id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Raad van State Vonnis/arrest van 08 april 2008 ECLI nr: ECLI:BE:RVSCE:2008:ARR.181.821 Rolnummer: A. 183346/XIV-29545 Zaak: Arrest 181821 - Commissariaat-generaal voor de Vluchtelingen en de Staatlozen - 08/04/2008 Rechtsgebied: Bestuursrecht Invoerdatum: 2008-04-18 Raadplegingen: 59 - laatst gezien 2026-06-29 07:53 Fiche Arrest nr 181.821 van 8 april 2008 Vreemdelingen - Commissariaat-generaal voor de Vluchtelingen en de Staatlozen Beslissing : Vernietiging Thesaurus CAS: RAAD VAN STATE UTU-thesaurus: PUBLIEK EN ADMINISTRATIEF RECHT - RAAD VAN STATE - Arresten (Raad van State) Tekst van de beslissing RAAD VAN STATE, AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK. nr. 181.821 van 8 april 2008 in de zaak A. 183.346/XIV-29.
- In zake : XXX, die woonplaats kiest bij advocaat B. SOENEN, kantoor houdende te 9000 GENT, Kortrijksesteenweg 597 tegen : de commissaris-generaal voor de vluchtelingen en de staatlozen. ---------------------------------------------------------------------------------------------------------------- DE Wnd. VOORZITTER VAN DE XIVe KAMER, Gezien het verzoekschrift dat XXX, van Nepalese nationaliteit, op 18 mei 2007 heeft ingediend om de vernietiging te vorderen van de beslissing van 2 april 2007 van de Vaste Beroepscommissie voor vluchtelingen waarbij het beroep tot hervorming van de beslissing van 29 maart 2006 van de commissaris-generaal voor de vluchtelingen en de staatlozen tot weigering van de erkenning van de status van vluchteling wordt verworpen; Gelet op de beschikking nr. 882 van 28 juni 2007 waarbij het cassatieberoep toelaatbaar wordt verklaard; Gelet op artikel 16 van het koninklijk besluit van 30 november 2006 tot vaststelling van de cassatie-procedure bij de Raad van State; Gezien de regelmatig gewisselde memories van antwoord en van wederantwoord; Gezien het verslag opgemaakt door auditeur M. VAN LIMBERGEN, op grond van artikel 16 van voormeld koninklijk besluit; Gelet op de kennisgeving van dat verslag aan de partijen; Gelet op de beschikking van 25 oktober 2007 waarbij de terechtzitting bepaald wordt op 16 januari 2008; Gehoord het verslag van staatsraad C. ADAMS; XIV-29.545-1/7 Gehoord de opmerkingen van advocaat P. MEULEMANS die, loco advocaat B. SOENEN verschijnt voor de verzoekende partij en van attaché Fr. VEREEKEN, die verschijnt voor de verwerende partij; Gehoord het andersluidend advies van adjunct-auditeur R. VAN DEN EECKHOUT; Gelet op titel VI, hoofdstuk II, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari 1973;
- Overwegende dat in een enig middel, afgeleid uit de schending van artikel 235 van de wet van 15 september 2006 tot hervorming van de Raad van State en tot oprichting van een Raad voor Vreemdelingenbetwistingen en uit machtsoverschrijding, verzoeker het volgende aanvoert: “De motivatie in de bestreden beslissing is niet afdoende en faalt. III.
- Voorafgaand a). Een uitspraak van de Vaste Beroepscommissie voor de Vluchtelingen is slechts gemotiveerd als niet alleen de concrete feiten maar ook de op die feiten toepasselijke rechtsregels worden vermeld en tevens wordt uitgelegd hoe de toepassing van die rechtsregels op de feiten naar de uiteindelijke beslissing heeft geleid. b). Ingevolge de Wet van 15 september 2006 tot hervorming van de Raad van State en tot oprichting van een Raad voor Vreemdelingenbetwistingen, en meer bepaald het artikel 235 § 2 oefent de Vaste Beroepscommissie voor de Vluchtelingen dezelfde bevoegdheden uit als die van de Raad voor de Vreemdelingenbetwistingen Dit blijkt uit de volgende bepalingen : "Art. 235 (...) §
- [Inzake beroepen die op de datum vastgesteld in artikel 243, derde lid, aanhangig zijn en waarvoor nog geen rechtsdag bepaald is, evenals voor beroepen die ingediend zijn vanaf deze datum, heeft de Vaste Beroepscommissie voor vluchtelingen dezelfde bevoegdheid als die welke bij deze wet aan de Raad voor Vreemdelingenbetwistingen wordt toegekend.] Inzonderheid kan de Vaste Beroepscommissie voor vluchtelingen: 1/ de bestreden beslissing bevestigen of hervormen; 2/ de bestreden beslissing vernietigen hetzij omdat aan de bestreden beslissing een substantiële onregelmatigheid kleeft die door de Vaste Beroepscommissie voor vluchtelingen niet kan worden hersteld, hetzij omdat essentiële elementen ontbreken die inhouden dat de Vaste Beroepscommissie voor vluchtelingen niet kan komen tot de in 1/ bedoelde bevestigen of hervorming zonder aanvullende onderzoeksmaatregelen hiertoe te moeten bevelen. Deze beroepen worden behandeld overeenkomstig de procedure en de bepalingen bepaald bij de artikelen 39/10, 39/17, 39/18, 39/56 tot 39/56, 39/69 tot 39/77 van de wet van 15 december 1980, zoals ingevoegd bij deze wet, met dien verstande dat telkens de woorden “De raad” dienen te worden begrepen als “De Vaste Beroepscommissie voor vluchtelingen". [In afwachting van de eerste aanwijzing van de eerste voorzitter en van de voorzitter van de Raad voor Vreemdelingenbetwistingen, blijven de eerste voorzitters en de voorzitters van de Vaste Beroepscommissie voor vluchtelingen op grond van artikel 236 hun bevoegdheden uitoefenen voor wat betreft de verdeling van de zaken en de leiding van de dienst. Zij worden XIV-29.545-2/7 vervangen door de eerste voorzitter en de voorzitter van de Raad voor Vreemdelingenbetwis- tingen op de datum van de eerste aanwijzing van dezen overeenkomstig artikel 236, § 1.]" c). Deze wetswijziging impliceert dat de Vaste Beroepscommissie voor de Vluchtelingen en de Staatlozen geen enkele onderzoeksbevoegdheid meer heeft. De Vaste Beroepscommissie voor de Vluchtelingen kan thans enkel aanvullende onderzoeksmaatregelen bevelen doch zelf geen enkel onderzoek meer uitvoeren, dit in tegenstelling tot de regeling onder de oude wetgeving. III.
- Kritiek op de bestreden beslissing a). Met betrekking tot zijn asielrelaas en de weigering van de erkenning als vluchteling, genomen door de vaste Beroepscommissie voor de Vluchtelingen op datum van 02/04/2007, stelt de verzoeker vastdat de Vaste Beroepscommissie voor de Vluchtelingen haar wettelijke bevoegdheid overschrijdt. b). Dat de Vaste Beroepscommissie voor de Vluchtelingen ingevolge de bepalingen van het artikel 235 § 2 de Wet van 15 september 2006 tot hervorming van de Raad van State en tot oprichting van een Raad voor Vreemdelingenbetwistingen, dezelfde bevoegdheden uitoefent als die van de Raad voor de Vreemdelingenbetwistingen. De Vaste Beroepscommissie voor de Vluchtelingen kan meer bepaald: 1/ de bestreden beslissing bevestigen of hervormen; 2/ de bestreden beslissing vernietigen hetzij omdat aan de bestreden beslissing een substantiële onregelmatigheid kleeft die door de Vaste Beroepscommissie voor vluchtelingen niet kan worden hersteld, hetzij omdat essentiële elementen ontbreken die inhouden dat de Vaste Beroepscommissie voor vluchtelingen niet kan komen tot de in 10 bedoelde bevestigen of hervorming zonder aanvullende onderzoeksmaatregelen hiertoe te moeten bevelen. c). De huidige Vaste Beroepscommissie voor de Vluchtelingen heeft GEEN enkele onderzoeksbevoegdheid meer. Dat dit onder het oude wetgevend kader wel het geval was, doch actueel niet meer. d). Dat het ontbreken van deze onderzoeksbevoegdheid thans het voorwerp uitmaakt van een procedure bij het Arbitragehof, in de mate dat zich de vraag stelt of het ontbreken van deze bevoegdheid geen schending uitmaakt van het gelijkheidsbeginsel / non-discriminatie-beginsel. Dat zolang er hieromtrent geen uitspraak is gedaan, de Vaste Beroepscommissie voor de Vluchtelingen, de huidige wetgeving dient te respecteren in die zin dat het GEEN enkele onderzoeksbevoegdheid heeft. e). Dat de verzoeker evenwel dient vast te stellen dat in de bestreden beslissing van de Vaste Beroepscommissie het vol staat met verwijzingen naar en citaten van rechtsbronnen die noch in het administratief dossier, noch in de beslissing en de verweernota van de Commissaris- generaal voor de Vluchtelingen en de Staatlozen vermeld staan. Concreet betreft het o.a. de volgende websites, die niet in het administratief dossier noch in de documenten van de Commissaris-generaal voor de Vluchtelingen en Staatlozen, terug te vinden zijn: http://www.nytimes.com, http://nepal.ohchr.org en http://jurist.law.pitt.edu. f). De afwezigheid van enige onderzoeksbevoegdheid houdt principieel in dat de Vaste Beroepscommissie voor de Vluchtelingen bij het beoordelen van de asielaanvraag in hoger beroep zich enkel kan beroepen op de elementen vervat in het administratief dossier. Dat dit derhalve inhoudt dat de Vaste Beroepscommissie voor de Vluchtelingen conform de huidige wetgeving naast de elementen gekend in het administratief dossier, GEEN enkel onderzoek kan uitvoeren naar de gegrondheid van de vervolgingsvrees of de (men- sen)rechtenpositie in het land van herkomst. g). Dat het opzoeken en citeren van bronnen die niet in het administratief dossier vermeld staan uiteraard aantoont dat de Vaste Beroepscommissie buiten het administratief dossier om, een ONDERZOEK heeft uitgevoerd, hoewel het hiertoe NIET de bevoegdheid heeft. Dat de Vaste Beroepscommissie voor de Vluchtelingen hiermee haar wettelijke bevoegdheid overschreden heeft. BESLUIT De beslissing dient vernietigd te worden ingevolge machtsoverschrijding.”; XIV-29.545-3/7
- Overwegende dat de verwerende partij hierop antwoordt: “2.1 In zijn eerste en enige middel beroept verzoeker zich op een schending van het artikel 235 van de wet van 15 september 2006 tot hervorming van de Raad van State en tot oprichting van een Raad voor Vreemdelingenbetwistingen. 2.1.1 Verzoeker meent dat de Vaste Beroepscommissie haar wettelijke bevoegdheid overschrijdt omdat zij geen enkele onderzoeksbevoegdheid meer heeft. Verzoeker stelt dat de beslissing volstaat met verwijzingen en citaten van rechtsbronnen die noch, in het administratief dossier, noch in de beslissing en de verweernota van de commissarisgeneraal staan vermeld. Door het citeren van de bronnen volgens verzoeker de Vaste Beroepscommissie een onderzoek heeft gevoerd. Verweerder antwoordt dat uit de verweernota van de commissaris-generaal van 20 februari 2007 blijkt dat hieraan een antwoorddocument werd gevoegd van Cedoca met betrekking tot de gewijzigde actuele situatie in Nepal. Dat dit antwoorddocument een veelheid aan objectieve bronnen bevat die een overzicht geven van de gewijzigde situatie in Nepal. Dat het administra- tief dossier geen informatie zou bevatten over de gewijzigde, actuele situatie in Nepal, zoals verzoeker meent, kan niet langer worden volgehouden. Dat verzoeker en zijn raadsman tijdens het tegensprakelijk debat voor de Vaste Beroepscommissie van 27 maart 2007 de mogelijkheid hadden om te repliceren op de informatie betreffende de gewijzigde situatie in Nepal zoals aangehaald in de verweernota. Dat de voorzitter tijdens de zitting op de gewijzigde situatie in Nepal wees. Dat verzoeker enkel verwees naar het escalerend conflict zonder dat hij inging op gewijzigde toestand in zijn land van herkomst. Dat verweerder er verder op wijst dat het een administratief rechter is toegelaten te putten uit bronnen die algemeen toegankelijk of bekend zijn zoals internet die voor iedereen toegankelijk is. Uit vaste rechtspraak van de Raad van State inzake de Vaste Beroepscommissie blijkt dat een rechter zich kan steunen op inlichtingen vervat in voor iedereen toegankelijk informatie (zie R.v.St nr 171.464, 23 mei 2007; R.v.St nr.132.008, 3 juni 2004; R.v.St nr.120.724, 18 juni 2003; R.v.St nr 89.471, 31 augustus 2000). Dat de verwijzing van deze internetsites duidelijk zijn vermeld in het arrest en verzoeker dus deze informatie kon raadplegen. Verweerder verder opmerkt dat verzoeker nergens concreet uitéénzet waaruit het zogenaamde onderzoek van de Vaste Beroepscommissie wel zou bestaan. Dat het de commissaris-generaal is geweest die gewezen heeft op de gewijzigde toestand in Nepal en uitgebreid antwoordoducment heeft toegevoegd aan zijn verweernota. Cedoca kwam in het antwoorddocument, na uitgebreid onderzoek, tot de conclusie dat de mensenrechtensituatie sterk verbeterd zijn en er een einde is gekomen aan het intern gewapend conflict tussen de Nepalese overheid en Maoïsten rebellen. Het eerste en enige middel is ongegrond.”;
- Overwegende dat verzoeker repliceert: “III. Antwoord op de memorie van de Commissaris-generaal voor de Vluchtelingen en de Staatlozen De verzoeker kan geenszins akkoord gaan met de zienswijze van de Commissaris-generaal voor de Vluchtelingen en Staatlozen. De verweerder verwijst ten onrechte naar vaste rechtspraak van de Raad van State waaruit zou moeten blijken dat de Vaste Beroepscommissie voor de Vluchtelingen zich kan steunen op inlichtingen vervat in voor iedereen toegankelijk informatie. De verwijzing naar deze rechtspraak is niet dienend omdat de bevoegdheid van de Vaste Beroepscommissie voor de Vluchtelingen ingevolge de wetswijziging ingevoerd door de Wet van 15 september 2006 tot hervorming van de Raad van State en tot oprichting van een Raad voor Vreemdelingenbetwistingen niet meer dezelfde is als ten tijde van het vellen van de geciteerde arresten van de Raad van State. Onder de voormalige wet had de Vaste Beroepscommissie voor de Vluchtelingen inderdaad de mogelijkheid om zelf onderzoek uit te voeren doch ingevolge de wetswijziging heeft de Vaste Beroepscommissie enkel de mogelijkheid om te bevestigen, te hervormen of te XIV-29.545-4/7 vernietigen wanneer het vaststelt dat het niet kan bevestigen of hervormen zonder hiertoe aanvullende onderzoeksmaatregelen te bevelen. Dit houdt derhalve in dat het aan de Vaste Beroepscommissie voor de Vluchtelingen in het licht van de huidige wetgeving verboden is om nog aanvullend onderzoek uit te voeren.”;
- Overwegende dat artikel 235, § 2, van de wet van 15 september 2006 tot hervorming van de Raad van State en tot oprichting van een Raad voor Vreemdelingenbe- twistingen het volgende bepaalt: “§
- Inzake beroepen die op de datum vastgesteld in artikel 243, derde lid, aanhangig zijn en waarvoor nog geen rechtsdag bepaald is, evenals voor beroepen die ingediend zijn vanaf deze datum, heeft de Vaste Beroepscommissie voor vluchtelingen dezelfde bevoegdheid als die welke bij deze wet aan de Raad voor Vreemdelingenbetwistingen wordt toegekend. Inzonderheid kan de Vaste Beroepscommissie voor vluchtelingen: 1/ de bestreden beslissing bevestigen of hervormen; 2/ de bestreden beslissing vernietigen hetzij omdat aan de bestreden beslissing een substantiële onregelmatigheid kleeft die door de Vaste Beroepscommissie voor vluchtelingen niet kan worden hersteld, hetzij omdat essentiële elementen ontbreken die inhouden dat de Vaste Beroepscommissie voor vluchtelingen niet kan komen tot de in 1/ bedoelde bevestigen of hervorming zonder aanvullende onderzoeksmaatregelen hiertoe te moeten bevelen. Deze beroepen worden behandeld overeenkomstig de procedure en de bepalingen bepaald bij de artikelen 39/10, 39/17, 39/18, 39/56 tot 39/67, 39/69 tot 39/77 van de wet van 15 december 1980, zoals ingevoegd bij deze wet, met dien verstande dat telkens de woorden “De raad” dienen te worden begrepen als “De Vaste Beroepscommissie voor vluchtelingen”.”; Overwegende dat de Vaste Beroepscommissie voor vluchtelingen sedert de wet van 15 september 2006, wat betreft de aanhangige zaken waarvoor op 1 december 2006 nog geen rechtsdag was bepaald, in haar beoordelingsbevoegdheid is beperkt door het rechtsplegingsdossier en dus geen eigen onderzoeksbevoegdheid (meer) heeft, en zodoende geen onderzoeksdaden kan stellen; dat, wanneer de feitelijke toestand in die mate zou zijn gewijzigd dat de beslissing van de Vaste Beroepscommissie daardoor zou worden beïnvloed, zij zich daarbij slechts kan steunen op de gegevens die door de partijen zijn verstrekt; dat, wanneer die gegevens uit het rechtsplegingsdossier niet volstaan, de Vaste Beroepscommissie de beslissing van de commissaris-generaal voor de vluchtelingen en de staatlozen kan vernietigen en terugsturen naar de commissaris-generaal; dat de Vaste Beroepscommissie zich buiten het rechtsplegingsdossier wel op algemeen bekende feiten kan steunen; dat de Vaste Beroepscommissie in casu verwijst naar websites die niet in het administratief dossier of in de voor de Vaste Beroepscommissie neergelegde stukken zijn terug te vinden, met name www.nytimes.com, nepal.ohcr.org en jurist.law.pitt.edu, die betrekking zouden hebben op de gewijzigde toestand in Nepal en waarop de bestreden beslissing mede is gesteund; dat het opzoeken van informatie in strijd is met het begrip “algemeen bekende feiten”, vermits die algemene bekendheid precies inhoudt dat geen opzoeking nodig zou zijn; dat daaraan geen afbreuk wordt gedaan door de mogelijkheid voor de verzoekende partij om zelf die informatie op te zoeken wanneer zij over toegang tot het internet beschikt; dat de Vaste Beroepscommissie aldus haar in artikel 235, § 2, van de wet XIV-29.545-5/7 van 15 september 2006 tot hervorming van de Raad van State en tot oprichting van een Raad voor Vreemdelingenbetwistingen vastgelegde bevoegdheid heeft overschreden; dat het middel gegrond is, BESLUIT: Artikel
- Vernietigd wordt de beslissing van 2 april 2007 van de Vaste Beroepscommissie voor vluchtelingen waarbij het beroep tot hervorming van de beslissing van 29 maart 2006 van de commissaris-generaal voor de vluchtelingen en de staatlozen tot weigering van de erkenning van de status van vluchteling wordt verworpen. Artikel
- Dit arrest zal in de registers van voormelde Commissie worden overgeschreven, en melding ervan zal worden gemaakt op de kant van de vernietigde beslissing. Artikel
- De zaak wordt verwezen naar een anders samengestelde kamer van de Raad voor Vreemdelingenbetwistingen. Artikel
- De kosten van het beroep, bepaald op 175 euro, komen ten laste van de verwerende partij. XIV-29.545-6/7 Aldus te Brussel uitgesproken in openbare terechtzitting, op acht april tweeduizend en acht, door : de HH. C. ADAMS, wnd. kamervoorzitter, staatsraad, J. CASNEUF, griffier. De griffier, De voorzitter, J. CASNEUF. C. ADAMS. XIV-29.545-7/7 PDF document ECLI:BE:RVSCE:2008:ARR.181.821 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div
🔗 Vers la source officielle
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.