id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Raad van State Vonnis/arrest van 17 april 2008 ECLI nr: ECLI:BE:RVSCE:2008:ARR.182.114 Rolnummer: A. 187764/VII-37170 Zaak: Arrest 182114 - Natuurbehoud - Vergunningen - 17/04/2008 Rechtsgebied: Bestuursrecht Invoerdatum: 2008-04-23 Raadplegingen: 54 - laatst gezien 2026-06-29 07:55 Fiche Arrest nr 182.114 van 17 april 2008 Ruimtelijke ordening, stedenbouw, leefmilieu en aanverwante aangelegenheden - Natuurbehoud - Vergunningen Beslissing : Bevolen bekendmaking Thesaurus CAS: RAAD VAN STATE UTU-thesaurus: PUBLIEK EN ADMINISTRATIEF RECHT - RAAD VAN STATE - Arresten (Raad van State) Tekst van de beslissing RAAD VAN STATE, AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK. nr. 182.114 van 17 april 2008 in de zaak A. 187.764/VII-37.
- In zake : Viviane LEYMAN, die woonplaats kiest bij advocaat I. ROGIERS, kantoor houdende te KALKEN, Kalkendorp 17 A tegen : de deputatie van de provincie Vlaams-Brabant, die woonplaats kiest bij advocaat K. VAN ALSENOY, kantoor houdende te BRUSSEL, A. Dansaertstraat
- --------------------------------------------------------------------------------------------------- DE VOORZITTER VAN DE VIIe KAMER, Gezien het verzoekschrift dat Viviane LEYMAN op 7 april 2008 heeft ingediend om bij uiterst dringende noodzakelijkheid de schorsing te vorderen van de tenuitvoerlegging van het besluit van de deputatie van de provincie Vlaams-Brabant van 20 maart 2008 waarbij het beroep ingesteld tegen de beslissing van het college van burgemeester en schepenen van de gemeente Meise van 22 oktober 2007, houdende het gedeeltelijk verlenen van de natuurvergunning aan Mathilde DE WIT voor het wijzigen van kleine landschapselementen, meer bepaald het verbreden van een gracht en gedeeltelijk dempen van een poel, op percelen gelegen aan de Slozenstraat te Meise (Wolvertem), kadastraal gekend afdeling 2, sectie C, nrs. 41b en 42c, niet wordt ingewilligd en de beroepen beslissing wordt bevestigd; Gezien de nota van de verwerende partij; Gelet op de beschikking van 8 april 2008 waarbij de terechtzitting bepaald wordt op 10 april 2008, om 14 uur; Gehoord het verslag van kamervoorzitter L. HELLIN; VII-37.170-1/8 Gehoord de opmerkingen van advocaat I. ROGIERS, die verschijnt voor verzoekster, en van advocaat K. VAN ALSENOY, die verschijnt voor de verwerende partij; Gehoord het eensluidend advies van eerste auditeur P. SOUR- BRON; Gelet op de artikelen 17 en 18 en titel VI, hoofdstuk II, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari 1973;
- De gegevens van de zaak Overwegende dat de gegevens van de zaak als volgt kunnen worden samengevat: 1.
- Op 24 juli 2007 dient Mathilde DE WIT bij het college van burgemeester en schepenen van de gemeente Meise een natuurvergunningsaanvraag in voor het wijzigen van kleine landschapselementen op percelen land gelegen aan de Slozenstraat te Meise. Dit is een nieuwe vergunningsaanvraag die door Mathilde DE WIT is ingediend nadat de Raad van State bij arrest nr. 173.394 van 12 juli 2007, een voordien verleende natuurvergunning voor het volledig dempen van de betrokken poel had vernietigd. Voorafgaand aan het vernietigingsarrest werd bij arrest nr. 158.495 van 8 mei 2006 bij uiterst dringende noodzakelijkheid de schorsing van de tenuitvoerlegging bevolen van de toen bestreden vergunning. De gevraagde wijziging van kleine landschapselementen bestaat er concreet in dat een poel die eigendom is van Mathilde DE WIT en die gelegen is naast de woning van verzoekster, zou worden gedempt. Luidens een bij de aanvraag gevoegde brief zou een "drassige zone" die thans ongeschikt is voor landbouwdoel- einden opgehoogd worden tot dezelfde hoogte als de naastliggende akker. 1.
- Op 4 september 2007 geeft het Agentschap voor Natuur en Bos een voorlopig ongunstig advies over de aanvraag die niet volledig zou zijn wegens het ontbreken in het dossier van een aanvraag tot het verkrijgen van de vereiste stedenbouwkundige vergunning. VII-37.170-2/8 1.
- Met een besluit van 22 oktober 2007 geeft het college van burgemeester en schepenen van de gemeente Meise een vergunning voor het verbreden van een gracht en het gedeeltelijk dempen van de bestaande poel tot maximaal de helft. Aan de vergunning wordt een aantal voorwaarden verbonden die het verlies aan buffercapaciteit en natuurwaarden moet compenseren. 1.
- Verzoekster stelt samen met een aantal andere buurtbewoners bij de deputatie van de provincie Vlaams-Brabant beroep in tegen die verleende vergunning. In het beroepschrift van 23 november 2007 wordt onder meer aangevoerd dat verscheidende diensten en instanties reeds in het verleden gewezen hebben op het waardevol en buitengewoon karakter van de betrokken poel. Het zou meer in het bijzonder gaan om een waardevolle moerasbiotoop met een specifieke vegetatie bestaande uit riet, lisdodde, zuring, smeerwortel, brandnetel, paarse dovenetel, boerenwormkruid, smalle weegbree, walstro en vogelkers. Bruine kikkers, vlinders, verschillende soorten libellen, blauwe reigers, torenvalken, waterhoenderen, eenden, watersalamanders en een ijsvogel zouden de biodiversiteit ter plaatse gestalte geven. 1.
- Met het in dezen bestreden besluit van 20 maart 2008 van de deputatie van de provincie Vlaams-Brabant wordt het beroep niet ingewilligd en wordt de beroepen beslissing van het college van burgemeester en schepenen van de gemeente Meise bevestigd;
- De grond van de zaak Overwegende dat krachtens artikel 17, §§ 1 en 2, van de gecoördineerde wetten op de Raad van State slechts tot schorsing van de tenuitvoer- legging bij uiterst dringende noodzakelijkheid kan worden besloten onder de drievoudige voorwaarde dat uiterst dringende noodzakelijkheid voorhanden is, dat ernstige middelen worden aangevoerd die de nietigverklaring van de aangevochten beslissing kunnen verantwoorden en dat de onmiddellijke tenuitvoerlegging van de bestreden beslissing een moeilijk te herstellen ernstig nadeel kan berokkenen; 2.1.
- Overwegende, wat het moeilijk te herstellen ernstig nadeel betreft, dat verzoekster concreet verwijst naar de ligging van de poel onmiddellijk naast haar eigendom en naar het unieke karakter van de biotoop met een uitzonderlijke VII-37.170-3/8 dieren- en plantenvariëteit; dat zij ook nader toelicht welke de nadelen zijn van het dempen van de poel en die concreet bestaan in het verlies van een uniek uitzicht, de vermindering van de natuurbeleving die verzoekster kenmerkt en verder ontwikkelt en, ten slotte, het risico op wateroverlast nadat de voorziene werken zijn uitgevoerd; 2.1.
- Overwegende dat de verwerende partij daartegenover stelt dat er geen moeilijk te herstellen ernstig nadeel kan bestaan, aangezien het beroep bij de deputatie van de provincie Vlaams-Brabant niet schorsend is en de termijn waarbinnen de vergunde werken niet mogen worden aangevat reeds lang verstreken is, zodat er geen moeilijk te herstellen ernstig nadeel kan worden ingeropen op basis van het al dan niet uitvoerbaar karakter van de bestreden beslissing; 2.1.
- Overwegende dat het bestreden besluit van de deputatie van de provincie Vlaams-Brabant tot stand is gekomen ingevolge de verplichte uitputting van een georganiseerde administratieve beroepsprocedure; dat hiermee de in eerste aanleg genomen beslissing van het college van burgemeester en schepenen van de gemeente Meise is opgeslorpt; dat verzoekster op afdoende wijze concrete elementen verschaft waaruit blijkt dat haar natuurbeleving en haar leef- en woonklimaat ernstig verstoord dreigen te worden door de onmiddellijke tenuitvoer- legging van de bestreden beslissing; dat zij immers voldoende concreet aantoont een meer dan gemiddeld belang te stellen in de biotoop, onmiddellijk palend aan haar eigendom, die door de bestreden beslissing teloor dreigt te gaan, en waarvan de adviezen van de bevoegde diensten het groot belang benadrukken; dat bovendien de kwestieuze werken op zeer korte termijn kunnen worden gerealiseerd, zodat de moeilijke herstelbaarheid van het nadeel eveneens duidelijk is; dat ook de effectieve opvulling van zelfs maar een gedeelte van de poel kan leiden tot een aanmerkelijk verlies van de bestaande biotoop, aangezien het gedeelte dat wordt gedempt definitief verloren gaat terwijl de weerslag op het overblijvende gedeelte slechts na verloop van lange tijd volledig kan worden hersteld; 2.
- Overwegende dat uit wat voorafgaat ook volgt dat de ingeroepen uiterst dringende noodzakelijkheid in dezen aanwezig is; dat verzoekster immers aanvoert dat uit de voorgaanden blijkt dat de aanvraagster zinnens is de werken zo snel mogelijk uit te voeren; dat bijgevolg de kans bestaat dat een gewone vordering tot schorsing het aangevoerde nadeel niet kan voorkomen; VII-37.170-4/8 2.3.
- Overwegende dat verzoekster in een tweede middel de schending aanvoert van de artikelen 13, § 5, en 16, § 4, van het besluit van de Vlaamse regering van 23 juli 1998 tot vaststelling van nadere regels ter uitvoering van het decreet van 21 oktober 1997 betreffende het natuurbehoud en het natuurlijk milieu, van artikel 13, § 5, van het decreet van 21 oktober 1997 betreffende het natuurbe- houd en het natuurlijk milieu (hierna: natuurbehouddecreet), van de artikelen 2 en 3 van de wet van 29 juli 1991 betreffende de uitdrukkelijke motivering van de bestuurshandelingen en van de verplichting voor elke administratieve overheid om haar beslissingen te steunen op in rechte en in feite aanvaardbare motieven; dat zij in essentie uiteenzet dat de verwerende partij volledig is voorbijgegaan aan de belangrijke natuurwaarde van de bestaande poel, dat het bestreden besluit daaromtrent niet afdoende gemotiveerd is en dat de opgegeven motieven niet in functie staan van de beoordelingscriteria die daartoe opgenomen zijn in het besluit van de Vlaamse regering van 23 juli 1998 en het standpunt dat verschillende instanties uitgedrukt hebben in adviezen die uitgebracht werden naar aanleiding van een vorige natuurvergunningsaanvraag; 2.3.
- Overwegende dat de motiveringsverplichting opgelegd door de wet van 29 juli 1991 betreffende de uitdrukkelijke motivering van de bestuurshan- delingen tot doel heeft de bestuurde in de mogelijkheid te stellen om in de beslissing zelf de motieven te vinden op grond waarvan de beslissing is genomen derwijze dat blijkt of minstens kan worden nagegaan of de overheid is uitgegaan van gegevens die in feite en in rechte juist zijn, of zij die juist heeft beoordeeld, en of zij op grond daarvan in redelijkheid tot haar beslissing is kunnen komen; dat de beslissing dus op een duidelijke wijze de fundamentele redenen moet weergeven die haar verantwoorden en dat die motivering voldoende draagkrachtig moet zijn om de beslissing te schragen; dat luidens artikel 15, § 1, van het besluit van de Vlaamse regering van 23 juli 1998 tot vaststelling van nadere regels ter uitvoering van het decreet van 21 oktober 1997 betreffende het natuurbehoud en het natuurlijk milieu tegen elke beslissing van het college van burgemeester en schepenen over een vergunningsaanvraag, door elke belanghebbende beroep kan worden ingediend bij de bestendige deputatie van de provincieraad; dat artikel 16, § 4, van hetzelfde besluit bepaalt dat de uitspraak van de bestendige deputatie van de provincieraad "een gemotiveerde beslissing (omvat) over de aanspraken of bezwaren die door de indiener(s) van het beroep werd(en) gesteld"; dat in dezen verzoekster in haar beroepschrift op zeer omstandige wijze de natuurwaarde van de te dempen poel VII-37.170-5/8 heeft omschreven en beklemtoond; dat de bestreden beslissing daarover als volgt is gemotiveerd: "- De poel is inderdaad volgens het gewestplan gelegen in een landschappelijk waardevol agrarisch gebied maar het 'uitzonderlijk landelijk karakter' is een bewering van beroepindiener en blijkt uit geen enkel dossierstuk. De eigenschap 'landschappelijk waardevol' refereert naar de eigenschappen van het omliggende landschap en niet naar de mogelijke waarde van de poel. - in het advies van het Agentschap Natuur en Bos in eerste aanleg staat vermeld dat het gaat om 'het dempen van een verlande poel' - de knotwilgen zullen aangeplant worden tegen de strook die tussen de overblijvende poel en perceel 38r zal afgegraven worden om buffercapaciteit voor mogelijk afstromend water te compenseren; knotwilgen zijn daar uiterst geschikt voor. - de aanvraag en vergunning voorzien voldoende maatregelen om het mogelijke verlies aan natuurwaarde door het gedeeltelijk dempen van de verlande poel te compenseren (zie ook verslag van het onderzoek). - door het dempen van de poel herwint de grond zijn oorspronkelijke bestemming van agrarisch gebied"; dat de betwisting over het al dan niet "uitzonderlijk landelijk karakter" van de omgeving waarin de poel gelegen is, in wezen niet relevant is voor de beoordeling van de natuurwaarde van de poel zelf; dat de loutere vermelding in het advies van het Agentschap Natuur en Bos dat het zou gaan om "het dempen van een verlande poel", geen afbreuk doet aan de natuurwaarde die in het beroepschrift van verzoekster met concrete gegevens is gestaafd en onderbouwd, onder meer door verwijzing naar de standpunten die diverse overheidsinstanties naar aanleiding van een vorige natuurvergunningsaanvraag met betrekking tot het dempen van dezelfde poel hebben ingenomen; dat die standpunten trouwens door de verwerende partij gekend zijn aangezien de bestreden beslissing zelf verwijst naar een eerder advies van de afdeling Natuur waarin is gesteld dat "een poel met moerasvegetatie een interessante biotoop is dat zeker een hogere natuurwaarde heeft dan een begraasd weiland"; dat ook de overige motieven betreffende de maatregelen die genomen worden ter compensatie van het "mogelijke" verlies aan natuurwaarde en het verlies aan buffercapaciteit voor het opvangen van afstromend water, niets bijbrengen omtrent de eigenlijke natuurwaarde van de poel zelf waarvan verzoekster het dempen, zij het gedeeltelijk, wil vermijden; dat, ten slotte, het herwinnen van de oorspronkelijke landbouwbestemming van het betrokken perceel in dezen een ondeugdelijk motief is; dat de motivering van de bestreden beslissing aldus niet op afdoende draagkrachtige wijze antwoordt op de fundamentele bezwaren die verzoekster in haar beroepschrift heeft aangevoerd aangaande de bijzondere natuurwaarde van de betrokken poel, zodat de verwerende partij niet op deugdelijke gronden de vereiste compenserende maatregelen voor een mogelijk verlies aan VII-37.170-6/8 natuurwaarde heeft kunnen inschatten; dat de niet-deugdelijk beantwoorde beroepsargumenten van verzoekster betrekking hadden op de beoordelingscriteria vermeld in artikel 13, § 5, van het voormeld besluit van de Vlaamse regering van 23 juli 1998, zodat die bepaling op het eerste gezicht is miskend; dat het tweede middel ernstig is; 2.
- Overwegende dat uit wat voorafgaat blijkt dat aan al de voorwaarden van artikel 17, §§ 1 en 2, van de gecoördineerde wetten op de Raad van State is voldaan; dat die vaststelling volstaat om verzoeksters vordering toe te wijzen, BESLUIT: Artikel
- Bevolen wordt de schorsing bij uiterst dringende noodzakelijkheid van de tenuitvoerlegging van het besluit van de deputatie van de provincie Vlaams- Brabant van 20 maart 2008 waarbij het beroep ingesteld tegen de beslissing van het college van burgemeester en schepenen van de gemeente Meise van 22 oktober 2007, houdende het gedeeltelijk verlenen van de natuurvergunning aan Mathilde DE WIT voor het wijzigen van kleine landschapselementen, meer bepaald het verbreden van een gracht en gedeeltelijk dempen van een poel, op percelen gelegen aan de Slozenstraat te Meise (Wolvertem), kadastraal gekend afdeling 2, sectie C, nrs. 41b en 42c, niet wordt ingewilligd en de beroepen beslissing wordt bevestigd. Artikel
- Dit arrest zal worden bekendgemaakt op dezelfde wijze als het geschorste besluit. Artikel
- De uitspraak over de bijdrage in de betaling van de kosten van de vordering tot schorsing bij uiterst dringende noodzakelijkheid wordt uitgesteld. VII-37.170-7/8 Aldus te Brussel uitgesproken in openbare terechtzitting, op zeventien april tweeduizend en acht, door : de H. L. HELLIN, kamervoorzitter, Mevr. E. IMPENS, griffier. De griffier, De voorzitter, E. IMPENS. L. HELLIN. VII-37.170-8/8 PDF document ECLI:BE:RVSCE:2008:ARR.182.114 Gerelateerde publicatie(s) gevolgd door: ECLI:BE:RVSCE:2009:ARR.190.650 ECLI:BE:RVSCE:2010:ARR.206.376 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div