id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Raad van State Vonnis/arrest van 31 maart 2008 ECLI nr: ECLI:BE:RVSCE:2008:ARR.181.549 Rolnummer: A. 185478/IX-5773 Zaak: Arrest 181549 - Openbaar ambt van Gemeenschappen en Gewesten - Reglementen - 31/03/2008 Rechtsgebied: Bestuursrecht Invoerdatum: 2008-04-15 Raadplegingen: 55 - laatst gezien 2026-06-29 07:51 Fiche Arrest nr 181.549 van 31 maart 2008 Openbaar ambt - Openbaar ambt van Gemeenschappen en Gewesten - Reglementen Beslissing : Vernietiging bekendmaking Verwerping overige Thesaurus CAS: RAAD VAN STATE UTU-thesaurus: PUBLIEK EN ADMINISTRATIEF RECHT - RAAD VAN STATE - Arresten (Raad van State) Tekst van de beslissing RAAD VAN STATE, AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK. nr. 181.549 van 31 maart 2008 in de zaak A. 185.478/IX-
- In zake : Eddy BOOMPUTTE, die woonplaats kiest bij advocaten P. LUYPAERS en H.-K. CARÊME, kantoor houdende te HEVERLEE, Industrieweg 4, bus1 tegen : het Brussels Hoofdstedelijk Gewest, vertegenwoordigd door de Brusselse Hoofdstedelijke Regering. ----------------------------------------------------------------------------------------------------- -- D E R A A D V A N S T A T E, IXe K A M E R, Gezien het verzoekschrift dat Eddy BOOMPUTTE op 12 oktober 2007 heeft ingediend om de schorsing van de tenuitvoerlegging en de nietigverkla- ring te vorderen van : - “het besluit van de Brusselse Hoofdstedelijke Regering van 16 juli 2007 waarbij de heer Frank LELON wordt benoemd tot Eerste Attaché (rang A2-expertbetrek- king) bij het Bestuur van de Diensten van de Secretaris-generaal (DSG), Directie Juridische Zaken, binnen het eentalig Nederlands taalkader met ingang van 1 februari 2007, [bekendgemaakt] in het Belgisch Staatsblad op 31 augustus 2007 [...]”; - “het door de Directieraad van het Ministerie van het Brussels Hoofdstedelijk Gewest uitgebrachte advies, het vergelijkend advies en de eerste en de uiteindelij- ke rangschikking voor de te begeven expertbetrekking rang A2 van Eerste Attaché bij de Directie Juridische Zaken die het resultaat zijn van de bevorde- ringsprocedure die heeft plaatsgevonden tijdens de vergaderingen van de Directieraad van 23 oktober 2006 en 10 januari 2007 [...]”; - “de impliciete weigering om de verzoekende partij als eerste te rangschikken en dienvolgens de verzoekende partij te bevorderen tot Eerste Attaché bij de Directie Juridische Zaken”; Gezien het verslag over de vordering tot schorsing en het beroep tot nietigverklaring, opgemaakt door eerste auditeur B. THYS op grond van IX-5773-1/17 artikel 93 van het besluit van de Regent van 23 augustus 1948 tot regeling van de rechtspleging voor de afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State; Gelet op de beschikking van 8 januari 2008, houdende bevel tot neerlegging van het verslag over het beroep tot nietigverklaring en waarbij de terechtzitting bepaald wordt op 11 februari 2008; Gelet op de kennisgeving van het verslag aan partijen; Gehoord het verslag van kamervoorzitter P. LEMMENS; Gehoord de opmerkingen van advocaten H.-K. CARÊME en K. VAN HERCK die verschijnen voor de verzoeker; Gehoord het eensluidend advies van eerste auditeur B. THYS; Gezien het schrijven van de verzoekende partij van 6 maart 2008; Gelet op de artikelen 17 en 18 en titel VI, hoofdstuk II, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari 1973, OVERWEEGT WAT VOLGT : Over de gegevens van de zaak
- De verzoeker is attaché bij de Directie Juridische Zaken van de Diensten van de Secretaris-generaal van het Ministerie van het Brussels Hoofdstede- lijk Gewest.
- Op 8 mei 2001 neemt hij kennis van de vacantverklaring van 44 Nederlandstalige of Franstalige betrekkingen van eerste attaché in de rang A2, waaronder één expertbetrekking bij de Directie Juridische Zaken (Gerechtelijke Geschillen). Met een brief van 18 mei 2001 stelt hij zich kandidaat voor voormelde betrekking. Nog zes andere personen stellen zich kandidaat. IX-5773-2/17 Bij besluit van de Brusselse Hoofdstedelijke Regering van 21 december 2001 wordt Frank LELON benoemd tot eerste attaché bij het Bestuur van de Diensten van de Secretaris-generaal, Directie Juridische Zaken. Bij arrest nr. 155.980 van 7 maart 2006 vernietigt de Raad van State, op het beroep van kandidaat M.A. K., het voormelde besluit van 21 december 2001 wegens de afwezigheid van een regelmatig vastgesteld taalkader (schending van artikel 43, §§ 3 en 5, van de gecoördineerde wetten op het gebruik van de talen in bestuurszaken). Ook de verzoeker heeft tegen het besluit van 21 december 2001, alsmede tegen het daaraan voorafgaande advies van de directieraad, de door deze raad voorgestelde rangschikking van de kandidaten en de impliciete weigering om hemzelf als eerste kandidaat te rangschikken en vervolgens te bevorderen, beroepen tot nietigverklaring bij de Raad van State ingesteld. Deze beroepen zijn, gelet op de vernietiging van het besluit van 21 december 2001 en op de hierna vermelde opening van een nieuwe bevorderingsprocedure, bij arrest nr. 181.548 van heden verworpen.
- Met een brief van 14 september 2006 deelt de Secretaris-generaal van het Ministerie van het Brussels Hoofdstedelijk Gewest mee dat de Brusselse Hoofdstedelijke Regering beslist heeft om vijf Nederlandstalige of Franstalige betrekkingen van eerste attaché in de rang A2 vacant te verklaren. Eén van deze betrekkingen is de betrekking van eerste attaché bij de directie Juridische Zaken, welke door de vernietiging van de bevordering van Frank LELON opnieuw vacant wordt verklaard. De functiebeschrijving van de laatstgenoemde betrekking luidt als volgt : “
- OPDRACHT De 1ste attaché-expert bij de directie Juridische Zaken levert expertise met betrekking tot gerechtelijke geschillen. Hij/Zij verricht studies en brengt adviezen uit over gespecialiseerde dossiers binnen zijn expertisedomein. Hij/zij ziet erop toe dat de hem/haar toegewezen doelstellingen bereikt worden. Hij/zij informeert regelmatig zijn/haar hiërarchische meerdere over de uitvoering van zijn/haar opdrachten. Hij/zij draagt bij tot het vormingsbeleid en het intern en extern informatiebeleid. Hij/zij vervangt en vertegenwoordigt zijn meerdere op basis van de overeengekomen delegaties.
- SPECIFIEKE ACTIVITEITEN IX-5773-3/17 • Op de hoogte blijven van de stand en de evolutie van wetgeving, materies, technieken en methodes i.v.m. het expertisedomein en praktische toepassin- gen voorstellen • De wet- en regelgevende teksten in verband met de handelingen van de regering, het parlement en de ministers analyseren en interpreteren • De gerechtelijke geschillen volgen • Ontwerpen van conclusies opstellen ten behoeve van de advocaten • Adviezen formuleren over beroepen bij de Raad van State.” Het functieprofiel wordt als volgt omschreven : “De 1ste attaché(ee)-expert beschikt over voldoende algemene kennis en ervaring inzake de materies, wetgevingen, technieken en methodes die nodig zijn voor de vervulling van de specifieke activiteiten die zijn beschreven in punt 2, vooral met betrekking tot : - de juridische en administratieve materies, met inbegrip van de problemen in het kader van de gerechtelijke geschillen; - het opstellen van juridische teksten en het formuleren van adviezen. Hij/zij dient blijk te geven van vermogen tot conceptwerk en creativiteit, analyse en synthese, alsook kritisch beoordelingsvermogen, nauwgezetheid, precisie en logisch denkvermogen. Naast deze vereisten dient de 1ste attaché(ee)-expert ook (te) beschikken over communicatiecapaciteiten, zowel mondeling (de materies, technieken en methodes kunnen uitleggen aan de medewerkers of aan het publiek en klanten van de dienst) als schriftelijk (auditverslagen, regelgevende teksten, ...). Hij/zij moet blijk geven van zin voor autonomie en initiatief en teamwerk bevorderen. Hij/zij dient te kunnen werken met de bij het (Ministerie van het Brussels Hoofdstedelijk Gewest) gebruikte informatica-toepassingen die nodig zijn bij de uitoefening van zijn/haar functie.” Met een brief van 28 september 2006 stelt de verzoeker zich kandidaat voor deze betrekking. Bij zijn kandidaatstelling voegt hij een uitvoerig curriculum vitae en talrijke stavingsstukken. Zes andere personen stellen zich eveneens kandidaat. Op 23 oktober 2006 beoordeelt de directieraad de ingediende kandidaturen, brengt hij advies uit over de in aanmerking genomen kandidaten en stelt hij een rangschikking op van deze kandidaten. Blijkens het verslag van de desbetreffende vergadering van de directieraad worden de zeven ingediende kandidaturen alle ontvankelijk verklaard. Het verslag vermeldt dat de directieraad “[n]a uitvoerig de kwalificaties, de aanspraken, de beroepservaring en de competenties van de kandidaten te hebben besproken in het licht van het profiel vervat in de functiebeschrijving van de te begeven betrekking, meer bepaald wat betreft de IX-5773-4/17 kennis in verband met het werkterrein van de betrokken directie en de managementcompetenties”, beschouwingen formuleert over ieder van de kandidaten. Met betrekking tot de verzoeker en Frank LELON luiden die beschouwingen als volgt : “Eddy BOOMPUTTE laat een licentie in de rechten gelden alsmede talrijke opleidingen - gevolgd in avondonderwijs of in het kader van zijn beroepsloopbaan - meer bepaald inzake transportrecht, vakbondsstatuut, comptabiliteit, overheidsopdrachten, staatshervorming, informatica, ... Qua beroepservaring beschikt de kandidaat over bijna 14 jaar ervaring als jurist bij de directie Juridische Zaken, waar hij belast is met het juridisch beheer van dossiers over verschillende materies. Daarnaast beheert hij een juridische bibliotheek en vervult hij de opdrachten van correspondent kantoorautomatisering en budgetverantwoordelijke voor de directie. Hij is tevens aangewezen als evaluator. Wat betreft de vereiste competenties voor de beoogde expertbetrekking laat de kandidaat zijn kennis en ervaring bij de directie Juridische Zaken gelden: uitwerking van juridische teksten, volgen van wetgeving en rechtsaangelegenheden, follow-up van gerechtelijke geschillen, formuleren van adviezen, interpreteren en analyseren van wetten en reglementen, uitwerken van conclusies en adviezen voor en in samenwerking met advocaten, begeleiding van juridische dossiers voor de rechtsprekende colleges, ... Hij schreef ook verschillende syllabi en geeft opleidingen. Hij is lid van diverse commissies en werkgroepen” en “Frank LELON laat een licentie in de rechten gelden. Qua beroepservaring beschikt de kandidaat over 13 jaar ervaring bij de gewestelijke overheid: 7 jaar bij de directie Externe Betrekkingen van het Secretariaat-generaal en sinds 2001 als adviseur bij ministeriële kabinetten belast met financiën, begroting, externe betrekkingen en informatica. De uitoefening van deze functies stelde hem in staat kennis en ervaring op te bouwen op het vlak van de externe betrekkingen en de coördinatie op Europees niveau (follow-up van internationale verdragen en de desbetreffende onderhandelingen, volgen van het Europees beleid, buitenlands beleid, zetel- en onthaalbeleid in het Gewest, multilaterale betrekkingen, bilaterale akkoorden, beheer en follow-up van fondsen, ...). Wat betreft de vereiste competenties voor de beoogde expertbetrekking, laat de kandidaat ruime en diverse ervaring op juridisch en administratief vlak (gelden). Zijn functies als adviseur bij ministeriële kabinetten impliceren immers ook een goede juridische kennis op het vlak van ambtenarenzaken en de werking van de instellingen, alsook vele verantwoordelijkheden inzake vertegenwoordiging (werkgroep ‘Gemengde Verdragen’) en communicatie op gewestelijk, nationaal en internationaal niveau. Hij heeft bovendien blijk gegeven van creativiteit en organisatievermogen (bv. Wereldtentoonstellingen: aanschaf of bouw van het Belgisch paviljoen, uitwerking van het concept, contacten met de architecten, budgettering, coördinatie, ...; Brusselse Dagen: opstellen van het programma, facturatie, probleemoplossing, ...).” IX-5773-5/17 Met eenparigheid van stemmen worden vier van de zeven kandidaten, waaronder de verzoeker en Frank LELON, in aanmerking genomen. De directieraad brengt vervolgens het volgende advies uit over de in aanmerking genomen kandidaten: “Frank LELON is een goede jurist, met een ruime en gevarieerde juridische ervaring. Hij toont zich bekwaam om aanzienlijke verantwoordelijkheden waar te nemen, meer bepaald inzake juridisch advies ten behoeve van de Regering, het Parlement en de Brusselse ministers, wat geactualiseerde juridische expertise impliceert in de diverse rechtsgebieden verbonden aan de werking van de overheid. Hij beheert dossiers met een hoge technische complexiteitsgraad, zoals de uitwerking van internationale akkoorden, overeenkomsten en verdragen of de omzetting van Europese richtlijnen, die gepaard gaan met gedeelde institutionele bevoegdheden. Hij heeft ook meermaals aangetoond te beschikken over analyse- en synthesevermogen en in staat te zijn zich snel nieuwe wetgevingen eigen te maken in het kader van de overdracht van nieuwe bevoegdheden aan het (Brussels Hoofdstedelijk Gewest), zoals bijvoorbeeld de wapenvergunningen, waarbij hij zorgde voor een begeleiding van de overdracht en continuïteit van de dienstverlening. Bovendien heeft de kandidaat blijk gegeven van een grote bekwaamheid op het vlak van communicatie en conceptwerk, een sterke zin voor initiatief en een scherpe creatieve ingesteldheid. Zijn persoonlijke en professionele kwaliteiten onderscheiden hem van de andere kandidaten, meer bepaald wat betreft innovatievermogen. De leden van de Directieraad menen bijgevolg dat hij voor een nieuwe visie zou kunnen zorgen in de uitoefening van een expertbetrekking bij de directie Juridische Zaken en zo een originele bijdrage leveren tot de ontwikkeling van deze directie. Eddy BOOMPUTTE is een erg bekwame ambtenaar die kwaliteitswerk aflevert en over de nodige ervaring beschikt voor het uitoefenen van een expertbetrekking. Hij behandelt de hem toevertrouwde dossiers nauwgezet en met inachtneming van de geldende termijnen. De leden van de Directieraad menen evenwel dat hij voor het vervullen van de te begeven betrekking in mindere mate dan Frank LELON beschikt over capaciteiten op het vlak van conceptwerk, creativiteit, initiatief en communicatie. M.A. K. is een erg bekwame ambtenaar die blijk geeft van de nodige technische kwaliteiten voor de uitoefening van de te begeven functie. Hij levert kwaliteitswerk af en maakt zich goed vertrouwd met het geïnformatiseerd beheer van juridische databanken. De leden van de Directieraad zijn evenwel van oordeel dat hij voor het vervullen van de te begeven betrekking in mindere mate dan Frank LELON beschikt over capaciteiten op het vlak van conceptwerk, creativiteit, initiatief en communicatie. A. E. is een bekwame ambtenaar. Hij heeft aangetoond adviserende functies te kunnen oefenen die een zeker verantwoordelijkheidsniveau inhouden en heeft blijk gegeven van analysevermogen en capaciteiten voor het formuleren van juridische adviezen die geactualiseerde kennis van diverse wetgevingen vergen, alsook van zijn vermogen om efficiënt en snel te werken onder tijdsdruk. De leden van de directieraad zijn evenwel van oordeel dat hij voor het vervullen van de te begeven betrekking in mindere mate dan Frank LELON IX-5773-6/17 beschikt over capaciteiten op het vlak van conceptwerk, creativiteit, initiatief en communicatie.” Met eenparigheid van stemmen rangschikt de directieraad deze kandidaten ten slotte als volgt :
- Frank LELON;
- ex aequo: de verzoeker en M.A. K.;
- A. E. Op 23 november 2006 neemt de verzoeker kennis van de notulen van de vergadering van de directieraad van 23 oktober
- Op 1 december 2006 dient de verzoeker bij de voorzitter van de directieraad een bezwaarschrift in. Daarin voert hij aan en zet hij nader uiteen dat Frank LELON niet aan de bevorderingsvoorwaarden voldoet omdat hij sedert de inwerkingtreding van het nieuw administratief statuut niet is geëvalueerd; dat de directieraad met miskenning van het gezag van gewijsde van het genoemde arrest nr. 155.980 van de Raad van State van 7 maart 2006 rekening heeft gehouden met de ervaring die Frank LELON sedert zijn vernietigde benoeming van 21 december 2001 als eerste attaché heeft verworven; dat de directieraad bij de vergelijking van de kandidaten het gelijkheidsbeginsel heeft geschonden; dat de directieraad onvoldoende of niet zijn titels en verdiensten in aanmerking heeft genomen op het vlak van inzet om op de hoogte te blijven van de aangelegenheden die onder het expertisedomein van de eerste attaché bij de Directie Juridische Zaken vallen en dat het advies van de directieraad blijk geeft van tegenstrijdigheden, nietszeggende algemeenheden en een gebrek aan inhoudelijke motivering. Hij gaat daarbij uitvoerig in op de expertise die hij, in tegenstelling tot Frank LELON, ruimschoots heeft verworven met betrekking tot de afhandeling van gerechtelijke geschillen, het verrichten van juridische studies, het uitbrengen van juridische adviezen en het opstellen van regelgevende teksten. Hij betwist tevens ten stelligste dat hij in mindere mate dan Frank LELON zou beschikken over capaciteiten op het vlak van conceptwerk, creativiteit, initiatief en communicatie. Ook kandidaat M.A. K. dient bij de voorzitter van de directieraad een bezwaarschrift in. Op 10 januari 2007 onderzoekt de directieraad achtereenvolgens de beide bezwaarschriften. Hij overweegt telkens dat “het door de betrokkene ingediend bezwaarschrift gegevens aanbrengt die een wijziging van de opgemaakte rangschikking rechtvaardigen”. Aan het einde van de beraadslaging beslist de directieraad vooreerst een geheime stemming te houden over “een eventuele IX-5773-7/17 herziening van de rangschikking van de kandidaten”. Met eenparigheid van stemmen wordt besloten de rangschikking van de kandidaten te herzien. Vervolgens wordt gestemd over de rangschikking van de kandidaten. Met eenparigheid van stemmen rangschikt de directieraad de kandidaten als volgt:
- ex aequo, Frank LELON, de verzoeker en M.A. K.;
- A. E. Bij besluit van 16 juli 2007 beslist de Brusselse Hoofdstedelijke Regering om Frank LELON met ingang van 1 februari 2007 binnen het eentalig Nederlands taalkader te benoemen in de graad van eerste attaché (rang A2 - expertbetrekking) bij het Bestuur van de Diensten van de Secretaris-generaal, Directie Juridische Zaken. Dit besluit steunt op de volgende motieven : “[...] Gelet op de functiebeschrijving goedgekeurd door de Directieraad van het Ministerie van het Brussels Hoofdstedelijk Gewest; Gelet op de beslissing van de Brusselse Hoofdstedelijke Regering van 6 juli 2006 tot vacantverklaring van de betrekking van eerste Attaché (Rang A2 - Expertbetrekking) bij het Bestuur van de Diensten van de Secretaris-generaal (DSG) - Directie Juridische Zaken; Gelet op de beraadslagingen en voorstellen van de Directieraad van het Ministerie van het Brussels Hoofdstedelijk gewest de dato 23 oktober 2006; Gelet op de beraadslagingen van de Directieraad van 10 januari 2007 betreffende het onderzoek naar de bezwaarschriften ingediend tegen het voorstel van benoeming uitgebracht door de Directieraad; Gelet op de beraadslaging van de Brusselse Hoofdstedelijke Regering van 19 april 2007; Gelet op het voorstel van benoeming uitgebracht door de Directieraad na geheime stemming; Overwegende dat er 4 kandidaten gerangschikt werden, met name : • Op de eerste plaats: de heer Frank LELON (N), met éénparigheid van stemmen; • Op de tweede plaats ex aequo: de heer Eddy BOOMPUTTE (N), de heer M.A. K. (F), met éénparigheid van stemmen. • Op de derde plaats: de heer A. E. (N), met éénparigheid van stemmen Gelet op de herziening van de rangschikking uitgebracht bij éénparigheid van stemmen door de Directieraad op 10 januari 2007 als volgt : • Op de eerste plaats ex aequo: de heer Frank LELON (N), Eddy BOOMPUTTE (N) en de heer M.A. K. (F), met éénparigheid van stemmen; • Op de vierde plaats: de heer A. E. (N), met éénparigheid van stemmen Gelet op de adviezen en de beschouwingen, uitgebracht door de Directieraad en toegevoegd aan huidig besluit, waaruit blijkt dat de heer Frank LELON de meest geschikte persoon werd bevonden om de te begeven functie uit te oefenen; Overwegende dat hij op de eerste plaats werd gerangschikt door de leden van de Directieraad bij éénparigheid van stemmen.” IX-5773-8/17 Dit is de eerste bestreden beslissing. Zij wordt op 31 augustus 2007 bekendgemaakt in het Belgisch Staatsblad. Op 11 september 2007 ontvangt de verzoeker een afschrift van het bestreden besluit. Het beroep is eveneens gericht tegen de door de directieraad op 23 oktober 2006 en 10 januari 2007 uitgebrachte adviezen, vergelijkende advies en op de door de raad opgemaakte rangschikkingen van de kandidaten, alsmede tegen de impliciete weigering om de verzoeker als eerste te rangschikken en dienvolgens te bevorderen.
- Bij schrijven van 6 maart 2008, verstuurd op een ogenblik dat de debatten gesloten zijn en de zaak in beraad is, deelt de verwerende partij een afschrift mee van een besluit van de Brusselse Hoofdstedelijke Regering van 31 januari
- Artikel 1 van dat besluit voorziet in de intrekking van het thans bestreden besluit van 16 juli
- Artikel 2 voorziet in de benoeming van Frank LELON in de graad van Eerste Attaché (Rang A2 - Expertbetrekking) bij het Bestuur van de Diensten van de Secretaris-generaal, Directie Juridische Zaken, binnen het eentalig Nederlands taalkader. Artikel 3 bepaalt dat het besluit uitwerking heeft op 1 februari
- Over de rechtspleging
- De verwerende partij heeft noch een administratief dossier neergelegd, noch in het administratief kort geding een nota met opmerkingen ingediend. Overeenkomstig artikel 21, derde lid, van de gecoördineerde wetten op de Raad van State worden de door de verzoekende partij aangehaalde feiten bewezen geacht, tenzij ze kennelijk onjuist zijn.
- Het hiervóór genoemde schrijven van 6 maart 2008 en het bij dat schrijven gevoegde stuk zijn bij de Raad van State toegekomen nadat de debatten gesloten zijn. De verwerende partij verzoekt niet om de heropening van de debatten. Overeenkomstig artikel 771 van het Gerechtelijk Wetboek worden de genoemde brief en het genoemde stuk buiten het beraad gehouden. IX-5773-9/17 Over de ontvankelijkheid van het beroep
- Met betrekking tot de ontvankelijkheid van het beroep dient vooreerst te worden opgemerkt dat de definitieve rangschikking van de kandidaten, die de directieraad op 10 januari 2007 heeft aangenomen, en die deel uitmaakt van het tweede voorwerp van het voorliggende beroep tot nietigverklaring, voor de verzoeker een aanvechtbare administratieve rechtshandeling uitmaakt. Artikel 70 van het besluit van de Brusselse Hoofdstedelijke Regering van 6 mei 1999 houdende het administratief statuut en de bezoldigingsregeling van de ambtenaren van het Ministerie van het Brussels Hoofdstedelijk Gewest bepaalt immers dat de regering de definitieve klassering volgt, als die eenparig wordt uitgebracht. De rangschikking van Frank LELON en M.A. K. ex aequo met de verzoeker determineert derhalve definitief verzoekers kansen op een benoeming. Hij heeft er aldus belang bij dat deze rangschikking, indien hij de onwettigheid ervan kan aantonen, uit het rechtsverkeer wordt verwijderd. De adviezen die de directieraad op 23 oktober 2006 over de kandidaten heeft gegeven, zijn daarentegen louter voorbereidende handelingen, die niet voor vernietiging vatbaar zijn. Voorts is de rangschikking van 23 oktober 2006 vervangen door die van 10 januari
- Ambtshalve moet dan ook worden vastgesteld dat het beroep niet ontvankelijk is in zoverre het gericht is tegen de adviezen en de rangschikking van 23 oktober
- Wat betreft de ontvankelijkheid van het beroep tegen de impliciete weigering om de verzoeker als eerste kandidaat te rangschikken en vervolgens tot eerste attaché bij de Directie Juridische Zaken te benoemen, moet opgemerkt worden dat een afzonderlijk beroep tegen de impliciete weigering om een teleurgestelde kandidaat te benoemen in beginsel niet tot een ruimer herstel kan leiden dan het herstel dat voortvloeit uit de eventuele vernietiging van de beslissing waarbij een concurrent is benoemd. In beginsel heeft een verzoeker dan ook geen belang bij een dergelijk beroep. Weliswaar kunnen er uitzonderlijk omstandigheden zijn die met zich brengen dat een verzoeker wel belang heeft bij het bestrijden van de impliciete beslissing om hem niet te benoemen. De verzoeker voert echter geen dergelijke omstandigheden aan. Uit het verzoekschrift blijkt ook niet dat dergelijke omstandigheden te dezen voorhanden zijn. Ambtshalve moet dan ook worden IX-5773-10/17 vastgesteld dat het beroep niet ontvankelijk is in zoverre het gericht is tegen de impliciete weigering om de verzoekende partij als eerste te rangschikken en dienvolgens te bevorderen. Over de gegrondheid van het beroep
- De verzoeker roept een tweede middel in, afgeleid uit de schending van artikel 67 van het besluit van de Brusselse Hoofdstedelijke Regering van 6 mei 1999 houdende het administratief statuut en de bezoldigingsregeling van de ambtenaren van het Ministerie van het Brussels Hoofdstedelijk Gewest, de artikelen 2 en 3 van de wet van 29 juli 1991 betreffende de uitdrukkelijke motivering van de bestuurshandelingen, de artikelen 10 en 11 van de Grondwet, en de beginselen van behoorlijk bestuur, inzonderheid het zorgvuldigheidsbeginsel en het gelijkheidsbeginsel. 9.
- In een eerste onderdeel voert de verzoeker aan dat de adviezen van de directieraad van 23 oktober 2006 en 10 januari 2007 niet afdoende zijn gemotiveerd. Hij stelt dat de directieraad op 23 oktober 2006 hemzelf en M.A. K. op grond van nietszeggende algemeenheden op de tweede plaats gerangschikt heeft. Naar aanleiding van de bezwaren van de verzoeker en M.A. K. heeft de directieraad de rangschikking van de kandidaten op 10 januari 2007 gewijzigd, maar helemaal niet vermeld om welke redenen Frank LELON gelijkwaardig wordt geacht aan de verzoeker en aan M.A. K. De directieraad heeft met name niet aangegeven op grond waarvan aangenomen zou kunnen worden dat de verschillen tussen de kandidaten slechts miniem zijn, en waarom die verschillen niet relevant zijn. De directieraad heeft derhalve ook niet aangegeven waarom de verzoeker niet als enige kandidaat op de eerste plaats werd gerangschikt. 9.
- In een tweede onderdeel voert de verzoeker aan dat ook het bestreden benoemingsbesluit van 16 juli 2007 niet afdoende is gemotiveerd. Doordat de directieraad drie kandidaten ex aequo gerangschikt had, terwijl er slechts één vacante plaats was, diende de benoemende overheid haar beslissing om één van de ex aequo voorgestelde kandidaten te benoemen uitvoerig te motiveren. Dit is evenwel niet gebeurd. Het benoemingsbesluit gaat er integendeel verkeerdelijk van uit dat Frank LELON door de directieraad op de eerste plaats werd gerangschikt en de meest geschikte kandidaat werd bevonden. IX-5773-11/17 9.
- In het derde onderdeel voert de verzoeker aan dat de vergelijking van de titels en verdiensten van Frank LELON en hemzelf niet deugdelijk is gebeurd en dat, indien dat wel het geval was geweest, de vergelijking tot de conclusie zou hebben geleid dat hij kennelijk grotere aanspraken op de benoeming kon laten gelden dan Frank LELON. Ter adstructie van dit onderdeel betoogt de verzoeker in de eerste plaats dat de directieraad niet of onvoldoende heeft nagegaan in welke mate Frank LELON over ervaring beschikt met betrekking tot gerechtelijke geschillen en met betrekking tot het opstellen van juridische teksten en het formuleren van adviezen, hoewel een dergelijke ervaring blijkens het vooropgestelde profiel van een eerste attaché-expert een essentieel criterium voor de beoordeling van de kandidaten is. De verzoeker beschikt over 15 jaar ervaring als jurist bij de Directie Juridische Zaken, terwijl Frank LELON kan beschikken over 7 jaar ervaring bij de Dienst Externe Betrekkingen en hij sedert 2001 werkzaam is op het kabinet van een gewestelijke minister. Uit de notulen van de directieraad van 23 oktober 2006 blijkt niet dat Frank LELON ook maar enige ervaring inzake het beheer en de opvolging van juridische geschillen zou hebben. De verzoeker is in zijn bezwaarschrift van 1 december 2006 uitvoerig ingegaan op zijn ervaring met betrekking tot het beheren van gerechtelijke geschillen, het geven van juridische adviezen en het opstellen van regelgevende teksten; in de notulen van de vergadering van de directieraad van 10 januari 2007 wordt daarop evenwel geen antwoord gegeven. De verzoeker besluit daaruit dat de directieraad met zijn opmerkingen geen rekening heeft gehouden en dat geen eerlijke en correcte vergelijking van de titels en verdiensten van de kandidaten heeft plaatsgevonden. Voorts voert de verzoeker aan dat uit de notulen van de vergadering van 23 oktober 2006 blijkt dat de directieraad van oordeel is dat de verzoeker en M.A. K. in mindere mate dan Frank LELON over capaciteiten beschikken op het vlak van conceptwerk, creativiteit, initiatief en communicatie. De verzoeker stelt dat, daargelaten de vraag of de capaciteiten van Frank LELON op dat vlak pertinent zijn in het licht van de kwestieuze functie, niet blijkt dat verzoekers capaciteiten te dezen in concreto met die van Frank LELON zijn vergeleken. Nochtans heeft de verzoeker in zijn bezwaarschrift van 1 december 2006 aangetoond wél over die capaciteiten te beschikken. De directieraad heeft verzuimd om hierop te antwoorden, zodat de verzoeker ook op dit punt besluit dat er geen eerlijke vergelijking van de titels en verdiensten van hemzelf en van Frank LELON. IX-5773-12/17 Volgens de verzoeker veronderstelt een ernstige vergelijking van de titels en verdiensten van de kandidaten dat de diverse gegevens die hun respectieve aanspraken moeten ondersteunen, tegenover elkaar worden gesteld en worden afgewogen. Op basis daarvan moet vervolgens een advies aan de benoemende overheid worden gegeven. De verzoeker is van oordeel dat een dergelijke inhoudelijke motivering in het advies van de directieraad ontbreekt en dat de verwijzing in de notulen van de directieraad van 23 oktober 2006 naar de “ruime en gevarieerde juridische ervaring” van Frank LELON, diens “analyse- en synthesevermogen”, “grote bekwaamheid op het vlak van communicatie en conceptwerk” en “sterke zin voor initiatief en [...] scherpe creatieve ingesteldheid” zonder enige inhoud is, aangezien uit niets blijkt op basis waarvan de betrokkene deze omschrijvingen verdient. Ten slotte stelt de verzoeker dat de directieraad, gelet op hetgeen de verzoeker in zijn bezwaarschrift had aangebracht, de vergelijking van de titels en verdiensten van de kandidaten meer concreet had moeten onderbouwen. Uit de notulen van de directieraad van 10 januari 2007 blijkt echter geenszins op welke wijze de door de verzoeker opgeworpen bezwaren in aanmerking zijn genomen. Er blijkt zelfs niet dat een in recht en redelijkheid aanvaardbare vergelijking van de titels en verdiensten van de verzoeker met die van Frank LELON heeft plaatsgenomen. Indien een dergelijke vergelijking wel zou hebben plaatsgevonden, zou daaruit gebleken zijn dat de verzoeker kennelijk grotere aanspraken op de benoeming kon laten gelden dan Frank LELON. Meer nog, uit die vergelijking zou bovendien blijken dat de verzoeker kennelijk grotere aanspraken op de benoeming heeft dan zijn collega M.A. K. De verzoeker meent dat het voor die laatste stelling volstaat om te kijken naar de diverse taken, functies en opdrachten die de Brusselse Hoofdstedelijke Regering en haar administratieve diensten aan hem, en niet aan zijn collega, hebben opgedragen. Daarnaast verwijst hij ook naar de diverse opleidingen die hij heeft gegeven en naar de syllabi die hij heeft geschreven of waaraan hij heeft meegewerkt.
- Het bestreden benoemingsbesluit van de Brusselse Hoofdstedelijke Regering van 16 juli 2007 bevat, na een overzicht van de handelingen die in de benoemingsprocedure zijn gesteld, de volgende motieven tot staving van de benoeming van Frank LELON : “Gelet op de adviezen en de beschouwingen, uitgebracht door de Directieraad en toegevoegd aan huidig besluit, waaruit blijkt dat de heer Frank IX-5773-13/17 LELON de meest geschikte persoon werd bevonden om de te begeven functie uit te oefenen; Overwegende dat hij op de eerste plaats werd gerangschikt door de leden van de Directieraad bij éénparigheid van stemmen.” Zoals de verzoeker in het tweede onderdeel aanvoert, gaat deze motivering ten onrechte ervan uit dat de directieraad Frank LELON als “de meest geschikte persoon” heeft beschouwd. De directieraad heeft integendeel drie kandidaten ex aequo op de eerste plaats gerangschikt, wat betekent dat zij tussen deze drie kandidaten geen enkele voorkeur heeft uitgedrukt. Gelet op die rangschikking ex aequo is het bovendien strijdig met de geest van het standpunt van de directieraad om zonder meer te stellen dat deze Frank LELON “op de eerste plaats” heeft gerangschikt, zonder daarbij te vermelden dat dit ook voor twee andere kandidaten is gebeurd. Daargelaten de vraag of de directieraad meer dan één kandidaat op de eerste plaats kon rangschikken, volgt uit het feit dat hij geen voorkeur voor een bepaalde kandidaat heeft uitgesproken dat de Brusselse Hoofdstedelijke Regering zelf de titels en de verdiensten van de kandidaten met elkaar moest vergelijken, en daarvoor een afdoende motivering in het bestreden besluit moest geven. De aangehaalde motieven van het bestreden besluit, die overigens in feite onjuist of minstens onvolledig zijn, volstaan echter in het geheel niet om duidelijk te maken waarom Frank LELON wordt verkozen boven de verzoeker en M.A. K., zodat de motivering niet afdoende is.
- Bovendien is, zoals de verzoeker in het eerste onderdeel aanvoert, ook de motivering van de rangschikking door de directieraad onregelmatig. In zijn vergadering van 23 oktober 2006 rangschikte de directieraad Frank LELON als eerste kandidaat, en werden de verzoeker en M.A. K. ex aequo als tweede gerangschikt. Na bezwaren van de verzoeker en M.A. K. wijzigt de directieraad op 10 januari 2007 zijn rangschikking, in die zin dat nu de drie voornoemde kandidaten ex aequo als eerste worden gerangschikt. De titels en de verdiensten van onder meer de verzoeker worden dus, na het indienen van zijn bezwaarschrift, relatief hoger ingeschat dan bij de eerste beoordeling. De directieraad zegt dit ook met zoveel woorden waar hij overweegt dat er een uitvoerige bespreking is geweest “waarbij alle elementen van het bezwaarschrift grondig onderzocht worden”, en dat “het door de betrokkene ingediend bezwaarschrift gegevens aanbrengt die een wijziging van de opgemaakte rangschikking rechtvaardigen”. Nergens wordt echter aangegeven om welke reden de verzoeker, ondanks de hogere inschatting van zijn titels en IX-5773-14/17 verdiensten, slechts ex aequo met Frank LELON en dus niet vóór hem wordt gerangschikt. De motieven vervat in het verslag van de vergadering van 23 oktober 2006 zouden die verklaring niet kunnen bevatten, precies omdat de directieraad de rangschikking van 23 oktober 2006 vervangen heeft door een andere rangschikking, die gunstiger voor de verzoeker uitvalt.
- Overigens kan ten overvloede nog worden opgemerkt dat ook de initiële vergelijking door de directieraad van de titels en de verdiensten van de kandidaten, op 23 oktober 2006, niet regelmatig gemotiveerd is. Zoals de verzoeker in het derde onderdeel aanvoert, werd de ervaring van Frank LELON met betrekking tot gerechtelijke geschillen, het uitvoeren van juridische studies en het formuleren van juridische adviezen, ervaring die blijkens het functieprofiel relevant is voor de te begeven functie, niet vergeleken met die van de verzoeker, die gedurende vijftien jaar ervaring heeft opgedaan als jurist op de Directie Juridische Zaken. Voorts voert de verzoeker eveneens terecht aan dat de directieraad overwoog dat de verzoeker in mindere mate dan Frank LELON beschikte over capaciteiten op het vlak van conceptwerk, creativiteit, initiatief en communicatie, zonder deze stelling echter met concrete vergelijkende gegevens te onderbouwen.
- Het middel is, in zijn drie onderdelen, in de besproken mate gegrond. Over de vordering tot schorsing
- Uit het onderzoek van de zaak is gebleken dat de beslechting van het geschil ten gronde afgedaan kan worden in korte debatten, in de zin van artikel 93 van het besluit van de Regent van 23 augustus 1948 tot regeling van de rechtspleging voor de afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State. Er is bijgevolg geen grond meer om over de vordering tot schorsing uitspraak te doen. IX-5773-15/17 OM DIE REDENEN BESLIST DE RAAD VAN STATE : Artikel
- Vernietigd worden : - de rangschikking van de kandidaten voor de expertbetrekking van eerste attaché bij de Directie Juridische Zaken van het Secretariaat-generaal, opgesteld door de directieraad van het Ministerie van het Brussels Hoofdstedelijk Gewest op 10 januari 2007; - het besluit van de Brusselse Hoofdstedelijke Regering van 16 juli 2007 houdende de benoeming van Frank LELON in de graad van eerste attaché (rang A2 - expertbetrekking) bij het Bestuur van de Diensten van de Secretaris-generaal, Directie Juridische Zaken. Artikel
- Het beroep wordt voor het overige verworpen. Artikel
- Er is geen aanleiding om over de vordering tot schorsing uitspraak te doen. Artikel
- Dit arrest zal bij uittreksel worden bekendgemaakt in het Belgisch Staatsblad. Artikel
- De kosten van het beroep, bepaald op 175 euro, komen ten laste van de verwerende partij. IX-5773-16/17 Aldus te Brussel uitgesproken in openbare terechtzitting, op 31 maart 2008, door de IXe kamer, die was samengesteld uit : de HH. P. LEMMENS, kamervoorzitter, A. VANDENDRIESSCHE, staatsraad, D. MOONS, staatsraad, Mevr. V. WAUTERS, griffier. De griffier, De voorzitter, V. WAUTERS. P. LEMMENS. IX-5773-17/17 PDF document ECLI:BE:RVSCE:2008:ARR.181.549 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div
🔗 Vers la source officielle
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.