id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Raad van State Vonnis/arrest van 25 maart 2008 ECLI nr: ECLI:BE:RVSCE:2008:ARR.181.450 Rolnummer: A. 181870/XIV-28838 Zaak: Arrest 181450 - Vaste Beroepscommissie voor vluchtelingen - 25/03/2008 Rechtsgebied: Bestuursrecht Invoerdatum: 2008-04-18 Raadplegingen: 58 - laatst gezien 2026-06-29 07:50 Fiche Arrest nr 181.450 van 25 maart 2008 Vreemdelingen - Vaste Beroepscommissie voor vluchtelingen Beslissing : Vernietiging Thesaurus CAS: RAAD VAN STATE UTU-thesaurus: PUBLIEK EN ADMINISTRATIEF RECHT - RAAD VAN STATE - Arresten (Raad van State) Tekst van de beslissing RAAD VAN STATE, AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK. nr. 181.450 van 25 maart 2008 in de zaak A. 181.870/XIV-28.
- In zake : X, die woonplaats kiest bij advocaat R. BELDERBOSCH, kantoor houdende te 2018 ANTWERPEN, Belgiëlei 15b, bus 10 tegen : de Belgische Staat, vertegenwoordigd door de minister van Binnenlandse Zaken. ---------------------------------------------------------------------------------------------------------------- -- DE Wnd. VOORZITTER VAN DE XIVe KAMER, Gezien het verzoekschrift dat X, van Iraanse nationaliteit, op 21 maart 2007 heeft ingediend om de vernietiging te vorderen van de beslissing van 22 november 2006 van de Vaste Beroepscommissie voor vluchtelingen; Gelet op de beschikking nr. 400 van 3 april 2007 waarbij het cassatieberoep toelaatbaar wordt verklaard; Gelet op artikel 19 van het koninklijk besluit van 30 november 2006 tot vaststelling van de cassatie-procedure bij de Raad van State; Gezien het verslag opgemaakt door eerste auditeur-afdelingshoofd R. VANDER ELSTRAETEN, op grond van artikel 19 van voormeld koninklijk besluit; Gelet op de kennisgeving van dat verslag aan de partijen; Gelet op de beschikking van 3 juli 2007 waarbij de terechtzitting bepaald wordt op 12 september 2007; Gehoord het verslag van staatsraad C. ADAMS; Gehoord de opmerkingen van advocaat P. MEULEMANS, die loco advocaat R. BELDERBOSCH verschijnt voor de verzoekende partij en van advocaat XIV-28.838-1/5 L. BRACKE, die loco advocaat C. DECORDIER verschijnt voor de minister van Binnenlandse Zaken; Gehoord het eensluidend advies van eerste auditeur-afdelingshoofd R. VANDER ELSTRAETEN; Gelet op titel VI, hoofdstuk II, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari 1973;
- Overwegende dat de verzoekende partij in een enig middel de schending van artikel 235, § 1, tweede lid, en § 4, eerste lid, van de wet van 15 september 2006 tot hervorming van de Raad van State en tot oprichting van een Raad voor Vreemdelingenbetwistingen opwerpt; dat de verzoekende partij aanvoert dat de bestreden beslissing zich niet uitspreekt over het al dan niet toekennen van de subsidiaire beschermingsstatus terwijl de Vaste Beroepscommissie voor vluchtelingen op het ogenblik van de uitspraak bevoegd was en zelfs ambtshalve uitspraak moest doen of de verzoekende partij al dan niet voldeed aan de in artikel 48/4 van de wet van 15 december 1980 betreffende de toegang tot het grondgebied, het verblijf, de vestiging en de verwijdering van vreemde- lingen (Vreemdelingenwet) voorziene voorwaarden in verband met het verlenen van de subsidiaire beschermingsstatus;
- Overwegende dat de verwerende partij antwoordt dat de verzoekende partij ter zitting van 5 september 2006 door de Vaste Beroepscommissie voor vluchtelingen werd gehoord, dat de zaak die dag in beraad werd genomen, dat er dus geen sprake was van een zaak “in behandeling” in de zin van artikel 77, § 1, van de wet van 15 september 2006 tot wijziging van de wet van 15 december 1980 betreffende de toegang tot het grondgebied, het verblijf, de vestiging en de verwijdering van vreemdelingen en dat de Vaste Beroepscommissie voor vluchtelingen geenszins moest onderzoeken of de verzoekende partij voldeed aan de in artikel 48/4 van de Vreemdelingenwet voorziene criteria;
- Overwegende dat de verzoekende partij toevoegt dat het feit dat de Vaste Beroepscommissie voor vluchtelingen de zaak op 5 september 2006 in beraad heeft genomen niet inhoudt dat de zaak na die datum niet meer “in behandeling” zou zijn, dat een zaak die in behandeling is een zaak is die nog niet door een eindbeslissing werd afgesloten en dat “in behandeling” volgens het Groot Woordenboek der Nederlandse Taal Van Dale geenszins inhoudt dat een zaak na het in beraad nemen niet meer in behandeling zou zijn; XIV-28.838-2/5
- Overwegende dat artikel 235, § 1, tweede lid, van de wet van 15 september 2006 tot hervorming van de Raad van State en tot oprichting van een Raad voor Vreemdelingenbetwistingen als volgt luidt: “Vanaf de door de Koning te bepalen datum tot daags vóór de datum bepaald in artikel 231, wordt tijdens deze periode inzake de aanhangige beroepen tegen de beslissingen van de Commissaris-generaal voor de Vluchtelingen en de Staatlozen de bevoegdheid van de Vaste Beroepscommissie voor vluchtelingen uitgebreid tot de bevoegdheid om te onderzoeken of de verzoekende vreemdeling voldoet aan de in artikel 48/4 van de wet van 15 december 1980 betreffende de toegang tot het grondgebied, het verblijf, de vestiging en de verwijdering van vreemdelingen voorziene voorwaarden.”; Overwegende dat de hierboven bedoelde datum door artikel 3 van het koninklijk besluit van 3 oktober 2006 tot vaststelling van de datum van inwerkingtreding van artikel 77 van de wet van 15 september 2006 tot wijziging van de wet van 15 december 1980 betreffende de toegang tot het grondgebied, het verblijf, de vestiging en de verwijdering van vreemdelingen en tot vaststelling van de data bedoeld in dit artikel 77 en in artikel 235, § 1, tweede lid, van de wet tot hervorming van de Raad van State en tot oprichting van een Raad voor Vreemdelingenbetwistingen, werd vastgesteld op 10 oktober 2006; Overwegende dat een beroep aanhangig is bij een rechtscollege van zodra het er regelmatig aanhangig is gemaakt tot wanneer er einduitspraak over wordt gedaan, dit wil zeggen ook wanneer de debatten zijn gesloten en de zaak in beraad is genomen tot wanneer er over wordt beslist; dat artikel 235, § 1, tweede lid, van de wet van 15 september 2006 tot hervorming van de Raad van State en tot oprichting van een Raad voor Vreemdelingenbetwistingen geen uitzondering maakt voor de zaken waarin al een rechtsdag was bepaald, waarin de partijen al waren verschenen of die al in beraad waren genomen; Overwegende dat het beroep van de verzoekende partij tegen de beslissing van de commissaris-generaal voor de vluchtelingen en de staatlozen van 26 april 2005 bij de Vaste Beroepscommissie voor vluchtelingen aanhangig was op 10 oktober 2006, ook al was de zaak reeds in beraad genomen; dat de bevoegdheid van de Vaste Beroepscommissie voor vluchtelingen derhalve was uitgebreid tot de bevoegdheid om te onderzoeken of de verzoekende partij voldeed aan de in artikel 48/4 van de Vreemdelingenwet voorziene voorwaarden; dat de Vaste Beroepscommissie voor vluchtelingen, door zich in de bestreden uitspraak te beperken tot het verwerpen van de aanvraag tot het bekomen van de vluchtelingenstatus en door niet na te gaan of aan de voorwaarden voor het toekennen van de subsidiaire beschermingsstatus was voldaan, artikel 235, § 1, tweede lid, van de wet van 15 september 2006 tot hervorming van de Raad XIV-28.838-3/5 van State en tot oprichting van een Raad voor Vreemdelingenbetwistingen heeft miskend; dat, anders dan de verwerende partij voorhoudt, artikel 77, § 1, van de wet van 15 september 2006 tot wijziging van de wet van 15 december 1980 betreffende de toegang tot het grondgebied, het verblijf, de vestiging en de verwijdering van vreemdelingen te dezen niet van toepassing is omdat die bepaling enkel de asielaanvragen betreft die nog in behandeling waren “bij de minister of zijn gemachtigde en de Commissaris-generaal voor de vluchtelingen en de staatlozen” en derhalve geen betrekking heeft op de bevoegdheid van de Vaste Beroepscommissie voor vluchtelingen; dat het enige middel gegrond is, BESLUIT: Artikel
- Vernietigd wordt de beslissing van 22 november 2006 van de Vaste Beroepscommissie voor vluchtelingen, Eerste Nederlandse Kamer, waarbij het beroep van de verzoekende partij ontvankelijk doch ongegrond wordt verklaard. Artikel
- Dit arrest zal in de registers van voormelde Commissie worden overschreven, en melding ervan zal worden gemaakt op de kant van de vernietigde beslissing. Artikel
- De zaak wordt verwezen naar een anders samengestelde kamer van de Raad voor Vreemdelingenbetwistingen. Artikel
- De kosten van het beroep, bepaald op 175 euro, komen ten laste van de verwerende partij. XIV-28.838-4/5 Aldus te Brussel uitgesproken in openbare terechtzitting, op vijfentwin- tig maart tweeduizend en acht, door : de HH. C. ADAMS, wnd. kamervoorzitter, staatsraad, J. CASNEUF, griffier. De griffier, De voorzitter, J. CASNEUF. C. ADAMS. XIV-28.838-5/5 PDF document ECLI:BE:RVSCE:2008:ARR.181.450 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div
🔗 Vers la source officielle
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.