← België

Arrest 182074 - Bouwvergunningen en gemengde vergunningen - 15/04/2008

id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Raad van State Vonnis/arrest van 15 april 2008 ECLI nr: ECLI:BE:RVSCE:2008:ARR.182.074 Rolnummer: A. 96508/X-9832 Zaak: Arrest 182074 - Bouwvergunningen en gemengde vergunningen - 15/04/2008 Rechtsgebied: Bestuursrecht Invoerdatum: 2008-04-23 Raadplegingen: 64 - laatst gezien 2026-06-29 07:54 Fiche Arrest nr 182.074 van 15 april 2008 Ruimtelijke ordening, stedenbouw, leefmilieu en aanverwante aangelegenheden - Bouwvergunningen en gemengde vergunningen Beslissing : Vernietiging Thesaurus CAS: RAAD VAN STATE UTU-thesaurus: PUBLIEK EN ADMINISTRATIEF RECHT - RAAD VAN STATE - Arresten (Raad van State) Tekst van de beslissing RAAD VAN STATE, AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK. nr. 182.074 van 15 april 2008 in de zaak A. 96.508/X-9832. In zake : 1. Karel DE KROCK, 2. Josée VAN LOOY, die woonplaats kiezen bij advocaat C. TAELS, kantoor houdende te 2280 GROBBENDONK, Bevrijdingsstraat 26 tegen : het Vlaamse Gewest, vertegenwoordigd door de Vlaamse regering, dat woonplaats kiest bij advocaat J. CLAES, kantoor houdende te 2550 KONTICH, Mechelsesteenweg 160. tussenkomende partij : het Vlaams Infrastructuurfonds voor Persoonsgebonden Aangelegenheden rechtsgeding hervat door: het Openbaar Psychiatrisch Zorgcentrum GEEL dat woonplaats kiest bij advocaat H. SEBREGHTS, kantoor houdende te 2018 ANTWERPEN, Mechelsesteenweg 27. D E R A A D V A N S T A T E, Xe K A M E R, Gezien het verzoekschrift dat Karel DE KROCK en Josée VAN LOOY op 17 oktober 2000 hebben ingediend om de nietigverklaring te vorderen van het besluit van 28 april 2000 van de gemachtigde ambtenaar waarbij aan het Vlaams Infrastructuurfonds voor Persoonsgebonden Aangelegenheden de bouwvergunning wordt verleend tot het oprichten van een ontmoetingscentrum in het openbaar psychiatrisch ziekenhuis Geel aan de Dr. Sanodreef te Geel, kadastraal bekend sectie L, nr. 900/a; Gezien het verzoekschrift tot tussenkomst, op 2 februari 2001 ingediend door het Vlaams Infrastructuurfonds voor Persoonsgebonden Aangelegenheden; X-9832-1/7 Gelet op de beschikking van 11 april 2001 die de tussenkomst van het Vlaams Infrastructuurfonds voor Persoonsgebonden Aangelegenheden toelaat; Gezien het verzoekschrift tot gedinghervatting, op 24 juli 2007 ingediend door het Openbaar Psychiatrisch Zorgcentrum Geel; Gezien de memories van antwoord en van wederantwoord; Gezien het verslag opgemaakt door auditeur A. VAN MINGEROET; Gelet op de beschikking van 15 december 2004 die de neerlegging ter griffie van het verslag en van het dossier gelast; Gelet op de kennisgeving van het verslag aan partijen en gezien de laatste memorie van de verzoekers; Gelet op de beschikking van 7 maart 2008 waarbij de terechtzitting bepaald wordt op 21 maart 2008; Gehoord het verslag van staatsraad P. LEFRANC; Gehoord de opmerkingen van advocaat P. SOMERS, die loco advocaat C. TAELS verschijnt voor de verzoekers, van advocaat J. CLAES die verschijnt voor de verwerende partij, en van advocaat P. DE MAYER, die loco advocaat H. SEBREGHTS verschijnt voor de tussenkomende partij; Gehoord het eensluidend advies van auditeur A. VAN MINGEROET; Gelet op titel VI, hoofdstuk II, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari 1973; X-9832-2/7 OVERWEEGT WAT VOLGT : 1. De feiten 1.1. Op 15 september 1999 dient de Afdeling Gebouwen van het Ministerie van de Vlaamse Gemeenschap, als mandataris van de tussenkomende partij, een bouwaanvraag in bij de gemachtigde ambtenaar voor het oprichten van een ontmoetingsruimte bij het openbaar psychiatrisch ziekenhuis van Geel aan de Dr. Sanodreef te Geel. 1.2. Het is niet betwist dat het bouwperceel gelegen is in een woongebied volgens het bij koninklijk besluit van 28 juli 1978 vastgestelde gewestplan Herentals-Mol. 1.3. Bij besluit van 28 april 2000 verleent de gemachtigde ambtenaar de bouwvergunning: “(...) Het goed ligt in het gewestplan Herentals-Mol (Koninklijk Besluit van 28 juli 1978) Het goed ligt, volgens dit van kracht zijnde gewestplan, in gebieden voor gemeenschapsvoorzieningen en openbare nutsvoorzieningen. In de gebieden voor gemeenschapsvoorzieningen en openbare nutsvoorzieningen zijn woongelegenheid toegestaan voor zover die noodzakelijk is voor de goede werking van de inrichtingen (artikel 17 van het Koninklijk besluit van 28 december 1972 betreffende de inrichting en de toepassing van de ontwerpgewestplannen en de gewestplannen). Het goed is niet gelegen binnen de grenzen van een goedgekeurd plan van aanleg, noch binnen de omschrijving van een behoorlijk vergunde en niet vervallen verkaveling. Het blijft de bevoegdheid van de overheid de aanvraag te toetsen aan de gebruikelijke inzichten en noden betreffende een goede aanleg der plaats, gebaseerd op de eerder geciteerde voorschriften van het van kracht zijnde gewestplan. De aanvraag is principieel in overeenstemming met het geldende plan, zoals hoger omschreven. Op 22.10.99 werd advies gevraagd aan het Instituut voor het Archeologisch Patrimonium (art. 5 en/of art. 27 van het decreet van 30.06.93 houdende bescherming van het archeologisch patrimonium). Dit advies werd uitgebracht op 26.10.1999. Het bindend advies is gunstig. (...) De aanvraag is verenigbaar met de goede plaatselijke ordening; De aanvraag is aanvaardbaar. (...)”. X-9832-3/7 2. De gegrondheid 2.1. Het eerste middel is afgeleid uit de schending van het gewestplan Herentals-Mol en van artikelen 1 en 5.1 van het koninklijk besluit van 28 december 1972 betreffende de inrichting en de toepassing van de ontwerpgewestplannen en gewestplannen (het Inrichtingsbesluit). De verzoekers betogen dat de gemachtigde ambtenaar ten onrechte in het bestreden besluit aanneemt dat het bouwperceel is gelegen in een gebied voor gemeenschapsvoorzieningen en openbare nutsvoorzieningen. Het goed ligt in een woongebied “zodat de aanvraag principieel anders dient beoordeeld, aangezien overeenkomstig art. 5.1.0 van het K.B. van 28.12.1972 sociaal-culturele instellingen en openbare nutsvoorzieningen slechts in woongebied kunnen worden toegelaten voor zover ze verenigbaar zijn met de onmiddellijke omgeving. Deze vereiste van verenigbaarheid werd duidelijk niet door de Gemachtigde Ambtenaar onderzocht”. 2.2. De verwerende partij argumenteert in de memorie van antwoord dat “het perceel (...) is gelegen in het woongebied langs de Dr. Sanodreef en het dieper gelegen gebied voor gemeenschapsvoorzieningen”, dat “het gebouw is ingeplant in beide gebieden”, dat “de mate waarin het in woongebied ligt, (...) af(hangt) van hoe men de strook woongebied t.o.v. de weg afmeet”, dat “woongebieden (...) bestemd (zijn) voor (...)sociaal-culturele inrichtingen, ... voor openbare nutsbedrijven, ... voor zover ze verenigbaar zijn met de onmiddellijke omgeving. Derhalve is een ontmoetingsruimte, horend bij het aanpalend psychiatrisch ziekenhuis, niet in strijd met de voorschriften van het gewestplan”. 2.3. De tussenkomende partij betwist het belang van de verzoekers bij dit middel omdat “het vergunde bouwwerk ook vergunbaar is in woonzone”, er “geen enkele bestemmingsongepastheid” is, “het bouwwerk (...), als gemeenschapsvoorziening, uiteraard bestaanbaar en verenigbaar (

  1. is)met de omgeving”, er “geen enkele reden van ruimtelijke ordening (
  2. is)die zich verzet tegen de inplanting”, er “in redelijkheid geen intrinsiek storend karakter (kan) worden voorgehouden, noch een bijzonder karakter van het woongebied”. Er is volgens haar “geen belang (bij het middel) omdat bij een heroverweging de vergunning hoe dan ook op grond van ligging, bestemming en algemeen nutskarakter geen onoverkomelijke wettelijke hindernis kan ontmoeten”. Zij stelt nog dat de verzoekers “op straffe van verval van de mogelijkheid tot aanvullende toelichting X-9832-4/7 in het inleidend verzoekschrift” hadden moeten toelichten “waarom er in casu een onverenigbaarheid zou zijn”. 2.4. De verzoekers dupliceren in de memorie van wederantwoord dat het perceel volgens het gewestplan uitsluitend gelegen is in een woongebied zodat de gemachtigde ambtenaar “diende (...) na te gaan of het vergunde bouwwerk verenigbaar is met de onmiddellijke omgeving”. Voorts dat de tussenkomende partij “geen concrete elementen of gegevens aan(haalt) waarom het (...) zo evident is dat het vergunde bouwwerk vergunbaar zou zijn met de onmiddellijke omgeving”. 2.5. De tussenkomende partij stelt nog in de laatste memorie dat “de beoogde nevenfunctie (...) het wonen niet uit(sluit). Het voegt aan de kwaliteit van het wonen een dimensie toe die er een essentieel onderdeel van is (...)”, dat de ontmoetingsruimte “uiteraard ook compatibel (
  3. is)met een woonzone en een essentieel onderdeel (
  4. is)van wat in een woonzone thuishoort. De vanzelfsprekendheid daarvan is dusdanig dat ze geen specifieke motivering, noch nader onderzoek, behoeft”. 2.6. De verzoekers antwoorden in de laatste memorie dat zij “wel degelijk een belang” hebben, dat het ziekenhuis in tegenstelling tot de vergunde ontmoetingsruimte volledig gebouwd is in het gebied voor openbare nutsvoorzieningen en dat “het perceel waarop de vergunning werd bekomen (...) niet de campus van het ziekenhuis, doch wel een woongebied (beslaat)”. 2.7. Aangezien de verzoekers belang hebben bij de vernietiging van de bestreden vergunning, hebben zij in beginsel belang bij een middel dat tot de gevraagde vernietiging kan leiden. In casu is er geen reden om van het principe af te wijken. De exceptie faalt naar recht. 2.8. Uit de gegevens van het dossier blijkt dat het bouwperceel volgens het voormelde gewestplan gelegen is in een woongebied. Het bestreden besluit gaat er derhalve ten onrechte van uit dat het bouwperceel volgens hetzelfde gewestplan in “gebieden” voor gemeenschapsvoorziening en openbare nutsvoorzieningen is gelegen. Dit verkeerde uitgangspunt heeft tot gevolg dat de vergunningverlenende overheid de aanvraag ten onrechte toetst aan het voorschrift van het gewestplan voor die specifieke “gebieden” en de bepalingen van artikel 17.6 van het inrichtingsbesluit die te dezen niet toepasselijk zijn, doch niet aan de in dit geval wel X-9832-5/7 toepasselijke voorschriften van het gewestplan voor woongebieden en de bepalingen van artikel 5.1.0 van het Inrichtingsbesluit. In zover de vergunde ontmoetingsruimte een gemeenschapsvoorziening is, kan dergelijk bouwwerk op grond van artikel 20 van het Inrichtingsbesluit worden toegestaan buiten de daarvoor bestemde gebieden “voor zover ze verenigbaar zijn met de algemene bestemming en met het architectonisch karakter van het betrokken gebied”. Uit de motivering van de bestreden beslissing moet blijken dat zorgvuldig werd onderzocht of aan deze voorwaarden is voldaan. Uit de hierboven geciteerde overwegingen van die beslissing blijkt dat de gemachtigde ambtenaar enkel poneert, doch niet argumenteert dat “de aanvraag verenigbaar is met de goede plaatselijke ordening”, laat staan “verenigbaar (
  5. is)met de algemene bestemming en met het architectonisch karakter van het betrokken (woon)gebied”. Het besluit schendt aldus de aangehaalde bepalingen. Het middel is gegrond. OM DIE REDENEN BESLIST DE RAAD VAN STATE : Artikel 1. Vernietigd wordt het besluit van 28 april 2000 van de gemachtigde ambtenaar waarbij aan het Vlaams Infrastructuurfonds voor Persoonsgebonden Aangelegenheden de bouwvergunning wordt verleend tot het oprichten van een ontmoetingscentrum in het openbaar psychiatrisch ziekenhuis Geel aan de Dr. Sanodreef te Geel, kadastraal bekend sectie L, nr. 900/a. Artikel 2. De kosten van het beroep, bepaald op 347,06 euro, komen ten laste van de verwerende partij. De kosten van de tussenkomst, bepaald op 123,95 euro, komen ten laste van de tussenkomende partij. X-9832-6/7 Aldus te Brussel uitgesproken in openbare terechtzitting, op vijftien april 2008, door de Xe kamer, die was samengesteld uit : de HH. R. STEVENS, kamervoorzitter, J. BOVIN, staatsraad, P. LEFRANC, staatsraad, Mevr. A. TRUYENS, griffier. De griffier, De voorzitter, A. TRUYENS. R. STEVENS. X-9832-7/7 PDF document ECLI:BE:RVSCE:2008:ARR.182.074 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div

🔗 Vers la source officielle

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.