id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Raad van State Vonnis/arrest van 10 april 2008 ECLI nr: ECLI:BE:RVSCE:2008:ARR.181.958 Rolnummer: A. 150776/VII-32051 Zaak: Arrest 181958 - Ziekenfondsen en Landsbonden - 10/04/2008 Rechtsgebied: Bestuursrecht Invoerdatum: 2008-04-21 Raadplegingen: 54 - laatst gezien 2026-06-29 07:54 Fiche Arrest nr 181.958 van 10 april 2008 Sociale zaken en volksgezondheid - Ziekenfondsen en Landsbonden Beslissing : heropening debatten Thesaurus CAS: RAAD VAN STATE UTU-thesaurus: PUBLIEK EN ADMINISTRATIEF RECHT - RAAD VAN STATE - Arresten (Raad van State) Tekst van de beslissing RAAD VAN STATE, AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK. nr. 181.958 van 10 april 2008 in de zaak A. 150.776/VII-32.
- In zake : Peter MOERMANS, vertegenwoordigd door advocaat Ludo GEUKENS in zijn hoedanigheid van voorlopig bewindvoerder, kantoor houdende te TONGEREN, Moerenstraat 1 tegen : het VLAAMS ZORGFONDS, dat woonplaats kiest bij advocaat B. STAELENS, kantoor houdende te BRUGGE, Stockhouderskasteel, Gerard Davidstraat 46, bus
- --------------------------------------------------------------------------------------------------- D E R A A D V A N S T A T E, VIIe K A M E R, Gezien het verzoekschrift dat Peter MOERMANS, vertegenwoordigd door advocaat Ludo GEUKENS in zijn hoedanigheid van voorlopig bewindvoerder, op 16 april 2004 heeft ingediend om de nietigverklaring te vorderen van de beslissing van de leidend ambtenaar van het VLAAMS ZORGFONDS van 12 februari 2004 waarbij verzoekers bezwaarschrift tegen de beslissing van de zorgkas Vlaanderen van de christelijke mutualiteiten van 4 november 2003 waarbij verzoekers aanvraag tot tenlasteneming wordt afgewezen, ontvankelijk doch ongegrond wordt verklaard; Gezien de regelmatig gewisselde memories van antwoord en van wederantwoord; Gezien het verslag opgemaakt door auditeur G. DE BLEECKERE; Gelet op de beschikking van 17 april 2007 die de neerlegging ter griffie van het verslag en van het dossier gelast; Gelet op de kennisgeving van het verslag aan de partijen en gezien de regelmatig gewisselde laatste memories; VII-32.051-1/6 Gelet op de beschikking van 4 februari 2008 waarbij de terechtzitting wordt bepaald op 6 maart 2008; Gehoord het verslag van staatsraad E. BREWAEYS; Gehoord de opmerkingen van advocaat M. FRANSEN, die verschijnt voor verzoeker, en van advocaat I. VERHELLE die, loco advocaat B. STAELENS verschijnt voor de verwerende partij; Gehoord het advies van auditeur G. DE BLEECKERE; Gelet op titel VI, hoofdstuk II, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari 1973; OVERWEEGT WAT VOLGT :
- De gegevens van de zaak 1.1.
- Advocaat Ludo GEUKENS dient, als voorlopig bewindvoerder van verzoeker, op 28 februari 2003 bij de zorgkas Limburg van de christelijke mutualiteiten een aanvraag in tot het bekomen van mantel- en thuiszorg. 1.1.
- Op 4 september 2003 deelt de zorgkas Limburg van de christelijke mutualiteiten aan verzoeker mee dat de aanvraag wordt ingewilligd. Zij kent hem een forfaitaire tussenkomst van 90 euro per maand toe voor mantel- en thuiszorg, en zulks voor een periode van 36 maanden, vanaf 1 november
- 1.1.
- Op 30 oktober 2003 wordt op initiatief van de zorgkas Vlaanderen van de christelijke mutualiteiten een controle-indicatiestelling uitgevoerd. 1.1.
- Op 4 november 2003 zendt de zorgkas Limburg van de christelijke mutualiteiten een brief aan verzoeker, waarin wordt meegedeeld dat naar aanleiding van de controle-indicatiestelling van 30 oktober 2003 is beslist de erkenning van verzoeker te beëindigen op 31 oktober 2003, en dus na die datum geen tussenkomsten meer te betalen. VII-32.051-2/6 1.1.
- Met een op 1 december 2003 aangetekend verzonden brief dient verzoeker bij het VLAAMS ZORGFONDS een bezwaarschrift in tegen deze beslissing. 1.1.
- Op 4 februari 2004 adviseert de bezwaarcommissie zorgverzekering het bezwaarschrift ontvankelijk doch ongegrond te verklaren. 1.1.
- Op 12 februari 2004 beslist de leidend ambtenaar van het VLAAMS ZORGFONDS dit advies te volgen en het bezwaarschrift te verwerpen. Dit is de bestreden beslissing. 1.2.
- De bestreden beslissing wordt genomen in het kader van de Vlaamse zorgverzekering, ingesteld bij het decreet van 30 maart 1999 houdende de organisatie van de zorgverzekering (hierna : zorgverzekeringsdecreet). Artikel 3 van het decreet stelt het volgende : "De zorgverzekering geeft gebruikers, onder de voorwaarden van dit decreet en ten belope van een maandelijks bedrag, recht op tenlastenemingen door een zorgkas van kosten voor niet-medische hulp- en dienstverlening". Omtrent deze voorwaarden bepaalt artikel 5, eerste lid, 1/ van hetzelfde decreet dan weer wat volgt: "Om aanspraak te maken op tenlastenemingen door een zorgkas van de kosten van niet-medische hulp- en dienstverlening, moet de gebruiker aan de volgende voorwaarden voldoen : 1°/ getroffen zijn door een langdurig ernstig verminderd zelfzorgvermogen; de regering bepaalt wat daaronder wordt verstaan; (...)". 1.2.
- Voornoemde bepaling is uitgewerkt in het besluit van de Vlaamse regering van 28 september 2001 houdende de erkenning, de registratie en de machtiging, en houdende de aansluiting, de aanvraag en de tenlasteneming in het kader van de zorgverzekering (hierna : besluit van de Vlaamse regering van 28 september 2001). Luidens artikel 20, § 2 van dit besluit wordt "het getroffen zijn door een langdurig ernstig verminderd zelfzorgvermogen (...) bewezen door de in artikel 22 bedoelde indicatiestelling of door een in artikel 23 bedoeld attest, waarin de gebruiker een graad van zorgbehoevendheid wordt toegemeten die hoger is dan of gelijk is aan een door de minister te bepalen minimumgraad". VII-32.051-3/6 Artikel 22 van dit besluit bepaalt dat de "indicatiesteller (...) de ernst en de duur van het verminderd zelfzorgvermogen van de gebruiker vast(stelt) op de door de minister te bepalen wijze en aan de hand van een door de minister te bepalen meetinstrument". Artikel 28, § 1, eerste lid van dit besluit stelt dat de zorgkas een beslissing neemt over de tenlasteneming "op basis van het met de indicatiestelling aangevulde aanvraagformulier", en dat de zorgkas nagaat "of de gebruiker voldoet aan alle voorwaarden van artikel 20". Artikel 28, § 2, eerste lid voorziet in de mogelijkheid om bij het VLAAMS ZORGFONDS een bezwaar in te dienen tegen de hierboven vermelde beslissing. Luidens de artikelen 42 tot en met 44 wordt een ontvankelijk bezwaar voor advies overgemaakt aan een bezwaarcommissie, waarna de leidend ambtenaar een gemotiveerde beslissing neemt.
- Rechtsmacht 2.
- Krachtens de artikelen 144 en 145 van de Grondwet is de Raad van State niet bevoegd om kennis te nemen van een annulatieberoep waarvan het werkelijk en rechtstreeks voorwerp een geschil is over subjectieve rechten. De Raad van State moet dan ook zijn bevoegdheid afwijzen wanneer het beroep is gericht op de erkenning van een subjectief recht waaromtrent het bestuur een volledig gebonden bevoegdheid heeft. 2.
- Het beroep is gericht tegen de beslissing waarbij aan verzoeker het recht op tenlasteneming door een zorgkas van de kosten van niet-medische hulp- en dienstverlening wordt geweigerd. Verzoeker betwist hierbij het oordeel van de verwerende partij dat hij niet zou zijn getroffen door een langdurig ernstig verminderd zelfzorgvermogen. 2.
- Artikel 3 van het zorgverzekeringsdecreet omschrijft de tenlasteneming door een zorgkas van kosten voor niet-medische hulp- en dienstverlening als een recht voor de gebruiker die wordt getroffen door een langdurig ernstig verminderd zelfzorgvermogen. Het langdurig ernstig verminderd zelfzorgvermogen wordt luidens het besluit van de Vlaamse regering van 28 september 2001 vastgesteld aan de hand van een indicatiestelling. Een dergelijke indicatiestelling werd te dezen opgemaakt volgens de criteria bepaald in de op het ogenblik van de bestreden beslissing geldende en bij het ministerieel besluit van VII-32.051-4/6 23 december 2002 goedgekeurde handleiding zorgverzekering. De vraag rijst of de verwerende partij bij de beoordeling van verzoekers aanvraag over een discretionaire bevoegdheid beschikte dan wel enkel kon nagaan of de in de indicatiestelling opgegeven score diende te worden beschouwd als correct, waarbij zij de enige mogelijke rechtsgeldige oplossing aan het geval van verzoeker moet geven. In dit geval zou de erkenning van het in artikel 3 van het zorgverzekeringsdecreet bedoelde recht als het werkelijke voorwerp van het beroep moeten worden bestempeld. 2.
- Er is reden de partijen toe te laten standpunt in te nemen over de rechtsmacht van de Raad van State, OM DIE REDENEN BESLIST DE RAAD VAN STATE : Artikel
- De debatten worden heropend. Artikel
- De partijen worden uitgenodigd om daarover binnen de maand na de kennisgeving van dit arrest standpunt in te nemen waarna de auditeur een aanvullend onderzoek zal verrichten over dit aspect van de zaak. Aldus te Brussel uitgesproken in openbare terechtzitting, op tien april tweeduizend en acht, door de VIIe kamer, die was samengesteld uit : de HH. L. HELLIN, kamervoorzitter, J. LUST, staatsraad, E. BREWAEYS, staatsraad, D. DECOCK, griffier. De griffier, De voorzitter, VII-32.051-5/6 D. DECOCK. L. HELLIN. VII-32.051-6/6 PDF document ECLI:BE:RVSCE:2008:ARR.181.958 Gerelateerde publicatie(s) gevolgd door: ECLI:BE:RVSCE:2010:ARR.203.335 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div
🔗 Vers la source officielle
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.