de selectie van de federale politie (hierna: DSR), in het raam van het vergelijkend examen voor de bevordering door overgang naar het basiskader, sessie 2007, verzoeker uit voor de persoonlijkheidsproef die zal plaats vinden op 22 augustus
  5. 1.2.
  6. Luidens het “selectiereglement intern vergelijkend examen door overgang naar het basiskader” worden de tijdens de persoonlijkheidsproef geëvalueerde criteria gewaardeerd op een 9-puntenschaal en mag, om te kunnen deelnemen aan het verder verloop van de proeven, de kandidaat maximaal drie scores van minder dan 4 hebben behaald op het persoonlijkheidsonderzoek; score 4 heeft als invulling: “de competentie kan bij de kandidaat ontwikkeld worden, maar wordt een aandachtspunt voor de kandidaat”. 1.2.
  7. Uit de door de verwerende partij overgelegde stukken aangaande de door verzoeker afgelegde persoonlijkheidsproef blijkt het volgende: Verzoeker nam deel aan een collectieve assessmentproef YAZOO, en kreeg volgende beoordelingen: voor het criterium “managen van informatie” een globale beoordeling 2, voor het criterium “managen van taken” een globale beoordeling 3, voor het criterium “managen van interpersoonlijke relaties” een globale beoordeling 2, voor het criterium “klantgericht optreden” een globale IX-5800-2/9 beoordeling 2 en voor het criterium “coping” (omgaan met stress, zichzelf controleren, omgaan met kritiek) een globale beoordeling
  8. Verzoeker nam deel aan een individuele assessmentproef en kreeg volgende beoordelingen: criterium “managen van informatie” een globale beoordeling 2, voor het criterium “managen van interpersoonlijke relaties” een globale beoordeling 3 en voor het criterium “coping” een globale beoordeling
  9. Verzoeker nam deel aan een gedragsgericht interview en kreeg volgende beoordelingen: voor het criterium “coping” een beoordeling 2, en voor het criterium “betrokkenheid-motivatie” een beoordeling
  10. 1.
  11. Met een brief van 17 september 2007 wordt verzoeker uitgenodigd voor het gesprek met de selectiecommissie dat plaats vindt op 24 september
  12. Uit het verslag van het gesprek met verzoeker blijkt: dat verzoeker een eindscore 2 behaalde, voor het criterium “klantgericht optreden” een score 2, voor het criterium “coping” een score 1, voor het criterium “betrokkenheid-motivatie” een score 2 en voor het criterium “normbesef-integriteit” een score
  13. 1.
  14. Met een 28 september 2007 gedateerde brief deelt de directeur DSR aan verzoeker mee dat zijn kandidaatstelling niet langer in aanmerking kan genomen worden. Er wordt hem medegedeeld: “(...) Naar aanleiding van het gesprek met de selectiecommissie werd immers vastgesteld dat u momenteel niet beantwoordt aan het vooropgestelde selectieprofiel van aspirant-inspecteur. Voornoemde beslissing is genomen op basis van de evaluaties die als bijlage bij deze brief zijn gevoegd, gebaseerd op de persoonlijkheidscriteria zoals bepaald in bijlage 4 van het ministerieel besluit van 28 december 2001 met betrekking tot de uitvoering van diverse bepalingen van het koninklijk besluit van 30 maart 2001 aangaande de rechtspositie van het personeel van de verschillende politiediensten.” De bijlage bij de brief luidt als volgt: “Rapport vergelijkend examen agent van politie naar basiskader
  15. ULENS Guido 490105 021 89 Beroepsproef : 51,26 IX-5800-3/9 Evaluatie van de korpschef : Gpi 11 bis 9 Goed 9 Onvoldoende Potentieel 9 Goed 9 Onvoldoende Uitgesteld 9 Competenties Scores
  16. Contactvaardigheid 3
  17. Servicegerichtheid 2
  18. Betrokkenheid 2
  19. Verantwoordelijkheidsgevoel 5
  20. Kwaliteitsbesef 5
  21. Flexibiliteit 2
  22. Stressbestendigheid 1
  23. Zelfstandig functioneren 3
  24. Pro-actieve houding 3
  25. Zin voor samenwerking 2
  26. Inlevingsvermogen 2
  27. Sociale intelligentie 3
  28. Creativiteit 5
  29. Improvisatievermogen 5
  30. Probleemoplossend werken 2
  31. Integriteit - normbesef 2
  32. Afwezigheid van extremisme niks te melden
  33. Afwezigheid van psychopathologie niks te melden 2 Commentaar : Beslissing 9 Geschikt 25-09-2007 : Ongeschikt Vrijstelling PP: 9 Niet vrijgesteld van persoonlijkheidsonderzoek 9 Vrijgesteld van persoonlijkheidsonderzoek” Deze beslissing vormt het voorwerp van de onderhavige vordering. 1.
  34. Op 4 oktober 2007 vraagt verzoeker dat hem de gedetailleerde resultaten van de persoonlijkheidsproeven, van de medische en sportproeven en van IX-5800-4/9 zijn gesprek met de selectiecommissie zouden worden meegedeeld, evenals de lijst der examinatoren die deel uitmaakten van de “super”-commissie en de procedurere- gels terzake. In antwoord op dat verzoek, deelt de verwerende partij verzoeker de motieven mee die zijn scores voor de collectieve respectievelijk de individuele assessmentproef voor het gedragsgericht interview en voor het gesprek met de selectiecommissie onderbouwen. De beslissing van de selectiecommissie om hem “ongeschikt” te verklaren wordt eveneens verduidelijkt. De ontvankelijkheid
  35. De verwerende partij betwist de ontvankelijkheid van de vordering. Zij stelt dat een schorsing en een vernietiging verzoeker geen voordeel kunnen opleveren, aangezien daaruit niet volgt dat hij aspirant-inspecteur wordt en aangezien de nieuwe beslissing, die de verwerende partij dan zal moeten treffen, niet gunstig voor verzoeker kan zijn omdat hij niet geslaagd is in het persoonlijkheidson- derzoek en het gesprek met de selectiecommissie.
  36. De Raad van State onderzoekt in de huidige stand van de rechtspleging de exceptie niet. Immers, zoals hierna zal blijken, is er reden om de vordering te verwerpen omdat één van de grondvoorwaarden voor het bevelen van de schorsing niet vervuld is. De voorwaarden voor de schorsing
  37. Overeenkomstig artikel 17, § 2, van de gecoördineerde wetten op de Raad van State kan slechts tot de schorsing van de tenuitvoerlegging worden besloten onder de dubbele voorwaarde dat ernstige middelen worden aangevoerd die de vernietiging van de aangevochten beslissing kunnen verantwoorden en dat de onmiddellijke tenuitvoerlegging van de beslissing een moeilijk te herstellen ernstig nadeel kan berokkenen.
  38. Wat de eerste voorwaarde betreft, voert verzoeker in het eerste middel de schending aan van “de beginselen van behoorlijk bestuur in het algemeen en in het bijzonder van de artikelen 2 en 3 van de wet van 29 juli 1991 betreffende de uitdrukkelijke motivering van de bestuurshandelingen”. Volgens hem ligt het IX-5800-5/9 bestreden besluit binnen het toepassingsgebied van de wet van 29 juli 1991, zodat er op afdoende wijze -dit wil zeggen pertinent en duidelijk- in moet uiteengezet worden welke feitelijke en juridische overwegingen eraan ten grondslag liggen. Welnu, uit het bestreden besluit kan niet opgemaakt worden “om welke afdoende reden verzoeker ongeschikt blijft als kandidaat voor het operationeel kader (van de politie)”.
  39. Verzoeker zet niet uiteen welk beginsel van behoorlijk bestuur hij door de verwerende partij geschonden acht. Het middel is aldus beperkt tot de miskenning van de wet van 29 juli
  40. De formele motivering strekt ertoe de adressaat van een administratieve beslissing een inzicht te geven in de motieven die het bestuur tot het nemen van die bepaalde beslissing gebracht hebben, teneinde te kunnen uitmaken of het zin heeft zich tegen die beslissing te verzetten met de middelen die het recht hem verschaft. Wordt die doelstelling bereikt, bijvoorbeeld wanneer de betrokkene op ondubbelzinnige wijze via een ander kanaal kennis gekregen heeft van de motieven, dan kan de schending van de wet van 29 juli 1991 niet tot de nietigverkla- ring van de bestreden beslissing.
  41. Te dezen heeft de verwerende partij aan verzoeker het “rapport vergelijkend examen” toegezonden. Dat leerde hem dat hij ongeschikt was bevonden omdat hij niet de scores behaalde die in het ministerieel besluit van 28 december 2001 tot uitvoering van sommige bepalingen van het koninklijk besluit van 30 maart 2001 tot regeling van de rechtspositie van het personeel van de politiediensten (hierna: het UBPol) worden vooropgesteld om te slagen. Verzoeker heeft vervolgens aan de verwerende partij om uitleg gevraagd en dan zijn hem de gedetailleerde resultaten van zijn persoonlijkheidsonderzoek en van zijn gesprek met de selectiecommissie medegedeeld, evenals de motieven die deze scores moeten verantwoorden. Verzoeker had aldus, alvorens de onderhavige vordering in te stellen, kennis van alle gegevens die het bestuur in aanmerking genomen heeft om hem ongeschikt te verklaren. Hij heeft geen belang bij het aanvoeren van het middel. IX-5800-6/9
  42. In het tweede middel voert verzoeker de schending aan van artikel IV.I.16 van het koninklijk besluit van 30 maart 2001 tot regeling van de rechtspositie van het personeel van de politiediensten (hierna: het RPPol) en artikel IV. 6, 1/, 2/ en 3/, UBPol. Hij betoogt dat, krachtens artikel IV.I.16 RPPol, de selectieproeven waaraan hij deelgenomen heeft ingericht worden volgens het cascade-systeem, volgens hetwelk onmogelijk aan een volgende proef deelgenomen kan worden wanneer geen minimumscore behaald is op de vorige proef. In zijn geval bestonden -blijkens het selectiereglement- de selectieproeven uit vijf proeven die achtereenvolgens afgelegd moesten worden, te weten:
  43. een proef die toelaat de noodzakelijke cognitieve vaardigheden te beoordelen;
  44. een persoonlijkheidson- derzoek met aan het ambt aangepaste selectietechnieken;
  45. een fysiek-medische geschiktheidsproef;
  46. een selectiegesprek met een selectiecommissie;
  47. de kandidaat maakt eveneens het voorwerp uit van een onderzoek van de omgeving en van de antecedenten. Artikel IV.6 UBPol bepaalt dat, om verder te kunnen deelnemen aan de selectie, de kandidaat slechts maximaal drie scores van minder dan 4 mag behalen op het persoonlijkheidsonderzoek en dat een globale score van 4 of meer vereist is om aan de volgende proeven te kunnen deelnemen. Uit de schriftelijke uitleg die de verwerende partij hem gegeven heeft blijkt dat hij een globale score 3 behaalde op de persoonlijkheidsproef en een globale score 2 op het gesprek met de selectiecommissie, terwijl de uitslag over zijn medisch onderzoek en zijn sportproeven nog “in beraad” zijn. Welnu, wegens zijn globale score 3 op de persoonlijkheidsproef -stap 2 in de selectieprocedure- had hij niet mogen deelnemen aan de fysisch-medische geschiktheidsproef en ook niet aan het gesprek met de selectiecommissie -de stappen 3 en 4 in de procedure-. Hij werd integendeel wel uitgenodigd en is overigens ook gequoteerd. Maar dat is slechts kunnen gebeuren met miskenning van de genoemde bepalingen van het RPPol en het UBPol.
  48. De vraag rijst of verzoeker wel belang heeft bij het aanvoeren van dit middel, met name welk voordeel hij kan halen uit een vernietiging op grond van dit middel. Immers, met een vernietiging van het bestreden besluit op grond van dit middel zal vastgesteld worden dat verzoeker reeds na het afleggen van de persoonlijkheidproef van verdere deelneming geweerd had moeten worden. Die vaststelling levert verzoeker geen enkel voordeel op. Het middel is niet ontvank- elijk. IX-5800-7/9
  49. In ieder geval is het middel niet ernstig. Immers, noch het RPPol, noch het UBPol verbieden het bestuur de verschillende proeven derwijze te organiseren dat de kandidaten aan de opeenvolgende proeven deelnemen zonder dat hun uitslag op de vorige proef gekend is. In dat geval gebeurt hun deelname en de vaststelling van hun uitslag voor dat onderdeel, onder de opschortende voorwaarde dat zij op de vorige proef de vooraf vastgestelde minimumdrempel behalen.
  50. In het derde middel voert verzoeker de schending aan van het redelijkheidsbeginsel, het zorgvuldigheidsbeginsel en het vertrouwensbeginsel. Hij betoogt dat hij reeds twee maal deelgenomen heeft aan het vergelijkend examen voor aspirant-inspecteur -in 2003 en 2005- en dat hij beide keren slaagde voor de persoonlijkheidsproeven. Aldus mocht hij er redelijkerwijze op vertrouwen dat hij ook nu voor deze proef zou slagen, aangezien zijn kennis en zijn persoonlijkheid ongewijzigd zijn en van een redelijk handelend bestuur verwacht mag worden dat het zijn vorige beoordeling aanhoudt.
  51. De verwerende partij betoogt dat verzoeker bij de selecties in 2003 en 2005 telkens de eindscore 2 behaalde voor de persoonlijkheidsproeven, wat betekent dat hij ook toen geacht werd niet de vereiste persoonlijkheidskenmerken te bezitten. Zij legt de bewijsstukken ter zake voor. Zodoende mist het middel feitelijke grondslag.
  52. In ieder geval kan, aangezien een examen steeds een momentop- name is, een gunstige uitslag voor een examen of voor een onderdeel ervan geen verwachtingen doen ontstaan voor latere deelnemingen. Omgekeerd kan uit de enkele omstandigheid dat een kandidaat niet geslaagd is voor een proef waarvoor hij bij vorige deelnemingen geslaagd was, niet afgeleid worden dat het bestuur onzorgvuldig gehandeld heeft of dat de beslissing buiten elke redelijkheid ligt. Het middel is niet ernstig.
  53. Verzoeker voert geen ernstige middelen aan die tot de vernietiging van de bestreden beslissing kunnen leiden. De vordering tot schorsing moet om die reden verworpen worden. OM DIE REDENEN BESLIST DE RAAD VAN STATE : IX-5800-8/9 Artikel
  54. De vordering tot schorsing wordt verworpen. Artikel
  55. De uitspraak over de bijdrage in de betaling van de kosten van de vordering tot schorsing wordt uitgesteld. Aldus te Brussel uitgesproken in openbare terechtzitting, op 17 maart 2008, door : de HH. A. VANDENDRIESSCHE, staatsraad, wnd. kamervoorzitter, W. GEURTS, griffier. De griffier, De voorzitter, W. GEURTS. A. VANDENDRIESSCHE. IX-5800-9/9 PDF document ECLI:BE:RVSCE:2008:ARR.181.091 Gerelateerde publicatie(s) gevolgd door: ECLI:BE:RVSCE:2008:ARR.185.961 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div

🔗 Vers la source officielle

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.