id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Raad van State Vonnis/arrest van 14 april 2008 ECLI nr: ECLI:BE:RVSCE:2008:ARR.182.035 Rolnummer: A. 165406/IX-5029 Zaak: Arrest 182035 - Penitentiair recht - 14/04/2008 Rechtsgebied: Bestuursrecht Invoerdatum: 2008-05-09 Raadplegingen: 59 - laatst gezien 2026-06-29 07:54 Fiche Arrest nr 182.035 van 14 april 2008 Justitie - Penitentiair recht Beslissing : Vernietiging Thesaurus CAS: RAAD VAN STATE UTU-thesaurus: PUBLIEK EN ADMINISTRATIEF RECHT - RAAD VAN STATE - Arresten (Raad van State) Tekst van de beslissing RAAD VAN STATE, AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK. nr. 182.035 van 14 april 2008 in de zaak A. 165.406/IX-
- In zake : Francis BRUYNEEL, die woonplaats kiest bij advocaat K. VAN STEENBERGHE, kantoor houdende te LEUVEN, Bondgenotenlaan 132 tegen : de Belgische Staat, vertegenwoordigd door de minister van Justitie, die woonplaats kiest bij advocaat B. DERVEAUX, kantoor houdende te KORTENBERG, Veldstraat
- --------------------------------------------------------------------------------------------------- D E R A A D V A N S T A T E, IXe K A M E R, Gezien het verzoekschrift dat Francis BRUYNEEL op 24 augustus 2005 heeft ingediend om de nietigverklaring te vorderen van de beslissing van 28 juni 2005 waarbij hem door de directeur van de gevangenis Leuven Centraal bij wijze van tuchtsanctie voor drie maanden het gebruik van zijn computer wordt ontzegd; Gezien de regelmatig gewisselde memories van antwoord en van wederantwoord; Gezien het verslag opgemaakt door eerste auditeur-afdelingshoofd W. VAN NOTEN; Gelet op de kennisgeving van het verslag aan partijen en gezien de regelmatig gewisselde laatste memories; Gelet op de beschikking van 29 februari 2008 waarbij de terechtzitting bepaald wordt op 17 maart 2008; Gehoord het verslag van staatsraad D. MOONS; IX-5029-1/6 Gehoord de opmerkingen van advocaat K. VAN STEENBERGHE, die verschijnt voor de verzoeker, en van advocaat B. DERVEAUX, die verschijnt voor de verwerende partij; Gehoord het eensluidend advies van eerste auditeur- afdelingshoofd W. VAN NOTEN; Gelet op titel VI, hoofdstuk II, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari 1973, OVERWEEGT WAT VOLGT :
- Over de gegevens van de zaak 1.
- De verzoeker verblijft in de gevangenis van Leuven Centraal. 1.
- Hij krijgt toestemming om op zijn cel een personal computer te gebruiken. 1.
- Op 19 juni 2005 voert de informaticaverantwoordelijke een controle uit. 1.
- Op 24 juni 2005 stelt de informaticaverantwoordelijke een rapport op, gericht aan de gevangenisdirecteur. Dit rapport luidt als volgt: “Bij een controle van zijn computer heb ik in het bijzijn van de kwartierchef vastgesteld dat één van de verzegelingsstickers van zijn computer een eigenaardige kleur vertoonde en ik vermoedde dat deze sticker werd verwijderd en nadien opnieuw werd aangebracht. De computer werd gedeponeerd bij de Penitentiair Assistent voor nader onderzoek. Op woensdag 22 juni werd in het bijzijn van de Penitentiair Assistent de computersticker aan een nader onderzoek onderworpen waarbij werd vastgesteld dat deze sticker wel degelijk gedeeltelijk werd verwijderd (zodat de kast kon worden opengeschroefd) en waarna getracht werd de sporen hiervan te verdoezelen door de sticker langs de achterkant zwart te maken. Betrokken gedetineerde werd met deze feiten geconfronteerd en bekende de sticker terug te hebben vastgekleefd met transparante lijm. Hij heeft geen verklaring voor de zwarte sporen op de achterkant van de sticker en op de kast. Op donderdag 23 en vrijdag 24 juni werd de computer door mij nagekeken en werd vastgesteld dat meerdere programma’s op de harde schijf aanwezig zijn zonder dat betrokkene hiervan de originele CD’s kan tonen en derhalve vermoed wordt dat betrokkene niet beschikt over de nodige gebruikerslicenties. Ondermeer volgende programma’s werden aangetroffen : InfoBel, Van Daele (sic) woordenboek, PC Cleaner 3.
- Met deze laatste software (PC Cleaner) werden heel wat bestanden IX-5029-2/6 gemanipuleerd (de meeste op 15 en 16 juni 2005) en sporen uitgewist waardoor het onderzoek naar illegale software ernstig werd bemoeilijkt.” 1.
- Op 27 juni 2005 neemt de verzoeker kennis van voornoemd rapport en hij verzoekt om de bijstand van een pro deo advocaat van de balie te Leuven. Volgens de verzoeker zou hem dezelfde avond zijn meegedeeld dat het verzoek om bijstand van een advocaat niet kon worden ingewilligd, gelet op de termijnen die moeten worden nageleefd. 1.
- Op 28 juni 2005 wordt de verzoeker door de gevangenisdirecteur gehoord, zonder de bijstand van een advocaat. 1.
- Op 28 juni 2005 wordt aan de verzoeker een tuchtstraf opgelegd die als volgt luidt : “De pc wordt gedurende 3 maanden gedeponeerd : - 1 maand wegens het verwijderen en terug aanbrengen van de veiligheidssticker, - 1 maand wegens het bezit van illegale software, in het bijzonder de PC- cleaner (deze PC-cleaner dient uit zijn PC verwijderd te worden), - 1 maand wegens het oneigenlijke gebruik van de pc door gebruik te maken van software genaamd ‘PC-cleaner’ om sporen te verwijderen die het de informatica verantwoordelijke moeilijk zo niet onmogelijk maakt zijn controletaak uit te voeren.” 1.
- De verzoeker spant een kort geding in. Op 16 augustus 2005 wijst de voorzitter van de rechtbank van eerste aanleg te Leuven de vordering af.
- Over de gegrondheid van het beroep 2.1.
- De verzoeker voert in een eerste middel de schending aan van zijn rechten van verdediging, omdat hem bij de tuchtprocedure de bijstand van een advocaat werd geweigerd. De verzoeker legt uit dat hij om de bijstand van een pro deo advocaat verzocht, maar dat dit niet werd vermeld op het origineel exemplaar van het formulier dat bij de kennisgeving van het opstarten van de tuchtprocedure moet worden ingevuld. Dit maakt volgens de verzoeker een schending uit van de procedure die de omzendbrief nr. 1777 van de minister van Justitie van 2 mei 2005 betreffende de tuchtprocedure tegen een gedetineerde voorschrijft, om de rechten van verdediging te waarborgen. IX-5029-3/6 Volgens de verzoeker was het perfect mogelijk om de termijnen na te leven die de omzendbrief voorschrijft, aangezien de balie te Leuven beschikt over een permanentie die dringende bijstand van een advocaat kan verlenen. 2.1.
- De verwerende partij antwoordt dat het middel feitelijke grondslag mist, omdat de vermelding dat de verzoeker de bijstand van een pro deo advocaat wenst, enkel is ingevuld op de kopie van de “mededeling aan de gedetineerde inzake de tuchtprocedure”, die zich in het dossier van de verzoeker bevindt, maar dat in de ontvangstbevestiging die de verzoeker heeft ondertekend en die zich in het dossier van de verwerende partij bevindt, deze vermelding niet voorkomt. De verwerende partij voegt daaraan toe dat de verzoeker niet verzocht om de bijstand van een advocaat tijdens de hoorzitting van 28 juni
- Op de hoorzitting nam hij zelf zijn verdediging waar. De verwerende partij besluit dat het recht van verdediging van de verzoeker niet werd geschonden. 2.1.
- De verzoeker repliceert dat het document “mededeling aan de gedetineerde inzake de tuchtprocedure” door de gedetineerde voor kennisname wordt ondertekend en dat de gedetineerde daarvan een kopie ontvangt, samen met een kopie van het rapport aan de directeur. De verzoeker voegt daaraan toe dat hij het origineel document voor ontvangst heeft ondertekend en dat hij pas op cel het rapport gericht aan de directeur heeft kunnen lezen en dan pas heeft gemerkt dat hij een advocaat kon kiezen. Hij heeft dan zijn kopie van de “mededeling aan de gedetineerde” ingevuld en een advocaat gevraagd en dit document afgegeven aan de hoofdbewaarder. De verzoeker stelt tevens dat hij ook bij de hoorzitting de bijstand van een advocaat heeft gevraagd, maar dat hem toen geantwoord werd dat de zaak niet kon worden uitgesteld. Volgens de verzoeker is het algemeen bekend dat de gevangenisdirecties de omzendbrief te omslachtig vinden en dat zij het tijdverlies bij het zoeken naar een pro deo advocaat niet appreciëren. IX-5029-4/6 Tenslotte benadrukt de verzoeker dat het origineel document “mededeling aan de gedetineerde” dat de penitentiair beambte zorgvuldig dient in te vullen, niet werd ingevuld en daaruit dus niet valt af te leiden dat hij de mogelijkheid om zich door een raadsman te laten bijstaan heeft afgewezen. 2.1.
- De partijen blijven bij hun respectievelijke standpunten in de laatste memories. 2.1.5.
- Het document “mededeling aan de gedetineerde inzake de tuchtprocedure” vermeldt dat de betrokkene de mogelijkheid heeft om, zo hij dit wenst, te worden bijgestaan door een advocaat. Vervolgens bevat het document een rubriek waarbij een keuze moet worden gemaakt, namelijk : “De betrokkene wenst beroep te doen op een advocaat” (waarbij dan de identiteit en de coördinaten van de gekozen advocaat moeten vermeld worden) of “De betrokkene wenst geen beroep te doen op een advocaat”. Luidens de omzendbrief nr. 1777 van 2 mei 2005 moet dit document “zorgvuldig ingevuld en aan de gedetineerde overhandigd [worden], die het dubbel van dit document tekent voor ontvangst”. De omzendbrief beklemtoont terecht dat het document zorgvuldig moet worden ingevuld. Dit is immers noodzakelijk om het recht van verdediging van de gedetineerde te waarborgen. Het recht van verdediging omvat onder meer het recht om zich door een advocaat naar keuze te laten bijstaan. Om het document zorgvuldig te kunnen invullen moet aan de betrokkene gevraagd worden of hij zich bij de tuchtprocedure door een advocaat wil laten bijstaan, dan wel aan dit recht verzaakt. Door de zorgvuldige vermelding daarvan op het document waarvan de gedetineerde het dubbel voor ontvangst ondertekent, kunnen betwistingen worden vermeden. 2.1.5.
- Te dezen werd het document “mededeling aan de gedetineerde inzake de tuchtprocedure”, dat zich in het administratief dossier bevindt, niet behoorlijk ingevuld. Er is immers niet aangestipt of de verzoeker al dan niet wenst beroep te doen op een advocaat. IX-5029-5/6 Het staat derhalve niet vast dat de verzoeker geen beroep wenste te doen op de bijstand van een advocaat. Bijgevolg werd het recht van verdediging van de verzoeker geschonden, doordat hem een tuchtstraf werd opgelegd zonder dat hij in zijn verdediging door een advocaat werd bijgestaan. Het eerste middel is gegrond. OM DIE REDENEN BESLIST DE RAAD VAN STATE : Artikel
- Vernietigd wordt de beslissing van 28 juni 2005 waarbij aan Francis BRUYNEEL door de directeur van de gevangenis Leuven Centraal bij wijze van tuchtsanctie voor drie maanden het gebruik van zijn computer wordt ontzegd. Artikel
- De kosten van het beroep tot nietigverklaring, bepaald op 175 euro, komen ten laste van de verwerende partij. Aldus te Brussel uitgesproken in openbare terechtzitting, op 14 april 2008, door de IXe kamer, die was samengesteld uit : de HH. P. LEMMENS, kamervoorzitter, A. VANDENDRIESSCHE, staatsraad, D. MOONS, staatsraad, Mevr. V. WAUTERS, griffier. De griffier, De voorzitter, V. WAUTERS. P. LEMMENS. IX-5029-6/6 PDF document ECLI:BE:RVSCE:2008:ARR.182.035 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div
🔗 Vers la source officielle
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.