← België

Arrest 181495 - Varia (binnenlandse zaken en lokale besturen) - 26/03/2008

id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Raad van State Vonnis/arrest van 26 maart 2008 ECLI nr: ECLI:BE:RVSCE:2008:ARR.181.495 Rolnummer: A. 185805/XIV-32629 Zaak: Arrest 181495 - Varia (binnenlandse zaken en lokale besturen) - 26/03/2008 Rechtsgebied: Bestuursrecht Invoerdatum: 2008-04-10 Raadplegingen: 58 - laatst gezien 2026-06-29 07:50 Fiche Arrest nr 181.495 van 26 maart 2008 Instellingen, Binnenlandse zaken en lokale besturen - Varia (binnenlandse zaken en lokale besturen) Beslissing : Verwerping Inwilliging tussenkomst Thesaurus CAS: RAAD VAN STATE UTU-thesaurus: PUBLIEK EN ADMINISTRATIEF RECHT - RAAD VAN STATE - Arresten (Raad van State) Tekst van de beslissing RAAD VAN STATE, AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK. nr. 181.495 van 26 maart 2008 in de zaak A. 185.805/XII-

  1. In zake : Marc VERHAEGHE, die woonplaats kiest bij advocaat J.-B. Petitat, kantoor houdende te Sint-Kruis, Sportstraat 49 tegen :
  2. het VLAAMSE GEWEST,
  3. de BEROEPSCOMMISSIE VOOR TUCHTZAKEN, die woonplaats kiezen bij advocaat B. Staelens, kantoor houdende te Brugge, Stockhouderskasteel, Gerard Davidstraat 46, bus
  4. tussenkomende partij : de GEMEENTE KNOKKE-HEIST, die woonplaats kiest bij advocaat A. Coolsaet, kantoor houdende te Antwerpen, Arthur Goemaerelei
  5. --------------------------------------------------------------------------------------------------- DE Wnd. VOORZITTER VAN DE XIIe KAMER, Gezien het verzoekschrift dat Marc Verhaeghe op 12 november 2007 heeft ingediend om onder meer de schorsing van de tenuitvoerlegging te vorderen van de beslissing van 18 september 2007 van de Beroepscommissie voor tuchtzaken in zoverre daarin de gemeenteraadsbeslissing van 26 april 2007 wordt nietigverklaard en zijn preventieve schorsing wordt verlengd voor een periode van 19 mei 2007 tot en met 18 september 2007; Gezien de nota's van de verwerende partijen; XII-5269-1/6 Gezien het verslag opgesteld door eerste auditeur B. Thys; Gelet op de kennisgeving van het verslag aan partijen; Gelet op de beschikking van 15 februari 2008 waarbij de terechtzitting bepaald wordt op 4 maart 2008; Gezien het op 20 december 2007 ingediende verzoekschrift waarin de gemeente Knokke-Heist vraagt in het administratief kort geding te mogen tussenkomen; Gehoord het verslag van staatsraad J. Lust; Gehoord de opmerkingen van advocaat V. Petitat, die verschijnt voor verzoeker, van advocaat B. Staelens, die verschijnt voor de verwerende partijen, en van advocaat A. Coolsaet, die verschijnt voor de gemeente Knokke-Heist; Gehoord het eensluidend advies van eerste auditeur B. Thys; Gelet op de artikelen 17 en 18 en titel VI, hoofdstuk II, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari 1973, OVERWEEGT WAT VOLGT :
  6. Verzoeker is gemeentesecretaris te Knokke-Heist. Hij wordt op 17 mei 2006 in voorlopige hechtenis genomen op verdenking van onregelmatigheden inzake stedenbouwkundige dossiers. Bij beslissing van 19 mei 2006 van het college van burgemeester en schepenen, door de gemeenteraad bekrachtigd op 24 mei 2006, wordt verzoeker preventief geschorst voor een periode van 19 mei 2006 tot en met 18 september
  7. Op 26 april 2007 beslist de gemeenteraad tot een derde verlenging van de preventieve schorsing, voor een periode van 19 mei 2007 tot en met 18 september
  8. Tevens wordt een inhouding van salaris van 30 % opgelegd. Bij besluit van 18 september 2007 verklaart de Beroepscommissie voor tuchtzaken (hierna: de Beroepscommissie) de beslissing nietig en verlengt zij, opnieuw oordelend, de preventieve schorsing zoals de nietig verklaarde gemeenteraadsbeslissing deed, maar zonder inhouding van salaris. Onderhavig beroep XII-5269-2/6 viseert het besluit van de Beroepscommissie in zoverre het de preventieve schorsing verlengt. Overigens heeft de gemeenteraad de preventieve schorsing op 30 augustus 2007 ook al een vierde keer verlengd, voor de periode van 19 september 2007 tot en met 18 januari 2008, en heeft de Beroepscommissie die verlenging bevestigd op 7 december
  9. De Raad van State heeft verzoekers beroep tegen die verlenging met arrest nr. 178.502 van 10 januari 2008 verworpen bij gebrek aan ernstige middelen.
  10. De gemeente Knokke-Heist vraagt terecht in debatten te mogen tussenkomen.
  11. Overeenkomstig artikel 17, § 2, van zijn gecoördineerde wetten kan de Raad van State de schorsing van de tenuitvoerlegging bevelen als ernstige middelen worden aangevoerd die de vernietiging van de aangevochten beslissing kunnen verantwoorden en op voorwaarde dat de onmiddellijke tenuitvoerlegging van de beslissing een moeilijk te herstellen ernstig nadeel kan berokkenen. Meer bepaald moet de schorsing helpen voorkomen dat een moeilijk te herstellen ernstig nadeel wordt geleden in afwachting van een eventuele vernietiging. Blijkt dat een schorsing niet bij machte zou zijn om het beweerde nadeel te verhinderen, dan heeft een verzoeker er ook geen belang bij en moet de betrokken vordering als onontvankelijk verworpen worden.
  12. In zijn verzoekschrift zet verzoeker met betrekking tot het moeilijk te herstellen ernstig nadeel in de eerste plaats uiteen dat een preventieve schorsing slechts voor vier maanden kan worden opgelegd, dat binnen die vier maanden de preventieve schorsing wettig verlengd dient te worden, dat indien de bestreden beslissing wordt geschorst, geen nieuwe verlengingsbeslissing wettig kan worden opgelegd op grond van dezelfde elementen en hij niet langer met eindeloze verlengingsbeslissingen geconfronteerd zou worden. In de tweede plaats voert verzoeker in essentie aan een moreel nadeel te lijden doordat de aangevochten beslissing zijn uitstekende reputatie, goede naam, het gezag en respect dat hij bij het gemeentepersoneel en ambtenaren van andere lokale besturen geniet, aantast. Dit heet des te meer het geval te zijn aangezien de facto de preventieve schorsing voor onbepaalde duur blijkt opgelegd, wat bovendien het risico meebrengt dat hij “de vereiste praktijk en vaardigheden als gemeentesecretaris” verliest. XII-5269-3/6
  13. Een schorsing geldt per definitie slechts ex nunc; als zodanig verhindert zij alleen de toekomstige tenuitvoerlegging van de bestreden beslissing. Te dezen was de bestreden beslissing die gold tot en met 18 september 2007, ten tijde van het instellen van de vordering tot schorsing reeds meer dan vijftig dagen uitgewerkt. Een schorsing kan in die omstandigheden in principe geen voordeel meer opleveren. Daar doet op het eerste gezicht niets aan af het feit dat verzoeker, zoals hij terecht stelt, “niet vóór het verstrijken van de uitwerkingstermijn van de bestreden beslissing een verzoek tot schorsing [kon] instellen, aangezien de Beroepscommissie pas op de vooravond van de uitwerking van de bestreden beslissing heeft gestatueerd” en dat dus “de volledige uitwerking van de bestreden beslissing te wijten is aan de duurtijd van het verplicht georganiseerd administratieve beroep”. Een en ander mag dan misschien te denken geven, eens het nadeel geheel en al is ondergaan, kan een schorsing er uiteraard niet meer voor behoeden.
  14. Naar verzoeker echter meent, ondervindt hij ook nog na 18 september 2007 de nadelige gevolgen van zijn preventieve schorsing tot die dag.
  15. Een eerste argument daartoe komt erop neer dat de bestreden verlenging een noodzakelijke voorwaarde vormt voor de nakomende verlengingen en dat een schorsing tot gevolg zou hebben dat nieuwe verlengingsbeslissingen onmogelijk zouden worden. Terzake ziet de Raad van State voorlopig geen reden om hierover anders te oordelen dat hij deed in zijn voormeld arrest nr. 178.
  16. Ook al zegt een beslissing tot preventieve schorsing een eerdere preventieve schorsing te “verlengen”, toch staat ze op het eerste gezicht op zichzelf en is het voor haar geldigheid niet vereist dat ze kan steunen op een voorafgaande preventieve schorsing waarvan de tenuitvoerlegging niet geschorst is geworden.
  17. Een tweede argument houdt in dat verzoekers moreel nadeel gelet op de concrete toedracht van de zaak zo omvangrijk is dat het geacht moet worden na het einde van de preventieve schorsing voort te duren. Normaal is het moreel nadeel ten gevolge van een preventieve schorsing niet van aard dat het een schorsing kan verantwoorden. Het is nochtans niet uitgesloten dat in bijzondere omstandigheden daarover anders geoordeeld moet XII-5269-4/6 worden en zelfs dat het moreel nadeel geacht kan worden voort te duren ná het verstrijken van de periode waarvoor de preventieve schorsing werd opgelegd. Of zulks eventueel te dezen het geval is, hoeft evenwel niet beantwoord te worden nu de bestreden preventieve schorsing ondertussen door een nieuwe, 7 december 2007 gedateerde, preventieve schorsing blijkt gevolgd, waarvan verzoeker, bij gebrek aan ernstige middelen, tevergeefs de schorsing van de tenuitvoerlegging heeft gevraagd. Wat er dus ook zij van het moreel nadeel ten gevolge van de preventieve schorsing van 18 september 2007, de gevorderde schorsing van de tenuitvoerlegging zou hoe dan ook niet kunnen beletten dat verzoeker preventief geschorst blijft op grond van de preventieve schorsing van 7 december 2007 -zo al niet van een nóg recentere verlenging- en dat hij voort gebukt gaat onder het odium dat met de langdurige preventieve schorsing verbonden heet te zijn. In zoverre de bestreden derde verlenging van verzoekers preventieve schorsing hem een moeilijk te herstellen ernstig nadeel zou hebben toegebracht dat ook na 18 september 2007 is blijven voortduren, is het nadeel opgegaan in en overgenomen door het nadeel teweeggebracht door de erna gevolgde verlenging(en) van de preventieve schorsing. Een schorsing van verzoekers preventieve schorsing voor de periode van 19 mei 2007 tot en met 18 september 2007 kan niet de aangevoerde aantasting van zijn reputatie en eer doen ophouden, noch het beweerde verlies van de praktijk en vaardigheden als gemeentesecretaris.
  18. Verzoeker voert geen nadeel aan waarvoor een schorsing hem nog nuttig kan vrijwaren. Er is bijgevolg reden om zijn vordering te verwerpen. OM DIE REDENEN BESLIST DE RAAD VAN STATE : Artikel
  19. Het verzoek tot tussenkomst van de gemeente Knokke-Heist in het administratief kort geding wordt ingewilligd. Artikel
  20. De vordering tot schorsing wordt verworpen. XII-5269-5/6 Artikel
  21. De uitspraak over de bijdrage in de betaling van de kosten van de vordering tot schorsing wordt uitgesteld. De kosten van de tussenkomst, bepaald op 125 euro, komen ten laste van de tussenkomende partij. Aldus te Brussel uitgesproken in openbare terechtzitting, op zesentwintig maart 2008, door : de HH. J. LUST, wnd. kamervoorzitter, staatsraad, F. BONTINCK, griffier. De griffier, De voorzitter, F. BONTINCK. J. LUST. XII-5269-6/6 PDF document ECLI:BE:RVSCE:2008:ARR.181.495 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div

🔗 Vers la source officielle

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.