id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Raad van State Vonnis/arrest van 17 maart 2008 ECLI nr: ECLI:BE:RVSCE:2008:ARR.181.167 Rolnummer: A. 64049/IX-530 Zaak: Arrest 181167 - Openbaar ambt van Gemeenschappen en Gewesten - Aanwerving en loopbaan - 17/03/2008 Rechtsgebied: Bestuursrecht Invoerdatum: 2008-04-04 Raadplegingen: 60 - laatst gezien 2026-06-29 07:48 Fiche Arrest nr 181.167 van 17 maart 2008 Openbaar ambt - Openbaar ambt van Gemeenschappen en Gewesten - Aanwerving en loopbaan Beslissing : Verwerping Thesaurus CAS: RAAD VAN STATE UTU-thesaurus: PUBLIEK EN ADMINISTRATIEF RECHT - RAAD VAN STATE - Arresten (Raad van State) Tekst van de beslissing RAAD VAN STATE, AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK. nr. 181.167 van 17 maart 2008 in de zaak A. 64.049/IX-530 In zake : Relinda PENNEMANS, die woonplaats kiest bij advocaat D. LINDEMANS, kantoor houdende te BRUSSEL, Keizerslaan 3 tegen : de Vlaamse Gemeenschap, vertegenwoordigd door de Vlaamse regering, die woonplaats kiest bij advocaat P. DEVERS kantoor houdende te GENT, Kouter 71-
- --------------------------------------------------------------------------------------------------- D E R A A D V A N S T A T E, IXe K A M E R, Gezien het verzoekschrift dat Relinda PENNEMANS op 12 juni 1995 heeft ingediend, om de nietigverklaring te vorderen van het besluit van 21 december 1994 van de directeur-generaal van de Algemene Administratieve Diensten van het departement Leefmilieu en Infrastructuur, waarbij Jacques GODTS aangewezen wordt tot afdelingshoofd van de afdeling Logistiek; Gelet op het arrest nr. 173.307 van 9 juli 2007 waarbij de debatten worden heropend en het door de auditeur-generaal aangewezen lid van het auditoraat ermee belast wordt het onderzoek voort te zeten en een aanvullend verslag op te maken; Gezien het aanvullend verslag opgemaakt door eerste auditeur- afdelingshoofd W. VAN NOTEN; Gelet op de kennisgeving van het aanvullend verslag aan partijen en gezien de laatste memorie door de verwerende partij; Gelet op de beschikking van 29 januari 2008 waarbij de terechtzitting bepaald wordt op 10 maart 2008; IX-530-1/6 Gehoord het verslag van kamervoorzitter P. LEMMENS; Gehoord de opmerkingen van advocaat A. WIRTGEN, die loco advocaat D. LINDEMANS verschijnt voor de verzoekster, en van advocaat P. DEVERS, die verschijnt voor de verwerende partij; Gehoord het eensluidend advies van eerste auditeur-afdelings- hoofd W. VAN NOTEN; Gelet op titel VI, hoofdstuk II, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari 1973, OVERWEEGT WAT VOLGT : Over de gegevens van de zaak 1.
- De verzoekster was rechtskundig adviseur bij het departement Leefmilieu en Infrastructuur, Administratie Milieu, Natuur en Landinrichting. Bij besluit van de Vlaamse regering van 19 oktober 1994 werd zij met ingang van 1 juni 1994 ambtshalve bij wijze van graadverandering benoemd tot directeur. 1.
- Ondertussen was de verzoekster bij brief van 24 maart 1994 uitgenodigd om zich ter beschikking te stellen voor de functie van afdelingshoofd of staflid. De brief vermeldde dat om de voordracht van de kandidaten “op een professionele manier te ondersteunen een assessment center zal georganiseerd worden”. De verzoekster nam aan het "assessment" deel. Zij slaagde en werd opgenomen in de groep van potentiële afdelingshoofden die in aanmerking kwamen voor de verdere procedure. Met een brief van 16 december 1994 deelde de Vlaamse minister van Onderwijs en Ambtenarenzaken aan de verzoekster mede dat “de nieuwe organisatiestructuur van het ministerie (organogram) die op 20 juli 1994 reeds principieel was goedgekeurd, nu definitief is vastgesteld” en dat ,“met het oog op de operationalisering van de nieuwe organisatie, de voorwaarden werden vastgelegd IX-530-2/6 voor de aanwijzing van de afdelingshoofden en van de stafleden”. In de brief werd verder gesteld “dat, in tegenstelling tot hetgeen kan worden afgeleid uit het schrijven van 24 maart 1994 over de procedure voor de aanwijzingen, het assessment center als zodanig niet is verankerd in het Vlaamse personeelsstatuut en dat het doorlopen ervan momenteel geen voorwaarde is voor de functie van afdelingshoofd of staflid”. Op 21 december 1994 beslist de directeur-generaal van de algemene administratieve diensten van het departement Leefmilieu en Infrastruc- tuur, na overleg met de secretaris-generaal, Jacques GODTS aan te wijzen tot afdelingshoofd van de afdeling Logistiek. Deze aanwijzing wordt bij besluit van 23 december 1994 door de minister-president van de Vlaamse regering en de Vlaamse minister van Onderwijs en Ambtenarenzaken bekrachtigd. De aanwijzing wordt bij dienstnota van 5 januari 1995 aan de personeelsleden van de Algemene Administratieve Diensten en bij dienstorder van 16 januari 1995 aan alle personeelsleden van het departement Leefmilieu en Infrastructuur ter kennis gebracht. Nadien volgt nog een bekendmaking, bij vermelding, van de besluiten van de directeur-generaal en van de ministers in het Belgisch Staatsblad van 13 april
- 1.
- Bij besluit van de directeur-generaal van de algemene administra- tieve diensten van het departement Leefmilieu en Infrastructuur van 15 juli 2003 is aan de aanwijzing van Jacques GODTS als afdelingshoofd Logistiek met ingang van 1 juli 2003 op zijn verzoek een einde gesteld. Dit besluit is bekrachtigd bij besluit van de Vlaamse minister van Binnenlandse Aangelegenheden, Cultuur, Jeugd en Ambtenarenzaken van 17 juli
- Bij besluit van het afdelingshoofd Personeel van het departement Leefmilieu en Infrastructuur van 29 november 2005 is aan Jacques GODTS met ingang van 1 december 2005 eervol ontslag verleend en is hij gemachtigd om zijn aanspraak op pensioen te doen gelden en de eretitel van zijn ambt te voeren. IX-530-3/6 Over de ontvankelijkheid van het beroep
- In haar laatste memorie werpt de verwerende partij een exceptie van onontvankelijkheid van het beroep op, afgeleid uit het ontbreken van het rechtens vereiste belang in hoofde van de verzoekster. Zij voert aan dat aan de aanwijzing van Jacques GODTS als afdelingshoofd logistiek met ingang van 1 juli 2003 een einde is gesteld. Bovendien is Jacques GODTS met ingang van 1 december 2005 op pensioengesteld. De verwerende partij voert voorts aan dat de verzoekster anno 2003 niet meer in aanmerking kwam voor het mandaat van afdelingshoofd aangezien zij niet langer aan de voorwaarden voldeed. Zo had zij sinds 1994 niet meer deelgenomen aan een test generieke competenties afdelingshoofd. De verwerende partij besluit dat de verzoekster in de loop van het geding haar belang verloren heeft. 3.
- Artikel 19 van de gecoördineerde wetten op de Raad van State bepaalt dat de beroepen tot nietigverklaring voor de afdeling bestuursrechtspraak kunnen worden gebracht door elke partij die doet blijken van een benadeling of een belang. Het belang moet bestaan, niet alleen op het ogenblik van het instellen van het beroep, maar ook bij de uitspraak daarover. 3.
- De voornaamste betrachting van iemand die, zoals de verzoekster, voor de Raad van State de rechtshandeling aanvecht waardoor zij niet wordt aangesteld in een betrekking waarvoor zij zich kandidaat heeft gesteld maar waarin integendeel iemand anders wordt aangesteld, is door de nietigverklaring ervan te verkrijgen dat die betrekking opnieuw open wordt verklaard en dat zij aldus de kans krijgt om zelf, in de plaats van degene wiens benoeming nietig is verklaard, in die betrekking te worden aangesteld en om ze daadwerkelijk waar te nemen. Te dezen vordert de verzoekster de nietigverklaring van een besluit waarbij Jacques GODTS aangewezen wordt tot afdelingshoofd van de afdeling Logistiek. Door de beëindiging van de aanwijzing van Jacques GODTS met ingang van 1 juli 2003 is de door de verzoekster geambieerde betrekking opnieuw vacant geworden. Een nietigverklaring van de bestreden beslissing is dan ook niet IX-530-4/6 langer noodzakelijk opdat de verzoekster zich voor die betrekking kandidaat had kunnen stellen. Afgezien van de vraag of de verzoekster voldeed aan de voorwaarden om zich kandidaat te stellen, volgt uit het voorgaande dat het materieel belang, dat de verzoekster onmiskenbaar had bij het instellen van het beroep tegen het bestreden benoemingsbesluit, in de loop van het geding is teloorgegaan. 3.
- De verzoekster roept voor het overige geen omstandigheden in die ervan doen blijken dat zij op andere gronden een belang, in het bijzonder een moreel belang, heeft behouden. De exceptie is gegrond.
- Nu het teloorgaan van het belang niet aan het toedoen van de verzoekster te wijten is, past het de verwerende partij te verwijzen in de kosten. OM DIE REDENEN BESLIST DE RAAD VAN STATE : Artikel
- Het beroep wordt verworpen. Artikel
- De kosten van het beroep tot nietigverklaring, bepaald op 99,16 euro, komen ten laste van de verwerende partij. IX-530-5/6 Aldus te Brussel uitgesproken in openbare terechtzitting, op 17 maart 2008, door de IXe kamer, die was samengesteld uit : de HH. P. LEMMENS, kamervoorzitter, A. VANDENDRIESSCHE, staatsraad, D. MOONS, staatsraad, Mevr. V. WAUTERS, griffier. De griffier, De voorzitter, V. WAUTERS. P. LEMMENS. IX-530-6/6 PDF document ECLI:BE:RVSCE:2008:ARR.181.167 Gerelateerde publicatie(s) voorafgegaan door: ECLI:BE:RVSCE:2007:ARR.173.307 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div