← België

Arrest 181876 - Milieuvergunningen - 10/04/2008

id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Raad van State Vonnis/arrest van 10 april 2008 ECLI nr: ECLI:BE:RVSCE:2008:ARR.181.876 Rolnummer: A. 185884/VII-37095 Zaak: Arrest 181876 - Milieuvergunningen - 10/04/2008 Rechtsgebied: Bestuursrecht Invoerdatum: 2008-04-15 Raadplegingen: 53 - laatst gezien 2026-06-29 07:53 Fiche Arrest nr 181.876 van 10 april 2008 Ruimtelijke ordening, stedenbouw, leefmilieu en aanverwante aangelegenheden - Milieuvergunningen Beslissing : Verwerping Thesaurus CAS: RAAD VAN STATE UTU-thesaurus: PUBLIEK EN ADMINISTRATIEF RECHT - RAAD VAN STATE - Arresten (Raad van State) Tekst van de beslissing RAAD VAN STATE, AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK. nr. 181.876 van 10 april 2008 in de zaak A. 185.884/VII-37.

  1. In zake : de BVBA AGRI-PLUS, die woonplaats kiest bij advocaat K. VAN WYNSBERGE, kantoor houdende te LEUVEN, Diestsevest 113 tegen : de deputatie van de provincie Antwerpen. --------------------------------------------------------------------------------------------------- DE VOORZITTER VAN DE VIIe KAMER, Gezien het verzoekschrift dat de BVBA AGRI-PLUS op 16 november 2007 heeft ingediend om de schorsing van de tenuitvoerlegging te vorderen van "het besluit van de deputatie van de provincieraad van Antwerpen d.d. 23 augustus 2007 houdende uitspraak in beroep met betrekking tot het beroepschrift, ingediend tegen het besluit van het college van burgemeester en schepenen van Lier waarbij de vergunning deels werd geweigerd tot het exploiteren te 2500 Lier, Aarschotsesteenweg 148 van een hinderlijke inrichting"; Gezien het verslag opgemaakt door eerste auditeur E. LANCKSWEERDT; Gelet op de kennisgeving van het verslag aan de partijen; Gelet op de beschikking van 18 februari 2008 waarbij de terechtzitting bepaald wordt op 20 maart 2008; Gehoord het verslag van kamervoorzitter L. HELLIN; Gehoord het eensluidend advies van eerste auditeur E. LANCKSWEERDT; VII-37.095-1/2 Gelet op de artikelen 17 en 18 en titel VI, hoofdstuk II, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari 1973; Overwegende dat de verzoekende partij, alhoewel behoorlijk opgeroepen, ter terechtzitting niet verschenen is en er ook niet vertegenwoordigd was; Overwegende dat luidens artikel 4, derde lid, van het koninklijk besluit van 5 december 1991 tot bepaling van de rechtspleging in kort geding voor de Raad van State de vordering tot toekenning van de schorsing moet worden afgewezen wanneer "de eiser noch verschijnt noch vertegenwoordigd is", BESLUIT: Artikel
  2. De vordering tot schorsing wordt verworpen. Artikel
  3. De uitspraak over de bijdrage in de betaling van de kosten van de vordering tot schorsing wordt uitgesteld. Aldus te Brussel uitgesproken in openbare terechtzitting, op tien april tweeduizend en acht, door : de H. L. HELLIN, kamervoorzitter, Mevr. E. IMPENS, griffier. De griffier, De voorzitter, E. IMPENS. L. HELLIN. VII-37.095-2/2 PDF document ECLI:BE:RVSCE:2008:ARR.181.876 Gerelateerde publicatie(s) gevolgd door: ECLI:BE:RVSCE:2009:ARR.195.824 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div

🔗 Vers la source officielle

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.