← België

Arrest 181143 - Varia (justitie) - 17/03/2008

id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Raad van State Vonnis/arrest van 17 maart 2008 ECLI nr: ECLI:BE:RVSCE:2008:ARR.181.143 Rolnummer: A. 181548/IX-5596 Zaak: Arrest 181143 - Varia (justitie) - 17/03/2008 Rechtsgebied: Bestuursrecht Invoerdatum: 2008-04-02 Raadplegingen: 58 - laatst gezien 2026-06-29 07:48 Fiche Arrest nr 181.143 van 17 maart 2008 Justitie - Varia (justitie) Beslissing : Verwerping Thesaurus CAS: RAAD VAN STATE UTU-thesaurus: PUBLIEK EN ADMINISTRATIEF RECHT - RAAD VAN STATE - Arresten (Raad van State) Tekst van de beslissing RAAD VAN STATE, AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK. nr. 181.143 van 17 maart 2008 in de zaak A. 181.548/IX-

  1. In zake :
  2. Hendrik GORS,
  3. Roderick GORS, wonende te IZEGEM, Emiel Neirynckstraat 36 tegen : de Belgische Staat, vertegenwoordigd door de minister van Justitie, die woonplaats kiest bij advocaat S. BUTENAERTS, kantoor houdende te BRUSSEL, Leopold II laan
  4. --------------------------------------------------------------------------------------------------- DE VOORZITTER VAN DE IXe KAMER, Gezien het verzoekschrift dat Hendrik GORS en Roderick GORS op 1 maart 2007 hebben ingediend om de nietigverklaring te vorderen van de beslissing van 5 januari 2007 van de Federale Overheidsdienst Justitie houdende weigering van verzoekers aanvraag van een vergunning voor uit- en doorvoer van wapens en aanverwant materiaal; Gelet op de kennisgeving van de memorie van antwoord aan de verzoekende partijen op 31 mei 2007; Gelet op de kennisgeving door de hoofdgriffier, op 11 september 2007, van de mededeling bedoeld in artikel 14bis, § 1, van het besluit van de Regent van 23 augustus 1948 tot regeling van de rechtspleging voor de afdeling bestuurs- rechtspraak van de Raad van State; Gelet op titel VI, hoofdstuk II, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari 1973; IX-.5596.-1/3 OVERWEEGT WAT VOLGT: Naar luid van artikel 21, tweede lid, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari 1973, stelt de Raad van State het ontbreken van het vereiste belang vast als de verzoekende partij de termijnen voor het toesturen van de memorie van wederantwoord of van de aanvullende memorie niet eerbiedigt. Bij het versturen van een kopie van de memorie van antwoord aan de verzoekende partijen heeft de hoofdgriffier te dezen melding gemaakt van het genoemde artikel 21, tweede lid, van de wetten op de Raad van State. De verzoeken- de partijen hebben geen memorie van wederantwoord aan de griffie toegestuurd. In de kennisgeving aan de verzoekende partijen, op grond van artikel 14bis, § 1, van het besluit van de Regent van 23 augustus 1948 tot regeling van de rechtspleging voor de afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State, is meegedeeld dat de kamer uitspraak zou doen onder aanvoering van het ontbreken van het vereiste belang, tenzij een van de partijen binnen een termijn van vijftien dagen zou vragen om te worden gehoord. Geen van de partijen heeft gevraagd om te worden gehoord. Te dezen dient vastgesteld te worden dat het vereiste belang om de gevorderde vernietiging te verkrijgen, ontbreekt. OM DIE REDENEN BESLIST DE VOORZITTER : Artikel
  5. Het beroep wordt verworpen. Artikel
  6. De kosten van het beroep, bepaald op 350 euro, komen ten laste van de verzoekende partijen, elk voor de helft. IX-.5596.-2/3 Aldus te Brussel uitgesproken in openbare terechtzitting, op 17 maart 2008, door : de H. P. LEMMENS, kamervoorzitter, Mevr. V. WAUTERS, griffier. De griffier, De voorzitter, V. WAUTERS. P. LEMMENS. IX-.5596.-3/3 PDF document ECLI:BE:RVSCE:2008:ARR.181.143 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div

🔗 Vers la source officielle

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.