← België

Arrest 181176 - Federaal openbaar ambt - Aanwerving en loopbaan - 17/03/2008

id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Raad van State Vonnis/arrest van 17 maart 2008 ECLI nr: ECLI:BE:RVSCE:2008:ARR.181.176 Rolnummer: A. 64967/IX-1317 Zaak: Arrest 181176 - Federaal openbaar ambt - Aanwerving en loopbaan - 17/03/2008 Rechtsgebied: Bestuursrecht Invoerdatum: 2008-04-04 Raadplegingen: 61 - laatst gezien 2026-06-29 07:48 Fiche Arrest nr 181.176 van 17 maart 2008 Openbaar ambt - Federaal openbaar ambt - Aanwerving en loopbaan Beslissing : Afstand Thesaurus CAS: RAAD VAN STATE UTU-thesaurus: PUBLIEK EN ADMINISTRATIEF RECHT - RAAD VAN STATE - Arresten (Raad van State) Tekst van de beslissing RAAD VAN STATE, AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK. nr. 181.176 van 17 maart 2008 in de zaak A. 64.967/IX-1317 In zake : Gust MOMBAERTS, wonende te BRUSSEL, Adolphe Maxlaan 108/b9 tegen : de Belgische Staat, vertegenwoordigd door:

  1. de minister van Buitenlandse Zaken,
  2. de staatssecretaris voor ontwikkelingssamenwerking, (thans: de minister voor ontwikkelingssamenwerking), die woonplaats kiest bij advocaten X. LEURQUIN, kantoor houdende te BRUSSEL, Tedescolaan
  3. tussenkomende partij : Geert VANSINTJAN, die woonplaats kiest bij advocaat A. NAVASARTIAN, kantoor houdende te BRUSSEL, Franklin Rooseveltlaan
  4. --------------------------------------------------------------------------------------------------- DE VOORZITTER VAN DE IXe KAMER, Gezien het verzoekschrift dat Gust MOMBAERTS op 3 augustus 1995 heeft ingediend om de nietigverklaring te vorderen van: - de beslissing van de Minister van Buitenlandse Zaken en Ontwikkelingssamen- werking van 9 juni 1995 houdende benoeming van de heer Geert VANSINTJAN als sectiehoofd te Guatemala-City en van mevrouw Marie AERTS als adjunct- sectiehoofd te Paramaribo. - het ministerieel besluit van 22 juni 1995 houdende benoeming van mevrouw Marie AERTS als aanvullend personeelslid van de coöperatie met de ontwikke- lingslanden voor een maximumduur van zes maand vanaf 26 juni 1995; Gelet op het arrest nr. 58.183 van 19 februari 1996 waarbij de vordering tot schorsing van de tenuitvoerlegging van het bestreden besluit wordt verworpen; IX-1317-1/4 Gezien het verzoekschrift tot tussenkomst van Geert VANSINTJAN; Gelet op de beschikking van 17 juli 1996 die de tussenkomst van Geert VANSINTJAN toelaat; Gezien de memorie van antwoord en de memorie van wederant- woord; Gezien het verslag opgesteld door auditeur M. LEFEVER; Gelet op de beschikking van 25 augustus 1998, die de neerlegging ter griffie van het verslag en van het dossier gelast; Gelet op de kennisgeving van dat verslag aan de verzoekende partij op 1 september 1998; Gelet op de kennisgeving door de hoofdgriffier, op 22 november 2007, van de mededeling bedoeld in artikel 14quater, § 1, van het besluit van de Regent van 23 augustus 1948 tot regeling van de rechtspleging voor de afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State; Gelet op titel VI, hoofdstuk II, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari 1973; OVERWEEGT WAT VOLGT: Naar luid van artikel 21, zesde lid, van de gecoördineerde wetten op de Raad van State geldt ten aanzien van de verzoekende partij een vermoeden van afstand van geding wanneer zij, na de kennisneming van het verslag van de auditeur waarin de verwerping of de onontvankelijkheid van het beroep wordt voorgesteld, geen verzoek tot voortzetting van de procedure indient binnen een termijn van dertig dagen die ingaat met de betekening van het verslag. In het auditoraatsverslag is te dezen de verwerping van het beroep voorgesteld. IX-1317-2/4 De verzoeker heeft geen verzoek tot voortzetting van de procedure ingediend. De hoofdgriffier heeft de verzoeker medegedeeld, met toepassing van artikel 14quater, § 1, van het besluit van de Regent van 23 augustus 1948 tot regeling van de rechtspleging voor de afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State, dat de kamer de afstand van het geding zou uitspreken, tenzij de verzoeker binnen een termijn van vijftien dagen zou vragen om te worden gehoord. De verzoeker heeft niet gevraagd om te worden gehoord. Het vermoeden van afstand van geding is te dezen van toepassing. OM DIE REDENEN BESLIST DE VOORZITTER : Artikel
  5. De afstand van het geding wordt vastgesteld. Artikel
  6. De kosten van het beroep, bepaald op 99,16 euro, komen ten laste van de verzoekende partij. De kosten van de tussenkomst, bepaald op 74,37 euro, komen ten laste van de tussenkomende partij. IX-1317-3/4 Aldus te Brussel uitgesproken in openbare terechtzitting, op 17 maart 2008, door : de H. P. LEMMENS, kamervoorzitter, Mevr. V. WAUTERS, griffier. De griffier, De voorzitter, V. WAUTERS. P. LEMMENS. IX-1317-4/4 PDF document ECLI:BE:RVSCE:2008:ARR.181.176 Gerelateerde publicatie(s) voorafgegaan door: ECLI:BE:RVSCE:1996:ARR.58.183 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div

🔗 Vers la source officielle

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.