← België

Arrest 182032 - Openbaar ambt van Gemeenschappen en Gewesten - Aanwerving en loopbaan - 14/04/2008

id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Raad van State Vonnis/arrest van 14 april 2008 ECLI nr: ECLI:BE:RVSCE:2008:ARR.182.032 Rolnummer: A. 71913/IX-1250 Zaak: Arrest 182032 - Openbaar ambt van Gemeenschappen en Gewesten - Aanwerving en loopbaan - 14/04/2008 Rechtsgebied: Bestuursrecht Invoerdatum: 2008-05-09 Raadplegingen: 57 - laatst gezien 2026-06-29 07:54 Fiche Arrest nr 182.032 van 14 april 2008 Openbaar ambt - Openbaar ambt van Gemeenschappen en Gewesten - Aanwerving en loopbaan Beslissing : Verwerping Thesaurus CAS: RAAD VAN STATE UTU-thesaurus: PUBLIEK EN ADMINISTRATIEF RECHT - RAAD VAN STATE - Arresten (Raad van State) Tekst van de beslissing RAAD VAN STATE, AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK. nr. 182.032 van 14 april 2008 in de zaak A. 71.913/IX-

  1. In zake : Marc DE ROECK, die woonplaats kiest bij advocaat W. SLOSSE, kantoor houdende te ANTWERPEN, Brusselstraat 59 tegen : de Vlaamse Milieumaatschappij, die woonplaats kiest bij advocaat P. DEVERS, kantoor houdende te GENT, Kouter 71-
  2. --------------------------------------------------------------------------------------------------- D E R A A D V A N S T A T E, IXe K A M E R, Gezien het verzoekschrift dat Marc DE ROECK op 4 november 1996 heeft ingediend om de nietigverklaring te vorderen van de besluiten van 12 juni 1996 van de administrateur-generaal van de Vlaamse Milieumaatschappij waarbij Philippe D'HONDT, Freddy VAN DEN BOSSCHE, Dirk WAEGEMAN, Herman DUMONT en Michel BRUYNEEL worden aangewezen als afdelingshoofd, alsmede van de ministeriële besluiten van 13 juni 1996 waarbij deze besluiten bekrachtigd worden; Gelet op het arrest nr. 64.765 van 25 februari 1997 waarbij de vordering tot schorsing van de tenuitvoerlegging van de bestreden besluiten wordt verworpen; Gezien de regelmatig gewisselde memories van antwoord en van wederantwoord; Gezien het verslag opgemaakt door eerste auditeur-afdelingshoofd W. VAN NOTEN; Gelet op de beschikking van 7 juli 1998 die de neerlegging ter griffie van het verslag en van het dossier gelast; IX-1250-1/6 Gelet op de kennisgeving van het verslag aan partijen en gezien het verzoek tot voortzetting door de verzoekende partij; Gelet op de beschikking van 4 maart 2008 waarbij de terechtzitting bepaald wordt op 7 april 2008; Gehoord het verslag van kamervoorzitter P. LEMMENS; Gehoord de opmerkingen van advocaat W. SLOSSE, die verschijnt voor de verzoeker, en van advocaat P. DEVERS, die verschijnt voor de verwerende partij; Gehoord het eensluidend advies van eerste auditeur-afdelings- hoofd W. VAN NOTEN; Gelet op titel VI, hoofdstuk II, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari 1973, OVERWEEGT WAT VOLGT : Over de gegevens van de zaak
  3. Op het ogenblik van de bestreden beslissing is de verzoeker directeur (rang A2) bij de Vlaamse Milieumaatschappij. Bij nota van 24 mei 1996 wordt aan de ambtenaren van rang A2 informatie verstrekt in verband met de procedure voor de aanwijzing van o.m. vijf afdelingshoofden. Aan degenen die interesse hebben voor één van deze functies wordt gevraagd dit vóór 31 mei 1996 aan de administrateur-generaal te melden. Op 30 mei 1996 stelt de verzoeker zich kandidaat. Hij verduide- lijkt dat zijn voorkeur uitgaat naar de functie van afdelingshoofd van de afdeling informatie en dat hij zich in tweede orde kandidaat stelt voor de functie van afdelingshoofd van één van de vier andere afdelingen. Elf andere personen stellen zich eveneens kandidaat. IX-1250-2/6 Op 3 en 4 juni 1996 voeren de administrateur-generaal en de adjunct-administrateur-generaal een motivatiegesprek met de kandidaten. Op 12 juni 1996 wijst de administrateur-generaal de volgende ambtenaren aan tot afdelingshoofd: - Philippe D'HONDT : afdeling meetnetten en onderzoek - Freddy VAN DEN BOSSCHE : afdeling kwaliteitsbeheer - Dirk WAEGEMAN : afdeling planning - Herman DUMONT : afdeling heffingen - Michel BRUYNEEL : afdeling informatie. Deze aanwijzingen worden op 13 juni 1996 door de Vlaamse Minister van Leefmilieu en Tewerkstelling bekrachtigd. De vijf besluiten van 12 juni 1996, bekrachtigd op 13 juni 1996, vormen het voorwerp van het voorliggende beroep. Bij nota van 14 juni 1996 wordt de aanwijzing van de afdelings- hoofden aan de personeelsleden bekendgemaakt. Bij brief van dezelfde datum deelt de administrateur-generaal aan de verzoeker bovendien mede dat hij niet tot afdelingshoofd is aangewezen. De bestreden besluiten zelf worden bij wege van vermelding bekendgemaakt in het Belgisch Staatsblad van 7 augustus
  4. Ondertussen heeft de verzoeker middels een aangetekende brief van 29 juli 1996 om een afschrift gevraagd van het verslag van het motivatiegesprek van 3 juni 1996, van het voorstel van de administrateur-generaal tot aanwijzing van de afdelingshoofden en van de bekrachtiging van de aanwijzingen door de Vlaamse minister. Na een herinneringsschrijven van de verzoeker op 13 augustus 1996, wordt hem bij brief van 3 september 1996 een afschrift gezonden van de gevraagde stukken. IX-1250-3/6 Over de ontvankelijkheid van het beroep. 2.
  5. In haar memorie van antwoord werpt de verwerende partij een exceptie van onontvankelijkheid van het beroep op, afgeleid uit de laattijdigheid ervan. Zij voert aan dat de aanwijzing van de afdelingshoofden bij omzendbrief van 14 juni 1996 aan de personeelsleden werd bekendgemaakt en dat dezelfde dag met een afzonderlijk schrijven aan de verzoeker werd medegedeeld dat hij niet tot afdelingshoofd was aangewezen. Voorts stelt zij dat uit het schrijven van de verzoeker van 29 juli 1996 blijkt dat hij op de hoogte was van de aanwijzingen en van zijn niet-aanwijzing. Tevens voert zij aan dat artikel 19, tweede lid, van de gecoördineerde wetten op de Raad van State, waarnaar de verzoeker in zijn verzoekschrift refereert, ter zake niet van toepassing is, aangezien het niet gaat om beslissingen die aan hem betekend moesten worden. 2.
  6. In zijn verzoekschrift en zijn memorie van wederantwoord voert de verzoeker aan dat hij zijn beroep tijdig heeft ingesteld aangezien de bestreden beslissingen hem pas bij schrijven van 3 september 1996 ter kennis zijn gebracht. Subsidiair wijst hij erop dat bij de betekening van die beslissingen geen melding werd gemaakt van de mogelijkheid om daartegen beroep in te stellen en van de in acht te nemen vormvoorschriften en termijnen, zodat de beroepstermijn overeenkomstig artikel 19, tweede lid, van de gecoördineerde wetten op de Raad van State tot op heden geen aanvang heeft genomen. 2.
  7. In zijn verslag is de auditeur van oordeel dat de termijn is ingegaan met de omzendbrief van 14 juni 1996, of minstens met het schrijven aan de verzoeker van dezelfde dag, zodat het beroep buiten de termijn is ingesteld. Subsidiair merkt hij op dat de bestreden besluiten zijn bekendgemaakt in het Belgisch Staatsblad van 7 augustus 1996 en dat, ook als men die bekendmaking als uitgangspunt neemt, het beroep buiten de termijn blijkt te zijn ingesteld. 2.
  8. De verzoeker beroept zich ten onrechte op artikel 19, tweede lid, van de gecoördineerde wetten op de Raad van State. Anders dan hij voorhoudt, zijn de bestreden aanwijzingsbesluiten niet van die aard dat ze aan hem betekend moesten worden. Dit is evenmin het geval voor de beslissingen van de minister waarbij de voormelde besluiten zijn bekrachtigd. De verzoeker is immers niet de adressaat van deze beslissingen. Wel kan worden aangenomen dat de verwerende partij ertoe gehouden was om aan de verzoeker, die zijn kandidatuur gesteld heeft, IX-1250-4/6 mede te delen wat het resultaat van de aanwijzingsprocedure was. Blijkens de door de verwerende partij in het administratief dossier neergelegde brief van 14 juni 1996 is aan deze verplichting voldaan. Artikel 84, 1/, van de bijzondere wet van 8 augustus 1980 tot hervorming der instellingen bepaalt dat de besluiten van de gemeenschaps- en gewestregeringen in het Belgisch Staatsblad worden bekendgemaakt, met een vertaling in het Frans of in het Nederlands, naargelang van het geval; wanneer zij geen belang hebben voor de algemeenheid van de burgers, mogen zij bij uittreksel worden bekendgemaakt of het voorwerp zijn van een eenvoudige vermelding in het Belgisch Staatsblad, en wanneer hun bekendmaking geen openbaar nut heeft, mag daarvan afgezien worden. Hieruit vloeit voort dat de besluiten die geen belang hebben voor de algemeenheid van de burgers maar waarvan de bekendmaking een openbaar nut heeft, bij uittreksel moeten worden bekendgemaakt of het voorwerp moeten uitmaken van een vermelding in het Belgisch Staatsblad. Artikel 84 handelt enkel over de besluiten van de gemeenschaps- en gewestregeringen. Er mag echter worden aangenomen dat voor de besluiten die door de leden van een regering worden genomen, ingevolge de delegatie krachtens artikel 69 van de bijzondere wet, dezelfde regels inzake bekendmaking gelden. De bijzondere wet bepaalt zelf niet wat onder “openbaar nut” moet worden verstaan. Op het ogenblik dat de bestreden besluiten werden genomen, was het een vast gebruik dat besluiten waarbij ambtenaren van niveau 1 bevorderd werden, bij uittreksel in het Belgisch Staatsblad werden bekendgemaakt. Dit gebruik wijst erop dat de bekendmaking van zulke besluiten naar het oordeel van het bestuur een karakter van openbaar nut vertoont. Het bestuur miskent hierdoor het begrip “openbaar nut” niet. De in artikel 4, derde lid, van het besluit van de Regent van 23 augustus 1948 tot regeling van de rechtspleging voor de afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State bepaalde termijn om een annulatieberoep tegen de besluiten tot bevordering van ambtenaren van niveau 1 in te stellen, gaat derhalve in met de bekendmaking van de betrokken benoeming of aanwijzing in het Belgisch Staatsblad, ongeacht of bijkomend in een andere wijze van bekendmaking is voorzien en ongeacht of de verzoeker van de benoeming of aanwijzing reeds eerder kennis heeft gekregen. IX-1250-5/6 Te dezen sloeg de verplichting tot bekendmaking op de beslissingen van de minister van 13 juni 1996 en, nu die beslissingen de bekrachtiging inhielden van de besluiten van de administrateur-generaal van 12 juni 1996, ook op deze laatste besluiten. De bestreden besluiten zijn bij wege van vermelding bekendgemaakt in het Belgisch Staatsblad van 7 augustus
  9. De omzendbrief en het schrijven aan de verzoeker van 14 juni 1996 hebben de beroepstermijn niet doen ingaan; de vermelding in het Belgisch Staatsblad van 7 augustus 1996 heeft dat wel gedaan. Ook indien men van die laatste datum uitgaat, is het op 4 november 1996 ingestelde beroep tot nietigverklaring echter laattijdig. De exceptie, voor zoveel nodig ambtshalve opgeworpen, is gegrond. OM DIE REDENEN BESLIST DE RAAD VAN STATE : Artikel
  10. Het beroep wordt verworpen. Artikel
  11. De kosten van de vordering tot schorsing en van het beroep tot nietigverklaring, bepaald op 99,16 euro, komen ten laste van de verzoekende partij. Aldus te Brussel uitgesproken in openbare terechtzitting, op 14 april 2008, door de IXe kamer, die was samengesteld uit : de HH. P. LEMMENS, kamervoorzitter, A. VANDENDRIESSCHE, staatsraad, D. MOONS, staatsraad, Mevr. V. WAUTERS, griffier. De griffier, De voorzitter, V. WAUTERS. P. LEMMENS. IX-1250-6/6 PDF document ECLI:BE:RVSCE:2008:ARR.182.032 Gerelateerde publicatie(s) voorafgegaan door: ECLI:BE:RVSCE:1997:ARR.64.765 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div

🔗 Vers la source officielle

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.