id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Raad van State Vonnis/arrest van 17 april 2008 ECLI nr: ECLI:BE:RVSCE:2008:ARR.182.110 Rolnummer: A. 126164/VII-27773 Zaak: Arrest 182110 - Milieuvergunningen - 17/04/2008 Rechtsgebied: Bestuursrecht Invoerdatum: 2008-04-24 Raadplegingen: 56 - laatst gezien 2026-06-29 07:55 Fiche Arrest nr 182.110 van 17 april 2008 Ruimtelijke ordening, stedenbouw, leefmilieu en aanverwante aangelegenheden - Milieuvergunningen Beslissing : Verwerping Thesaurus CAS: RAAD VAN STATE UTU-thesaurus: PUBLIEK EN ADMINISTRATIEF RECHT - RAAD VAN STATE - Arresten (Raad van State) Tekst van de beslissing RAAD VAN STATE, AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK. nr. 182.110 van 17 april 2008 in de zaak A. 126.164/VII-27.773. In zake : de NV BOSMANS YACHTING, die woonplaats kiest bij advocaat D. LINDEMANS, kantoor houdende te BRUSSEL, Keizerslaan 3 tegen : de deputatie van de provincie Vlaams-Brabant, die woonplaats kiest bij advocaat K. VAN ALSENOY, kantoor houdende te BRUSSEL, A. Dansaertstraat 92. tussenkomende partij : de VZW KEERBERGEN GOLF CLUB, die woonplaats kiest bij advocaat G. VAN DEYCK, kantoor houdende te MECHELEN, Willem Geetsstraat 25. --------------------------------------------------------------------------------------------------- D E R A A D V A N S T A T E, VIIe K A M E R, Gezien het verzoekschrift dat de NV BOSMANS YACHTING op 30 augustus 2002 heeft ingediend om de nietigverklaring te vorderen van het besluit van de bestendige deputatie van de provincieraad van Vlaams-Brabant van 27 juni 2002 waarbij het beroep ingesteld tegen de beslissing van het college van burgemeester en schepenen van de gemeente Keerbergen van 7 februari 2002, houdende het verlenen van de vergunning aan de VZW KEERBERGEN GOLF CLUB voor het pompen van water uit het meer voor de irrigatie van het golfterrein, gelegen aan de Vlieghavenlaan 50 te Keerbergen, zonder voorwerp wordt verklaard; Gezien het verzoekschrift tot tussenkomst van 3 december 2002; Gelet op de beschikking van 3 januari 2003 die de tussenkomst van de VZW KEERBERGEN GOLF CLUB toelaat; VII-27.773-1/13 Gezien de regelmatig gewisselde memories van antwoord en van wederantwoord; Gezien het verslag opgemaakt door eerste auditeur J. CLEMENT; Gelet op de beschikking van 23 oktober 2006 die de neerlegging ter griffie van het verslag en van het dossier gelast; Gelet op de kennisgeving van het verslag aan de partijen en gezien de laatste memorie van de verwerende partij; Gelet op de beschikking van 4 februari 2008 waarbij de terechtzitting bepaald wordt op 6 maart 2008; Gehoord het verslag van kamervoorzitter L. HELLIN; Gehoord de opmerkingen van advocaat A. WIRTGEN die, loco advocaat D. LINDEMANS verschijnt voor de verzoekende partij, van advocaat K. VAN ALSENOY die verschijnt voor de verwerende partij, en van advocaat G. VAN DEYCK die verschijnt voor de tussenkomende partij; Gehoord het andersluidend advies van eerste auditeur J. CLEMENT; Gelet op titel VI, hoofdstuk II, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari 1973; 1. De feiten Overwegende dat de gegevens van de zaak als volgt kunnen worden samengevat : 1.1. In 1963 verdwijnt het vliegveld van Keerbergen en door de uitgraving van de zandgrond ontstaat een meer. Langs dit kunstmatig meer wordt in 1968 een golfterrein aangelegd dat wordt geëxploiteerd door de VZW KEERBERGEN GOLF CLUB, de tussenkomende partij. VII-27.773-2/13 1.2. Op 4 juli 1984 verlijdt notaris D. TUERLINCKX te Haacht een akte waarin de verzoekende partij het meer aankoopt en volgende erfdienstbaarheid ten behoeve van het golfterrein wordt gevestigd : "Verkoopster verklaart verder toestemming te hebben verleend aan de Keerbergen Golf Club Vereniging zonder winstgevend doel om water uit het meer te trekken voor besproeiing van de golfterreinen, echter enkel voor zover dit geen nadelige gevolgen heeft voor het peil van het water en dienvolgens de uitbating van het meer niet benadeel(
- t)of onmogelijk zou maken". 1.3. Op 1 maart 1991 levert het college van burgemeester en schepenen van de gemeente Keerbergen aan de tussenkomende partij een akte van melding af voor rubriek 16.8.1/, van bijlage 1 van het besluit van de Vlaamse regering van 6 februari 1991 houdende vaststelling van het Vlaams reglement betreffende de milieuvergunning (hierna : Vlarem I). Voornoemde rubriek heeft betrekking op opslagplaatsen voor samengeperste, vloeibaar gemaakte of in oplossing gehouden gassen, in vaste reservoirs, uitgezonderd deze van drukvaten deel uitmakend van compressoren, met een gezamenlijk waterinhoudsvermogen van 3.000 liter. 1.4. Op 20 juli 2000 schrijft Prof. Dr. Ir. J. BAEYENS, MER-deskundige water, volgende brief aan de tussenkomende partij : "Tijdens onze discussie legde U mij een concreet probleem voor nl. de invloed van de waterwinning van de Golf uit het Meer op het waterniveau ervan. Gevolggevend aan mijn evaluatie op het terrein en bijkomende opzoekingen, kom ik tot volgende conclusies : 1. Het Meer van Keerbergen fungeert als een regenopvangbekken. De gemiddelde neerslag bedraagt ca. 800 mm/m² jaar of 0,8 m³/m² jaar. Met zijn 18 ha ontvangt het meer alsdan jaarlijks 144.000 m³ water. Door de seizoensspreiding is deze neerslaghoeveelheid niet gelijkmatig over de maanden verspreid, en zal een deel van deze neerslaghoeveelheid via de overstort van het Meer worden afgevoerd. Een andere hoeveelheid zal door evaporatie verdwijnen. Deze evaporatie is vnl. belangrijk in de periode mei-augustus (4 maanden),wanneer de zonnestraling gemiddeld voor 17.600 kJ/m² dag instaat en er alsdan dagelijks tussen 1 en 2,5 mm water uit het meer zal verdampen (tussen 120 en 300 mm over de 4 maanden). Hierbij dient echter opgemerkt dat in dezelfde periode de water-inhoud van het Meer terug zal aangevuld worden door hemelwater. Deze aanvoer bedraagt minimum 200 l/m², zodat de evaporatie wordt opgevangen en het niveau van het water in het Meer slechts in beperkte mate zal veranderen. Bij een 'zomer' zoals deze van dit jaar is de balans zelfs positief, met een toevoer die de evaporatie ruimschoots overtreft. VII-27.773-3/13 2. De waterwinning uit het Meer, gebruikt voor de besproeiing van het golfterrein bedraagt bij een zeer droge dag max. 180 m³/dag, wat over de totale oppervlakte van het Meer een daling van het niveau met 1 mm inhoudt, een fractie van het verlies door evaporatie. Indien men daarbij in overweging neemt dat het waterniveau van het Meer per maand met min. 50 mm zal toenemen door neerslag, moet (
- in)zelfs in de zomermaanden een quasi evenwicht ontstaan, waarbij het Meer zonder overstorten zijn niveau blijft behouden. Bij aanhoudende droogte kan de niveaudaling toch enkele tientallen mm (enkele centimeter) bedragen, in ruime mate als gevolg van evaporatie, in beperkte mate door Uw waterwinning. Deze daling van enkele centimeter is uiteraard zeer beperkt en de waterwinning staat slechts voor een beperkt % van deze globale daling in. 3. Als antwoord op Uw vraag of de waterwinning kan instaan voor ruime niveaudalingen van het Meer, moet ik dan ook negatief adviseren. Ik blijf graag bereid U deze evaluatie en conclusie toe te lichten (...)". 1.5. Op 21 mei 2001 schrijft de afdeling Water van de Vlaamse Gemeenschap onder meer het volgende aan de tussenkomende partij : "dat het oppompen van water uit een vijver, die niet gevoed wordt door het openbaar hydrografisch net van de oppervlaktewateren, moet beschouwd worden als het winnen van grondwater. Het oppompen van grondwater uit die vijver is onderworpen aan een vergunningsplicht". 1.6. Bij beschikking van 28 mei 2001 van de voorzitter van de rechtbank van eerste aanleg te Mechelen, zetelend in kort geding, wordt de verzoekende partij verplicht de pompinstallatie van het meer opnieuw in werking te stellen binnen de 24 uren na de betekening van het vonnis. Deze beschikking wordt in hoger beroep bevestigd bij arrest van het hof van beroep van Antwerpen van 4 maart 2002. In dit arrest wordt onder meer het volgende overwogen : "Het staat niet vast dat (de VZW KEERBERGEN GOLF CLUB), die reeds sedert 1977 water uit het meer put enkel voor besproeiing van de golfterreinen, daarmee een vergunningsplichtige activiteit uitoefent". 1.7. Op 30 juni 2001 dient de tussenkomende partij een milieuvergunningsaanvraag in met als voorwerp "het waterwinnen uit 2 vijvers" zijnde het winnen van grondwater met een jaarlijks debiet tussen 500 - 30.000 m³ (rubriek : 53.8.2/, van bijlage 1 van Vlarem I), het lozen van huishoudelijk afvalwater (rubriek 3.3., van bijlage 1 van Vlarem I) en de opslag van 10.000 liter stookolie in een dubbelwandige houder (rubriek 17.3.6.1/a), van bijlage 1 van Vlarem I). In bijlage 3 bij de aanvraag wordt het volgende gesteld : VII-27.773-4/13 "(...) 5. de aard van de waterwinning : - boorput - vijvers 6. de technische kenmerken van de grondwaterwinning met inzonderheid aanduiding van - de diepte waarop het grondwater gewonnen wordt ten opzichte van het maaiveld * boorput : maximum 30 meter ter vervanging van bestaande boorput van 76 meter. Wij vinden het niet verantwoord kwalitatief hoogstaand water te gebruiken voor de beregening van het golfterrein. De nieuw te boren put zal enkel aangewend worden als vijverwaarde onvoldoende is. * diepte van de vijvers bedraagt maximum 5 meter (...)". 1.8. Zowel op 6 augustus 2001 als op 24 september 2001 stelt de Intergemeentelijke Milieudienst dat de aanvraag onvolledig is. 1.9. Op 16 oktober 2001 laat de tussenkomende partij aan de gemeente Keerbergen weten dat zij voorlopig wenst af te zien van de aanleg van twee nieuwe boorputten en dat de bestaande grondwaterwinningsput voorlopig zal worden afgedicht. 1.10. Op 29 november 2001 geeft de Intergemeentelijke Milieudienst een gunstig advies over de ontvankelijkheid en volledigheid van de aanvraag. In dit advies wordt onder meer het volgende gesteld : "Op verzoek van de gemeente werd de milieuvergunningsaanvraag voor de derde maal nagezien op haar volledigheid en ontvankelijkheid. (...) De exploitant ziet momenteel af van de aanleg van 2 nieuwe boorputten. Desondanks blijft de klasse 2 aanvraag noodzakelijk aangezien wat betreft het pompen van water uit het meer, wordt gesteld dat indien het meer gevoed wordt door grondwater er inderdaad een vergunning voor het oppompen van grondwater dient aangevraagd te worden". 1.11. Op 6 december 2001 verklaart het college van burgemeester en schepenen van de gemeente Keerbergen de aanvraag voor "- winnen van grondwater (...) - lozen normaal huishoudelijk afvalwater - opslag stookolietank" ontvankelijk en volledig. 1.12. Tijdens het openbaar onderzoek worden vijf bezwaarschriften ingediend, waaronder één van de verzoekende partij. 1.13. Op 15 januari 2002 geeft de afdeling Water - Vlaams-Brabant een voorwaardelijk gunstig advies. In dit advies wordt onder meer het volgende gesteld : VII-27.773-5/13 "5.1 (...) Vanuit het algemeen standpunt van de bescherming van de natuurlijke grondwatervoorraden kan deze aanvraag gunstig geadviseerd worden. Noch de invloedstraal, noch de stabiliteit van de grond komen in het gedrang. 5.2 (...) Voor wat betreft rubriek 53.8.2 (winnen van grondwater) kan ik het volgende mededelen. Het betreft hier een aanvraag voor het onttrekken van grondwater uit twee vijvers ten behoeve van beregeningsactiviteiten voor golfvelden. Voor het beregenen van het golfveld wordt gebruik gemaakt van grondwater afkomstig uit het nabijgelegen meer van Keerbergen (opp. 18
- ha)en uit een eigen vijver (opp. ca. 1 ha). Als winningsapparaat gebruikt men een centrifugaalpomp. Men gaat als volgt tewerk : Door middel van een centrifugaalpomp wordt water uit het meer van Keerbergen naar de vijver, gelegen tussen de Vlieghavenlaan en de Zwaluwweg, gepompt. Het aan- of bijvullen gebeurt gedurende de dag . Vanuit deze vijver wordt het water d.m.v. een andere centrifugaalpomp gestuurd naar de beregeningsinstallatie. Het beregenen gebeurt voornamelijk in de periode vanaf mei/juni tot augustus d.m.v. een ondergronds buizensysteem uitgerust met vaste sproeiers. (...) 6. Besluit (...) De sectorale voorwaarden van hoofdstuk 5.53 zijn van toepassing. Als vergunningstermijn stel ik 10 jaar voor". 1.14. Op 16 januari 2002 geeft de Intergemeentelijke Milieudienst een voorwaardelijk gunstig advies over de aanvraag. In dit advies wordt onder meer het volgende gesteld : "Grondwater : De exploitant vraagt een vergunning aan voor het winnen van grondwater (tot 21000 m³/jaar). Gezien het water moet dienen voor beregening van het gras, is de hoeveelheid uiteraard sterk afhankelijk van de weersomstandigheden en zal er vooral in de zomermaanden water worden verbruikt. Er zal zowel water uit grondwaterputten (ca. 30 m diep) als uit het meer gepompt worden. Ook dit laatste is grondwater. Vermits de inrichting niet in grondwaterbeschermingsgebied is gelegen en voornamelijk ondiep grondwater wordt gewonnen is er geen directe invloed op een openbare winning te verwachten. Wel kan het waterpeil in het meer en ook de diepte van de ondiepe watertafel beïnvloed worden. Mogelijk kan dit gevolgen hebben voor het recreatief gebruik van het meer of op andere ondiepe winningen in de buurt. Een deel van het versproeide water dringt wel opnieuw in de bodem, zodat het nettoverbruik mogelijk iets lager is. Mits geen niet vervuild water (overloop vijvers, opgevangen regenwater) in de riolering wordt geloosd en mits naleving van de voorwaarden vastgelegd in Vlarem II (B.S. 31 juli 1995) en de bijzondere voorwaarden opgenomen in deze vergunning, wordt de hinder beperkt tot een aanvaardbaar minimum". VII-27.773-6/13 1.15. Op 28 januari 2002 geeft de Intergemeentelijke Milieudienst opnieuw een voorwaardelijk gunstig advies over de aanvraag. In dit advies wordt onder meer het volgende gesteld : "1. Problematiek In het advies 01079 werd reeds een positief advies uitgebracht over de vergunningsaanvraag, dit mits op te leggen dat er geen grond- of oppervlaktewater in de riolering mag worden geloosd. Door de gemeente werd gevraagd meer precies te bepalen wat de invloed van de winning op het peil van het meer kan zijn. Ook wordt gevraagd om op de bezwaren een antwoord te formuleren. 2. Bespreking Ook door de diensten van AMINAL, afd. Water werd een positief advies verleend, o .a. met als argument dat de gevraagde winning geen onaanvaardbare schade toebrengt aan de watervoerende laag, waaruit het water zal worden gewonnen. De invloedstraal zal beperkt zijn en er is geen risico voor de stabiliteit van de grond. In dit advies wordt ook nagerekend in hoeverre de winning het waterpeil van het meer kan beïnvloeden. De hierna volgende berekeningen zijn grotendeels gebaseerd op deze berekeningen. (...) - In extreme gevallen, bv. tijdens een droogteperiode van ca. 1,5 maanden (45 dagen) zal er maximaal 8.100 m³ water worden verbruikt en geen water worden toegevoegd. Tijdens deze periode kan het pompen een niveauverlaging van 45 mm of ca. 5 cm hebben veroorzaakt. Zelfs in deze extreme gevallen is de invloed op het peil van het meer verwaarloosbaar, alleszins veel minder dan de natuurlijke schommelingen van het waterpeil (door verdamping en algemene verlaging van het grondwaterpeil). (...) 3. Besluit en advies Op basis van de hierboven vermelde berekeningen kan besloten worden dat, zelfs in extreme omstandigheden (lange droogteperiode) de invloed op het waterpeil te verwaarlozen is max. 5 cm. De totale jaarhoeveelheid is maar een fractie van de jaarlijkse aanvulling (15 %). De natuurlijke waterschommelingen in het meer zijn alleszins veel belangrijker dan deze veroorzaakt door de winning. De meeste bezwaren zijn niet geheel terzake omdat de vermelde 'nadelen', niet in de eerste plaats een gevolg zijn van het pompen van water uit het meer, maar van de natuurlijke waterschommeling. Uit de berekening blijkt immers dat de invloed van het pompen op het meer beperkt is. De aanvraag is deels een regularisatie van een bestaande toestand (waterwinning) en richt zich tot gebruik van het water van het meer, wat gezien de geringe kwaliteitseisen, alleszins beter is dan het gebruik van dieper gelegen grondwater, dat eventueel ook als drinkwater kan dienst doen. De suggestie om leidingwater te gebruiken (één van de bezwaren) is vanuit milieuoogpunt uiteraard helemaal af te raden. Wel dient in de vergunning duidelijk volgende voorwaarden opgelegd te worden : - debietmeter zodat debietcontrole mogelijk is. - inspanningen om het benodigde debiet te beperken tot een minimum zoals : - beperken van te besproeien oppervlakte tot de 'greens'. - enkel besproeien indien er behoefte is aan (extra) water, dit is tijdens droogteperiodes. - voor alle 'bouwvergunningsplichtige' constructies moet de bouwvergunning aanwezig zijn, zoniet wordt de milieuvergunning geschorst". VII-27.773-7/13 1.16. Op 7 februari 2002 verleent het college van burgemeester en schepenen van de gemeente Keerbergen aan de tussenkomende partij een vergunning op proef voor een termijn van tien jaar met als voorwerp : "- winnen van grondwater met een jaarlijks debiet tussen 500 - 30.000 m³/jaar - beregening van golfterrein/sportvelden - lozen normaal huishoudelijk afvalwater - opslag stookolietank (dubbelwandig 10 .000 liter)". 1.17. Op 19 maart 2002 stelt de verzoekende partij administratief beroep in tegen voornoemde vergunning. 1.18. Op 17 april 2002 adviseert de afdeling Milieuvergunningen het beroep zonder voorwerp verklaren. In dit advies wordt onder meer het volgende gesteld : "De afdeling Milieuvergunningen is echter van oordeel dat oppompen van water uit een private vijver die niet gevoed wordt door een openbaar hydrografisch net van oppervlaktewaters maar in feite als een regenopvangbekken fungeert is volgens VLAREM I niet ingedeeld. De vergunde rubriek 53.8.2 is hier niet van toepassing". 1.19. Op 18 april 2002 adviseert de afdeling Water van de Vlaamse Gemeenschap het beroep te verwerpen en de vergunning te verlenen. In dit advies wordt onder meer het volgende gesteld : "Voor wat betreft de rubriek 53.8.2 (winnen van grondwater) kan ik het volgende mededelen. Het betreft hier een aanvraag voor het onttrekken van grondwater uit twee vijvers ten behoeve van beregeningsactiviteiten voor golfvelden. Voor het beregenen van het golfveld wordt gebruik gemaakt van grondwater afkomstig uit het nabijgelegen meer van Keerbergen (opp. 18 ha.) en uit een eigen vijver (opp. ca. 1 ha). (...) Het meer van Keerbergen fungeert als regenopvangbekken, dat jaarlijks ca. 800 mm regenwater ontvangt, hetgeen neerkomt op een totale hoeveelheid van 144.000 m³. (...) De netto peilschommelingen zullen dus ten gevolge van de grondwaterwinning beperkt blijven en zeker niet de bezwarende factor zijn die het exploiteren van het meer verhindert. Rekening houdend met deze gegevens kan aan deze aanvraag voor de gevraagde debieten een gunstig advies worden gegeven. Verder kan ik vermelden dat deze waterwinning volgens de grondwaterkwetsbaarheidskaart gelegen is in een 'zeer kwetsbaar' gebied". VII-27.773-8/13 1.20. Op 19 april 2002 brengt de afdeling Ruimtelijke Ordening volgend voorwaardelijk gunstig advies voor de aanvraag uit : "De uitbating wordt, gelet op de verenigbaarheid met de bepalingen van artikel 17 van het KB van 28 december 1972 betreffende de inrichting en de toepassing van de ontwerp-gewestplannen en de gewestplannen, doch onder voorbehoud dat door het verlagen van de waterstand er geen schade voor de flora ontstaat in het omliggende woonpark (waardoor de plaatselijke goede ordening wordt verstoord), gunstig geadviseerd". 1.21. Op 12 juni 2002 brengt de Provinciale Milieuvergunnings- commissie volgend advies uit : "beroep zonder voorwerp verklaren. De rubriek 53.8.2 uit het besluit van het College schrappen en het besluit van het College beschouwen als aktename klasse 3 voor de rubrieken 3.3: lozen van huishoudelijk afvalwater en 17.3.6.1.a: opslag van 10.000 l stookolie". 1.22. Op 27 juni 2002 wordt het bestreden besluit genomen. Daarin wordt onder meer het volgende overwogen : "De exploitant (Keerbergen Golf Club) werd gehoord door de PMVC : De exploitant legt een memorie neer met 6 bijlagen : 1. Overeenkomst van 10/11/1977 waarbij NV Keerbergen Golf Estate (K.G.E.) aan de VZW Keerbergen Golf Club het recht verleent om water uit het meer te putten; overeenkomst geregistreerd te Haacht op 29/10/1980. 2. Schrijven van dhr. Alain Tedesco, afgevaardigd bestuurder van de SA Du Manil (voorheen genaamd NV Keerbergen Golf Estate) toenmalig eigenaar van zowel golf- als meerdomein, aan VZW Keerbergen Golf Club (d.d. 02/06/1984) met toelichting omtrent de draagwijdte van de clausule die in de verkoopakte van het meer zou worden ingelast. 3. Akte verleden ten overstaan van notaris D. Tuerlinckx te Haacht d.d. 04/07/1984 waarbij NV Bosmans Yachting het meer aankocht en waarbij een erfdienstbaarheid ten behoeve van het golfterrein werd gevestigd . 4. Verslag van Pr.Dr. Ir. J. Baeyens, MER- deskundige water d.d. 20/07/2000. 5. Beschikking in kortgeding gewezen door de Voorzitter van de Rechtbank van Eerste Aanleg te Mechelen d.d. 28/05/2001. 6. Arrest gewezen door het Hof van Beroep te Antwerpen op 4 /03/2002. Van bij de opening omstreeks 1968 wordt het golfterrein geïrrigeerd door water uit het meer. Aanvankelijk gebeurde dit door een verplaatsbaar systeem zoals toegepast in de land- en tuinbouw maar omdat dit zeer arbeidsin(t)en(s)ief was, werd later overgeschakeld op een vaste installatie. Oorspronkelijk vormden het meer en het golfterrein één geheel dat in handen was van de NV Keerbergen Golf Estate ( K.G.E.). Het golfterrein was verhuurd aan VZW Keerbergen Golf Club en in de geregistreerde overeenkomst kende de eigenaar ( K.G.E.) aan de golfclub het recht toe om water te putten uit het meer. In 1984 verkocht K.G.E. het meer aan de NV Bosmans Yachting. In de verkoopakte van 4 juli 1984 was opnieuw een clausule opgenomen VII-27.773-9/13 (erfdienstbaarheid) die aan de golfclub verder toestemming verleent om water uit het meer te trekken voor besproeiing van het golfterrein . Het is pas in 2000 dat de Yachtingclub de waterwinning voor het eerst is gaan in vraag stellen. De Yachtingclub heeft daarop zelfs de pompinstallatie gesaboteerd. In 2001 gaf de Rechtbank in Eerste Aanleg van Mechelen in kortgeding , de golfclub gelijk en veroordeelde de Yachtingclub tot het opnieuw in werking stellen van de pompinstallatie (+ dwangsom voor elke dag vertraging). Het Hof van Beroep van Antwerpen heeft deze uitspraak bevestigd en stelt dat het niet vast staat dat de golfclub door het putten van water uit het meer enkel voor besproeiing van de golfterreinen daarmee een vergunningsplichtige activiteit uitoefent. De exploitant heeft louter voor de volledigheid een milieuvergunning voor het oppompen van grondwater aangevraagd. De vergunningsplicht voor de gevraagde activiteit is betwistbaar. Indien de overheid oordeelt dat dit niet vergunningsplichtig is, zal zij dat in haar beslissing moeten expliciet vermelden. Indien het wél vergunningsplichtig is, vraagt de exploitant om de beslissing van het College te bevestigen, omwille van het feit dat de golfclub geregistreerd gebruikrecht heeft. Tevens vermeldt het rapport van Pr.Dr. Ir. Jan Baeyens , MER- dekundige water (d.d. 20/07/2000) dat zelfs bij een zeer droge dag de maximale waterwinning voor besproeiing van het golfterrein een daling van het waterniveau van het meer kan veroorzaken die slechts een fractie is van het verlies door verdamping. De golfclub berekende zelf dat om het peil van het meer 1 cm te doen zakken, men 1741,02 m³ water moet oppompen. Over het gehele seizoen 2001 kwam men alzo op een waterschommeling van 3300 m³ (verbruik) /1741,02m³= 1,89 cm. Bosmans Yachting daarentegen gewaagt van jaarlijkse waterschommelingen van het meer van ong. 1 m. Evaluatie: Het oppompen van water uit een privaat meer dat niet gevoed wordt door een openbaar hydrografisch net van oppervlaktewaters maar in feite als een regenopvangbekken fungeert is volgens VLAREM I niet ingedeeld. De vergunde rubriek 53.8.2. is hier niet van toepassing. Evaluatie van het beroepschrift van NV Bosmans Yachting : 1., 4. en 5. De milieutechnische bezwaren worden weerlegd in het verslag van Prof. Dr. Ir. Jan Baeyens, MER- deskundige Water (d.d. 20/07/00). Dit verslag werd opgemaakt in opdracht van de voorzitter van de golfclub. Het komt er samengevat op neer dat : - het meer van Keerbergen fungeert als regenopvangbekken; - het meer ontvangt jaarlijks 144.000 m³ water waarvan een deel via de overstort afgevoerd wordt en een deel verdampt; - In de periode van mei tot augustus (intensere zonnestraling) is er een dagelijkse verdamping tussen 1 en 2,5 mm van water uit het meer. In die periode wordt het meer echter weer aangevuld met hemelwater zodat het effect van verdamping minimaal is; - de besproeiing van het meer vraagt bij zeer droog weer max. 180 m³/dag, wat over de totale oppervlakte van het meer een daling van het niveau van 1 mm betekent , een fractie in vergelijking met verdampingsverlies; - rekening houdend met het feit dat het waterniveau per maand gemiddeld met 50mm toeneemt door neerslag ontstaat zelfs in de zomermaanden een quasi evenwicht waar het meer zonder overstorten zijn niveau behoudt; - bij aanhoudende droogte kan de niveaudaling toch enkele tientallen mm bedragen tgv. verdamping en in zeer beperkte mate door de waterwinning. VII-27.773-10/13 2., 3 en 6. Een proefvergunning kan inderdaad volgens Vlarem voor max. 2 jaar verleend worden ( op voorwaarde dat er geen bouwvergunning vereist is). Uit het dossier blijkt echter dat het de bedoeling van de gemeente was om een vergunning te verlenen voor 10 jaar, cf het advies van de Afdeling Water. De bijzondere vergunningsvoorwaarden maken wel degelijk deel uit van de bestreden beslissing. Art. 4 van de bestreden beslissing vermeldt in §4: Extra: zie bijlage 4 bij onderhavig besluit en de bijlage werd bijgevoegd. Deze punten zijn voor het overige niet aan de orde vermits de enige klasse 2 rubriek ( rubriek 53.8.2) uit de vergunning geschrapt wordt en de rest van de aanvraag slechts meldingsplichtig klasse 3 is. De betwisting tussen de twee recreatieve verenigingen kan dus niet in het kader van een VLAREM milieuvergunningsaanvraag worden behandeld maar moet op een ander juridisch niveau worden beoordeeld. Verslag van het onderzoek : Het golfterrein is ca. 32 ha groot en is volgens het gewestplan Leuven vastgesteld bij koninklijk besluit van 07.04.1977 gelegen in een gebied voor dagrecreatie. De inrichting is tevens gelegen in het A.P.A. verkaveling gekend 'Golf en Meer' en goedgekeurd bij KB van 04.12.1963 en in herziening gesteld bij KB van 28.10.1977. Het beroep van NV Bosmans Yachting heeft betrekking op het gebruik van het water uit 'Het Meer', eigendom van de heer Bosmans, dat door de VZW Keerbergen Golf Club aangewend wordt om het golfterrein gedurende de droge periodes kunstmatig te beregenen. De oorspronkelijke milieuvergunningsaanvraag van de Golfclub betrof zowel het boren van 2 grondwaterwinningsputten als het pompen van water uit het meer doch reeds op 16 oktober 2001 heeft de aanvrager aan de gemeente Keerbergen laten weten dat hij voorlopig wenste af te zien van de aanleg van de 2 boorputten. (De aanvraag werd ontvankelijk en volledig verklaard op 6 december 2001). Het meer ca. 18 ha groot, met de aanpalende bouwpercelen en het golfterrein werden ca. 1965 aangelegd en oorspronkelijk waren het meer en het golfterrein eigendom van één eigenaar. De oevers van dit kunstmatig aangelegde meer werden verkaveld en zijn nu volledig bebouwd met riante villa's. Het meer met de verkavelde percelen liggen volgens het gewestplan in een woonpark. Het meer is eigendom van de heer Bosmans en wordt door de NV Bosmans Yachting aangewend voor waterrecreatie (zeilen, surfen en jetski). Het meer is dus een private eigendom en wordt niet gevoed door een openbaar hydrografisch net van oppervlaktewaters maar fungeert in feite als een regenopvangbekken en een deel van de regenopvang wordt via een overstort afgevoerd. Dit is volgens VLAREM I niet als hinderlijk ingedeeld. De vergunde rubriek 53.8.2: ' boren van grondwaterwinningsputten en grondwaterwinning met een opgepompt debiet van 500 m³/jaar tot 30.000 m³/jaar is hier niet van toepassing. Deze vaststelling heeft voor gevolg dat het beroep van de NV Bosmans Yachtingclub zonder voorwerp is en dat de betwisting tussen de twee partijen niet via de Vlarem- procedure kan worden beslecht. De Golfclub heeft immers gebruikrecht voor het water van het meer (erfdienstbaarheid, zie boven). De overige gevraagde rubrieken : rubriek 3.3 lozen van huishoudelijk afvalwater en rubriek 17.3.6.1.a zijn slechts meldingsplichtig klasse 3 . Er bestaat bijgevolg aanleiding toe het beroep zonder voorwerp te verklaren, de rubriek 53.8.2 uit het besluit van het CBS van Keerbergen te schrappen en dit besluit te beschouwen als aktename klasse 3 cf. art. 2 van Vlarem I"; VII-27.773-11/13 2. De ontvankelijkheid Overwegende dat de verzoekende partij ter terechtzitting meldt dat de tussenkomende partij sedert 2004 geen water meer wint uit het meer voor het besproeien van het golfterrein en dat de installaties hiertoe zijn weggehaald; dat die mededeling wordt beaamd door de tussenkomende partij die laat verstaan dat zij niet zinnens is in de toekomst nog water te winnen uit het meer omdat zij inmiddels andere mogelijkheden heeft; dat de verzoekende partij met onderhavige procedure kennelijk de uiteindelijke bedoeling had om de tussenkomende partij in de toekomst te beletten om nog water te winnen uit het meer; dat die bedoeling achterhaald is en het belang van de verzoekende partij om de annulatie van de bestreden beslissing te benaarstigen teloor is gegaan; dat de verzoekende partij geen gegevens aanbrengt waaruit het tegendeel zou kunnen blijken; dat de vordering daarom thans niet meer ontvankelijk is, BESLUIT: Artikel 1. Het beroep wordt verworpen. Artikel 2. De kosten van het beroep, bepaald op 175 euro, komen ten laste van de verzoekende partij. De kosten van de tussenkomst, bepaald op 125 euro, komen ten laste van de tussenkomende partij. VII-27.773-12/13 Aldus te Brussel uitgesproken in openbare terechtzitting, op zeventien april tweeduizend en acht, door de VIIe kamer, die was samengesteld uit : de HH. L. HELLIN, kamervoorzitter, J. LUST, staatsraad, E. BREWAEYS, staatsraad, Mevr. E. IMPENS, griffier. De griffier, De voorzitter, E. IMPENS. L. HELLIN. VII-27.773-13/13 PDF document ECLI:BE:RVSCE:2008:ARR.182.110 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div