← België

Arrest 181438 - Sociale integratie - 21/03/2008

id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Raad van State Vonnis/arrest van 21 maart 2008 ECLI nr: ECLI:BE:RVSCE:2008:ARR.181.438 Rolnummer: A. 60348/IX-2815 Zaak: Arrest 181438 - Sociale integratie - 21/03/2008 Rechtsgebied: Bestuursrecht Invoerdatum: 2008-04-11 Raadplegingen: 59 - laatst gezien 2026-06-29 07:50 Fiche Arrest nr 181.438 van 21 maart 2008 Sociale zaken en volksgezondheid - Sociale integratie Beslissing : Verwerping Thesaurus CAS: RAAD VAN STATE UTU-thesaurus: PUBLIEK EN ADMINISTRATIEF RECHT - RAAD VAN STATE - Arresten (Raad van State) Tekst van de beslissing RAAD VAN STATE, AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK. nr. 181.438 van 21 maart 2008 in de zaak A. 60.348/IX-

  1. In zake : het Vlaams Fonds voor Sociale Integratie van Personen met een Handicap, thans het Vlaams Agentschap voor Personen met een Handicap, dat woonplaats kiest bij advocaat K. DEMEESTER, kantoor houdende te GENT, Kortrijksesteenweg 535 tegen :
  2. de Beroepscommissie bij het Vlaams Fonds voor Sociale Integratie van Personen met een Handicap,
  3. Theophiele VAN ROY, wonende te BIERBEEK, Rijsmortelstraat
  4. --------------------------------------------------------------------------------------------------- D E R A A D V A N S T A T E, IXe K A M E R, Gezien het verzoekschrift dat het Vlaams Fonds voor Sociale Integratie van Personen met een Handicap op 14 oktober 1994 heeft ingediend om de vernietiging te vorderen van de beslissing van 31 augustus 1994 van de beroepscommissie bij het Vlaams Fonds voor Sociale Integratie van Personen met een Handicap waarbij voor recht wordt gezegd dat Theophiele VAN ROY “gerechtigd is op financiële bijstand (van het Vlaams Fonds) bij de aankoopkosten van een orthopedische driewieler, overeenkomstig de terzake geldende reglementering”; Gezien de toelichtende memorie; Gezien het verslag opgemaakt door auditeur R. VANDER ELSTRAETEN; Gelet op de beschikking van 8 december 1995 die de neerlegging ter griffie van het verslag en van het dossier gelast; Gelet op de kennisgeving van het verslag aan partijen en gezien de laatste memorie van de verzoekende partij; IX-2815-1/4 Gelet op de beschikking van 14 januari 2008 waarbij de terechtzitting bepaald wordt op 3 maart 2008; Gehoord het verslag van kamervoorzitter M. VAN DAMME; Gehoord de opmerkingen van advocaat K. DEMEESTER, die verschijnt voor de verzoekende partij; Gehoord het eensluidend advies van eerste auditeur-afdelings- hoofd R. VANDER ELSTRAETEN; Gelet op titel VI, hoofdstuk II, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari 1973; Overwegende dat de tweede verwerende partij, die als gevolg van een trombose aan hemiplegie lijdt, op 19 mei 1993 bij het Vlaams Fonds voor Sociale Integratie van Personen met een Handicap een aanvraag ingediend heeft voor inschrijving en sociale bijstand; dat in de aanvraag onder meer werd verzocht om bijstand op het vlak van individuele hulp bij de aankoop van een orthopedische driewieler; dat het Vlaams Fonds met een aangetekend schrijven van 5 augustus 1993 aan de tweede verwerende partij heeft meegedeeld dat haar aanvraag om bijstand op het vlak van individuele hulp bij de aankoop van een orthopedische driewieler niet in aanmerking kon worden genomen om de reden dat betrokkene reeds een tussenkomst “via de ziekteverzekering” ontving; dat op beroep van de heer VAN ROY de beroepscommissie bij het Vlaams Fonds op 31 augustus 1994 heeft beslist dat de tweede verwerende partij wel degelijk gerechtigd was op financiële bijstand van het Vlaams Fonds bij de aankoopkosten van een orthopedische driewieler, overeenkomstig de terzake geldende reglementering; dat die beslissing het voorwerp vormt van het onderhavig annulatieberoep; Overwegende dat de auditeur-verslaggever in zijn verslag tot de conclusie komt dat het annulatieberoep niet ontvankelijk is omdat het Vlaams Fonds niet kan opkomen tegen een beslissing van de bij de eigen instelling opgerichte beroepscommissie, er daarbij van uitgaande dat deze laatste een administratief orgaan is van het Vlaams Fonds, dat dit orgaan geen rechtspersoonlijkheid heeft en de beslissingen ervan aan het Vlaams Fonds zelf moeten worden toegerekend; dat de verzoekende partij in haar laatste memorie diverse argumenten aanhaalt die IX-2815-2/4 volgens haar erop wijzen dat de beroepscommissie niet als een administratief, maar wel als een jurisdictioneel orgaan moet worden beschouwd waarvan de beslissingen wel degelijk op ontvankelijke wijze met een beroep bij de Raad van State kunnen worden bestreden; dat, zoals ook valt af te leiden uit onder meer het arrest nr. 25/97 van het Arbitragehof van 30 april 1997, de beroepscommissie bij het Vlaams Fonds inderdaad beschouwd moet worden als een administratief rechtscollege; dat derhalve het bij de Raad van State ingestelde beroep niet om die reden als niet-ontvankelijk kan worden beschouwd; Overwegende dat de Raad van State ambtshalve zijn bevoegdheid onderzoekt; dat luidens artikel 582, 2/, van het Gerechtelijk Wetboek de arbeidsrechtbank kennis neemt “van de geschillen betreffende de rechten en verplichtingen die voortvloeien uit de wet betreffende de sociale reclassering van de minder-validen”; dat het voorwerp van het vernietigingsberoep, namelijk de beslissing die door de toenmalige beroepscommissie bij het Vlaams Fonds voor Sociale Integratie van Personen met een Handicap werd genomen omtrent de financiële bijstand die aan de heer VAN ROY kon worden geboden bij de aankoop van een orthopedische driewieler, een geschil betreft als bedoeld in artikel 582, 2/, van het Gerechtelijk Wetboek; dat de hieruit voortvloeiende bevoegdheid van de arbeidsrechtbank die van de Raad van State uitsluit; dat aan die vaststelling geen afbreuk wordt gedaan door het feit dat, zoals vermeld door de raadsman van de verzoekende partij ter terechtzitting, het vernietigingsberoep bij de Raad van State werd ingediend vooraleer het toenmalige Arbitragehof het arrest nr. 25/97 van 30 april 1997 heeft geveld; dat de Raad van State niet bevoegd is om van het vernietigingsberoep kennis te nemen, BESLUIT: Artikel
  5. Het beroep wordt verworpen. Artikel
  6. De kosten van het beroep tot nietigverklaring, bepaald op 99,16 euro, komen ten laste van de verzoekende partij. IX-2815-3/4 Aldus te Brussel uitgesproken in openbare terechtzitting, op 21 maart 2008, door de IXe kamer, die was samengesteld uit : de HH. M. VAN DAMME, kamervoorzitter, A. VANDENDRIESSCHE, staatsraad, D. MOONS, staatsraad, W. GEURTS, griffier. De griffier, De voorzitter, W. GEURTS. M. VAN DAMME. IX-2815-4/4 PDF document ECLI:BE:RVSCE:2008:ARR.181.438 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div

🔗 Vers la source officielle

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.