id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Raad van State Vonnis/arrest van 17 april 2008 ECLI nr: ECLI:BE:RVSCE:2008:ARR.182.124 Rolnummer: A. 187615/XII-5373 Zaak: Arrest 182124 - Varia (onderwijs en cultuur) - 17/04/2008 Rechtsgebied: Bestuursrecht Invoerdatum: 2008-05-05 Raadplegingen: 60 - laatst gezien 2026-06-29 07:55 Fiche Arrest nr 182.124 van 17 april 2008 Onderwijs en cultuur - Varia (onderwijs en cultuur) Beslissing : Verwerping Depersonalisatie Thesaurus CAS: RAAD VAN STATE UTU-thesaurus: PUBLIEK EN ADMINISTRATIEF RECHT - RAAD VAN STATE - Arresten (Raad van State) Tekst van de beslissing RAAD VAN STATE, AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK. nr. 182.124 van 17 april 2008 in de zaak A. 187.615/XII-
- In zake : XXXX, tegen : de UNIVERSITEIT GENT, die woonplaats kiest bij advocaat J. Goethals, kantoor houdende te Ardooie, Brugstraat
- --------------------------------------------------------------------------------------------------- DE Wnd. VOORZITTER VAN DE XIIe KAMER, Gezien het op 26 maart 2008 ontvangen verzoekschrift dat XXXX heeft ingediend waarin bij uiterst dringende noodzakelijkheid de schorsing wordt gevorderd van de tenuitvoerlegging van de beslissing van 13 maart 2008 van de interne beroepscommissie van de Universiteit Gent, waarbij het beroep tegen een verzoek tot openbaarheid onontvankelijk wordt verklaard en waarbij in beroep de gevraagde vrijstelling voor het opleidingsonderdeel “Monetair Beleid” wordt geweigerd; Gezien de nota van de verwerende partij; Gelet op de beschikking van 26 maart 2008 waarbij de terechtzitting bepaald wordt op 10 april 2008, om 10.30 uur; Gehoord het verslag van staatsraad G. van Haegendoren; Gehoord de opmerkingen van verzoeker, en van advocaat J. Goethals, die verschijnt voor de verwerende partij; Gehoord het eensluidend advies van auditeur D. Mareen; Gelet op de artikelen 17 en 18 en titel VI, hoofdstuk II, van de gecoördineerde wetten op de Raad van State, XII-5373-1/5 OVERWEEGT WAT VOLGT :
- Verzoeker studeert, als werkstudent, aan de faculteit Economie en Bedrijfskunde van de Universiteit Gent, waar hij zich heeft ingeschreven voor de tweede licentie Economische Wetenschappen. Hij vraagt een vrijstelling aan voor het opleidingsonderdeel “Monetair Beleid” op grond van een creditbewijs, behaald aan de Universiteit Antwerpen, voor het opleidingsonderdeel “Monetaire Economie en Beleid”. Die vrijstelling wordt hem geweigerd door de GIT-commissie van de faculteit op 29 februari
- Met de thans bestreden beslissing verwerpt de beroepscommissie het beroep van verzoeker en bevestigt zij de eerder genomen weigeringsbeslissing. Onderaan haar beslissing wijst de commissie verzoeker op de mogelijkheid om tegen deze eindbeslissing beroep in te stellen bij de raad voor betwistingen inzake studievoortgangsbeslissingen.
- Verwerende partij werpt de onbevoegdheid van de Raad van State op om kennis te nemen van de voorliggende zaak, welke behoort tot de rechtsmacht van de raad voor betwistingen inzake studievoortgangsbeslissingen, waartegen dan voorziening in cassatie mogelijk is bij de Raad van State.
- De bestreden beslissing betreft “de toekenning van een vrijstelling, zijnde de opheffing van de verplichting om over een opleidingsonderdeel, of een deel ervan, examen af te leggen”, wat luidens artikel II.1, 15/ bis, d), van het decreet van 19 maart 2004 betreffende de rechtspositieregeling van de student (&c...) een “studievoortgangsbeslissing” is. Dat lijkt niet anders, nu de beslissing niet de toekenning maar wel de weigering van de vrijstelling behelst. XII-5373-2/5 Luidens artikel II.4 van hetzelfde decreet treedt het bestuur, of enig orgaan dat werkt onder de verantwoordelijkheid van het bestuur, bij het nemen van een studievoortgangsbeslissing op als openbare dienst, die in een reglementaire verhouding staat tot de student. Blijkens artikel II.15 wordt een raad voor betwistingen inzake studievoortgangsbeslissingen opgericht, die “als administratief rechtscollege uitspraak [doet] over de beroepen die door studenten worden ingesteld tegen examen(tucht)beslissingen, na uitputting van de [...] interne beroeps- procedure”. Artikel II.21 stelt nog : “De Raad beoordeelt of studievoortgangsbeslissingen in overeenstemming zijn met : 1/ de decretale en reglementaire bepalingen en de onderwijs- en examenregeling; 2/ de algemene administratieve beginselen. De Raad stelt zijn appreciatie betreffende de waarde van een kandidaat niet in de plaats van die van het bestuur of enig orgaan dat werkt onder de verantwoordelijkheid van het bestuur”. Verzoeker lijkt zich te verkijken op artikel II.15, tweede lid, van het decreet van 19 maart 2004, dat naar de bevoegdheid van de raad voor betwistingen inzake studievoortgangsbeslissingen nog verwijst met de term “examen(tucht)beslissingen”. Deze raad, oorspronkelijk een “raad voor examenbetwistingen”, heeft een nieuwe naam én bijbehorend ruimere taak gekregen bij het decreet van 30 april 2004 betreffende de flexibilisering van het hoger onderwijs in Vlaanderen en houdende dringende hogeronderwijsmaatregelen. Bij laatstgenoemd decreet heeft de decreetgever de voormelde notie “studievoortgangsbeslissingen” in het leven geroepen en in het decreet van 19 maart 2004 de oude term “examen(tucht)beslissing” -op twee keer na- telkens aangepast. Vooralsnog wordt uit lectuur van het gehele decreet van 19 maart 2004, zoals gewijzigd bij decreet van 30 april 2004 aangenomen, vooral gelet op het geciteerde artikel II.21, dat in artikel II.15 louter uit onachtzaamheid deze wijziging is nagelaten. In de huidige stand van de procedure wordt dan ook aangenomen dat de raad voor betwistingen inzake studievoortgangsbeslissingen als administratief rechtscollege kennis neemt van de beroepen die een student instelt tegen een studievoortgangsbeslissing en dat het beroep tegen de thans bestreden beslissing alzo behoort tot de rechtsmacht van deze raad, onverminderd de mogelijkheid van cassatieberoep bij de Raad van State. XII-5373-3/5 Verzoeker overtuigt de Raad van State niet om het anders te zien door te argumenteren dat de Raad van State hem een grotere rechtsbescherming kan bieden of dat de bevoegdheid van de raad voor betwistingen inzake studievoortgangsbeslissingen ongrondwettig zou zijn. Mocht dat al het geval zijn, dan formuleert verzoeker kritiek op de keuze van de decreetgever, die nu eenmaal een lager administratief rechtscollege in het leven heeft geroepen. Door uitdrukkelijk de rechtsmacht over studievoortgangsbeslissingen aan een andere rechter toe te vertrouwen, is de algemene vernietigingsbevoegdheid van de Raad van State uitgesloten. Verzoeker vergist zich ten slotte door zijn beroep beweerdelijk “niet als student aan te tekenen maar als Adj Fiscaal Deskundige”. Het is maar voor zover verzoeker (ook) student aan de Universiteit Gent is, dat hij er een vrijstelling kan krijgen. Indien verzoeker niet ook de hoedanigheid heeft van student, lijkt immers de Universiteit Gent al helemaal geen verplichting jegens hem te hebben om welkdanige studievoortgangsbeslissing ook te treffen. Overigens heeft verzoeker reeds meermaals als student van de Universiteit Gent de raad voor betwistingen inzake studievoortgangsbeslissingen geadieerd om beslissingen tot weigering van een vrijstelling voor een ander opleidingsonderdeel te bestrijden, wat finaal heeft geleid tot het besluit 2007/087 van 21 december 2007 van deze raad. Uit wat voorafgaat volgt dat de exceptie van onbevoegdheid een hoge graad van ernst betoont, die de Raad van State ertoe brengt zich in de huidige stand van de procedure niet bevoegd te achten voor de nietigverklaring, en bijgevolg evenmin voor de schorsing van de tenuitvoerlegging van de bestreden handeling, of voor het verzoek tot het opleggen van de gevorderde dwangsom.
- Met toepassing van artikel 2 van het koninklijk besluit van 7 juli 1997 betreffende de publicatie van de arresten van de Raad van State vraagt verzoekende partij dat bij de publicatie van het arrest haar identiteit niet wordt opgenomen. Dit verzoek tot depersonalisatie wordt ingewilligd. OM DIE REDENEN BESLIST DE RAAD VAN STATE : Artikel
- XII-5373-4/5 De vordering tot schorsing bij uiterst dringende noodzakelijkheid onder verbeurte van een dwangsom wordt verworpen. Artikel
- De uitspraak over de bijdrage in de betaling van de kosten van de vordering tot schorsing wordt uitgesteld. Artikel
- Bij de publicatie van dit arrest zal de identiteit van de verzoekende partij niet worden opgenomen. Aldus te Brussel uitgesproken in openbare terechtzitting, op zeventien april 2008, door : de HH. G. VAN HAEGENDOREN, wnd. kamervoorzitter, staatsraad, F. BONTINCK, griffier. De griffier, De voorzitter, F. BONTINCK. G. VAN HAEGENDOREN. XII-5373-5/5 PDF document ECLI:BE:RVSCE:2008:ARR.182.124 Gerelateerde publicatie(s) gevolgd door: ECLI:BE:RVSCE:2008:ARR.185.655 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div
🔗 Vers la source officielle
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.