← België

Arrest 181164 - Openbaar ambt van Gemeenschappen en Gewesten - Aanwerving en loopbaan - 17/03/2008

id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Raad van State Vonnis/arrest van 17 maart 2008 ECLI nr: ECLI:BE:RVSCE:2008:ARR.181.164 Rolnummer: A. 64043/IX-570 Zaak: Arrest 181164 - Openbaar ambt van Gemeenschappen en Gewesten - Aanwerving en loopbaan - 17/03/2008 Rechtsgebied: Bestuursrecht Invoerdatum: 2008-04-02 Raadplegingen: 58 - laatst gezien 2026-06-29 07:48 Fiche Arrest nr 181.164 van 17 maart 2008 Openbaar ambt - Openbaar ambt van Gemeenschappen en Gewesten - Aanwerving en loopbaan Beslissing : Verwerping Thesaurus CAS: RAAD VAN STATE UTU-thesaurus: PUBLIEK EN ADMINISTRATIEF RECHT - RAAD VAN STATE - Arresten (Raad van State) Tekst van de beslissing RAAD VAN STATE, AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK. nr. 181.164 van 17 maart 2008 in de zaak A. 64.043/IX-570 In zake : Georges HUAU, die woonplaats kiest bij advocaat D. LINDEMANS, kantoor houdende te BRUSSEL, Keizerslaan 3 tegen : de Vlaamse Gemeenschap, vertegenwoordigd door de Vlaamse regering, die woonplaats kiest bij advocaat P. DEVERS, kantoor houdende te GENT, kouter 71-

  1. tussenkomende partij : Luc KIEFFER, wonende te WESPELAAR, Nieuwstraat
  2. --------------------------------------------------------------------------------------------------- D E R A A D V A N S T A T E, IXe K A M E R, Gezien het verzoekschrift dat Georges HUAU op 12 juni 1995 heeft ingediend, om de nietigverklaring te vorderen van het besluit van 21 december 1994 van de directeur-generaal van de administratie Ruimtelijke Ordening, Huisvesting en Monumenten en Landschappen, waarbij Luc KIEFFER aangewezen wordt tot afdelingshoofd van de afdeling Ruimtelijke Ordening, Huisvesting en Monumenten en Landschappen - Vlaams Brabant; Gelet op het arrest nr. 173.303 van 9 juli 2007 waarbij de debatten worden heropend en het door de auditeur-generaal aangewezen lid van het auditoraat ermee belast wordt het onderzoek voort te zeten en een aanvullend verslag op te maken; Gezien het aanvullend verslag opgemaakt door eerste auditeur- afdelingshoofd W. VAN NOTEN; IX-570-1/5 Gelet op de kennisgeving van het aanvullend verslag aan partijen en gezien de laatste memorie door de verwerende partij; Gelet op de beschikking van 29 januari 2008 waarbij de terechtzitting bepaald wordt op 10 maart 2008; Gehoord het verslag van kamervoorzitter P. LEMMENS; Gehoord de opmerkingen van advocaat A. WIRTGEN, die loco advocaat D. LINDEMANS verschijnt voor de verzoeker, en van advocaat P. DEVERS, die verschijnt voor de verwerende partij; Gehoord het eensluidend advies van eerste auditeur-afdelings- hoofd W. VAN NOTEN; Gelet op titel VI, hoofdstuk II, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari 1973, OVERWEEGT WAT VOLGT : Over de gegevens van de zaak 1.
  3. De verzoeker was sedert 1 september 1991 hoofdinspecteur- directeur bij het departement Leefmilieu en Infrastructuur, Administratie Milieu, Natuur en Landinrichting, buitendienst Leuven. Bij besluit van de Vlaamse regering van 19 oktober 1994 werd hij met ingang van 1 juni 1994 ambtshalve bij wijze van graadverandering benoemd tot directeur. 1.
  4. Ondertussen was de verzoeker bij brief van 24 maart 1994 uitgenodigd om zich ter beschikking te stellen voor de functie van afdelingshoofd of staflid. De brief vermeldde dat om de voordracht van de kandidaten “op een professionele manier te ondersteunen een assessment center zal georganiseerd worden”. IX-570-2/5 De verzoeker nam aan het “assessment” deel. Hij verklaart dat hem op 25 april 1994 medegedeeld werd dat hij geslaagd was en dus opgenomen werd in de groep van potentiële afdelingshoofden die in aanmerking kwamen voor de verdere procedure. Met een brief van 16 december 1994 deelde de Vlaamse minister van Onderwijs en Ambtenarenzaken aan de verzoeker mede dat “de nieuwe organisatiestructuur van het ministerie (organogram) die op 20 juli 1994 reeds principieel was goedgekeurd, nu definitief is vastgesteld” en dat, “met het oog op de operationalisering van de nieuwe organisatie, de voorwaarden werden vastgelegd voor de aanwijzing van de afdelingshoofden en van de stafleden”. In de brief werd verder gesteld “dat, in tegenstelling tot hetgeen kan worden afgeleid uit het schrijven van 24 maart 1994 over de procedure voor de aanwijzingen, het assessment center als zodanig niet is verankerd in het Vlaamse personeelsstatuut en dat het doorlopen ervan momenteel geen voorwaarde is voor de functie van afdelingshoofd of staflid”. Op 21 december 1994 beslist de directeur-generaal van de admi- nistratie Ruimtelijke Ordening, Huisvesting en Monumenten en Landschappen, na overleg met de secretaris-generaal van het departement Leefmilieu en Infrastructuur, Luc KIEFFER aan te wijzen tot afdelingshoofd van de afdeling Ruimtelijke Ordening, Huisvesting en Monumenten en Landschappen - Vlaams Brabant. Deze aanwijzing wordt bij besluit van 23 december 1994 door de Vlaamse minister van Leefmilieu en Huisvesting, de Vlaamse minister van Openbare Werken, Ruimtelijke Ordening en Binnenlandse Aangelegenheden en de Vlaamse minister van Verkeer, Buitenlandse Handel en Staatshervorming bekrachtigd. De aanwijzing wordt op 16 januari 1995 met een dienstorder aan de personeelsleden van het departement Leefmilieu en Infrastructuur ter kennis gebracht. Nadien volgt nog een bekendmaking, bij vermelding, van de besluiten van de directeur-generaal en van de ministers in het Belgisch Staatsblad van 13 april
  5. 1.
  6. Bij besluit van de administrateur-generaal van de IVA Ruimtelijke Ordening, Onroerend Erfgoed Vlaanderen van 20 augustus 2007 verkrijgt Luc IX-570-3/5 KIEFFER met ingang van 1 november 2007 eervol ontslag uit zijn ambt van afdelingshoofd en wordt hij gemachtigd om zijn aanspraak op rustpensioen te doen gelden. Over de ontvankelijkheid van het beroep
  7. In haar laatste memorie werpt de verwerende partij een exceptie van onontvankelijkheid van het beroep op, afgeleid uit het ontbreken van het rechtens vereiste belang in hoofde van de verzoeker. Zij voert aan dat de verzoeker door de oppensioenstelling van de tussenkomende partij zijn belang verloren heeft. 3.
  8. Artikel 19 van de gecoördineerde wetten op de Raad van State bepaalt dat de beroepen tot nietigverklaring voor de afdeling bestuursrechtspraak kunnen worden gebracht door elke partij die doet blijken van een benadeling of een belang. Het belang moet bestaan, niet alleen op het ogenblik van het instellen van het beroep, maar ook bij de uitspraak daarover. 3.
  9. De voornaamste betrachting van iemand die, zoals de verzoeker, voor de Raad van State de rechtshandeling aanvecht waardoor hij niet wordt aangesteld in een betrekking waarvoor hij zich kandidaat heeft gesteld maar waarin integendeel iemand anders wordt aangesteld, is door de nietigverklaring ervan te verkrijgen dat die betrekking opnieuw open wordt verklaard en dat hij aldus de kans krijgt om zelf, in de plaats van degene wiens benoeming nietig is verklaard, in die betrekking te worden aangesteld en om ze daadwerkelijk waar te nemen. Te dezen vordert de verzoeker de nietigverklaring van een besluit waarbij de tussenkomende partij aangewezen wordt tot afdelingshoofd van de afdeling Ruimtelijke Ordening, Huisvesting en Monumenten en Landschappen - Vlaams Brabant. Door de oppensioenstelling van de tussenkomende partij is de door de verzoeker geambieerde betrekking opnieuw vacant geworden. Een nietigverkla- ring van de bestreden beslissing is dan ook niet langer noodzakelijk opdat de verzoeker zich voor die betrekking kandidaat zou kunnen stellen. Daaruit volgt dat het materieel belang, dat de verzoeker onmiskenbaar had bij het instellen van het beroep tegen het bestreden benoemings- besluit, in de loop van het geding is teloorgegaan. IX-570-4/5 3.
  10. De verzoeker roept voor het overige geen omstandigheden in die ervan doen blijken dat hij op andere gronden een belang, in het bijzonder een moreel belang, heeft behouden. De exceptie is gegrond.
  11. Nu het teloorgaan van het belang niet aan het toedoen van de verzoeker te wijten is, past het de verwerende partij te verwijzen in de kosten. OM DIE REDENEN BESLIST DE RAAD VAN STATE : Artikel
  12. Het beroep wordt verworpen. Artikel
  13. De kosten van het beroep tot nietigverklaring, bepaald op 99,16 euro, komen ten laste van de verwerende partij. De kosten van de tussenkomst, bepaald op 74,37 euro, komen ten laste van de tussenkomende partij. Aldus te Brussel uitgesproken in openbare terechtzitting, op 17 maart 2008, door de IXe kamer, die was samengesteld uit : de HH. P. LEMMENS, kamervoorzitter, A. VANDENDRIESSCHE, staatsraad, D. MOONS, staatsraad, Mevr. V. WAUTERS, griffier. De griffier, De voorzitter, V. WAUTERS. P. LEMMENS. IX-570-5/5 PDF document ECLI:BE:RVSCE:2008:ARR.181.164 Gerelateerde publicatie(s) voorafgegaan door: ECLI:BE:RVSCE:2007:ARR.173.303 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div

🔗 Vers la source officielle

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.