id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Raad van State Vonnis/arrest van 07 april 2008 ECLI nr: ECLI:BE:RVSCE:2008:ARR.181.762 Rolnummer: A. 171373/IX-5285 Zaak: Arrest 181762 - Federaal openbaar ambt (behalve bijzondere statuten) - Reglementen - 07/04/2008 Rechtsgebied: Bestuursrecht Invoerdatum: 2008-04-18 Raadplegingen: 53 - laatst gezien 2026-06-29 07:52 Fiche Arrest nr 181.762 van 7 april 2008 Openbaar ambt - Federaal openbaar ambt (behalve bijzondere statuten) - Reglementen Beslissing : Verwerping Thesaurus CAS: RAAD VAN STATE UTU-thesaurus: PUBLIEK EN ADMINISTRATIEF RECHT - RAAD VAN STATE - Arresten (Raad van State) Tekst van de beslissing RAAD VAN STATE, AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK. nr. 181.762 van 7 april 2008 in de zaak A. 171.373/IX-
- In zake : Eddy STEEMANS, wonende te ARENDONK, Kerkstraat 83 tegen : de Belgische Staat, vertegenwoordigd door de minister van Middenstand, thans minister van Zelfstandigen, die woonplaats kiest bij advocaat J.-F. DE BOCK, kantoor houdende te BRUSSEL, Tasson-Snelstraat
- --------------------------------------------------------------------------------------------------- D E R A A D V A N S T A T E, IXe K A M E R, Gezien het verzoekschrift dat Eddy STEEMANS op 24 maart 2006 heeft ingediend om de nietigverklaring te vorderen van het koninklijk besluit van 15 december 2005 tot vaststelling van de voorschriften inzake de plichtenleer van de landmeter-expert, gepubliceerd in het Belgisch staatsblad van 25 januari 2006; Gelet op het arrest nr. 163.019 van 2 oktober 2006 waarbij de vordering tot schorsing van de tenuitvoerlegging van het bestreden besluit wordt verworpen; Gezien het verzoek tot voortzetting van de rechtspleging ingediend op 6 november 2006 door de verzoeker; Gezien de regelmatig gewisselde memories van antwoord en van wederantwoord; Gezien het verslag opgemaakt door eerste auditeur J. STEVENS; Gelet op de kennisgeving van het verslag aan partijen en gezien de regelmatig gewisselde laatste memories; IX-5285-1/6 Gelet op de beschikking van 22 januari 2008 waarbij de terechtzitting bepaald wordt op 18 februari 2008; Gehoord het verslag van staatsraad D. MOONS; Gehoord de opmerkingen van de verzoeker; Gehoord het eensluidend advies van eerste auditeur J. STEVENS; Gelet op titel VI, hoofdstuk II, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari 1973, OVERWEEGT WAT VOLGT :
- De gegevens van de zaak. 1.
- Op 14 september 1993 behaalt de verzoeker een diploma van gegradueerde in de topografie. 1.
- Sinds 24 september 2001 werkt de verzoeker als projectleider- landmeter bij de BVBA VANGEEL-Wegenbouw. Hij legt desbetreffend een arbeidsovereenkomst neer, afgesloten op 3 september
- Uit de debatten blijkt dat hij nog steeds tewerkgesteld is bij dezelfde werkgever. 1.
- De verzoeker beklemtoont dat, “indien zijn werkgever een lid van zijn personeel wil behouden in de functie van projectleider-landmeter, hij een persoon zal moeten aannemen die voldoet aan de nieuwe voorwaarden van de Middenstand, waardoor zijn eigen betrekking in een precaire situatie komt en in het gedrang wordt gebracht”. Desbetreffend wordt geen bewijsstuk neergelegd. IX-5285-2/6
- Het voorwerp van het annulatieberoep. 2.
- Uit het verzoekschrift tot nietigverklaring ingediend door de verzoeker blijkt dat hij zich gegriefd voelt door artikel 18, eerste lid, 2/ van het bestreden besluit. Dit artikel luidt als volgt : “Tot de bevoegdheid van de landmeter-expert behoren volgende activitei- ten : 1/ (...); 2/ onroerende eigendom, publiek of privaat, bebouwd of onbebouwd, bovengronds of ondergronds, identificeren, afbakenen, opmeten en schatten, evenals de werken die erop uitgevoerd worden, en met de registratie ervan en met die van de eraan verbonden zakelijke rechten; 3/ (...);” 2.
- De verzoeker voelt zich gegriefd, omdat hij van oordeel is, dat punt 2/ van voornoemd artikel 18, eerste lid, “een aanzienlijk groot deel van de beroepsactiviteiten wegneemt van de gegradueerde topografen en deze beroeps- activiteiten worden toegevoegd (toevoegt) aan het monopolie van de ingeschreven landmeters waartoe verzoeker niet kan gerekend worden”.
- Het belang van de verzoeker. 3.
- De verwerende partij werpt een exceptie van niet-ontvankelijkheid op, omdat “uit het verzoekschrift tot nietigverklaring en de elementen van de zaak blijkt dat de verzoekende partij niet over het vereiste belang beschikt en dat de vordering als onontvankelijk dient te worden afgewezen”. De verwerende partij voert in dit verband in essentie aan dat de verzoeker niet is ingeschreven op het tableau van landmeters-experten en dat het bestreden besluit op hem bijgevolg niet toepasselijk is. Alleen al om deze reden dient te worden vastgesteld dat (hij) geen voordeel uit de nietigverklaring van het bestreden besluit kan putten. De verwerende partij voegt daaraan toe dat : “De kritiek van verzoekende partij t.o.v. het bestreden besluit overigens de vermeende wegneming betreft door artikel 18, eerste lid, 2/ (van het bestreden besluit) van een aanzienlijk groot deel van haar beroepsactiviteiten en hun toevoeging aan het monopolie van de ingeschreven landmeters waartoe verzoeker niet kan gerekend worden. In de mate dat verzoekende partij op die manier door het bestreden besluit meent te worden geraakt, zou zij een voordeel uit de nietigverklaring kunnen putten. Het blijkt echter dat het argument op een verkeerde lezing van het bestreden besluit berust en (enige) feitelijke en juridische grondslag mist. (...). IX-5285-3/6 Tenslotte wordt beklemtoond (door de verwerende partij) dat de overige kritieken van verzoekende partij betrekking hebben op de wettelijke regeling van de toegang tot het beroep van landmeters-experten. De grieven hebben dan ook geen rechtstreeks of onrechtstreeks verband met het bestreden besluit. Zelfs indien dit zo zou zijn, quod non, zou het belang van verzoekende partij nog ernstig in twijfel kunnen getrokken worden nu zij haar inschrijving op het tableau van de landmeters-experten niet (heeft) gevraagd en alleszins geen beroep (heeft) aangetekend tegen een eventuele weigeringsbeslissing. Op die manier heeft zij rechtstreeks bijgedragen tot het definitieve karakter van deze beslissing.” 3.
- De verzoeker repliceert in essentie op deze exceptie dat zijn aanvraag tot inschrijving op het tableau van de Federale Raad van de landmeters- experten werd geweigerd en dat hij tegen de beslissing van de Federale Raad geen beroep heeft aangetekend. De verzoeker voegt daaraan toe dat het bestreden besluit, “veel verder gaat dan zuivere interne deontologie vermits het een uitbreiding inhoudt van de werkzaamheden die de wetgever heeft toegekend (aan de landmeters-experten) en die geen wettelijk monopolie inhouden. Onder het mom van een deontologie schuilt zich de jarenlange wens van de korporatie van de landmeters-experten, gesteund door de Minister van Middenstand, om zich monopolisch de werkzaam- heden van andere beoefenaars toe te eigenen”. De verzoeker besluit dat hij op het eerste gezicht wel wordt gegriefd door het koninklijk besluit dat op een eigenaardige wijze werd opgesteld, zodat het verschillende lezingen toelaat en dat het gebruik van dit koninklijk besluit om de burgers te beïnvloeden een zware schending toebrengt aan het principe van de concurrentie en van de vrije markt.
- De beoordeling. 4.
- Artikel 3 van de wet van 11 mei 2003 tot bescherming van de titel en van het beroep van landmeter-expert bepaalt dat tot de beroepswerkzaamheid van landmeter-expert in de zin van deze wet de volgende werkzaamheden behoren : “1/ het afpalen van terreinen; 2/ het opmaken en ondertekenen van plannen die moeten dienen voor een grenserkenning, voor een mutatie, voor het regelen van gevallen van gemeen- heid en voor gelijk welke akte of proces-verbaal welke in een identificeren van grondeigendom voorzien en welke ter hypothecaire overschrijving of inschrijving kunnen worden voorgelegd. IX-5285-4/6 De uitoefening van de in dit artikel beschreven beroepsactiviteiten valt eveneens onder de bevoegdheid van de landmeters in overheidsdienst bij de uitoefening van hun opdrachten als ambtenaar.” 4.
- Op 15 december 2005 wordt het koninklijk besluit uitgevaardigd “tot vaststelling van de voorschriften inzake de plichtenleer van de landmeter- expert”. In voornoemd koninklijk besluit wordt ondermeer verwezen naar artikel 8, § 1, van de wet van 11 mei 2003 tot bescherming van de titel en van het beroep van landmeter-expert dat als volgt luidt : “De zelfstandige landmeter-expert is verplicht zich te houden aan de voorschriften inzake de plichtenleer, vastgesteld bij een koninklijk besluit, na advies van de Hoge Raad voor de Zelfstandigen en de Kleine en Middelgrote Ondernemingen”. Het thans bestreden besluit voert artikel 8, § 1, uit. 4.
- In hoofdstuk VI van het bestreden besluit dat handelt over “de beroepsactiviteiten en onverenigbaarheden”, bepaalt artikel 18, eerste lid, 1/ en 2/, wat volgt : “Tot de bevoegdheid van de landmeter-expert behoren volgende activitei- ten : 1/ de activiteiten bedoeld in artikel 3 van de wet tot bescherming van de titel en van het beroep; 2/ onroerende eigendom, publiek of privaat, bebouwd of onbebouwd, bovengronds of ondergronds, identificeren, afbakenen, opmeten en schatten, evenals de werken die erop uitgevoerd worden, en met de registratie ervan en met die van de eraan verbonden zakelijke rechten;” Artikel 3 van voornoemde wet houdt een limitatieve opsomming in van wat tot de beroepswerkzaamheden van de landmeter-expert behoort. Aldus bevat artikel 3 de lijst van de aan de landmeters-experten voorbehouden beroeps- werkzaamheden, waarvoor een bepaalde opleidingstitel is vereist en waarvoor de betrokkene de eed moet afleggen. De Koning is niet gemachtigd om die lijst uit te breiden. Uit niets blijkt dat de Koning, wanneer hij in het bestreden besluit aanduidt welke activiteiten de landmeters-experten in het kader van hun deontologische verplichtingen mogen uitoefenen buiten deze die hen voorbehouden zijn krachtens voornoemde wet, de bedoeling zou gehad hebben die activiteiten bij wege van reglement exclusief aan de landmeters-experten voor te behouden. De beroepsactivi- teiten die worden opgesomd in artikel 18, eerste lid, 2/, van het koninklijk besluit van 15 december 2005 tot vaststelling van de voorschriften inzake de plichtenleer IX-5285-5/6 van de landmeter-expert kunnen worden uitgeoefend door de landmeters-experten, maar ook door andere beroepsgroepen, zoals ondermeer door de topografen. Uit wat voorafgaat volgt dat de monopolistische benadering van de verzoeker in verband met de beroepsactiviteiten van de landmeter-expert berust op een onjuiste lezing van het artikel 18, eerste lid, 2/, van voornoemd koninklijk besluit van 15 december
- Bijgevolg doet de verzoeker niet blijken van het rechtens vereiste belang bij het door hem ingestelde annulatieberoep, zodat de exceptie van de verwerende partij gegrond is en het door hem ingestelde beroep niet-ontvankelijk is. OM DIE REDENEN BESLIST DE RAAD VAN STATE : Artikel
- Het beroep wordt verworpen. Artikel
- De kosten van de vordering tot schorsing en van het beroep tot nietigverklaring, bepaald op 350 euro, komen ten laste van de verzoeker. Aldus te Brussel uitgesproken in openbare terechtzitting, op 7 april 2008, door de IXe kamer, die was samengesteld uit : de HH. A. VANDENDRIESSCHE, staatsraad, wnd. kamervoorzitter, D. MOONS, staatsraad, P. LEFRANC, staatsraad, Mevr. V. WAUTERS, griffier. De griffier, De voorzitter, V. WAUTERS. A. VANDENDRIESSCHE. IX-5285-6/6 PDF document ECLI:BE:RVSCE:2008:ARR.181.762 Gerelateerde publicatie(s) voorafgegaan door: ECLI:BE:RVSCE:2006:ARR.163.019 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div
🔗 Vers la source officielle
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.