id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Raad van State Vonnis/arrest van 10 april 2008 ECLI nr: ECLI:BE:RVSCE:2008:ARR.181.910 Rolnummer: A. 75526/V-1504 Zaak: Arrêt / Arrest 181910 - Médias / Media - 10/04/2008 Rechtsgebied: Bestuursrecht Invoerdatum: 2008-04-18 Raadplegingen: 79 - laatst gezien 2026-06-29 07:54 Versie(s): Versie FR Fiche Arrest nr 181.910 van 10 april 2008 Onderwijs en cultuur - Media Beslissing : heropening debatten Inwilliging tussenkomst Aanvullend verslag Thesaurus CAS: RAAD VAN STATE UTU-thesaurus: PUBLIEK EN ADMINISTRATIEF RECHT - RAAD VAN STATE - Arresten (Raad van State) Tekst van de beslissing RAAD VAN STATE, AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK. nr. 181.910 van 10 april 2008 in de zaak A. 75.526/V-1504 In zake : de VLAAMSE GEMEENSCHAP, die woonplaats kiest bij Mr. Bart STAELENS, advocaat, Stockhouderskasteel Gerard Davidstraat 46/1 8000 Brugge, tegen : de FRANSE GEMEENSCHAP, die woonplaats kiest bij Mrs. Marc UYTTENDAELE en Eric MARON, advocaten, Bronstraat 68 1060 Brussel. tussenkomende partijen :
- de V.Z.W. DIFFUSION BRUXELLES
- de V.Z.W. DIFFUSION LIÈGE
- de V.Z.W. DIFFUSION CHARLEROI die woonplaats kiezen bij Mrs. Jean-Jo EVRARD, Marc VAN DER WOUDE en Olivier LEMAIRE, advocaten, Terhulpsesteenweg 177/6 1170 Brussel,
- de V.Z.W. RADIO INDEPENDANTE LOCALE CONTACT, die woonplaats kiest bij Mr. Carine DOUTRELEPONT, advocaat, Bronstraat 68 1060 Brussel. ------------------------------------------------------------------------------------------------- -- D E R A A D V A N S T A T E, Ve K A M E R, Gezien het verzoekschrift dat de Vlaamse Gemeenschap op 1 september 1997 heeft ingediend om de nietigverklaring te vorderen van het besluit V-1504-1/6 van 21 april 1997 van de Franse Gemeenschapsregering "relatif à l’attribution de fréquences et de reconnaissances à des radios privées" bekendgemaakt in het Belgisch Staatsblad van 1 juli 1997; Gelet op het arrest nr. 82.703 van 5 oktober 1999 waarbij de vordering tot schorsing van de tenuitvoerlegging van het bestreden besluit ten dele wordt bevolen; Gezien het verzoekschrift tot voortzetting van het geding van 24 november 1999 ingediend door de verwerende partij; Gezien het verzoekschrift tot voortzetting van het geding van 1 december 1999 ingediend door de verzoekende partij; Gezien het verzoekschrift tot tussenkomst van de v.z.w. Diffusion Bruxelles, de v.z.w. Diffusion Liège en de v.z.w. Diffusion Charleroi; Gelet op de beschikking van 10 februari 2000 die de tussenkomst van de v.z.w. Diffusion Bruxelles, de v.z.w. Diffusion Liège en de v.z.w. Diffusion Charleroi toelaat; Gezien het verzoekschrift tot tussenkomst van de v.z.w. Radio indépendante locale Contact; Gezien de memories van antwoord en van wederantwoord; Gezien het verslag opgesteld door eerste auditeur E. HAESBROUCK; Gelet op de beschikking van 6 maart 2007 die de neerlegging ter griffie van het verslag en van het dossier gelast; Gelet op de kennisgeving van het verslag aan partijen en gezien de laatste memorie van verzoekster; Gelet op de beschikking van 5 februari 2008 waarbij de terechtzitting bepaald wordt op 28 februari 2008; V-1504-2/6 Gehoord het verslag van staatsraad G. VAN HAEGENDOREN; Gehoord de opmerkingen van advocaat B. STAELENS, die verschijnt voor de verzoekende partij, van advocaat E. MARON, die verschijnt voor de verwerende partij, van advocaat N. VAN DER MAREN die, loco advocaat J.J. EVRARD verschijnt voor de eerste drie tussenkomende partijen, en van advocaat K. LEMMENS die, loco advocaat C. DOUTRELEPONT verschijnt voor de vierde tussenkomende partij; Gehoord het advies van eerste auditeur E. HAESBROUCK; Gelet op titel VI, hoofdstuk II, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari 1973, OVERWEEGT WAT VOLGT : De procedure
- Bij verzoekschrift van 10 november 2000 vraagt de v.z.w. Radio Indépendante Locale Contact te mogen tussenkomen in de zaak. Aangezien zij één van de begunstigde zenders is van het bestreden besluit, is er reden dit verzoek in te willigen. De ontvankelijkheid
- Het lid van het auditoraat dat is belast met het onderzoek van de zaak heeft er zich toe beperkt in zijn verslag op te merken dat artikel 167, § 1 en § 2, van het decreet van 27 februari 2003 van de Franse Gemeenschap betreffende de radio-omroep “een decretale bekrachtiging [inhoudt] van de bestreden beslissingen, zodat zij aan het wettigheidstoezicht van de Raad van State onttrokken zijn”.
- Wanneer het auditoraatsverslag beperkt is tot een middel van onontvankelijkheid, dient de afdeling bestuursrechtspraak luidens artikel 24, tweede lid, van de gecoördineerde wetten op de Raad van State bij wege van arrest uitspraak te doen over de conclusies van het verslag. Het derde lid van hetzelfde artikel biedt de mogelijkheid, indien na toepassing van het tweede lid blijkt dat de conclusies van het verslag geen oplossing van het geschil bieden, in het arrest het auditoraat te V-1504-3/6 gelasten met het onderzoek van één of meerdere welbepaalde middelen of excepties, of met het verder onderzoek van het beroep dan wel met een onderzoeksmaatregel die de Raad in het arrest vaststelt.
- Artikel 167, §§ 1 en 2, van het decreet van 27 februari 2003 betreffende de radio-omroep luiden : "§
- Elke procedure betreffende de vergunning, ingesteld overeenkomstig titel II van het decreet van 24 juli 1997 betreffende de "Conseil supérieur de l'Audiovisuel" (Hoge Raad van de Franse Gemeenschap van België) en de private diensten voor klankradio-omroep, wordt voortgezet met inachtneming van de bepalingen van die titel. De vergunningen verleend in het kader van die procedure blijven geldig tot aan hun einde. §
- Elke aanvraag om vergunning ingediend voor de inwerkingtreding van dit decreet wordt onderzocht met inachtneming van de bepalingen van het decreet van 17 juli 1987 over de audiovisuele sector. Elke vergunning verleend op basis van het decreet van 17 juli 1987 over de audiovisuele sector en elke overeenkomst in verband daarmee blijven geldig tot hun einde. In dat geval is artikel 41 niet van toepassing voor de duur van de overeenkomst". Deze bepaling, waarover de afdeling wetgeving van de Raad van State in haar advies overigens geen opmerkingen heeft gemaakt, wordt in de memorie van toelichting als volgt toegelicht (Parl. St., Parl. Fr. Gem., 2002-2003, nr. 357/1, blz. 52): "Le premier paragraphe de cet article vise à organiser les mesures transitoires dans le cadre de la procédure d'autorisation relative aux services privés de radiodiffusion sonore afin d'aménager le passage du régime existant dans le décret du 24 juillet 1997 au nouveau régime mis en place par le présent projet de décret. Il s'agit d'envisager le cas où la procédure telle que visée dans l'actuel décret du 24 juillet 1997 soit mise en place, mais non encore achevée au moment de l'entrée en vigueur du présent décret. Afin de garantir un degré satisfaisant de prévisibilité et le maintien des droits acquis, toute procédure entamée sous l'égide du décret de 1997 se poursuit dans le respect des dispositions de ce décret. Le 1er alinéa du § 2 vise le même objectif que le §1er. Le deuxième alinéa du § 2 vise les autorisations actuelles des éditeurs de services octroyées sur la base du décret du 17 juillet 1987 sur l'audiovisuel, afin de garantir le maintien des droits acquis par ces éditeurs". V-1504-4/6
- Verzoekster argumenteert in de laatste memorie dat de aangehaalde bepaling ten onrechte als een decretale bekrachtiging aanzien wordt, dat het enkel om een overgangsbepaling gaat en dat een andere interpretatie overigens ongrondwettig zou zijn omdat de decreetgever dan zonder wettig motief de toegang tot de rechter aan verzoekster zou hebben ontzegd.
- Verwerende partij dient geen laatste memorie meer in. Terecht onderneemt zij aldus geen enkele poging om de Raad van State er toe te overtuigen de zienswijze van het auditoraatsverslag bij te vallen. Zoals immers ook verzoekster betoogt, kan de Raad in artikel 167 van het decreet van 27 februari 2003, dat is opgenomen in een hoofdstuk getiteld "overgangsbepalingen" van een titel “slotbepalingen”, enkel een regeling onderkennen die beoogt het overgangsrecht te regelen tussen de oude en de nieuwe regelgeving betreffende de radio-omroep in de Franse Gemeenschap. Noch de tekst van het decreet, noch haar parlementaire totstandkoming, laten toe deze bepaling als méér te zien, met name als een beslissing om de bestreden erkenningsbesluiten decretaal te bekrachtigen. Er is derhalve geen reden de in het auditoraatsverslag opgeworpen exceptie ambtshalve aan te voeren.
- Gelet op de ouderdom van dit geschil is het wenselijk dat de Raad van State optimaal in de gelegenheid zou worden gesteld om na het aanvullend verslag van het auditoraat de zaak definitief te kunnen oplossen. Om die reden is het vooreerst nuttig om met toepassing van meervermeld artikel 24, derde lid, van de gecoördineerde wetten op de Raad van State aan het auditoraat uitdrukkelijk als onderzoeksmaatregel op te dragen om het actueel belang van de verzoekende partij te onderzoeken, na haar hierover om een stellingname te hebben gevraagd. In het inleidend verzoekschrift worden slechts twee annulatie- middelen aangevoerd. Onverminderd het resultaat van het onderzoek door het auditoraat van de mogelijke ontvankelijkheidsbezwaren die door verwerende partij of zelfs ambtshalve door de auditeur worden opgeworpen, is een definitieve oplossing van de zaak bij een volgende terechtzitting en beraadslaging slechts verzekerd, wanneer vervolgens ook die middelen in het auditoraatsverslag onderzocht zijn geworden. V-1504-5/6 OM DIE REDENEN BESLIST DE RAAD VAN STATE : Artikel
- Het verzoek tot tussenkomst van de v.z.w. Indépendante Locale Contact wordt ingewilligd. Artikel
- De debatten worden heropend. Artikel
- Het door de auditeur-generaal aan te stellen lid van het auditoraat wordt ermede belast om de ontvankelijkheid van het beroep verder te onderzoeken, in het bijzonder met betrekking tot het actueel belang van de verzoekende partij, en wordt er tevens mee belast om het eerste en het tweede middel te onderzoeken op hun gegrondheid. Aldus te Brussel uitgesproken in openbare terechtzitting, op tien april 2008, door de Ve kamer, die was samengesteld uit : de HH. R. ANDERSEN eerste voorzitter van de Raad van State, L. HELLIN, kamervoorzittter, G. VAN HAEGENDOREN, staatsraad, W. GEURTS, griffier. De Griffier, De Eerste Voorzitter van de Raad van State, W. GEURTS. R. ANDERSEN. V-1504-6/6 PDF document ECLI:BE:RVSCE:2008:ARR.181.910 Gerelateerde publicatie(s) voorafgegaan door: ECLI:BE:RVSCE:1999:ARR.82.703 gevolgd door: ECLI:BE:RVSCE:2010:ARR.202.882 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div