← België

Arrest 181496 - Varia (binnenlandse zaken en lokale besturen) - 26/03/2008

id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Raad van State Vonnis/arrest van 26 maart 2008 ECLI nr: ECLI:BE:RVSCE:2008:ARR.181.496 Rolnummer: A. 185828/XIV-32630 Zaak: Arrest 181496 - Varia (binnenlandse zaken en lokale besturen) - 26/03/2008 Rechtsgebied: Bestuursrecht Invoerdatum: 2008-04-10 Raadplegingen: 59 - laatst gezien 2026-06-29 07:50 Fiche Arrest nr 181.496 van 26 maart 2008 Instellingen, Binnenlandse zaken en lokale besturen - Varia (binnenlandse zaken en lokale besturen) Beslissing : Verwerping Inwilliging tussenkomst Thesaurus CAS: RAAD VAN STATE UTU-thesaurus: PUBLIEK EN ADMINISTRATIEF RECHT - RAAD VAN STATE - Arresten (Raad van State) Tekst van de beslissing RAAD VAN STATE, AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK. nr. 181.496 van 26 maart 2008 in de zaak A. 185.828/XII-

  1. In zake : de GEMEENTE KNOKKE-HEIST, die woonplaats kiest bij advocaat A. Coolsaet, kantoor houdende te Antwerpen, Arthur Goemaerelei 69 tegen :
  2. het VLAAMSE GEWEST,
  3. de BEROEPSCOMMISSIE VOOR TUCHTZAKEN, die woonplaats kiezen bij advocaat B. Staelens, kantoor houdende te Brugge, Stockhouderskasteel, Gerard Davidstraat 46, bus
  4. tussenkomende partij : Marc VERHAEGHE, die woonplaats kiest bij advocaat J.-B. Petitat, kantoor houdende te Sint-Kruis, Sportstraat
  5. --------------------------------------------------------------------------------------------------- DE Wnd. VOORZITTER VAN DE XIIe KAMER, Gezien het verzoekschrift dat de gemeente Knokke-Heist op 13 november 2007 heeft ingediend om onder meer de schorsing van de tenuitvoerlegging te vorderen van de beslissing van 18 september 2007 van de Beroepscommissie voor tuchtzaken waarbij de preventieve schorsing van Marc Verhaeghe wordt verlengd voor een periode van 19 mei 2007 tot en met 18 september 2007, in zoverre in die beslissing wordt gezegd dat er geen redenen zijn om tot een inhouding van salaris over te gaan; Gezien de nota's van de verwerende partijen; XII-5271-1/5 Gezien het verslag opgesteld door eerste auditeur B. Thys; Gelet op de kennisgeving van het verslag aan partijen; Gelet op de beschikking van 15 februari 2008 waarbij de terechtzitting bepaald wordt op 4 maart 2008; Gezien het op 20 december 2007 ingediende verzoekschrift waarin Marc Verhaeghe vraagt in het administratief kort geding te mogen tussenkomen; Gehoord het verslag van staatsraad J. Lust; Gehoord de opmerkingen van advocaat A. Coolsaet, die verschijnt voor verzoekster, van advocaat B. Staelens, die verschijnt voor de verwerende partijen, en van advocaat V. Petitat, die verschijnt voor Marc Verhaeghe; Gehoord het eensluidend advies van eerste auditeur B. Thys; Gelet op de artikelen 17 en 18 en titel VI, hoofdstuk II, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari 1973, OVERWEEGT WAT VOLGT :
  6. Marc Verhaeghe is gemeentesecretaris te Knokke-Heist. Hij wordt op 17 mei 2006 in voorlopige hechtenis genomen op verdenking van onregelmatig- heden inzake stedenbouwkundige dossiers. Bij beslissing van 19 mei 2006 van het college van burgemeester en schepenen van de gemeente Knokke-Heist, door de gemeenteraad bekrachtigd op 24 mei 2006, wordt betrokkene preventief geschorst voor een periode van 19 mei 2006 tot en met 18 september
  7. Op 26 april 2007 beslist de gemeenteraad tot een derde verlenging van de preventieve schorsing, voor een periode van 19 mei 2007 tot en met 18 september
  8. Tevens wordt een inhouding van salaris van 30 % opgelegd. Bij besluit van 18 september 2007 verklaart de Beroepscommissie voor tuchtzaken (hierna: de Beroepscommissie) de beslissing nietig en verlengt zij, opnieuw oordelend, de preventieve schorsing zoals de nietig verklaarde gemeenteraadsbeslissing deed, maar zonder inhouding van salaris. Onderhavig beroep XII-5271-2/5 viseert de beslissing van de Beroepscommissie in zoverre zij zegt dat er geen redenen zijn om tot een inhouding van salaris over te gaan.
  9. Marc Verhaeghe vraagt terecht in debatten te mogen tussenkomen.
  10. Verwerende partijen betwisten de ontvankelijkheid van de vordering tot schorsing. Een onderzoek van en een uitspraak over de ontvankelijkheid zouden zich alleen opdringen indien aan de grondvoorwaarden voor een schorsing voldaan mocht zijn, hetgeen zoals hierna zal blijken niet het geval is.
  11. Overeenkomstig artikel 17, § 2, van zijn gecoördineerde wetten kan de Raad van State alleen de schorsing van de tenuitvoerlegging bevelen als ernstige middelen worden aangevoerd die de vernietiging van de aangevochten beslissing kunnen verantwoorden en op voorwaarde dat de onmiddellijke tenuitvoerlegging van de beslissing een moeilijk te herstellen ernstig nadeel kan berokkenen.
  12. Met betrekking tot de tweede voorwaarde voert verzoekster in haar verzoekschrift in de eerste plaats een moreel nadeel aan, doordat zij er in het dossier van de tussenkomende partij steeds naar gestreefd heeft de grootst mogelijke zorgvuldigheid en voorzichtigheid in acht te nemen en thans op dit nagestreefde “goed bestuur” ten onrechte een smet geworpen ziet worden, zodat haar imago en goede naam een “zware deuk” krijgen. In de tweede plaats betoogt verzoekster een moeilijk te herstellen ernstig nadeel te lijden doordat haar bevoegdheden en rechten ten onrechte worden beknot. Meer bepaald licht zij toe dat aan een eventueel later op te leggen tuchtstraf “wellicht” slechts terugwerkende kracht kan worden verleend voor de periode waarin aan de preventieve schorsing onafgebroken een inhouding van salaris was verbonden, dat de bestreden beslissing belet dat aan de eventueel toekomstige tuchtstraf terugwerkende kracht kan worden verleend en verzoeksters recht om terugwerkende kracht aan de tuchtbeslissing te verlenen uitschakelt, en dat zelfs de wedde zal moeten worden betaald die in aansluiting bij eerdere preventieve schorsingen werd ingehouden, ook al werd die inhouding door de toezichthoudende overheid uitdrukkelijk goedgekeurd. XII-5271-3/5
  13. Dat verzoekster bij de behandeling van het dossier van de tussenkomende partij zorgvuldigheid en voorzichtigheid heeft nagestreefd, lijkt niet meer dan normaal. Of de Beroepscommissie al dan niet ten onrechte heeft gemeend, in tegenstelling tot verzoekster, dat er geen reden was tot inhouding van salaris, betreft in wezen de schorsingsvoorwaarde in verband met de ernstige middelen. Hoe dan ook is het overtrokken om het tenietdoen van de gedeeltelijke inhouding van het salaris van Marc Verhaeghe tijdens diens preventieve schorsing van 19 mei 2007 tot en met 18 september 2007, voor te stellen en op te vatten als een dusdanige deuk in het imago en de goede naam van verzoekster dat zij geacht moet worden er een moeilijk te herstellen ernstig nadeel door te lijden.
  14. Voorts komt het de Raad van State voor dat het nadeel dat aan de eventuele tuchtstraf beweerdelijk geen terugwerkende kracht zal kunnen worden gegeven en dat verzoekster verplicht zal zijn om ingehouden wedde alsnog uit te betalen, in essentie financieel van aard is. Het blijkt niet waarom dit wezenlijk pecuniair nadeel, dat verzoekster zelfs niet eens begroot, voor haar ernstig in de zin van artikel 17, § 2, van de gecoördineerde wetten op de Raad van State zou zijn.
  15. Verzoekster maakt niet aannemelijk ten gevolge van de bestreden beslissing een nadeel te lijden dat dreigt zowel ernstig als moeilijk herstelbaar is. Aldus is tenminste een van de cumulatieve grondvoorwaarden voor een schorsing niet vervuld. Deze vaststelling volstaat om de vordering te verwerpen. OM DIE REDENEN BESLIST DE RAAD VAN STATE : Artikel
  16. Het verzoek tot tussenkomst van Marc Verhaeghe in het administratief kort geding wordt ingewilligd. Artikel
  17. De vordering tot schorsing wordt verworpen. XII-5271-4/5 Artikel
  18. De uitspraak over de bijdrage in de betaling van de kosten van de vordering tot schorsing wordt uitgesteld. De kosten van de tussenkomst, bepaald op 125 euro, komen ten laste van de tussenkomende partij. Aldus te Brussel uitgesproken in openbare terechtzitting, op zesentwintig maart 2008, door : de HH. J. LUST, wnd. kamervoorzitter, staatsraad, F. BONTINCK, griffier. De griffier, De voorzitter, F. BONTINCK. J. LUST. XII-5271-5/5 PDF document ECLI:BE:RVSCE:2008:ARR.181.496 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div

🔗 Vers la source officielle

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.