← België

Arrest 181956 - Milieuvergunningen - 10/04/2008

id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Raad van State Vonnis/arrest van 10 april 2008 ECLI nr: ECLI:BE:RVSCE:2008:ARR.181.956 Rolnummer: A. 149352/VII-31863 Zaak: Arrest 181956 - Milieuvergunningen - 10/04/2008 Rechtsgebied: Bestuursrecht Invoerdatum: 2008-04-23 Raadplegingen: 61 - laatst gezien 2026-06-29 07:54 Fiche Arrest nr 181.956 van 10 april 2008 Ruimtelijke ordening, stedenbouw, leefmilieu en aanverwante aangelegenheden - Milieuvergunningen Beslissing : Afstand van geding Thesaurus CAS: RAAD VAN STATE UTU-thesaurus: PUBLIEK EN ADMINISTRATIEF RECHT - RAAD VAN STATE - Arresten (Raad van State) Tekst van de beslissing RAAD VAN STATE, AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK. nr. 181.956 van 10 april 2008 in de zaak A. 149.352/VII-31.

  1. In zake : Jean-Marie FASSEUR, die woonplaats kiest bij advocaten V. TOLLENAERE en P. DE WILDE, kantoor houdende te GENT, Koning Albertlaan 128 tegen : het Vlaamse Gewest, vertegenwoordigd door de Vlaamse regering, dat woonplaats kiest bij advocaat I. LAUREYS, kantoor houdende te BUGGENHOUT, Provincialebaan
  2. tussenkomende partij : de NV METZELER A.P.S. BENELUX, die woonplaats kiest bij advocaten D. RYCKBOST en E. RYCKBOST, kantoor houdende te OOSTENDE, E. Beernaertstraat
  3. --------------------------------------------------------------------------------------------------- DE VOORZITTER VAN DE VIIe KAMER, Gezien het verzoekschrift dat Jean-Marie FASSEUR op 22 maart 2004 heeft ingediend om de vernietiging te vorderen van het besluit van de Vlaamse minister van Leefmilieu, Landbouw en Ontwikkelingssamenwerking van 5 januari 2004 waarbij het beroep dat de NV METZELER A.P.S. BENELUX had ingesteld tegen de beslissing van de bestendige deputatie van de provincieraad van Oost-Vlaanderen van 3 juli 2003 houdende de weigering van de vergunning om een inrichting voor de productie van rubberen kantbeschermingen, gelegen aan de Edward Pynaertkaai 82 te Gent te exploiteren, gegrond wordt verklaard, de beroepen beslissing wordt opgeheven en aan de NV METZELER A.P.S. BENELUX de gevraagde vergunning wordt verleend voor een termijn van drie jaar; Gelet op het arrest nr. 137.076 van 9 november 2004 waarbij de vordering tot schorsing van de tenuitvoerlegging van het bestreden besluit wordt verworpen; VII-31.863-1/3 Gezien het verzoekschrift tot voortzetting van 22 december 2004 ingediend door verzoeker; Gezien het verzoekschrift tot tussenkomst van 3 februari 2005 ingediend door de NV METZELER A.P.S. BENELUX; Gelet op de beschikking van 1 maart 2005 die de tussenkomst van de NV METZELER A.P.S. BENELUX toelaat; Gezien de memorie van antwoord en de memorie van wederantwoord; Gezien het verslag opgemaakt door auditeur P. SOURBRON; Gelet op de beschikking van 5 juni 2007, die de neerlegging ter griffie van dat verslag en van het dossier gelast; Gelet op de kennisgeving van het verslag aan verzoeker op 21 juni 2007; Gelet op titel VI, hoofdstuk II, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari 1973; Gelet op de kennisgeving aan verzoeker, op grond van artikel 14quater van het besluit van de Regent van 23 augustus 1948 tot regeling van de rechtspleging voor de afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State, dat de kamer de afstand van geding zal uitspreken, tenzij verzoeker binnen een termijn van vijftien dagen vraagt om te worden gehoord; Overwegende dat verzoeker niet heeft gevraagd om te worden gehoord; Overwegende dat in het auditoraatsverslag de verwerping van het beroep wordt voorgesteld; dat de hoofdgriffier bij de kennisgeving van het auditoraatsverslag aan verzoeker melding heeft gemaakt van artikel 21, zesde lid, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari 1973, en van artikel 14quater van voornoemd besluit van de Regent; VII-31.863-2/3 Overwegende dat verzoeker binnen de termijn van dertig dagen, gesteld in voornoemd artikel 21, zesde lid, geen verzoek tot voortzetting van de procedure heeft ingediend; dat krachtens die wetsbepaling te zijnen aanzien een vermoeden van afstand van het geding geldt, BESLUIT: Artikel
  4. De afstand van het geding wordt vastgesteld. Artikel
  5. De kosten van de vordering tot schorsing, bepaald op 175 euro, komen ten laste van verzoeker. De kosten van het beroep, bepaald op 175 euro, komen ten laste van verzoeker. De kosten van de tussenkomst, bepaald op 125 euro, komen ten laste van de tussenkomende partij. Aldus te Brussel uitgesproken in openbare terechtzitting, op tien april tweeduizend en acht, door : de HH. L. HELLIN, kamervoorzitter, D. DECOCK, griffier. De griffier, De voorzitter, D. DECOCK. L. HELLIN. VII-31.863-3/3 PDF document ECLI:BE:RVSCE:2008:ARR.181.956 Gerelateerde publicatie(s) voorafgegaan door: ECLI:BE:RVSCE:2004:ARR.137.076 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div

🔗 Vers la source officielle

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.