id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Raad van State Vonnis/arrest van 14 april 2008 ECLI nr: ECLI:BE:RVSCE:2008:ARR.182.037 Rolnummer: A. 148038/X-11789 Zaak: Arrest 182037 - Bouwvergunningen en gemengde vergunningen - 14/04/2008 Rechtsgebied: Bestuursrecht Invoerdatum: 2008-04-21 Raadplegingen: 55 - laatst gezien 2026-06-29 07:54 Fiche Arrest nr 182.037 van 14 april 2008 Ruimtelijke ordening, stedenbouw, leefmilieu en aanverwante aangelegenheden - Bouwvergunningen en gemengde vergunningen Beslissing : Verwerping Afstand Thesaurus CAS: RAAD VAN STATE UTU-thesaurus: PUBLIEK EN ADMINISTRATIEF RECHT - RAAD VAN STATE - Arresten (Raad van State) Tekst van de beslissing RAAD VAN STATE, AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK. nr. 182.037 van 14 april 2008 in de zaak A. 148.038/X-11.
- In zake :
- Joeri BEUREN,
- Kristin BRAET, die woonplaats kiezen bij advocaat J. BOSSUYT, kantoor houdende te 8310 BRUGGE, Bossuytlaan 35 tegen :
- de stad BRUGGE, die woonplaats kiest bij advocaat D. DE GREVE, kantoor houdende te 1090 BRUSSEL, G. Gilsonstraat 11,
- het Vlaamse Gewest, vertegenwoordigd door de Vlaamse regering, dat woonplaats kiest bij advocaat Y. FRANÇOIS, kantoor houdende te 8790 WAREGEM, Eertbruggestraat
- tussenkomende partij : de n.v. LUCHT, die woonplaats kiest bij advocaat V. TOLLENAERE, kantoor houdende te 9000 GENT, Koning Albertlaan
- D E R A A D V A N S T A T E, Xe K A M E R, Gezien het verzoekschrift dat Joeri BEUREN en Kristin BRAET op 25 februari 2004 hebben ingediend om de nietigverklaring te vorderen van het besluit van 12 december 2003 van het college van burgemeester en schepenen van de stad Brugge waarbij aan de n.v. LUCHT de stedenbouwkundige vergunning wordt verleend voor “het omvormen van bestaande industriële loodsen tot lofts” te Brugge (Sint-Kruis), Damse Vaart Zuid 26, kadastraal bekend sectie C, nrs. 18/C/503/a/6, 18/C/503/b/6, 18/C/503/c/6, 18/C/503/g/5, 18/C/503/x/5, 18/C/503/y/5 en 18/C/503/z/5 en van het besluit van 13 maart 2003 van de gemachtigde ambtenaar houdende “voorwaardelijke toelating tot afwijking van het bijzonder plan van aanleg Damse Vaart Zuid-West met betrekking tot de plaatsing X-11.789-1/9 van ééngezinswoningen en het behoud van bomenrij en struweel op achterste perceelsgrens”; Gelet op het arrest nr. 133.630 van 7 juli 2004 waarbij de vordering tot schorsing van de tenuitvoerlegging van de bestreden beslissing wordt verworpen; Gezien het verzoekschrift tot voortzetting, op 16 augustus 2004 ingediend door de verzoekers; Gezien het verzoekschrift tot tussenkomst, op 14 september 2004 ingediend door de n.v. LUCHT; Gelet op de beschikking van 22 november 2004 die de tussen- komst van de n.v. LUCHT toelaat; Gezien de memories van antwoord en van wederantwoord; Gezien het verslag opgemaakt door auditeur S. DE TAEYE; Gelet op de beschikking van 19 april 2007 die de neerlegging ter griffie van het verslag en van het dossier gelast; Gelet op de kennisgeving van het verslag aan partijen en gezien de laatste memories van de verzoekende partijen en van de eerste verwerende partij; Gelet op de beschikking van 19 oktober 2007 waarbij de terecht- zitting bepaald wordt op 9 november 2007; Gehoord het verslag van kamervoorzitter R. STEVENS; Gehoord de opmerkingen van advocaat J. BOSSUYT, die verschijnt voor de verzoekende partijen, van advocaat M. DE GREVE, die verschijnt voor de eerste verwerende partij, van advocaat Y. FRANÇOIS, die verschijnt voor de tweede verwerende partij, en van advocaat P. DE WILDE, die loco advocaat V. TOLLENAERE verschijnt voor de tussenkomende partij; X-11.789-2/9 Gehoord het eensluidend advies van auditeur S. DE TAEYE; Gelet op titel VI, hoofdstuk II, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari 1973; OVERWEEGT WAT VOLGT :
- De verzoekende partijen doen in hun laatste memorie afstand van het beroep in zoverre het gericht is tegen het tweede bestreden besluit. 2.
- Met betrekking tot de ontvankelijkheid ratione temporis van het beroep voeren de verzoekende partijen in hun verzoekschrift het volgende aan : “Verzoeker werd slechts op 28.01.2004, door inzage ter Technische Dienst van de Stad Brugge van zowel het dossier betreffende de verleende bouwvergunning als het dossier betreffende de aflevering van het stedenbouw- kundig attest meer de afwijking van het B.P.A. nr. 147, in kennis gesteld van de nauwkeurige inhoud van deze beslissingen meer de achterliggende stukken van het dossier. Het verzoekschrift is dan ook tijdig ingesteld”. 2.
- De verwerende en de tussenkomende partijen werpen dienaangaande de exceptie van laattijdigheid van het beroep op. Zij argumenteren in essentie dat de verzoekende partijen sinds de dag waarop zij kennis hebben gekregen van het feit van de afgifte van de bestreden stedenbouwkundige vergunning zes weken hebben gewacht om op de technische dienst van de stad Brugge inzage te gaan nemen van de inhoud van die vergunning en dat dit een onredelijke termijn is. 2.
- De verzoekende partijen beantwoorden de exceptie in hun memorie van wederantwoord als volgt : “3.
- Zoals reeds aangehaald in het verzoekschrift in nietigverklaring zijn verzoekers formeel dat, waar zij steeds vertrouwen hebben gehad in de Stad Brugge en haar diensten dat zij bij de beoordeling van de bouwaanvraag van de N.V. Lucht i.o., p/a de Heren Devaere en Broes, het B.P.A. nr. 147 stipt zouden naleven, en waar op 12.12.2003 door het College van Burgemeester en Schepenen de bouwvergunning werd verleend (...); Eerste verzoeker (werd) op maandag 22 december 2003 bij brief ingelicht van het loutere feit dat zijn bezwaar ongegrond werd verklaard en een bouw- vergunning werd verleend aan de N.V. Lucht (...). 3.
- Waar het een loutere mededeling was bij brief (...) in een gewone briefomslag, had verzoeker er uiteraard het raden naar welke de exacte inhoud was van deze vergunning en wat juist in dit dossier was geschied. X-11.789-3/9 4.
- De kerstverlofperiode maakte dan echter ook dat verzoekers slechts met hun vragen tot inzage en afschrift nuttig terecht konden bij de Stad ten vroegste vanaf dinsdag 6 januari
- 4.
- Alsdan dienden zij te vernemen dat geen afschrift van de integrale tekst van de vergunning kon bekomen worden, tenzij • na schriftelijke aanvraag aan het Schepencollege, • waarna het Schepencollege een beslissing zou treffen, • na welke tussengekomen beslissing • dan het afschrift kon aangevraagd worden bij de Stedelijke Informatiedienst, • naar welke dienst dit dan zou overgemaakt worden voor aflevering... 4.
- Kortom een meer dan grote administratieve tocht en rompslomp om elke vlotte grondige doorneming en studie te beletten..., laat staan een afschrift te ontvangen die het voorwerp zou kunnen uitmaken van enig nauwgezet onderzoek. 5.
- Het is slechts op 26.01.2004 (...) dat verzoekers en de door hen geraadpleegde raadsman alsdan voor het eerst bij fax nauwkeurig kennis kunnen nemen van de integrale tekst van de verleende bouwvergunning meer de ervan deel uitmakende stukken van de Groendienst, de Dienst Leefmilieu, het Brandpreventieverslag en de Verkeersdienst der Politie. 5.
- Bij doorneming van de tekst van de verleende vergunning diende dan voor het eerst vastgesteld te worden dat voorafgaandelijk aan de behandeling der bouwaanvraag blijkbaar door de N.V. Lucht ook een stedenbouwkundig attest nr. 2 was aangevraagd en verkregen, meer een afwijking ten opzichte van de voorschriften van het B.P.A. nr.
- Op 26.01.2004, 15h18 (...) namen verzoekers van laatstgenoemde stukken voor het eerst kennis. 5.
- Zich beroepend op de wetgeving nopens de openbaarheid van bestuursdocumenten en in het licht van de door het decreet gewaarborgde mogelijkheid tot inzage van de verleende vergunningen, heeft eerste verzoeker samen met zijn raadsman, op woensdag 28.01.2004 ter stedelijke technische dienst voor het eerst inzage kunnen nemen van het dossier ‘het bouwproject van Broes & C/, de zogenoemde N.V. Lucht’. 5.
- Er weze zeer duidelijk opgemerkt dat slechts nadien is gebleken dat het voorgelegde dossier absoluut onvolledig was, nu hierin niet aanwezig waren de bundels houdende de bouwaanvragen van de toekomstige eigenaars van de loften. Van laatstgenoemde gegevens hebben verzoekers slechts medio juli 2004 kennis kunnen nemen ter zelfde technische dienst.
- In meerder verweer op de door verweerders en de tussenkomende partij opgeworpen exceptie van laattijdigheid, wensen verzoekers in het bijzonder te verwijzen naar de constante rechtspraak van Uw Hoog Rechtscollege, dewelke stelt dat, ‘aangezien stedenbouwkundige vergunningen noch bekendgemaakt, noch aan derden betekend dienen te worden, de termijn waarbinnen dezen daartegen met een annulatieberoep - en derhalve ook met een vordering tot schorsing - kunnen opkomen, ingaat met de dag waarop zij kennis hebben van de vergunning of er ten gemeentehuize kennis van hebben kunnen nemen, gebruik makend van de mogelijkheid die hen krachtens artikel 2 van het koninklijk besluit van 22 oktober 1971 tot uitvoering van artikel 63 van de wet van 29 maart 1962 houdende organisatie van de ruimtelijke ordening en van de stedenbouw, thans artikel 63 van het decreet betreffende de ruimtelijke ordening, gecoördineerd op 22 oktober 1996, wordt geboden om er aldaar inzage van te nemen; dat het zaak is van de partij die aanvoert dat de verzoekende partij kennis had van een bestuurshandeling, het bewijs daarvan dient te leveren;’ X-11.789-4/9 7.
- Dat niet genoeg beklemtoond kan worden dat noch het Vlaamse Gewest, en zelfs de Stad Brugge in genendele het bewijs hebben geleverd dat verzoekers in kennis waren van de integraliteit van de bouwvergunningsbeslissing meer de beslissing van de gemachtigde ambtenaar eerder dan op 28.01.2004, minstens dat zij hiervan effectief kennis hadden kunnen nemen en afschrift kunnen bekomen meer dan zestig dagen vóór neerlegging van het verzoekschrift in nietigverklaring. 7.
- Ook kan niet genoeg beklemtoond dat de Stad Brugge in genendele heeft weerlegd het hierboven en in het verzoekschrift in nietigverklaring & in het schorsingsverzoek aangehaalde betreffende de grote ‘administratieve tocht en rompslomp’ voor derden om van de stedelijke diensten te Brugge een volledig en integraal afschrift te bekomen van een verleende vergunningsbeslissing. 7.
- Ook het door de tussenkomende partij gestelde snijdt geen hout. Het is juist omdat het doorlopen van de grote administratieve tocht en rompslomp te Brugge meer dan te lang duurt, dat de raadsman van verzoekers bij de raadsvrouwe van de tussenkomende partij heeft aangedrongen om over de fax toezending te bekomen van de integrale tekst van de vergunningsbeslissing... hetgeen slechts op 26.01.2004, 12h07, geschiedde.
- Dat de door de verweerders en de tussenkomende partij opgeworpen exceptie dan ook als volkomen ongegrond is af te wijzen”. 2.
- In hun laatste memorie stellen de verzoekende partijen nog onder meer : “3.
- Verzoekers zijn formeel dat zij de nodige diligentie aan de dag hebben gelegd om van die vergunning en het dossier kennis te nemen. Ware er niet het eindejaar geweest en de houding aangenomen door de Stad Brugge, zie verder, dan was het verzoekschrift ruimschoots binnen de termijn van zestig dagen ingediend geweest. 3.
- Er kan niet genoeg beklemtoond dat in casu de betwisting nopens de ontvankelijkheid van het verzoek in nietigverklaring en de verstrijking van de termijn van zestig dagen uiteindelijk de vraag betreft indien de termijn ‘onredelijk’ werd overschreden met vijf dagen door het verzoekschrift op woensdag 25.02.2004 aan de Raad te hebben overgemaakt in plaats van op vrijdag 20.02.2004 (60ste dag na ontvangst van de brief van de Stad Brugge) ? 3.3.
- Wanneer men daarenboven bedenkt dat - wars van het hiernagestelde nopens de handelswijze van de Stad binnen de kerst- en eindejaarsperiode, en het bekomen van afschrift van stukken - men zich de woensdag 24.12.2003, daags voor Kerstdag niet ter stedelijke diensten diende aan te bieden, en de vrijdag 26.12.2003 een brugdag was met sluiting van de specifieke dienst, komt men dan automatisch op de maandag 29.12.
- 3.3.
- Dus zelfs in de meest onmogelijke veronderstelling dat men die dag bij de stedelijke dienst zowel de vergunning als het dossier volledig had kunnen inzien, quod non (...), dan zou de zestigste dag reeds 26.02.2004 zijn. Kortom de indiening van het verzoekschrift op 25.02.2004 is hoe dan ook reeds binnen de termijn. 3.3.
- Het is dan ook absoluut onredelijk - mede in het licht met de gekende moeilijkheden met de stedelijke dienst - te eisen dat verzoekers zich op de dag zelf van de ontvangst van de brief van de Stad Brugge (maandag 22.12.2003) of daags daarna reeds zouden hebben dienen aan te bieden om zowel de verleende vergunning als het dossier in haar integraliteit na te zien. X-11.789-5/9 3.
- Indien er dan ook welkdanige twijfel zou bestaan of worden tegengeworpen aan verzoekers, komt het gepast voor dat door de Stad Brugge • met naam, voornaam en functie van het personeel wordt aangetoond wie aanwezig was/of behoorde aanwezig te zijn tijdens de kerstverlofperiode van 2003/2004, • met duidelijke aantoning door voorlegging van de aanstiplijst van aanwezigheid van het desbetreffend personeel, • en tevens door het aantonen waar en op welke dienst/bureel zich de bouwvergunning bevond, én het volledige dossier; • en tevens te bevestigen of te ontkennen dat slechts afschriften van zowel de bouwvergunning als delen en/of het gehele onderliggend administratief dossier kunnen worden bekomen na aanvraag afschrift aan het College van Burgemeester en Schepenen, welk afschrift dan slechts - tegen betaling - kon bekomen worden langs de Informatiedienst der Stad Brugge. Zij wordt hierbij dan ook desbetreffend uitdrukkelijk gesommeerd. Verzoekers behouden zich het recht voor, in de mate van het mogelijke, nog meerdere aanwijzigingen desbetreffend te kunnen voorleggen”. Voorts betogen zij : “Eerste verzoeker gaat nog verder en stelt : zelfs aangenomen dat theoretisch vanaf 22.12.2003 kennis kon worden genomen van de bouwvergunnings- beslissing en van het dossier op de stedenbouwkundige diensten, dan nog dient rekening te worden gehouden met de realiteit dat een gespecialiseerd raadsman niet op afroep diezelfde dag en zeker niet in de kerst- en nieuwjaarsperiode kennis kon nemen teneinde een gedegen verzoekschrift op te maken. Om te vervolgen en verder te stellen dat zelfs bij twijfel niet om de realiteit heen kan dat het minstens een week duurde vooraleer effectieve kennisname van het dossier kon worden genomen, zodat de datum van aanvang van termijn, voor zover deze van 28.01.2004 niet in acht wordt genomen, pas een aanvang nam op 29.12.2004 (...)”. Ten slotte wordt geargumenteerd dat de raadsman van de verzoekende partijen, zodra hij door die partijen werd geconsulteerd, de nodige diligentie aan de dag heeft gelegd. 2.5.
- Stedenbouwkundige vergunningen dienen noch bekendgemaakt, noch aan derden betekend te worden. Voor derden belanghebbenden gaat de termijn van zestig dagen om een annulatieberoep in te stellen in met de dag waarop zij kennis hebben van de vergunning of ervan kennis konden hebben, bijvoorbeeld gebruik makend van de hen door artikel 2 van het toentertijd geldende koninklijk besluit van 22 oktober 1971 tot uitvoering van artikel 63 van de stedenbouwwet geboden mogelijkheid om er ten gemeentehuize inzage van te nemen. Iedere derde die kennis heeft van vergunningsplichtige bouwwerken, moet daarbij de nodige diligentie aan de dag leggen om van die vergunning kennis te nemen. Het mag niet in de macht van een potentiële verzoeker liggen, wanneer hij in de mogelijkheid is X-11.789-6/9 kennis te nemen van de bestuurshandeling die hij eventueel met een annulatieberoep wenst te bestrijden, die kennisneming voor onbepaalde tijd uit te stellen en daardoor de aanvangsdatum van de termijn van beroep willekeurig te verschuiven, zodat de rechtsgeldigheid en het voortbestaan van de bedoelde bestuurshandeling buiten weten, zowel van de overheid van wie zij uitgaat, als van alle andere belang- hebbenden, in het ongewisse wordt gehouden, met alle nadelige gevolgen van dien. Het beginsel volgens hetwelk voorkomen moet worden dat de gelding van administratieve beslissingen te lang onzeker blijft en dat aan artikel 4 van de procedureregeling met betrekking tot de beroepstermijn ten grondslag ligt, eensdeels, en de noodzaak van een evenwichtige bescherming van de belangen én van de bouwheer én van de omwonenden en andere belanghebbende personen, anderdeels, brengen mee dat degene die meent te worden benadeeld door een bouwvergunning en die het bestaan van die vergunning moet vermoeden, toentertijd de verplichting had om binnen een redelijke termijn gebruik te maken van de mogelijkheid die hem door voormeld artikel 2 werd geboden om ten gemeentehuize kennis te nemen van de inhoud van de afgegeven bouwvergunning. In casu ging deze termijn in met de expliciete kennisgeving van het bestaan van het bestreden besluit aan de verzoekende partijen bij schrijven van de eerste verwerende partij van vrijdag 19 december 2003, dat de verzoekende partijen op maandag 22 december 2003 hebben ontvangen. De verzoekende partijen stellen ten onrechte dat de voormelde beginselen in casu niet gelden omdat het beroep reeds werd ingesteld een vijftal dagen na het verstrijken van een termijn van zestig dagen vanaf de kennisneming van het feit van de afgifte van de bestreden vergunning. Eens het beroep werd ingesteld meer dan zestig dagen na de afgifte van een stedenbouwkundige vergunning is het annulatieberoep, gelet op de ratio legis van deze regelen, slechts ontvankelijk wanneer de verzoeker binnen een redelijke termijn vanaf het ogenblik waarop hij wist of kon vermoeden dat een vergunning moest zijn afgeleverd, inlichtingen heeft ingewonnen over de inhoud van de vergunning. De bewijslast ter zake berust bij de verzoeker. 2.5.
- De verzoekende partijen brengen geen enkel concreet gegeven aan waaruit zou kunnen blijken dat zij binnen een redelijke termijn zijn opgetreden. Zij hebben inzage genomen van de bestreden stedenbouwkundige vergunning op 28 januari 2004, zijnde 37 dagen na de mededeling, ontvangen op 22 december 2003, van het feit van de afgifte van die vergunning. Dit is geen redelijke termijn. Het feit dat de raadsman van de verzoekende partijen, zodra hij X-11.789-7/9 geconsulteerd werd, van de nodige diligentie heeft getuigd, doet aan die vaststelling geen afbreuk. Zij tonen geenszins aan, noch brengen zij zelfs enig concreet argument in dit verband aan, dat het hen onmogelijk was vóór 6 januari 2004 -d.i. binnen een redelijke termijn van vijftien dagen- bij de betrokken diensten van de eerste verwerende partij de nodige inlichtingen te verkrijgen. Zij komen niet verder dan vage, niet gestaafde beweringen, die enkel betrekking hebben op de periode tussen kerstavond en zondag 28 december
- Die beweringen worden dan ook nog expliciet en concreet tegengesproken door de eerste verwerende partij in haar laatste memorie. 2.5.
- De pas aan de vooravond van de terechtzitting door de verzoekende partijen voorgelegde briefwisseling tussen de raadslieden van de partijen bevat evenmin enig concreet gegeven waaruit zou moeten worden besloten dat de verzoekende partijen binnen een redelijke termijn zijn opgetreden. 2.5.
- De verzoekende partijen tonen aldus niet aan dat het voorliggende beroep tijdig werd ingesteld. De exceptie is gegrond en het beroep is onontvankelijk. OM DIE REDENEN BESLIST DE RAAD VAN STATE : Artikel
- De afstand ten aanzien van het tweede bestreden besluit wordt vastgesteld. Artikel
- Het beroep wordt voor het overige verworpen. Artikel
- De kosten van het beroep tot nietigverklaring en de vordering tot schorsing, bepaald op 700 euro, komen ten laste van de verzoekers, ieder voor de helft. X-11.789-8/9 De kosten van de tussenkomst, bepaald op 125 euro, komen ten laste van de tussenkomende partij. Aldus te Brussel uitgesproken in openbare terechtzitting, op veertien april 2008, door de Xe kamer, die was samengesteld uit : de HH. R. STEVENS, kamervoorzitter, J. BOVIN, staatsraad, E. BREWAEYS, staatsraad, Mevr. S. DE CLERCQ, griffier. De griffier, De voorzitter, S. DE CLERCQ. R. STEVENS. X-11.789-9/9 PDF document ECLI:BE:RVSCE:2008:ARR.182.037 Gerelateerde publicatie(s) voorafgegaan door: ECLI:BE:RVSCE:2004:ARR.133.630 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div