← België

Arrest 182105 - Bouwvergunningen en gemengde vergunningen - 16/04/2008

id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Raad van State Vonnis/arrest van 16 april 2008 ECLI nr: ECLI:BE:RVSCE:2008:ARR.182.105 Rolnummer: A. 187755/X-13720 Zaak: Arrest 182105 - Bouwvergunningen en gemengde vergunningen - 16/04/2008 Rechtsgebied: Bestuursrecht Invoerdatum: 2008-04-21 Raadplegingen: 60 - laatst gezien 2026-06-29 07:55 Fiche Arrest nr 182.105 van 16 april 2008 Ruimtelijke ordening, stedenbouw, leefmilieu en aanverwante aangelegenheden - Bouwvergunningen en gemengde vergunningen Beslissing : Verwerping Inwilliging tussenkomst Thesaurus CAS: RAAD VAN STATE UTU-thesaurus: PUBLIEK EN ADMINISTRATIEF RECHT - RAAD VAN STATE - Arresten (Raad van State) Tekst van de beslissing RAAD VAN STATE, AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK. nr. 182.105 van 16 april 2008 in de zaak A. 187.755/X-13.

  1. In zake : Nelly VAN DER PLAETSEN, die woonplaats kiest bij advocaat G. DE LANGE, kantoor houdende te 9550 HERZELE, Evendael 16 tegen : de deputatie van de provincieraad van OOST-VLAANDEREN. tussenkomende partij : Hans VAN DEN HEEDE, die woonplaats kiest bij advocaten B. ROELANDTS en R. SLABBINCK, kantoor houdende te 9000 GENT, Kasteellaan
  2. DE Wnd. VOORZITTER VAN DE Xe KAMER, Gezien het enig verzoekschrift dat Nelly VAN DER PLAETSEN op 4 april 2008 heeft ingediend, en waarin zij de schorsing van de tenuitvoerlegging bij uiterst dringende noodzakelijkheid vordert van het besluit van 31 januari 2008 van de deputatie van de provincieraad van Oost-Vlaanderen waarbij aan Hans VAN DEN HEEDE de vergunning onder voorwaarden wordt verleend voor het wijzigen van de verkavelingsvergunning te Sint-Martens-Latem (Deurle), Wijngaard 21, kadastraal bekend sectie A, nr. 370/g; Gezien de nota van de verwerende partij; Gelet op de beschikking van 7 april 2008 waarbij de terechtzitting bepaald wordt op 11 april 2008; Gehoord het verslag van staatsraad J. BOVIN; X-13.720-1/5 Gehoord de opmerkingen van advocaat G. DE LANGE, die verschijnt voor de verzoekster, van bestuurssecretaris M.-A. DE GEEST, die verschijnt voor de verwerende partij, en van advocaat R. SLABBINCK, die verschijnt voor de tussenkomende partij; Gehoord het eensluidend advies van auditeur A. EYLENBOSCH; Gelet op de artikelen 17 en 18 en titel VI, hoofdstuk II, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari 1973; OVERWEEGT WAT VOLGT :
  3. Rechtspleging Met een op 10 april 2008 ingediend verzoekschrift heeft Hans VAN DEN HEEDE gevraagd om in het administratief kort geding te mogen tussenkomen. Er is grond om het verzoek in te willigen.
  4. Over de grondvoorwaarden tot schorsing van de tenuitvoerlegging bij uiterst dringende noodzakelijkheid 2.
  5. Overeenkomstig artikel 17, §§ 1 en 2 van de gecoördineerde wetten op de Raad van State kan slechts tot schorsing van de tenuitvoerlegging bij uiterst dringende noodzakelijkheid worden besloten onder de drievoudige voor- waarde dat uiterst dringende noodzakelijkheid voorhanden is, dat de onmiddellijke tenuitvoerlegging van de bestreden beslissing een moeilijk te herstellen ernstig nadeel kan berokkenen, en dat een ernstig middel wordt aangevoerd dat de nietigverklaring van de aangevochten beslissing kan verantwoorden.
  6. Ten aanzien van de uiterst dringende noodzakelijkheid 2.2.
  7. Aangezien de toepassing van de schorsingsprocedure bij uiterst dringende noodzakelijkheid het normale verloop van de rechtspleging voor de Raad van State ernstig verstoort, de mogelijkheden tot onderzoek van de zaak tot een minimum beperkt en de uitoefening van de rechten van de verdediging van de verwerende en eventueel tussenkomende partij ernstig in het gedrang brengt, dient de aanwending van deze procedure zeer uitzonderlijk te blijven. Zij kan daarom X-13.720-2/5 slechts worden aanvaard indien het uiterst dringende karakter door de verzoeker op een duidelijke en onomstootbare wijze wordt aangetoond. Dit impliceert dat de verzoeker aan de hand van precieze en concrete gegevens moet aantonen dat de schorsing van de tenuitvoerlegging volgens de gewone schorsingsprocedure onherroepelijk te laat zal komen omdat het nadeel door het verloop van de tijd onherstelbaar zal zijn geworden én dat hij al het nodige heeft gedaan om het nadeel te voorkomen en om de zaak zo spoedig mogelijk aanhangig te maken bij de Raad van State. 2.2.
  8. De bestreden vergunning tot wijziging van de verkavelings- vergunning werd door de deputatie van de provincieraad van Oost-Vlaanderen verleend op 31 januari 2008, en aan de verzoekster ter kennis gebracht met een brief van 11 februari
  9. De vordering tot schorsing van de tenuitvoerlegging bij uiterst dringende noodzakelijkheid werd ingesteld op 4 april 2008, dit is 52 dagen nadat zij van de bestreden vergunning kennis heeft gekregen. 2.2.
  10. Om aan te tonen dat zij, ondanks dit tijdsverloop, met de vereiste spoed heeft gehandeld, stelt de verzoekster dat uit de voormelde kennisgeving blijkt dat het bestreden besluit aan de betrokkene werd betekend op 8 februari 2008, zodat de termijn voor het college van burgemeester en schepenen en de gemachtigde ambtenaar om hiertegen beroep in te stellen verstreek op maandag 10 maart 2008, dat zij om proceseconomische redenen heeft afgewacht of het college van burgemeester en schepenen en/of de gemachtigde ambtenaar van hun beroepsmogelijkheid gebruik zouden maken, en dat zij, na afloop van de beroepstermijn van dertig dagen, met de vereiste spoed haar vordering heeft ingesteld. 2.2.
  11. Uit de stukken van het dossier blijkt dat het bestreden besluit met een op vrijdag 8 februari 2008 ter post aangetekende brief aan het college van burgemeester en schepenen en aan de gemachtigde ambtenaar werd ter kennis gebracht. De door artikel 53, § 2, eerste lid van het decreet betreffende de ruimtelijke ordening, gecoördineerd op 22 oktober 1996, voor het college van burgemeester en schepenen en de gemachtigde ambtenaar bepaalde termijn van 30 dagen om hiertegen beroep in te stellen bij de Vlaamse regering verstreek derhalve op 12 maart
  12. Desondanks heeft de verzoekster nog 23 dagen gewacht vooraleer de vordering in te stellen. In de gegeven omstandigheden is het, zonder dat hiervoor enige aanvaardbare verantwoording bestaat, laten verstrijken van een X-13.720-3/5 dergelijk lange termijn de negatie zelf van de uiterst dringende noodzakelijkheid die door de verzoekster wordt ingeroepen. 2.2.
  13. Uit hetgeen voorafgaat blijkt dat niet is voldaan aan één van de door artikel 17, §§ 1 en 2 opgelegde voorwaarden om de schorsing van de tenuitvoerlegging bij uiterst dringende noodzakelijkheid te kunnen bevelen. Die vaststelling volstaat om de vordering af te wijzen. OM DIE REDENEN BESLIST DE RAAD VAN STATE : Artikel
  14. Het verzoek tot tussenkomst van Hans VAN DEN HEEDE in de vordering tot schorsing bij uiterst dringende noodzakelijkheid wordt ingewilligd. Artikel
  15. De vordering tot schorsing bij uiterst dringende noodzakelijkheid wordt verworpen. Artikel
  16. De uitspraak over de bijdrage in de betaling van de kosten van de vordering tot schorsing bij uiterst dringende noodzakelijkheid wordt uitgesteld. De uitspraak over de bijdrage in de betaling van de kosten van de tussenkomst in de schorsingsprocedure bij uiterst dringende noodzakelijkheid wordt uitgesteld. X-13.720-4/5 Aldus te Brussel uitgesproken in openbare terechtzitting, op zestien april 2008, door : de H. J. BOVIN, wnd. kamervoorzitter, staatsraad, Mevr. S. DE CLERCQ, griffier. De griffier, De voorzitter, S. DE CLERCQ. J. BOVIN. X-13.720-5/5 PDF document ECLI:BE:RVSCE:2008:ARR.182.105 Gerelateerde publicatie(s) gevolgd door: ECLI:BE:RVSCE:2009:ARR.195.537 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div

🔗 Vers la source officielle

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.