id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Raad van State Vonnis/arrest van 17 maart 2008 ECLI nr: ECLI:BE:RVSCE:2008:ARR.181.171 Rolnummer: A. 184596/IX-5713 Zaak: Arrest 181171 - Openbaar ambt van Gemeenschappen en Gewesten - Aanwerving en loopbaan - 17/03/2008 Rechtsgebied: Bestuursrecht Invoerdatum: 2008-04-03 Raadplegingen: 60 - laatst gezien 2026-06-29 07:48 Fiche Arrest nr 181.171 van 17 maart 2008 Openbaar ambt - Openbaar ambt van Gemeenschappen en Gewesten - Aanwerving en loopbaan Beslissing : Verwerping Thesaurus CAS: RAAD VAN STATE UTU-thesaurus: PUBLIEK EN ADMINISTRATIEF RECHT - RAAD VAN STATE - Arresten (Raad van State) Tekst van de beslissing RAAD VAN STATE, AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK. nr. 181.171 van 17 maart 2008 in de zaak A. 184.596/IX-
- In zake : Bernard LEYS, die woonplaats kiest te PEER, Vliegveldlaan 28 tegen : de Vlaamse Gemeenschap, vertegenwoordigd door de Vlaamse regering, die woonplaats kiest bij advocaat B. STAELENS, kantoor houdende te BRUGGE, Gerard Davidstraat 46 - bus
- --------------------------------------------------------------------------------------------------- DE VOORZITTER VAN DE IXe KAMER, Gezien het verzoekschrift dat Bernard LEYS op 9 juli 2007 heeft ingediend om de nietigverklaring te vorderen van de beslissing van 11 mei 2007 van de directieraad van het Agentschap Jongerenwelzijn, naar luid waarvan de evaluatie ‘onvoldoende’ voor het werkjaar 2006 behouden blijft; Gezien de regelmatig gewisselde memories van antwoord en van wederantwoord; Gezien het verslag opgesteld door eerste auditeur-afdelingshoofd R. VAN DER GUCHT, op grond van artikel 93 van het besluit van de Regent van 23 augustus 1948 tot regeling van de rechtspleging voor de afdeling bestuursrecht- spraak van de Raad van State; Gelet op de beschikking van 4 februari 2008 waarbij de terechtzitting bepaald wordt op 10 maart 2008; Gelet op de kennisgeving van het verslag aan partijen; Gehoord het verslag van kamervoorzitter P. LEMMENS; IX-5713-1/6 Gehoord de opmerkingen van de verzoeker, en van advocaat N. DE CLERCQ, die loco advocaat B. STAELENS verschijnt voor de verwerende partij; Gehoord het eensluidend advies van eerste auditeur-afdelings- hoofd R. VAN DER GUCHT; Gelet op titel VI, hoofdstuk II, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari 1973, OVERWEEGT WAT VOLGT : Over de gegevens van de zaak
- Op het ogenblik van de bestreden beslissing is de verzoeker als preventieconsulent met de graad van deskundige tewerkgesteld bij de IVA Jongerenwelzijn, afdeling preventie- en verwijzersbeleid, te Hasselt. Op 28 september 2006 wordt met hem een eerste opvolgings- en functioneringsgesprek gehouden. Op 18 januari 2007 volgt een tweede opvolgings- en functioneringsgesprek. Op 16 maart 2007 wordt aan de verzoeker de beoordeling “onvoldoende” toegekend. De verzoeker tekent hiertegen bij schrijven van 12 april 2007 bezwaar aan bij de raad van beroep bij de diensten van de Vlaamse overheid. Op 7 mei 2007 verklaart de raad van beroep verzoekers beroep ontvankelijk, en adviseert hij dat de evaluatie “onvoldoende” ongegrond is. Op 11 mei 2007 beslist de directieraad evenwel om de evaluatie “onvoldoende” te behouden. Dit is de bestreden beslissing. Zij wordt met een (op 23 mei 2007 ter post aangetekend) schrijven van 22 mei 2007 ter kennis van de verzoeker gebracht. IX-5713-2/6 Over de rechtspleging
- De verzoeker dient tegen de bestreden beslissing beroep in, met een op 28 juni 2007 ter post aangetekend schrijven (gedateerd op 29 juni 2007). De griffie van de Raad van State stelt evenwel vast dat dit schrijven op het eerste gezicht niet voldoet aan de voorwaarden gesteld bij de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari 1973, en bij de procedureregelingen, zodat het niet op de rol ingeschreven kan worden. Bij brief van 4 juli 2007 wordt de verzoeker uitgenodigd om de genoemde regelingen in acht te nemen, eventueel na het inwinnen van inlichtingen bij een raadsman of in een justitiehuis. Met een aangetekend schrijven van 9 juli 2007 dient de verzoeker vervolgens een verzoekschrift in. De tekst neemt de essentie over van wat reeds in het schrijven van 29 juni 2007 voorkwam. De griffie stelt vast dat het verzoekschrift niet voldoet aan een aantal voorwaarden gesteld in artikel 3bis van het besluit van de Regent van 23 augustus 1948 tot regeling van de rechtspleging voor de afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State. Bij brief van 16 juli 2007 wordt de verzoeker opnieuw uitgenodigd om het verzoekschrift te regulariseren. Met een op 27 juli 2007 ter post aangetekend schrijven zendt de verzoeker niet enkel een aantal bijlagen (waaronder een zogezegde kopie van het verzoekschrift van 9 juli 2007, welke evenwel niet geheel overeenstemt met de tekst die effectief op 9 juli 2007 verstuurd is), maar zendt hij ook een nieuwe versie van zijn verzoekschrift, gedateerd 26 juli
- De inhoud van dat nieuwe verzoekschrift is grotendeels gelijk aan de inhoud van het op 9 juli 2007 verstuurde verzoekschrift. De zending van 27 juli 2007 wordt vervolledigd met de toezending van een aantal afschriften van het verzoekschrift van 26 juli 2007, bij een op 30 juli 2007 ter post aangetekende omslag. Alsdan wordt de zaak op de rol ingeschreven. Een afschrift van het verzoekschrift van 26 juli 2007 wordt door de griffie aan de verwerende partij meegedeeld.
- Kennelijk moet ervan uitgegaan worden dat de verzoeker eerst een gewoon schrijven heeft ingediend (gedateerd 29 juni 2007), nadien een eerste verzoekschrift (gedateerd 9 juli 2007), en ten slotte een tweede verzoekschrift (gedateerd 26 juli 2007). Het eerste schrijven is door de griffie niet beschouwd als IX-5713-3/6 een inleidend verzoekschrift. Het verzoekschrift van 9 juli 2007 is door de verzoeker binnen een termijn van vijftien dagen na ontvangst van het schrijven van de griffie van 16 juli 2007 geregulariseerd, zodat het met toepassing van artikel 3bis, derde lid, van het besluit van de Regent van 23 augustus 1948 wordt geacht te zijn ingediend op de datum van de “eerste verzending” ervan, d.i. op 9 juli
- Het is dat verzoekschrift dat beschouwd moet worden als het verzoekschrift waarmee het voorliggende beroep is ingesteld. De inhoud van dat verzoekschrift is overigens grotendeels gelijk aan die van het verzoekschrift van 26 juli
- Over de ontvankelijkheid van het beroep
- De verwerende partij werpt een eerste exceptie van onontvank- elijkheid van het beroep op, afgeleid uit de laattijdigheid ervan. Zij laat gelden dat het verzoekschrift waarop door de griffie de datum van 31 juli 2007 is aangebracht, laattijdig is.
- De verwerende partij gaat kennelijk voort op het afschrift van het verzoekschrift dat haar door de griffie is toegezonden. Het gaat om een afschrift van het verzoekschrift van 26 juli 2007, dat de verzoeker bij een op 30 juli 2007 ter post aangetekende omslag aan de griffie heeft gezonden en waarop de griffie op 31 juli 2007 een datumstempel heeft aangebracht. Zoals uit de bespreking hiervóór blijkt, moet de verzoeker echter geacht worden reeds met het op 9 juli 2007 aangetekende verzoekschrift zijn beroep te hebben ingesteld. De exceptie kan niet worden aangenomen.
- De verwerende partij werpt een tweede exceptie van onont- vankelijkheid van het beroep op, afgeleid uit het feit dat het verzoekschrift geen middelen bevat. 7.
- Krachtens artikel 2, § 1, 3/, van het besluit van de Regent van 23 augustus 1948 moet een verzoekschrift tot nietigverklaring onder meer een uiteenzetting van de feiten en de middelen bevatten. Deze verplichting betreft een substantieel vormvereiste, waarvan de niet-naleving leidt tot de onontvankelijkheid van het verzoekschrift. IX-5713-4/6 Onder een “middel”, in de zin van de voormelde reglementaire bepaling, moet worden verstaan: een voldoende duidelijke omschrijving van de overtreden rechtsregel of van het overtreden rechtsbeginsel en van de wijze waarop die regel of dat beginsel door de bestreden rechtshandeling wordt geschonden. 7.
- In zijn verzoekschrift van 9 juli 2007 schrijft de verzoeker : “Overwegende dat er pertinente onjuistheden staan en subjectieve argumen- ten van mijn ‘tijdelijk leidinggevende’; Overwegende dat ik onterecht ‘onvoldoende’ kreeg op mijn evaluatie voor het werkjaar 2006; Overwegende dat de Tweede kamer van de Raad van Beroep mijn dossier behandelde op de zitting van 7 mei 2007 en bovendien mijn beroep ontvankelijk verklaarde en aan de directieraad advies gaf dat de evaluatie ‘onvoldoende’ ongegrond is; Overwegende dat de Directieraad (...) op 11 mei 2007 dit advies van de Tweede kamer niet opvolgt en een beslissing neemt, zodat de onjuiste evaluatie ‘onvoldoende’ toch behouden blijft; Overwegende dat de Directieraad mij geenszins betrekt in deze beslissing over mijn werk; Overwegende dat de Directieraad zich baseert op onjuiste gegevens en foutieve informatie; (...).” In deze uiteenzetting kan geen voldoende duidelijk uitgewerkt middel, zoals bedoeld in artikel 2, § 1, 3/, van het voormelde besluit van de Regent worden onderkend. De verzoeker heeft het weliswaar over “pertinente onjuistheden”, “subjectieve argumenten” en “onjuiste gegevens en foutieve beweringen”, maar hij geeft niet aan welke geschreven of ongeschreven rechtsregel daardoor zou zijn geschonden, laat staan dat hij zou aangeven waarin die schending zou bestaan en inzonderheid om welke reden de motieven van de bestreden beslissing onjuist of subjectief gekleurd zouden zijn. Het verzoekschrift bevat aldus geen middel dat aan de hiervóór vermelde vereisten beantwoordt. Verdere aanvullingen en verduidelijkingen in de latere versie van het verzoekschrift of in de memorie van wederantwoord, voor zover die daarin al te vinden zouden zijn, kunnen dit gebrek niet verhelpen. De exceptie is gegrond. IX-5713-5/6 OM DIE REDENEN BESLIST DE VOORZITTER : Artikel
- Het beroep wordt verworpen. Artikel
- De kosten van het beroep tot nietigverklaring, bepaald op 175 euro, komen ten laste van de verzoekende partij. Aldus te Brussel uitgesproken in openbare terechtzitting, op 17 maart 2008, door : de H. P. LEMMENS, kamervoorzitter, Mevr. V. WAUTERS, griffier. De griffier, De voorzitter, V. WAUTERS. P. LEMMENS. IX-5713-6/6 PDF document ECLI:BE:RVSCE:2008:ARR.181.171 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div
🔗 Vers la source officielle
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.