← België

Arrest 182036 - Bouwvergunningen en gemengde vergunningen - 14/04/2008

id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Raad van State Vonnis/arrest van 14 april 2008 ECLI nr: ECLI:BE:RVSCE:2008:ARR.182.036 Rolnummer: A. 78733/X-8157 Zaak: Arrest 182036 - Bouwvergunningen en gemengde vergunningen - 14/04/2008 Rechtsgebied: Bestuursrecht Invoerdatum: 2008-04-22 Raadplegingen: 58 - laatst gezien 2026-06-29 07:54 Fiche Arrest nr 182.036 van 14 april 2008 Ruimtelijke ordening, stedenbouw, leefmilieu en aanverwante aangelegenheden - Bouwvergunningen en gemengde vergunningen Beslissing : Verwerping Thesaurus CAS: RAAD VAN STATE UTU-thesaurus: PUBLIEK EN ADMINISTRATIEF RECHT - RAAD VAN STATE - Arresten (Raad van State) Tekst van de beslissing RAAD VAN STATE, AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK. nr. 182.036 van 14 april 2008 in de zaak A. 78.733/X-

  1. In zake : Frans MUYLLE, die woonplaats kiest bij advocaat C. VAN MARCKE, kantoor houdende te 8570 ANZEGEM, Kerkstraat 1 tegen : de gemeente ZONNEBEKE. D E R A A D V A N S T A T E, Xe K A M E R, Gezien het verzoekschrift dat Frans MUYLLE op 26 mei 1998 heeft ingediend om de nietigverklaring te vorderen van het besluit van 23 maart 1998 van het college van burgemeester en schepenen van de gemeente Zonnebeke waarbij aan Lilla VLAEMINCK de bouwvergunning wordt verleend voor het plaatsen van een veranda en het aanleggen van een terras bij een woning gelegen te Zonnebeke, Bellewaerdestraat 14, kadastraal bekend sectie D, nr. 836/g; Gezien het administratief dossier van de verwerende partij; Gezien de toelichtende memorie; Gezien het verslag opgemaakt door auditeur T. DE WAELE; Gelet op de beschikking van 26 april 2002 die de neerlegging ter griffie van het verslag en van het dossier gelast; Gelet op de kennisgeving van het verslag aan partijen en gezien de laatste memorie van de verzoeker; Gelet op de beschikking van 22 oktober 2007 waarbij de terecht- zitting bepaald wordt op 9 november 2007; Gehoord het verslag van kamervoorzitter R. STEVENS; X-8157-1/4 Gehoord de opmerkingen van advocaat C. VAN MARCKE, die verschijnt voor de verzoeker; Gehoord het eensluidend advies van auditeur T. DE WAELE; Gelet op titel VI, hoofdstuk II, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari 1973; OVERWEEGT WAT VOLGT : 1.
  2. In een eerste middel voert de verzoeker aan : “In de bouwvergunning dd. 23.03.1998 aan Mevr. Lilla VLAEMINCK wordt het bouwen van een veranda en aanleggen van een terras vergund. Dit gemotiveerd als volgt : ‘Overwegende dat de aangevraagde werken voldoen aan de stedebouwkundige- en de planologische voorschriften van het geldende bijzonder plan van aanleg en de geldende verkaveling;’ Art. 4 BPA-voorwaarden bepaalt echter dat de bouwhoogten worden vastgelegd, vertrekkende van 40 cm boven de boordsteen van de aanpalende openbare weg, terwijl de verkavelingsvoorwaarden bepalen dat in de achteruit- bouwzone hellende toegangen en trappen verboden zijn; Men kan dan ook onmogelijk een terras laten aanleggen op een hoogte van 1,35 meter. De veranda wordt gebouwd op deze onrechtmatige ophoging, zodat de vergunning rechtstreeks in strijd is met de BPA-voorwaarden”. 1.
  3. Het middel maakt niet duidelijk hoe uit de bewering dat men onmogelijk een terras kan laten aanleggen op een hoogte van 1,35 meter, een schending kan worden afgeleid van een b.p.a.-bepaling die inhoudt dat de “bouwhoogten” worden “vastgelegd”, vertrekkende van 40 cm boven de boordsteen van de aanpalende openbare weg. Evenmin wordt gespecifieerd hoe uit het feit dat “de verkavelingsvoorwaarden bepalen dat in de achteruitbouwzone hellende toegangen en trappen verboden zijn” ipso facto zou moeten volgen dat “men achter de woning onmogelijk een terras kan laten aanleggen op een hoogte van 1,35 meter”. Het gebeurlijke feit dat de veranda wordt gebouwd op een “onrechtmatige ophoging” toont op zich niet aan dat “de vergunning rechtstreeks in strijd is met de BPA-voorwaarden”, temeer de aanvraag, zoals de verzoeker zelf aangeeft, een regularisatie beoogt. De laatste memorie kan het al te lapidair geformuleerd en gebrekkig onderbouwd zijn van het middel niet meer goed maken. Het middel kan niet worden aangenomen. X-8157-2/4 2.
  4. Het tweede middel luidt als volgt : “Het College van Burgemeester en Schepenen wist dat er een procedure hangende was voor de Correctionele Rechtbank te Ieper met betrekking tot onder andere het aangelegde terras, waarvoor er enerzijds geen bouwvergunning verleend was en waarvoor dit anderzijds op een onrechtmatige ophoging gebeurd is. Toen verzoeker hen hierover interpelleerde, stelden zij dat verzoeker maar de nodige gerechtelijke stappen diende te ondernemen. Op deze manier ontloopt het College van Burgemeester en Schepenen van Zonnebeke zijn verantwoordelijkheid en legt zij ook niet de nodige zorgvuldig- heid aan de dag bij het nemen van haar beslissing. Zij had de toestand in ieder geval beter dienen te onderzoeken en verzoeker hieromtrent geïnterpelleerd”. 2.
  5. Het loutere feit dat een gerechtelijke procedure hangende was inzake een mogelijk bouwmisdrijf wat betreft “onder andere het aangelegde terras”, sluit op zich geenszins uit dat een regularisatievergunning zou kunnen worden verleend. De bijkomende argumenten die de verzoeker hieromtrent voor het eerst in zijn laatste memorie doet gelden, zijn niet ontvankelijk. Het middel is ongegrond. OM DIE REDENEN BESLIST DE RAAD VAN STATE : Artikel
  6. Het beroep wordt verworpen. Artikel
  7. De kosten van het beroep, bepaald op 173,53 euro, komen ten laste van de verzoeker. X-8157-3/4 Aldus te Brussel uitgesproken in openbare terechtzitting, op veertien april 2008, door de Xe kamer, die was samengesteld uit : de HH. R. STEVENS, kamervoorzitter, J. BOVIN, staatsraad, E. BREWAEYS, staatsraad, Mevr. S. DE CLERCQ, griffier. De griffier, De voorzitter, S. DE CLERCQ. R. STEVENS. X-8157-4/4 PDF document ECLI:BE:RVSCE:2008:ARR.182.036 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div

🔗 Vers la source officielle

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.