← België

Arrest 182197 - Penitentiair recht - 21/04/2008

id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Raad van State Vonnis/arrest van 21 april 2008 ECLI nr: ECLI:BE:RVSCE:2008:ARR.182.197 Rolnummer: A. 187894/IX-5899 Zaak: Arrest 182197 - Penitentiair recht - 21/04/2008 Rechtsgebied: Bestuursrecht Invoerdatum: 2008-04-28 Raadplegingen: 55 - laatst gezien 2026-06-29 07:56 Fiche Arrest nr 182.197 van 21 april 2008 Justitie - Penitentiair recht Beslissing : Verwerping Thesaurus CAS: RAAD VAN STATE UTU-thesaurus: PUBLIEK EN ADMINISTRATIEF RECHT - RAAD VAN STATE - Arresten (Raad van State) Tekst van de beslissing RAAD VAN STATE, AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK. nr. 182.197 van 21 april 2008 in de zaak A. 187.894/IX-

  1. In zake : Oleg NOSOV, die woonplaats kiest bij advocaat E. DE CEUNINCK, kantoor houdende te BRUGGE, Walakker 28 tegen : de Belgische Staat, vertegenwoordigd door de minister van Justitie. --------------------------------------------------------------------------------------------------- DE VOORZITTER VAN DE IXe KAMER, Gezien het verzoekschrift dat Oleg NOSOV op 17 april 2008 heeft ingediend om bij uiterst dringende noodzakelijkheid de schorsing van de tenuitvoerlegging te vorderen van “de beslissing van de directeur van de Strafinrichting te Brugge - mannenafdeling 2 van 10 april 2008 waarbij verzoeker de volgende tuchtsanctie werd opgelegd : - 14 dagen strikt vanaf 11.04.2008 tot en met 24.04.2008; - 1 maand individuele wandeling vanaf 25.04.2008 tot en met 24.05.2008”; Gelet op de beschikking van 21 april 2008 waarbij aan de verzoekende partij het voordeel van de kosteloze rechtspleging wordt verleend; Gezien de nota van de verwerende partij; Gelet op de beschikking van 18 april 2008 waarbij de terechtzitting bepaald wordt op 21 april 2008, om 11.00 uur; Gehoord het verslag van kamervoorzitter P. LEMMENS; Gehoord de opmerkingen van advocaat E. DE CEUNINCK, die verschijnt voor de verzoeker en van attaché K. VAN DRIESSCHE, die verschijnt voor de verwerende partij; IX-5899-1/4 Gehoord het eensluidend advies van eerste auditeur E. HAESBROUCK; Gelet op de artikelen 17 en 18 en titel VI, hoofdstuk II, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari 1973, OVERWEEGT WAT VOLGT : Feiten
  2. De verzoeker verblijft in de strafinrichting te Brugge, in een cel met vijf andere gedetineerden. Op 6 april 2008 wordt in de cel een steekwapen (mes) gevonden. De verzoeker verklaart dat hij niets met het mes te maken heeft. Dezelfde dag wordt tegen hem een rapport aan de directeur opgesteld. Een van de celgenoten, G.K., verklaart dat het mes van hem is. Op 8 april 2008 beslist de directeur om tegen de verzoeker een tuchtprocedure te starten. Op 10 april 2008 vindt een hoorzitting plaats. De verzoeker herhaalt dat hij niet afwist van het mes. Bij beslissing van 10 april 2008 legt de directeur een tuchtstraf op. Hij overweegt dat een wapen werd gevonden op de cel waar de verzoeker zich bevond, en dat de verzoeker hierdoor een gevaar vormt voor de fysieke integriteit van derden. Volgens de directeur kan een dergelijk gedrag niet worden getolereerd en vormt het een inbreuk op de interne orde en de veiligheid. De opgelegde tuchtstraf bestaat in “14 dagen strikt” van 11 april tot 24 april 2008 en “1 maand individuele wandeling” van 25 april tot 24 mei
  3. Deze beslissing vormt het voorwerp van de voorliggende vordering.
  4. Nadat de vordering bij de Raad van State is ingesteld, heroverweegt de directeur de opgelegde maatregel. Hij hoort de verzoeker op 17 april 2008 en beslist dezelfde dag om hem een bijzondere veiligheidsmaatregel op te leggen, bestaande uit de “uitsluiting van deelname aan bepaalde gemeenschappelijke of individuele activiteiten, gesloten wandeling en geen IX-5899-2/4 gemeenschappelijke activiteit”, van 17 april tot 24 april
  5. Die beslissing is gemotiveerd als volgt: “Gelet op de volgende elementen die kenmerkend zijn aan de gedetineerde, die hem werden uiteengezet op het ogenblik dat hij door de directeur werd gehoord: In de cel van de betrokkene werd een steekwapen aangetroffen. Deze cel wordt bezet door zes gedetineerden. Er kan niet bewezen worden dat het wapen aan betrokkene toebehoort. Dientengevolge dringt zich een herkwalificering op van de tuchtmaatregel d.d. 10.4.
  6. (...) Gelet op het feit dat deze elementen ernstige aanwijzingen vormen van een gevaar voor de veiligheid. Het aantreffen van een wapen op een cel houdt een potentieel gevaar in voor de veiligheid van het personeel en medegedetineerden. Dit wapen kon door elke bewoner van die cel gebruikt worden. Daarom dringt zich preventief een veiligheidsmaatregel op ten aanzien van de betrokkene. Overwegende dat er een verkeerde inschatting werd gemaakt met betrekking tot de te volgen procedure, wordt de getroffen tuchtmaatregel die 14 dagen strikt regime en 1 maand gesloten wandeling inhield, geherkwalificeerd en wordt op grond van de hierboven aangehaalde motivering een bijzondere veiligheidsmaatregel getroffen.” Bij afzonderlijke beslissing van 17 april 2008 wordt de bestreden tuchtstraf van 10 april 2008 bovendien ingetrokken en wordt beslist tot schrapping van de tuchtstraf uit de lijst van opgelopen tuchtstraffen. Over het voorwerp van de vordering
  7. De vordering is gericht tegen de beslissing van 10 april 2008 waarbij aan de verzoeker een tuchtstraf is opgelegd. Die beslissing is evenwel ingetrokken, zodat het voorwerp van de vordering verdwenen is. Aan de Raad van State is niet gevraagd om zich uit te spreken over de bijzondere veiligheidsmaatregel opgelegd op 17 april
  8. De Raad hoeft dan ook niet in te gaan op vragen die verband houden met zijn bevoegdheid ten aanzien van een dergelijke maatregel. IX-5899-3/4 OM DIE REDENEN BESLIST DE VOORZITTER : Artikel
  9. De vordering tot schorsing bij uiterst dringende noodzakelijkheid wordt verworpen. Artikel
  10. De uitspraak over de bijdrage in de betaling van de kosten van de vordering tot schorsing bij uiterst dringende noodzakelijkheid wordt uitgesteld. Aldus te Brussel uitgesproken in openbare terechtzitting, op 21 april 2008, door : de H. P. LEMMENS, kamervoorzitter, Mevr. V. WAUTERS, griffier. De griffier, De voorzitter, V. WAUTERS. P. LEMMENS. IX-5899-4/4 PDF document ECLI:BE:RVSCE:2008:ARR.182.197 Gerelateerde publicatie(s) gevolgd door: ECLI:BE:RVSCE:2008:ARR.185.583 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div

🔗 Vers la source officielle

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.