← België

Arrest 182062 - Overheidsopdrachten - 15/04/2008

id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Raad van State Vonnis/arrest van 15 april 2008 ECLI nr: ECLI:BE:RVSCE:2008:ARR.182.062 Rolnummer: Zaak: Arrest 182062 - Overheidsopdrachten - 15/04/2008 Rechtsgebied: Bestuursrecht Invoerdatum: 2008-04-16 Raadplegingen: 63 - laatst gezien 2026-06-29 07:55 Fiche Arrest nr 182.062 van 15 april 2008 Overheidsopdrachten en openbare werken - Overheidsopdrachten Beslissing : Verwerping Samenvoeging Thesaurus CAS: RAAD VAN STATE UTU-thesaurus: PUBLIEK EN ADMINISTRATIEF RECHT - RAAD VAN STATE - Arresten (Raad van State) Tekst van de beslissing RAAD VAN STATE, AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK. nr. 182.062 van 15 april 2008 in de zaken A.187.593/XII-5369 A. 187.664/XII-

  1. In zake : I. de NV INTERTEC CALEB BRETT BELGIUM, met zetel te 2040 Antwerpen Kruisschansweg 1 II. de NV INTERTEC CALEB BRETT BELGIUM die woonplaats kiest bij advocaat C. Raymaekers, kantoor houdende te Antwerpen, Deken De Winterstraat
  2. tegen : I. + II. de BELGISCHE STAAT, vertegenwoordigd door de minister van economie, KMO, Middenstand en Energie, die woonplaats kiest bij advocaat J.-F. De Bock, kantoor houdende te 1050 Brussel, Waterloosesteenweg
  3. --------------------------------------------------------------------------------------------------- DE VOORZITTER VAN DE XIIe KAMER, Gezien de aangetekende brief van 21 maart 2008 waarbij de NV Intertek Caleb Brett Belgium stelt gebruik te maken van het recht om “beroep” aan te tekenen “in kort geding voor de Raad van State via een uiterst dringende rechtspleging” en “protest” aantekent “tegen de gunning van het nieuwe contract” betreffende “de opdracht betreffende de systematische analyses en de controle op de kwaliteit van aardolieproducten in opdracht van Fapetro - Aanbesteding nr. 2007/S2/Fapetro/ Analyses”; (187.593/XII-5369) Gezien het verzoekschrift dat de NV Intertec Caleb Brett Belgium op 28 maart 2008 heeft ingediend om bij uiterst dringende noodzakelijkheid de schorsing te vorderen van “de gunningsbeslissing welke geen precieze datum bevat maar aan mijn verzoekster ter kennis werd gebracht met brief van 20 maart 2008 XII-5382-1/4 betreffende de openbare aanbesteding met publicatie op Belgisch en Europees niveau op resp. 23 oktober en 24 oktober 2007, genomen door de Belgische Staat, F.O.D. Economie, KMO Middenstand en Energie, waarbij de opdracht betreffende de systematische analyse en controle op de kwaliteit van aardolieproducten in opdracht van Fapetro - 2007/S2/E2/FAPETRO/ANALYSES niet werd toegewezen aan verzoekster maar de 10de dag na ontvangst van de kennisgeving de opdracht wordt toegewezen voor 5 percelen aan de firma SGS, Polderdijkweg 16, Haven 407 te 2030 Antwerpen en voor 4 percelen aan de firma BfB, Parc Scientific Crealys, Rue Pohocas Lejeune 10 te 5032 Gembloux”; (A. 187.664/XII-5382) Gezien de nota's van de verwerende partij; Gelet op de beschikkingen van 25 maart 2008 en 31 maart 2008 waarbij de terechtzitting bepaald wordt op 10 april 2008, om 10.30 uur; Gehoord het verslag van kamervoorzitter D. Verbiest; Gehoord de opmerkingen van advocaat K. Dermaut, die loco advocaat C. Raymaekers verschijnt voor de verzoekende partij, en van advocaat J.- F. De Bock, die verschijnt voor de verwerende partij; Gehoord het eensluidend advies van eerste auditeur P.Barra; Gelet op de artikelen 17 en 18 en titel VI, hoofdstuk II, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari 1973, OVERWEEGT WAT VOLGT :
  4. De vorderingen hebben eenzelfde voorwerp. Het is dienvolgens passend ze samen te behandelen.
  5. De verzoekende partij merkt in haar tweede verzoekschrift op dat ze “voor zoveel als nodig” afstand doet van de eerste vordering, hetgeen ze ter terechtzitting bij monde van haar raadsman woordelijk herhaalt. Overeenkomstig artikel 17, § 1, vijfde lid, van de gecoördineerde wetten op de Raad van State, mag een verzoekende partij op straffe van niet- ontvankelijkheid, niet opeenvolgend op een eerste vordering tot schorsing een tweede XII-5382-2/4 vordering tot schorsing indienen. Het uitzonderingsgeval van een reeds afgewezen schorsing bij gebreke aan uiterst dringende noodzakelijkheid is te dezen niet van toepassing. De verzoekende partij stelt “voor zoveel als nodig” afstand te doen van de eerste procedure. Zij doet dit echter niet onvoorwaardelijk en laat de beslissing over de afstand in wezen over aan de Raad van State. Aldus heeft zij zichzelf in de positie gebracht bedoeld door de voormelde wetsbepaling namelijk deze van een verzoekende partij die opeenvolgende vorderingen heeft ingediend want van de eerste vordering is geen onvoorwaardelijke afstand gedaan. De tweede vordering (zaak A. 187.664/XII-5382) is dienvolgens niet ontvankelijk
  6. Krachtens artikel 17, §§ 1 en 2, van de gecoördineerde wetten op de Raad van State kan slechts tot schorsing van de tenuitvoerlegging bij uiterst dringende noodzakelijkheid worden besloten onder de drievoudige voorwaarde dat uiterst dringende noodzakelijkheid voorhanden is, dat ernstige middelen worden aangevoerd die de nietigverklaring van de aangevochten beslissing kunnen verantwoorden en dat de onmiddellijke tenuitvoerlegging van de bestreden beslissing een moeilijk te herstellen ernstig nadeel kan berokkenen. In de brief waarmee de eerste vordering tot schorsing is ingediend, wijdt de verzoekende partij geen enkele beschouwing aan het moeilijk te herstellen ernstig nadeel. Zij toont dat nadeel dienvolgens niet aan en voldoet dus niet aan de derde van de door het voormelde artikel 17 opgelegde voorwaarden, die moeten zijn vervuld om de schorsing toe te wijzen. De vordering wordt verworpen. OM DIE REDENEN BESLIST DE RAAD VAN STATE : Artikel
  7. De schorsingszaken nrs. A.187.593/XII-5369 en A. 187.664/XII-5382 worden samengevoegd. Artikel
  8. De vorderingen tot schorsing bij uiterst dringende noodzakelijkheid worden verworpen. XII-5382-3/4 Artikel
  9. De kosten van de vorderingen tot schorsing bij uiterst dringende noodzakelijkheid, bepaald op 350 euro, komen ten laste van de verzoekende partij. Aldus te Brussel uitgesproken in openbare terechtzitting, op vijftien april 2008, door : de H. D. VERBIEST, kamervoorzitter, Mevr. S. DOMS, griffier. De griffier, De voorzitter, S. DOMS. D. VERBIEST. XII-5382-4/4 PDF document ECLI:BE:RVSCE:2008:ARR.182.062 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div

🔗 Vers la source officielle

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.