id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Raad van State Vonnis/arrest van 26 maart 2008 ECLI nr: ECLI:BE:RVSCE:2008:ARR.181.498 Rolnummer: A. 184710/X-13405 Zaak: Arrest 181498 - Bouwvergunningen en gemengde vergunningen - 26/03/2008 Rechtsgebied: Bestuursrecht Invoerdatum: 2008-04-03 Raadplegingen: 59 - laatst gezien 2026-06-29 07:50 Fiche Arrest nr 181.498 van 26 maart 2008 Ruimtelijke ordening, stedenbouw, leefmilieu en aanverwante aangelegenheden - Bouwvergunningen en gemengde vergunningen Beslissing : Verwerping Inwilliging tussenkomst Thesaurus CAS: RAAD VAN STATE UTU-thesaurus: PUBLIEK EN ADMINISTRATIEF RECHT - RAAD VAN STATE - Arresten (Raad van State) Tekst van de beslissing RAAD VAN STATE, AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK. nr. 181.498 van 26 maart 2008 in de zaak A. 184.710/X-13.
- In zake :
- André SIERENS,
- Ingrid CHALTIN, die woonplaats kiezen te 3060 BERTEM, Tervuursesteenweg 240 tegen : de gemeente BERTEM, die woonplaats kiest bij advocaat I. COOREMAN, kantoor houdende te 1070 BRUSSEL, Ninoofsesteenweg
- tussenkomende partij : Karl VAN WESEL, die woonplaats kiest bij advocaat W. MERTENS, kantoor houdende te 3580 BERINGEN, Scheigoorstraat
- DE Wnd. VOORZITTER VAN DE Xe KAMER, Gezien het enig verzoekschrift dat André SIERENS en Ingrid CHALTIN op 28 juli 2007 hebben ingediend, en waarin zij de schorsing van de tenuitvoerlegging vorderen van het besluit van 14 mei 2007 van het college van burgemeester en schepenen van de gemeente Bertem waarbij aan Karl VAN WESEL de stedenbouwkundige vergunning wordt verleend voor het bouwen van appartementen met ondergrondse garages te Bertem, Tervuursesteenweg 238, op een perceel kadastraal bekend sectie B, nr. 235/r/2; Gezien de nota van de verwerende partij; Gezien het verslag opgemaakt door auditeur T. DE WAELE; Gelet op de kennisgeving van het verslag aan partijen; X-13.405-1/6 Gelet op de beschikking van 23 oktober 2007 waarbij de terechtzitting bepaald wordt op 23 november 2007; Gehoord het verslag van staatsraad J. BOVIN; Gehoord de opmerkingen van advocaat E. STORMS, die verschijnt voor de verzoekers, van advocaat K. PHLIPS, die loco advocaat I. COOREMAN verschijnt voor de verwerende partij, en van advocaat W. MERTENS, die verschijnt voor de tussenkomende partij; Gehoord het eensluidend advies van auditeur T. DE WAELE; Gelet op de artikelen 17 en 18 en titel VI, hoofdstuk II, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari 1973; OVERWEEGT WAT VOLGT:
- Rechtspleging 1.
- Karl VAN WESEL heeft met een verzoekschrift van 21 september 2007 gevraagd om in het administratief kort geding te mogen tussenkomen. Er is grond om het verzoek in te willigen.
- Over de thans voorliggende gegevens van de zaak 2.
- Op 17 januari 2007 (datum van het ontvangstbewijs) dient Karl VAN WESEL bij het college van burgemeester en schepenen van de gemeente Bertem een aanvraag in tot het verkrijgen van de stedenbouwkundige vergunning voor het bouwen van een appartementsgebouw met ondergrondse garages te Bertem, Tervuursesteenweg 238, op een perceel kadastraal bekend sectie B, nr. 235/r/
- 2.
- Overeenkomstig de bestemmingsvoorschriften van het bij koninklijk besluit van 7 april 1977 vastgestelde gewestplan Leuven is het perceel gelegen in woongebied. X-13.405-2/6 2.
- De verzoekers zijn eigenaar van het links aanpalend perceel, bebouwd met een halfopen woning. 2.
- Bij het thans bestreden besluit van 14 mei 2007 verleent het college van burgemeester en schepenen van de gemeente Bertem aan Karl VAN WESEL de gevraagde stedenbouwkundige vergunning, met onder meer als voorwaarde dat “ter hoogte van de Oude Tervuursebaan minstens 4 i.p.v. 2 parkeerplaatsen voor bezoekers” worden ingericht.
- Over de grondvoorwaarden voor de schorsing 3.
- Krachtens artikel 17, § 2 van de gecoördineerde wetten op de Raad van State kan slechts tot schorsing van de tenuitvoerlegging worden besloten onder de dubbele voorwaarde dat ernstige middelen worden aangevoerd die de vernietiging van de aangevochten beslissing kunnen verantwoorden en dat de onmiddellijke tenuitvoerlegging van de bestreden beslissing een moeilijk te herstellen ernstig nadeel kan berokkenen. Wat de tweede schorsingsvoorwaarde betreft dient luidens artikel 8, eerste lid, 3/ van het koninklijk besluit van 5 december 1991 tot bepaling van de rechtspleging in kort geding voor de Raad van State, het enig verzoekschrift “een uiteenzetting van de feiten (te bevatten) die van aard zijn aan te tonen dat de onmiddellijke tenuitvoerlegging van de bestreden akte de verzoekende partij een moeilijk te herstellen ernstig nadeel kan berokkenen, waarbij alle stukken worden gevoegd die het risico op dergelijk nadeel aantonen”. Uit deze bepalingen volgt dat alleen met hetgeen in het verzoekschrift is uiteengezet en de erbij gevoegde stukken rekening kan worden gehouden. 3.
- Over het moeilijk te herstellen ernstig nadeel 3.2.
- Standpunt van de partijen 3.2.1.
- De verzoekers zetten het moeilijk te herstellen ernstig nadeel dat de onmiddellijke tenuitvoerlegging van de bestreden beslissing kan berokkenen in X-13.405-3/6 het verzoekschrift onder de hoofding “feiten die het bevelen van de schorsing verantwoorden” uiteen als volgt : “De middelen tot nietigverklaring blijken overduidelijk ernstig en daarenboven lijden verzoekers door de onmiddellijke tenuitvoerlegging van de bestreden beslissing niet alleen een Moeilijk, maar zelfs meer, een totaal onmogelijk Te Herstellen Ernstig Nadeel (MTHEN). De voltooiing in een vijftal maanden van de ruwbouw, i.c. de bouwput, fundamenten en dragende muren, van een mammoetgebouw, met afmetingen > 19 m gevelbreedte op 15 m (0/ verd.) resp. 12 m (verdiepingen) diepte, ten opzichte van een afgeslankt ontwerp en ruwbouw conform een goede ruimtelijke ordening, vormt op zich een Moeilijk Te Herstellen en Ernstig Nadeel (MTHEN). Volgens ingewonnen inlichtingen is de bouwheer zinnens de werken begin januari ’08 aan te vatten om deze eind ’08 te beëindigen. Zonder schorsing komt de nietigverklaring, bv. halfweg 2008, ruwbouw klaar, investering voor de helft besteed, bv. begin 2009, gebouw volledig klaar, totale investering geschat op i 1,5 miljoen, onherroepelijk te laat en blijft zij zonder voorwerp”. 3.2.1.
- De verwerende partij repliceert in haar nota dat deze uiteenzetting betreffende het vermeende moeilijk te herstellen ernstig nadeel “manifest ontoereikend” is. 3.2.1.
- De tussenkomende partij merkt ook op dat de ontwikkeling van het moeilijk te herstellen ernstig nadeel in het inleidend verzoekschrift erg beperkt is. 3.2.
- Onderzoek van het aangevoerde moeilijk te herstellen ernstig nadeel 3.2.2.
- De verzoekers mogen zich in de uiteenzetting van het moeilijk te herstellen ernstig nadeel niet beperken tot vaagheden en algemeenheden, maar dienen concrete en precieze gegevens aan te brengen waaruit enerzijds de ernst van het nadeel blijkt dat zij ondergaan of dreigen te ondergaan, hetgeen inhoudt dat zij concrete en precieze aanduidingen moeten verschaffen omtrent de aard en de omvang van het nadeel dat de onmiddellijke tenuitvoerlegging van de aangevochten akte kan berokkenen, én waaruit anderzijds het moeilijk te herstellen karakter van het nadeel blijkt. 3.2.2.
- Het enkele feit dat een gebouw met een gevelbreedte van 19 m en een diepte 15 m op het gelijkvloers en 12 m op de verdieping zal worden opgericht toont op zich niet aan dat hierdoor voor de verzoekers een ernstig nadeel ontstaat. De verzoekers blijven in gebreke concreet uiteen te zetten op welke wijze het X-13.405-4/6 betrokken gebouw ingevolge deze afmetingen hun een ernstig nadeel kan berokkenen. De door de verzoekers gegeven uiteenzetting is te vaag en te algemeen om de Raad van State toe te laten tot het voorhanden zijn van een ernstig nadeel te kunnen besluiten. 3.2.2.
- Voorts kan de omstandigheid dat, zonder schorsing, de nietigverklaring onherroepelijk te laat zou komen, niet dienstig worden ingeroepen. Het rechtens vereiste nadeel moet immers voortvloeien uit de onmiddellijke tenuitvoerlegging van de bestreden beslissing en niet uit de duur van de annulatieprocedure. 3.2.2.
- De uiteenzetting van de verzoekers bevat geen concrete en precieze gegevens die aannemelijk maken dat de onmiddellijke tenuitvoerlegging van de aangevochten akte een moeilijk te herstellen ernstig nadeel kan berokkenen in de zin van artikel 17, § 2 van de gecoördineerde wetten op de Raad van State. 3.2.2.
- Uit het vorenstaande blijkt dat niet is voldaan aan één van de door artikel 17, § 2 van de gecoördineerde wetten op de Raad van State opgelegde voorwaarden om de schorsing van de tenuitvoerlegging van het bestreden besluit te kunnen bevelen. Die vaststelling volstaat om de vordering af te wijzen. OM DIE REDENEN BESLIST DE RAAD VAN STATE : Artikel
- Het verzoek tot tussenkomst van Karl VAN WESEL in het administratief kort geding wordt ingewilligd. Artikel
- De vordering tot schorsing wordt verworpen. Artikel
- De uitspraak over de bijdrage in de betaling van de kosten van de vordering tot schorsing wordt uitgesteld. X-13.405-5/6 De uitspraak over de bijdrage in de betaling van de kosten van de tussenkomst in de schorsingsprocedure wordt uitgesteld. Aldus te Brussel uitgesproken in openbare terechtzitting, op zesentwintig maart 2008, door : de H. J. BOVIN, wnd. kamervoorzitter, staatsraad, Mevr. T. TEMMERMAN, griffier. De griffier, De voorzitter, T. TEMMERMAN. J. BOVIN. X-13.405-6/6 PDF document ECLI:BE:RVSCE:2008:ARR.181.498 Gerelateerde publicatie(s) gevolgd door: ECLI:BE:RVSCE:2008:ARR.186.256 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div