id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Raad van State Vonnis/arrest van 07 april 2008 ECLI nr: ECLI:BE:RVSCE:2008:ARR.181.765 Rolnummer: A. 186075/IX-5798 Zaak: Arrest 181765 - Federaal openbaar ambt - Aanwerving en loopbaan - 07/04/2008 Rechtsgebied: Bestuursrecht Invoerdatum: 2008-04-15 Raadplegingen: 62 - laatst gezien 2026-06-29 07:52 Fiche Arrest nr 181.765 van 7 april 2008 Openbaar ambt - Federaal openbaar ambt - Aanwerving en loopbaan Beslissing : Verwerping Verwerping dwangsom Verwerping voorlopige maatregelen Thesaurus CAS: RAAD VAN STATE UTU-thesaurus: PUBLIEK EN ADMINISTRATIEF RECHT - RAAD VAN STATE - Arresten (Raad van State) Tekst van de beslissing RAAD VAN STATE, AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK. nr. 181.765 van 7 april 2008 in de zaak A. 186.075/IX-
- In zake : Johan DEWIL, die woonplaats kiest bij het Vrij Syndicaat voor het Openbaar Ambt (VSOA), gevestigd te BRUSSEL, Lang Levenstraat 27-29 tegen :
- de Lokale Politiezone Alken-Borgloon-Heers-Kortessem- Wellen, die woonplaats kiest bij advocaat I. DEDECKER, kantoor houdende te GENK, Sint-Martensbergstraat 9,
- de Belgische Staat, vertegenwoordigd door de minister van Binnenlandse Zaken, die woonplaats kiest bij advocaten D. D’HOOGHE en L. SCHELLEKENS, kantoor houdende te BRUSSEL, Loksumstraat
- ----------------------------------------------------------------------------------------------------- -- DE Wnd. VOORZITTER VAN DE IXe KAMER, Gezien het verzoekschrift dat Johan DEWIL op 14 november 2007 heeft ingediend om de schorsing van de tenuitvoerlegging en de nietigverkla- ring te vorderen van volgende “fictieve of expliciete weigeringen : 1/ om de betrekking van korpschef van de politiezone Alken/Borgloon/ Heers/Kortessem/Wellen vacant te verklaren; 2/ om de procedure op te starten met het oog op het toewijzen van de in 1/ vermelde betrekking; 3/ om een kandidaat voor te dragen voor de betrekking van korpschef van de politiezone Alken/Borgloon/Heers/Kortessem/Wellen; 4/ om de betrekking van korpschef van de politiezone Alken/Borgloon/ Heers/Kortessem/Wellen toe te wijzen, hetzij aan verzoekende partij, hetzij aan de heer Benedict Reenaers;” Gezien de in hetzelfde verzoekschrift gestelde vraag om de eerste verwerende partij er bij voorlopige maatregel toe te verplichten om uiterlijk 60 dagen na de betekening van het arrest de betrekking van korpschef van het lokale IX-5798-1/8 politiekorps in de genoemde zone vacant te verklaren en de benoemingsprocedure op te starten; Gezien de in hetzelfde verzoekschrift gestelde vraag om aan de verwerende partijen dwangsommen op te leggen. Gezien de nota van de verwerende partij; Gezien het verslag over de vordering tot schorsing en over het beroep tot nietigverklaring opgemaakt door auditeur H. COLIN, op grond van artikel 93 van het besluit van de Regent van 23 augustus 1948 tot regeling van de rechtspleging voor de afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State; Gelet op de beschikkingen van 26 februari 2008, waarbij de terechtzitting bepaald wordt op 17 maart 2008; Gelet op de kennisgeving van het verslag aan partijen; Gehoord het verslag van staatsraad A. VANDENDRIESSCHE; Gehoord de opmerkingen van advocaat I. DEDECKER, die verschijnt voor de eerste verwerende partij, en van advocaat I. ARNOUTS die, loco advocaat D. D’HOOGHE verschijnt voor de tweede verwerende partij; Gehoord het eensluidend advies van auditeur H. COLIN; Gelet op de artikelen 17 en 18 en titel VI, hoofdstuk II, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari 1973, OVERWEEGT WAT VOLGT : De feiten. 1.
- Bij arrest nr. 147.283 van 5 juli 2005 vernietigt de Raad van State het koninklijk besluit van 17 februari 2002 waarbij Benedict REENAERS voor een termijn van vijf jaar wordt aangewezen tot korpschef van de lokale politie van de IX-5798-2/8 politiezone Alken/Borgloon/Heers/Kortessem/Wellen (de politiezone “kanton Borgloon”). 1.
- Op 15 maart 2007 stelt verzoeker, verwijzend naar artikel 36, § 1, en artikel 14, § 3, van de gecoördineerde wetten op de Raad van State, de verwerende partijen in gebreke om de specifieke beslissingen te nemen die de uitvoering van het arrest nr. 147.283 noodzaakt en om met name de selectieprocedu- re, inbegrepen de vaststelling van het functieprofiel en de samenstelling van de selectiecommissie, een correcte reglementaire basis te verschaffen. Hij stelt dat, aangezien de functie van korpschef een bij wet ingestelde functie is, het rechtsher- stel dat uit de vernietiging van de benoeming van B. REENAERS moet volgen, inhoudt dat retroactief nieuwe uitvoerbare beslissingen genomen zullen moeten worden “na het hernemen van de procedure vanaf de fase waarin de in het arrest vermelde ontsporing heeft plaats gehad”. 1.
- Met een brief van 23 april 2007 deelt de minister van Binnen- landse Zaken aan de eerste verwerende partij mee dat, om de rechtsgeldigheid van het koninklijk besluit van 5 februari 2001 tot wijziging van het koninklijk besluit van 31 oktober 2000 te herstellen, door de bevoegde ministers aan de Koning een nieuw ontwerp wordt voorgelegd en dat ook een ontwerp van ministerieel besluit ter regularisatie van de voorschriften van de omzendbrief ZPZ 11 ter ondertekening voorligt zodat de politiezone, na het bekendmaken van deze besluiten, de selectieprocedure zal kunnen starten. 1.
- In het Belgisch Staatsblad van 31 mei 2007 wordt het koninklijk besluit van 4 mei 2007 bekendgemaakt “tot wijziging van het koninklijk besluit van 31 oktober 2000 houdende vaststelling van de voorwaarden en de modaliteiten van de eerste aanstelling in bepaalde betrekkingen van de lokale politie”. Met dat besluit worden de bepalingen van het koninklijk besluit van 5 februari 2001 met uitwerking op 8 februari 2001 opnieuw in de tekst ingevoegd en wordt dat besluit zelf ingetrokken. In het Belgisch Staatsblad van 31 mei 2007 wordt ook het ministerieel besluit van 11 mei 2007 bekendgemaakt “tot uitvoering van artikel 3, § 2, van het koninklijk besluit van 31 oktober 2000 houdende vaststelling van de voorwaarden en de modaliteiten van de eerste aanstelling in bepaalde betrekkingen van de lokale politie”. De bijlage, waarin de functiebeschrijving en de profiel- vereisten voor de functie van korpschef is geregeld, is identiek aan de omzendbrief IX-5798-3/8 ZPZ 11 van 21 december
- Dat besluit treedt in werking op 29 december 2000, dit is de dag waarop de omzendbrief ZPZ 11 was bekendgemaakt. 1.
- Op 26 juni 2007 deelt verzoeker aan de politiezone mede dat uit het arrest nr. 147.283 de verplichting volgt om de benoemingsprocedure op te starten en een kandidaat voor te dragen, dat het in gebreke blijven om de procedure op te starten en een kandidaat voor te dragen vernietigbare voorbeslissingen uitmaken en dat zijn brief moet gezien worden als de aanmaning op grond waarvan overeen-komstig artikel 14, § 3, van de Raad van State-wet fictieve weigeringsbe- slissingen tot stand kunnen komen en op grond waarvan ook een dwangsom geëist kan worden overeenkomstig artikel 36 van dezelfde wet. 1.
- Op 14 november 2007 dient verzoeker het onderhavige beroep in. 1.
- Bij koninklijk besluit van 20 december 2007 wordt B. REENAERS aangewezen tot korpschef van de lokale politiezone kanton Borgloon voor een termijn van vijf jaar vanaf 17 februari
- Dat besluit wordt bekendgemaakt in het Belgisch Staatsblad van 16 januari 2008 en vormt het voorwerp van een afzonderlijk annulatieberoep en een vordering tot schorsing vanwege verzoeker. De ontvankelijkheid.
- De eerste verwerende partij merkt in haar nota met opmerkingen op dat de Raad van State zich beperkt heeft tot de vernietiging van het koninklijk besluit van 17 februari 2002 waarbij B. REENAERS tot korpschef aangesteld werd, terwijl zij daarbuiten toch ook een aantal beslissingen genomen heeft die niet vernietigd werden en die derhalve zijn blijven voort bestaan, zoals de beslissingen die verzoeker tot de drie eerste voorwerpen van zijn beroep maakt. Die beslissingen hebben dan, door de inwerkingtreding van het koninklijk besluit van 4 mei 2007 en het ministerieel besluit van 11 mei 2007, waarmee de bezwaren die de Raad van State had tegen het koninklijk besluit van 5 februari 2001 en de omzendbrief ZPZ 11 van 21 december 2000 ondervangen zijn, de vereiste wettelijke basis gekregen.
- Verzoeker bestrijdt de fictieve weigering van de eerste verwerende partij om, na de vernietiging van de beslissing waarbij een korpschef was aangesteld,
(1)de betrekking van korpschef vacant te verklaren,
(2)de IX-5798-4/8 benoemingsprocedure op te starten en
(3)een kandidaat voor te dragen. Die fictieve weigeringsbeslissingen zijn het gevolg van zijn aanmaning aan de verwerende partij om de dwingende voorschriften van het vernietigingsarrest uit te voeren.
- De Raad van State heeft in zijn arrest nr. 147.283 vastgesteld dat hij het koninklijk besluit van 5 februari 2001 buiten toepassing moest laten en dat er geen rechtsgeldige grondslag bestond voor de vaststelling van het functieprofiel dat bij de selectie was gehanteerd, zodat de selectiecommissie niet regelmatig haar werkzaamheden heeft kunnen verrichten en de aanwijzing van B. REENAERS tot korpschef onregelmatig is.
- De beslissing om een korpschef van de lokale politie aan te wijzen is een complexe administratieve verrichting. Zij bestaat uit een reeks elkaar opvolgende handelingen waarvan de laatste -de benoeming- beslissend is -daarmee wordt het einddoel van de opgezette procedure bereikt- en de daaraan voorafgaande een voorbereidend karakter hebben, die hetzij als een voorbeslissing de situatie van de betrokkenen zeker en definitief bepalen en deswegens direct door een benadeelde met een annulatieberoep bestreden kunnen worden, hetzij een louter voorbereidend karakter hebben omdat zij geen wijziging brengen in de rechtstoestand van de betrokkenen. Louter voorbereidende beslissingen kunnen niet met een afzonderlijk annulatieberoep bestreden worden maar de onwettigheid ervan leidt wel tot de vernietiging van de eindbeslissing. Voorbeslissingen kunnen op zich bestreden worden, maar de onwettigheid ervan kan ook worden aangevoerd als een middel om de eindbeslissing onregelmatig verklaard te zien.
- De eindbeslissing tot aanwijzing van een korpschef is in dit geval vernietigd omdat het bestuur rekening gehouden had met onregelmatige reglementaire bepalingen die de samenstelling van de selectiecommissie -en dus ook haar beslissingen- vitieerde, die de selectiecommissie niet toelieten bepaalde kandidaten vrij te stellen van de assessmentproef en die geen deugdelijke grondslag boden voor de vaststelling van het profiel. De Raad van State heeft voor het overige geen enkele voorbereidende beslissing vernietigd. Verzoeker had daar ook niet om gevraagd.
- Met het koninklijk besluit van 4 mei 2007 en het ministerieel besluit van 11 mei 2007 heeft de verwerende partij de door de Raad van State vastgestelde onregelmatigheden geremedieerd. Die besluiten werken bovendien IX-5798-5/8 terug tot op de datum van uitwerking van de reglementen die door de Raad van State buiten toepassing waren gelaten. Geen van deze besluiten is met een annulatieberoep bestreden. Zij hebben derhalve definitief rechtskracht verworven in al hun bepalingen. De tweede verwerende partij heeft aldus een actie ondernomen om te beletten dat de in het arrest vastgestelde onregelmatigheden haar in de toekomst nog wordt tegengeworpen. Meer nog, door de nieuwe regeling met terugwerkende kracht in te voeren, verleent zij een rechtsgrond aan de voorbereidende beslissingen die de eerste verwerende partij -of de door haar aangestelde organen- in de procedure die geleid heeft tot de aanstelling van B. REENAERS genomen heeft. Voor zover de voorbeslissingen in de nieuwe regeling ingepast kunnen worden, staat hun rechtsgeldigheid buiten betwisting.
- Met andere woorden, rekening houdend met het vernietigingsarrest en de remediëring die de tweede verwerende partij vervolgens uitgewerkt heeft, moet thans vastgesteld worden dat de eerste verwerende partij in het vernietigingsarrest de verplichting niet vindt om de procedure voor de aanwijzing van een korpschef van meet af aan -de vacantverklaring- te herbeginnen. Zij kan de benoemingsprocedure hernemen op grond van het bestaande dossier, in zoverre het voldoet aan de nieuwe regeling.
- Verzoeker vordert de vernietiging van drie voorbereidende beslissingen die de eerste verwerende partij volgens hem had moeten nemen in het kader van het rechtsherstel waartoe het arrest nr. 147.283 haar verplicht. Aangezien evenwel de reglementering inmiddels dermate gewijzigd is dat de voorbereidende beslissingen, waarop verzoeker alludeert, niet meer aangetast zijn met de gebreken die in het arrest vastgesteld zijn, was de eerste verwerende partij niet verplicht de beslissingen te treffen die verzoeker aanstipt. Verzoeker kan derhalve niet vastgesteld zien dat de verwerende partij nagelaten heeft die beslissingen te nemen.
- Het beroep is, wat betreft de vraag tot vernietiging van de fictieve weigeringsbeslissing om de betrekking van korpschef vacant te verklaren, om de benoemingsprocedure op te starten en om een kandidaat voor te dragen, niet ontvankelijk. IX-5798-6/8
- De tweede verwerende partij voert een exceptie aan ten aanzien van het beroep tegen de weigering om de betrekking van korpschef toe te wijzen aan verzoeker of aan B. REENAERS. Terecht merkt zij op dat, nu B. REENAERS bij koninklijk besluit van 20 december 2007 opnieuw tot korpschef benoemd is -voor vijf jaar vanaf 17 februari 2002-, dit beroep geen voorwerp meer heeft. 12 De verwerping van het annulatieberoep heeft tot gevolg dat de vordering tot schorsing geen voorwerp heeft en dat over de subsidiaire vorderingen tot het bevelen van een voorlopige maatregel en het opleggen van dwangsommen geen uitspraak gedaan moet worden.
- Er is reden om de vordering in haar geheel volgens de procedure van de korte debatten af te doen. OM DIE REDENEN BESLIST DE RAAD VAN STATE : Artikel
- Het beroep tot nietigverklaring wordt verworpen. Artikel
- De vordering tot schorsing, tot het bevelen van voorlopige maatregelen en tot het opleggen van een dwangsom wordt verworpen. Artikel
- De kosten van de vordering tot schorsing, bepaald op 175 euro, komen ten laste van de verzoekende partij. IX-5798-7/8 Aldus te Brussel uitgesproken in openbare terechtzitting, op 7 april 2008, door : de HH A. VANDENDRIESSCHE, staatsraad, wnd. kamervoorzitter, W. GEURTS, griffier. De griffier, De voorzitter, W. GEURTS. A. VANDENDRIESSCHE. IX-5798-8/8 PDF document ECLI:BE:RVSCE:2008:ARR.181.765 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div