id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Raad van State Vonnis/arrest van 22 april 2008 ECLI nr: ECLI:BE:RVSCE:2008:ARR.182.228 Rolnummer: A. 96914/X-9845 Zaak: Arrest 182228 - Stedenbouw en ruimtelijke ordening - Reglementen - 22/04/2008 Rechtsgebied: Bestuursrecht Invoerdatum: 2008-04-25 Raadplegingen: 68 - laatst gezien 2026-06-29 07:56 Fiche Arrest nr 182.228 van 22 april 2008 Ruimtelijke ordening, stedenbouw, leefmilieu en aanverwante aangelegenheden - Stedenbouw en ruimtelijke ordening - Reglementen Beslissing : Vernietiging Verwerping bekendmaking Thesaurus CAS: RAAD VAN STATE UTU-thesaurus: PUBLIEK EN ADMINISTRATIEF RECHT - RAAD VAN STATE - Arresten (Raad van State) Tekst van de beslissing RAAD VAN STATE, AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK. nr. 182.228 van 22 april 2008 in de zaak A. 96.914/X-9845. In zake : 1. Luc DE MAEYER, 2. Jos GLORIE, 3. Alfons MARIEN, 4. Emiel DE VOS, die woonplaats kiezen bij advocaat M. DENYS, kantoor houdende te 1560 HOEILAART, De Quirinilaan 2 tegen : het Vlaamse Gewest, vertegenwoordigd door de Vlaamse regering, dat woonplaats kiest bij advocaat H. SEBREGHTS, kantoor houdende te 2018 ANTWERPEN, Mechelsesteenweg 27. tussenkomende partij : 1. de gemeente RUMST, die woonplaats kiest bij advocaat L. SWARTENBROUX, kantoor houdende te 1000 BRUSSEL, Brederodestraat 13, 2. de gemeente DUFFEL, die woonplaats kiest bij advocaat A. COOLSAET, kantoor houdende te 2018 ANTWERPEN, Arthur Goemaerelei 69, 3. de Intercommunale tussengemeentelijke maatschappij der Vlaanderen voor Watervoorziening (TMVW), die woonplaats kiest bij advocaat P. DEVERS, kantoor houdende te 9000 GENT, Kouter 71-72, 4. de Intercommunale Vennootschap Antwerpse Waterwerken, die woonplaats kiest bij advocaat D. WUYTS, kantoor houdende te 2000 ANTWERPEN, Everdijstraat 43. D E R A A D V A N S T A T E, Xe K A M E R, X-9845-1/29 Gezien het verzoekschrift dat Luc DE MAEYER, Jos GLORIE, Alfons MARIEN en Emiel DE VOS op 27 oktober 2000 hebben ingediend om de nietigverklaring te vorderen van: 1. het besluit van de Vlaamse regering van 26 mei 2000 houdende definitieve vaststelling van het plan tot gedeeltelijke wijziging van het gewestplan Antwerpen op het grondgebied van de gemeenten Boechout, Kontich, Ranst en Rumst, 2. het besluit van de Vlaamse regering van 26 mei 2000 houdende definitieve vaststelling van het plan tot gedeeltelijke wijziging van het gewestplan Mechelen op het grondgebied van de gemeenten Duffel, Lier, Mechelen en Willebroek; Gezien het verzoekschrift tot tussenkomst, op 28 februari 2001 ingediend door de gemeente RUMST; Gelet op de beschikking van 14 maart 2001 die de tussenkomst van de gemeente RUMST toelaat; Gezien het verzoekschrift tot tussenkomst, op 6 april 2001 ingediend door de gemeente DUFFEL; Gelet op de beschikking van 2 mei 2001 die de tussenkomst van de gemeente DUFFEL toelaat: Gezien het verzoekschrift tot tussenkomst, op 11 september 2001 ingediend door de Intercommunale tussengemeentelijke maatschappij der Vlaanderen voor Watervoorziening (IMVW); Gelet op de beschikking van 18 september 2001 die de tussenkomst van de Intercommunale tussengemeentelijke maatschappij der Vlaanderen voor Watervoorziening toelaat; Gezien het verzoekschrift tot tussenkomst, op 14 februari 2003 ingediend door de Intercommunale Vennootschap Antwerpse Waterwerken; Gelet op de beschikking van 4 juni 2003 die de tussenkomst van de Intercommunale Vennootschap Antwerpse Waterwerken toelaat; Gezien de memories van antwoord en van wederantwoord; X-9845-2/29 Gezien het verslag opgemaakt door auditeur A. VAN MINGEROET; Gelet op de beschikking van 27 oktober 2004 die de neerlegging ter griffie van het verslag en van het dossier gelast; Gelet op de kennisgeving van het verslag aan partijen en gezien de laatste memories; Gelet op de beschikking van 28 september 2006 waarbij de terechtzitting bepaald wordt op 22 december 2006; Gehoord het verslag van staatsraad J. BOVIN; Gehoord de opmerkingen van advocaat K. HULPIAU, die loco advocaat M. DENYS verschijnt voor de verzoekende partijen, van advocaat H. SEBREGHTS, die verschijnt voor de verwerende partij, van advocaat L. SWARTENBROUX, die verschijnt voor de eerste tussenkomende partij, van advocaat A. COOLSAET, die verschijnt voor de tweede tussenkomende partij, van advocaat K. VANBINST, die loco advocaat P. DEVERS verschijnt voor de derde tussenkomende partij, en van advocaat D. WUYTS, die verschijnt voor de vierde tussenkomende partij; Gehoord het eensluidend advies van auditeur A. VAN MINGEROET; Gelet op titel VI, hoofdstuk II, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari 1973; Feiten 1. Overwegende dat de feitelijke gegevens van de zaak kunnen worden samengevat als volgt: 1.1. Tussen de drinkwaterproducent Intercommunale Antwerpse Waterwerken (AWW) en het watertransport- en distributiebedrijf Tussen- gemeentelijke Maatschappij der Vlaanderen voor Watervoorziening (TMVW) wordt X-9845-3/29 een zgn. alliantie gesloten, Aqualink genaamd, met het oog op de verzekering van de drinkwaterlevering voor de komende decennia in Vlaanderen, de positionering van de TMVW als drinkwaterproducent, de vergroting van het afzetgebied van AWW en de bevordering van de Vlaamse waterautonomie. Ter uitvoering hiervan wordt voorzien in het zgn. project Oelegem-Brugge, dit is de aanleg van hoofdtransportleidingen voor drinkwater tussen Oelegem en Brugge, en van bijkomende infrastructuur, namelijk een pompstation en reservoir te Gent. Het voorgestelde tracé doorkruist het gebied van verscheidene gewestplannen, namelijk die van Antwerpen, Mechelen, Halle-Vilvoorde-Asse, Dendermonde, Aalst-Ninove-Geraardsbergen-Zottegem, en Gentse- en Kanaalzone. Met het oog op de aanleg van de bedoelde leidingen werden een aantal gewestplannen gewijzigd. Het voorliggende beroep heeft betrekking op de wijziging van het gewestplan Antwerpen, vastgesteld bij koninklijk besluit van 3 oktober 1979, en van het gewestplan Mechelen, vastgesteld bij koninklijk besluit van 5 augustus 1976. Wat betreft het gewestplan Antwerpen 1.2. Bij besluit van 8 juni 1999 stelt de Vlaamse regering een ontwerpplan tot gedeeltelijke wijziging van het gewestplan Antwerpen vast. Die wijziging heeft betrekking op het grondgebied van de gemeenten Boechout, Kontich, Ranst en Rumst (delen van de kaartbladen 15/8, 16/1 en 23/4). Dit besluit overweegt wat volgt: “Overwegende dat de aanleg van een hoofdwaterleiding tussen Oelegem en Gent noodzakelijk is voor het verzekeren van de drinkwaterbevoorrading van Oost- en West-Vlaanderen en omwille van de toegenomen vraag naar drinkwater in beide provincies; dat de aan te leggen leiding het waterproductiecentrum in Oelegem met het waterproductiecentrum in Walem en het bestaande leidingnet van TMVW in Gent verbindt; dat de capaciteit van het waterproductiecentrum in Oelegem, voor de winning van drinkwater uit het Albertkanaal wordt verdubbeld; dat door deze productiewijze de grondwaterreserves niet bijkomend worden aangesproken; Overwegende dat de aan te leggen hoofdwaterleiding tot de vaste en verplichte inhoud van het gewestplan behoort; Overwegende dat voor de voorziene verbinding voor de te realiseren hoofdwaterleiding op het gewestplan Antwerpen geen infrastructuur van Vlaams niveau voorhanden is waarmee over de gehele lengte van het tracé kan gebundeld worden; dat het tracé, voor zover technisch en ruimtelijk mogelijk is, derhalve voorzien wordt in parallellisme met verschillende bestaande lijninfrastructuren van Vlaams belang, met name met de 380kV- hoogspanningslijn Lint-Lier-Massenhoven en met de ethyleenleiding van Solvay van Antwerpen naar Jemeppe-sur-Sambre; dat voor het tracégedeelte X-9845-4/29 tussen de Antwerpsesteenweg in Ranst en de Grotehoeveweg in Vremde (Boechout) gebruik gemaakt (wordt) van de reservatiestrook voor aan te leggen leidingstraat ten oosten van Antwerpen; dat het tracé op Vlaams niveau een toepassing is van het bundelingsprincipe, overeenkomstig de optie van het Ruimtelijk Structuurplan Vlaanderen terzake; dat voor die gedeelten van het tracé waar bundeling met lijninfrastructuur van Vlaams niveau niet kan gerealiseerd worden een nieuw tracé is bepaald waarvan de negatieve ruimtelijke impact zo beperkt mogelijk is; dat deze lokale onvolkomen bundeling de geldigheid van het bundelingsprincipe voor het globale tracé van Oelegem naar Gent niet in het gedrang brengt; Overwegende dat het aangewezen is het tracé aan te duiden als een aan te leggen leidingstraat omdat door de aanleg van een bijkomende waterleiding in parallel met de bestaande waterleiding in feite een leidingstraat tot stand gebracht zal worden (...) om behalve de aanleg van voornoemde bijkomende hoofdwaterleiding ook de aanleg van andere leidingen op de noord-zuid relatie ten oosten van Antwerpen mogelijk te maken; Overwegende dat de geldende grafische voorschriften van het gewestplan in hun huidige vorm aldus de uitvoering van de werken, noodzakelijk voor de aanleg van de hoofdwaterleiding van Oelegem naar Gent verhinderen; Overwegende dat de werken voor de aanleg van de hoofdwaterleiding van Oelegem naar Gent dringend noodzakelijk zijn als werk van algemeen belang”. Tijdens het openbaar onderzoek, dat wordt gehouden van 1 oktober 1999 tot 29 november 1999, worden 52 bezwaarschriften ingediend, onder meer door de derde en de vierde verzoekende partij. De gemeenteraad van Rumst verleent op 28 december 1999 volgend advies over de voorgestelde wijziging van het gewestplan Antwerpen met het oog op de toevoerleiding van de TMVW: “Overwegende dat de drinkwatertoevoerleiding Oelegem-Brugge van algemeen belang is voor Vlaanderen en dat lot 1, vak Oelegem-Walem, op het grondgebied van Rumst gesitueerd is, zodat positief advies gegeven wordt voor het project als dusdanig; Overwegende dat het voorgestelde tracé op het grondgebied van de gemeente Rumst uiteenvalt in twee delen waarvoor een verschillend advies wordt gegeven: ! het noordelijk deel van het tracé (langs de oude spoorwegberm): (...) ! het zuidelijk deel van het tracé (tussen de gemeentegrens met Duffel aan de Rumst-Duffelse Scheibeek en de Mechelsesteenweg): - dit gedeelte van het tracé kan niet worden aanvaard; een alternatief tracé dient voorzien te worden, namelijk op de gronden van AWW, die volgens het gewestplan in gebieden voor gemeenschapsvoorzieningen en openbare nutsvoorzieningen gelegen zijn; - het voorgestelde tracé, over privé-gronden en door de Eekhovenweg, is onaanvaardbaar omwille van de hinder en de veiligheidsrisico’s voor huizen, bedrijven, een hoogspanningscabine ..., zowel tijdens als na de werken; (...) BESLIST : Artikel 1: (...) Artikel 2: X-9845-5/29 Het bovenvermelde besluit van de Vlaamse regering van 08 juni 1999 houdende voorlopige vaststelling van het ontwerpplan tot gedeeltelijke wijziging van het gewestplan Antwerpen op het grondgebied van de gemeente Rumst (Toevoerleiding TMVW), te adviseren als volgt : - voorwaardelijk gunstig advies voor het noordelijk gedeelte van het tracé mits ook ten noorden van de Lage Vosbergstraat het tracé naast (niet
- in)de oude spoorwegberm wordt gelegd - negatief advies voor het zuidelijk gedeelte van het tracé (van Rumst-Duffelse Scheibeek tot de Nete) om de redenen hoger vermeld - negatief advies (...) voor de percelen ten noorden van de Lage Vosbergstraat voor de bestemming “openbaar nut” en positief advies om deze om te vormen tot bestemming “natuurgebied”. De bestendige deputatie van de provincieraad van Antwerpen brengt op 20 januari 2000 een gunstig advies uit over het besluit van 8 juni 1999 houdende voorlopige vaststelling van het ontwerpplan tot gedeeltelijk wijziging van het gewestplan Antwerpen op het grondgebied van de gemeenten Boechout, Kontich, Ranst en Rumst. Dit advies bevat onder meer volgende motivering : “Overwegende dat de geografische spreiding van de maatschappijen die de distributie van drinkwater verzekeren, over het grondgebied van het Vlaamse gewest niet de meest rationele exploitatie garandeert; dat samenwerking tussen de maatschappijen vereist is om het meest optimale verloop van de hoofdwaterleidingen te kunnen bepalen; dat het Vlaamse gewest het meest geschikte niveau is om de coördinatie te verwezenlijken”. Op 24 maart 2000 brengt de Regionale Commissie van Advies van de provincie Antwerpen volgend advies uit : “Gelet op het besluit van de gouverneur van de provincie van 14 februari 2000 dat het openbaar onderzoek over het ontwerpplan afsluit, en de 52 bijgevoegde bezwaren en opmerkingen; Overwegende dat de bezwaren en opmerkingen stellen dat de bestemming van een golfclub van parkgebied en landschappelijk waardevol agrarisch gebied naar golfterrein te wijzigen is; dat het ontwerpplan enkel het economisch belang van de T.M.V.W. dient; dat ernstige vervuiling van het water in het Albertkanaal de distributie van drinkwater in gevaar kan brengen; dat het uitvoeren van de werken in de nabijheid van woningen ernstige hinder teweeg brengt; dat alternatieve tracés voor de hoofdwaterleiding zoals het bundelen met het Albertkanaal en de N19, met het Albertkanaal, het Netekanaal en de Nete alsmede de terreinen van de Antwerpse Waterwerken, met de verlaten spoorweg tussen Antwerpen-Zuid en Mechelen of met de bestaande ondergrondse aardgasleiding mogelijk zijn; dat de hoofdwaterleiding de terreinen die heden met bovengrondse en ondergrondse leiding belast zijn, verder hypothekeert; dat het voorziene tracé in de openbare wegen met hun ondergrondse leidingen van openbaar nut en in de nabijheid van woningen moeilijk uit te voeren is; dat het voorziene tracé vooral private eigendommen belast; dat de woningen wegens de technische problemen bij het uitvoeren van X-9845-6/29 de werken geruime tijd niet te bereiken zijn; dat de hoofdwaterleiding het milieu en het landelijk karakter van de omgeving in het gedrang brengt; dat de hoofdwaterleiding het recht van eigendom van de terreinen op permanente wijze beperkt en onder meer het plaatsen van afsluitingen verhindert; dat de T.M.V.W. de eigenaars van de betrokken terreinen te laat over de aanleg van de hoofdwaterleiding ingelicht heeft; dat het drinkwater op alternatieve locaties dan Oelegem zoals Walem gewonnen kan worden zodat de aanleg van de hoofdwaterleiding overbodig is; dat de aanleg van de hoofdwaterleiding in strijd is met de kwalificatie van groene gordel die het ruimtelijk structuurplan van de provincie Antwerpen aan het gebied van de Nete geeft; dat het voorziene tracé op arbitraire wijze terreinen belast en aangrenzende terreinen spaart; dat het voorziene tracé veeleer natuurgebied dan agrarisch gebied spaart; dat de hoofdwaterleiding de waarde van de terreinen reduceert en zelfs onteigening tot gevolg heeft; Gelet op het gunstig advies van de bestendige deputatie van de provincieraad van 20 januari 2000; Gelet op het gunstig advies van de gemeenteraad van Boom van 18 december 1999; Gelet op het gunstig advies van de gemeenteraad van Ranst van 18 december 1999; Gelet op het gunstig advies van de gemeenteraad van Aartselaar van 22 december 1999; Gelet op het gunstig advies van de gemeenteraad van Brasschaat van 23 december 1999; Gelet op het gunstig advies van de gemeenteraad van Schilde van 20 januari 2000; Gelet op het gunstig advies van de gemeenteraad van Hove van 31 januari 2000; Gelet op het advies van de gemeenteraad van Rumst van 31 januari 2000, dat stelt dat de bestemming van de terreinen aan het voorziene tracé ten noorden van de Lage Vosbergstraat van gebied voor gemeenschapsvoorzieningen en openbare nutsvoorzieningen naar natuurgebied te wijzigen is; dat de hoofdwaterleiding niet in maar naast de verlaten spoorweg aan te leggen is; dat het tracé tussen de gemeentegrens met Duffel en de Mechelsesteenweg via de terreinen van de Antwerpse Waterwerken moet verlopen; dat het voorziene tracé in de nabijheid van gebouwen moeilijk uit te voeren is; Gelet op de impliciet gunstige adviezen van de overige gemeenteraden van het gewest; Overwegende dat de wijziging van de bestemming van een golfclub van parkgebied en landschappelijk waardevol agrarisch gebied naar golfterrein buiten het bestek van het ontwerpplan valt; dat de distributie van drinkwater tot het domein van de openbare diensten behoort; dat de kwaliteit van het water uit het Albertkanaal het verbruik als drinkwater garandeert; dat de hinder die het uitvoeren van de werken in de nabijheid van woningen teweeg brengt, te beperken is; dat het ontwerpplan de hoofdwaterleiding in de voorziene leidingstraat incorporeert, zodat bestaande of aan te leggen leidingen samen met de hoofdwaterleiding zullen verlopen; dat het ontwerpplan de aanleg van de hoofdwaterleiding in de openbare wegen en in de nabijheid van woningen op maximale wijze beperkt; dat het tracé de private eigendommen niet in absolute zin kan ontzien; dat de hinder voor de woningen ten gevolge van het uitvoeren van de werken niet langer dan vereist te bestendigen is; dat het effect van de hoofdwaterleiding op het milieu en het landelijk karakter van de omgeving enkel tijdens het uitvoeren van de werken vast te stellen is en vervolgens zeer beperkt is; dat de distributie van drinkwater tot de erfdienstbaarheden van openbaar nut behoort en bijgevolg het recht van eigendom kan beperken; dat de T.M.V.W. geenszins verplicht is om de eigenaars van de betrokken terreinen X-9845-7/29 over de aanleg van de waterleiding te informeren, zodat de aankondiging van het ontwerpplan volstaat; dat technische redenen zoals het ter beschikking staan van de vereiste ruimte het winnen van drinkwater op alternatieve locaties dan Oelegem in de weg staan; dat de kwalificatie van groene gordel de aanleg van de hoofdwaterleiding niet uitsluit, omdat enkel het uitvoeren van de werken de groene gordel verstoort; dat ruimtelijke redenen het verloop van het tracé op de terreinen determineren; dat het effect van de hoofdwaterleiding meer beperkt in agrarisch gebied dan in natuurgebied (is); dat de reductie van de waarde van de terreinen en de eventuele onteigening geen ruimtelijke gegevens maar de consequenties van ruimtelijke gegevens vormt; dat de wijziging van de bestemming van de terreinen aan het voorziene tracé ten noorden van de Lage Vosbergstraat van gebied voor gemeenschapsvoorzieningen en openbare nutsvoorzieningen naar natuurgebied buiten het bestek van het ontwerpplan valt; Overwegende dat het ruimtelijk structuurplan Vlaanderen het bundelen van infrastructuren voorop stelt; dat het noordelijk gedeelte van het tracé van de hoofdwaterleiding niet vaststaat; dat het bundelen van de hoofdwaterleiding met het Albertkanaal en de N19 wegens de voorziene verbreding van het Albertkanaal tussen Antwerpen en Oelegem, de doorgang van de Antwerpse agglomeratie en de kruising van de Schelde grote technische problemen (stelt), die de uitvoering verhinderen; dat de ruimtelijke effecten van de aanleg van de leidingstraat het meest te beperken zijn in de hypothese dat het tracé met het Albertkanaal, het Netekanaal en de Nete alsmede de terreinen van de Antwerpse Waterwerken bundelt; dat de bezwaren en opmerkingen en het advies van de gemeenteraad van Rumst in dit opzicht bij te treden zijn; Gelet op het decreet betreffende de ruimtelijke ordening, gecoördineerd op 22 oktober 1996, in het bijzonder artikel 11, § 4, Besluit : Ongunstig advies wordt uitgebracht over het besluit van de Vlaamse regering van 8 juni 1999 houdende de voorlopige vaststelling van het ontwerpplan tot gedeeltelijke wijziging van het gewestplan Antwerpen op het grondgebied van de gemeenten Boechout, Kontich, Ranst en Rumst. Voorgesteld wordt om het tracé van de leidingstraat met het Albertkanaal, het Netekanaal en de Nete alsmede de terreinen van de Antwerpse Waterwerken te bundelen”. Bij het eerste bestreden besluit van de Vlaamse regering van 26 mei 2000 wordt het plan tot gedeeltelijke wijziging van het gewestplan Antwerpen op het grondgebied van de gemeenten Boechout, Kontich, Ranst en Rumst (delen van de kaartbladen 15/8, 16/1 en 23/4) definitief vastgesteld. Dit besluit overweegt onder meer wat volgt: “Overwegende dat het door de regionale commissie van advies voorgestelde alternatieve tracé in bundeling met het Albertkanaal en het Netekanaal en op de terreinen van de Antwerpse Waterwerken om technische en ruimtelijke redenen niet haalbaar is; dat de aanleg van een hoofdtransportleiding voor drinkwater op dit tracé technisch onuitvoerbaar is omdat geen gebruik gemaakt kan gemaakt worden van de zogenaamde smeerpijp, omdat het aanleggen van dergelijke grootschalige transportleiding in de bermen van het Albertkanaal en het Netekanaal om veiligheidsredenen niet kan worden toegestaan door de beheerder van deze waterwegen en omwille van belangrijke bebouwing en X-9845-8/29 infrastructuur, onder meer ter hoogte van Duffel, Lier en Massenhoven; dat op dit punt niet wordt ingegaan op het voorstel van de regionale commissie; Overwegende dat door de betrokken maatschappijen alternatieve locaties voor het installeren van een drinkwaterproductiecentrum zijn onderzocht; dat in Walem, aansluitend bij het bestaande drinkwaterproductiecentrum, onvoldoende ruimte is om de noodzakelijke uitbreiding van de waterwinningscapaciteit met een drinkwaterproductiecentrum met de bijbehorende opslagcapaciteit te realiseren; dat de uitbreiding van het waterproductiecentrum in Oelegem reeds in opbouw is; Overwegende dat voor de voorziene verbinding voor de te realiseren hoofdwaterleiding op het gewestplan Antwerpen geen infrastructuur van Vlaams niveau voorhanden is waarmee over de gehele lengte van het tracé kan gebundeld worden; dat het tracé, voor zover technisch en ruimtelijk mogelijk is, derhalve voorzien wordt in parallellisme met verschillende bestaande lijninfrastructuren van Vlaams belang, met name met de 380kV- hoogspanningslijn Lint-Lier-Massenhoven en met de ethyleenleiding van Solvay van Antwerpen naar Jemeppe-sur-Sambre; dat voor het tracégedeelte tussen de Antwerpsesteenweg in Ranst en de Grotehoeveweg in Vremde (Boechout) gebruik gemaakt (wordt) van de reservatiestrook voor aan te leggen leidingstraat ten oosten van Antwerpen; dat het tracé op Vlaams niveau een toepassing is van het bundelingsprincipe, overeenkomstig de optie van het Ruimtelijk Structuurplan Vlaanderen terzake; Overwegende dat voor die gedeelten van het tracé waar bundeling met lijninfrastructuur van Vlaams niveau niet kan gerealiseerd worden een nieuw tracé is bepaald waarvan de negatieve ruimtelijke impact zo beperkt mogelijk is; dat deze lokale onvolkomen bundeling de geldigheid van het bundelingsprincipe voor het globale tracé van Oelegem naar Gent niet in het gedrang brengt”. Wat betreft het gewestplan Mechelen 1.3. Bij besluit van 8 juni 1999 stelt de Vlaamse regering een ontwerpplan tot gedeeltelijke wijziging van het gewestplan Mechelen vast. Die wijziging heeft betrekking op het grondgebied van de gemeenten Duffel, Lier, Mechelen en Willebroek (delen van de kaartbladen 15/8 en 16/5, 23/3 en 23/4), zijnde het zgn. “Heindonktracé”. Dit besluit overweegt wat volgt : “Overwegende dat de aanleg van een hoofdwaterleiding tussen Oelegem en Gent noodzakelijk is voor het verzekeren van de drinkwaterbevoorrading van Oost- en West-Vlaanderen en omwille van de toegenomen vraag naar drinkwater in beide provincies; dat de aan te leggen leiding het waterproductiecentrum in Oelegem met het waterproductiecentrum in Walem en het bestaande leidingnet van TMVW in Gent verbindt; dat de capaciteit van het waterproductiecentrum in Oelegem, voor de winning van drinkwater uit het Albertkanaal wordt verdubbeld; dat door deze productiewijze de grondwaterreserves niet bijkomend worden aangesproken; Overwegende dat de aan te leggen hoofdwaterleiding tot de vaste en verplichte inhoud van het gewestplan behoort; X-9845-9/29 Overwegende dat voor de voorziene verbinding voor de te realiseren hoofdwaterleiding op het gewestplan Mechelen geen infrastructuur van Vlaams niveau voorhanden is waarmee over de gehele lengte van het tracé kan gebundeld worden; dat het tracé, voor zover technisch en ruimtelijk mogelijk is, derhalve voorzien wordt in parallellisme met verschillende bestaande lijninfrastructuren van Vlaams belang, met name met de N16, met de bestaande PIDPA-waterleiding van Walem naar Willebroek en met de 380kV- hoogspanningslijn Lint-Lier-Massenhoven; dat het tracé op Vlaams niveau een toepassing is van het bundelingsprincipe, overeenkomstig de optie van het Ruimtelijk Structuurplan Vlaanderen terzake; dat voor die gedeelten van het tracé waar bundeling met lijninfrastructuur van Vlaams niveau niet kan gerealiseerd worden een nieuw tracé is bepaald waarvan de negatieve ruimtelijke impact zo beperkt mogelijk is; dat op die manier een tracé is bepaald ter hoogte van Heindonk in Willebroek rekening houdend met de percelering en met het bebouwingspatroon zodat de versnippering van het gebied beperkt wordt; dat deze lokale onvolkomen bundeling de geldigheid van het bundelingsprincipe voor het globale tracé van Oelegem naar Gent niet in het gedrang brengt; Overwegende dat het aangewezen is het tracé aan te duiden als een aan te leggen leidingstraat omdat door de aanleg van een bijkomende waterleiding in parallel met de bestaande waterleiding en met andere lijninfrastructuur in feite een leidingstraat tot stand gebracht zal worden (...) om behalve de aanleg van voornoemde bijkomende hoofdwaterleiding ook de aanleg van andere leidingen op de noord-zuid relatie ten oosten van Antwerpen en op de oost-west relatie ten zuiden van Antwerpen en Gent mogelijk te maken; Overwegende dat de geldende grafische voorschriften van het gewestplan in hun huidige vorm aldus de uitvoering van de werken, noodzakelijk voor de aanleg van de hoofdwaterleiding van Oelegem naar Gent verhinderen; Overwegende dat de werken voor de aanleg van de hoofdwaterleiding van Oelegem naar Gent dringend noodzakelijk zijn als werk van algemeen belang”. Er wordt een “MER drinkwatertoevoerleiding Oelegem- Destelbergen” opgesteld, waarbij onder “Hoofdstuk 11. Aandachtspunt Heindonk” wordt geconcludeerd dat vanuit diverse oogpunten het oostelijk tracé (bundeling met de bestaande hoogspanningsleiding) te verkiezen lijkt boven het westelijk tracé (doorsnijding van het donk). In de eindconclusie lijkt dan toch besloten te worden tot het behoud van het in het ontwerpbesluit voorgestelde westelijk tracé. Tijdens het openbaar onderzoek, dat wordt gehouden van 1 oktober 1999 tot 29 november 1999, worden 131 bezwaarschriften ingediend, onder meer door de eerste en de tweede verzoekende partij. De gemeenteraad van Duffel verleent op 25 oktober 1999 volgend advies over de voorgestelde wijziging van het gewestplan Mechelen: “Overwegende dat ongeveer 70 eigenaars zullen onteigend worden; Overwegende dat verschillende eigenaars zich sterk benadeeld voelen en onteigening zeer moeilijk zullen maken; Overwegende dat de voorziene reservatiestrook te vaag is naar de bevolking toe; X-9845-10/29 Overwegende dat de breedte van de voorziene reservatiestrook dient beperkt te worden tot de reële breedte van de te onteigenen strook; Overwegende dat het gemeentebestuur van oordeel is dat de geplande leiding kan aangelegd worden op de eigendommen van de Antwerpse Waterwerken langs de Nete; Overwegende dat de Antwerpse Waterwerken als medecontractant rechtstreeks betrokken is bij deze werken en (onzes) inziens dan ook in de eerste plaats dient te zorgen voor de nodige infrastructuur; Overwegende dat de gemeente, voor het gedeelte gelegen tussen Lintsesteenweg en Notmeir, nog een andere alternatieve ligging heeft voorgesteld aan de TMVW waartegen deze geen enkel technisch bezwaar heeft; Overwegende dat deze alternatieve ligging als volgt kan beschreven worden : - tussen Lintsesteenweg en Wouwendonkstraat kan de ontworpen waterleiding het tracé van de ontworpen omleidingsweg volgen, zoals voorzien bij de gedeeltelijke wijziging van het gewestplan Mechelen, kaartblad 1518 - 2314, definitief vastgesteld bij besluit van de Vlaamse Regering van 06.05.1997; - tussen de Wouwendonkstraat en de grens met Waarloos (Kontich) kan het tracé de Waarloossteenweg volgen; - vanaf Waarloos tot aan de Notmeir kan de oude spoorwegberm gevolgd worden; Overwegende dat dit alternatieve gedeelte volledig gelegen is op openbaar domein waar zich geen onteigeningsproblemen zullen voordoen; Overwegende dat de Waarloossteenweg zich in slechte toestand bevindt; Overwegende dat volgens dit alternatief het gemeentebestuur de aanleg van deze waterleiding kan combineren met rioleringswerken in de Waarloossteenweg; Overwegende dat de Antwerpse Waterwerken bestaande leidingen heeft langs de oude spoorwegberm; Overwegende dat er in het kader van het Ruimtelijk Structuurplan Vlaanderen naar een bundeling van nutsvoorzieningen dient gestreefd te worden; Overwegende dat er geen infrastructuur van Vlaams niveau voorhanden is waarmee het tracé kan gebundeld worden; Overwegende dat wij daarom menen dat er moet getracht worden om zoveel mogelijk de bestaande infrastructuur van een lager niveau te volgen; Overwegende dat de oude spoorwegberm volgens het bestaande gewestplan voor het grootste gedeelte als landbouwgrond staat ingekleurd; Overwegende dat het hier in feite gaat over de oude spoorwegberm Mechelen- Antwerpen- Zuid die wegens de aanleg van de E19 werd afgebroken; Overwegende dat van deze spoorwegberm het talud werd afgevoerd en momenteel in feite een wildgroei kent; Overwegende dat de gemeente de natuurfunctie van deze berm erkent en wenst te behouden; Overwegende dat het inbrengen van deze waterleiding deze functie niet verhindert of hypothekeert; Beslist met 14 stemmen voor en 7 onthoudingen op 21 uitgebrachte stemmen : 1. Negatief advies te verlenen voor de voorgestelde wijziging van het gewestplan Mechelen, zoals voorlopig vastgesteld in het besluit van de Vlaamse Regering van 08.06.1999. 2. Een alternatief tracé voor te stellen via Duffel-Oost op onder meer de eigendommen van de Antwerpse Waterwerken. 3. Indien hogervermeld tracé geen goedkeuring zou bekomen van de hogere overheid dan volgend alternatief voor te stellen: X-9845-11/29 - tussen Lintsesteenweg en Wouwendonkstraat kan de ontworpen waterleiding het tracé van de ontworpen omleidingsweg volgen zoals voorzien bij de gedeeltelijke wijziging van het gewestplan Mechelen, kaartblad 1518 - 2314, definitief vastgesteld bij besluit van de Vlaamse Regering van 06.05.1997 - tussen de Wouwendonkstraat en de grens met Waarloos (Kontich) kan het tracé de Waarloossteenweg volgen - vanaf Waarloos tot aan de Notmeir kan de oude spoorwegberm gevolgd worden, 4. Het dossier voor verder gevolg aan de heer Gouverneur van de provincie Antwerpen over te maken”. De gemeenteraad van Willebroek verleent op 21 december 1999 eveneens een ongunstig advies, luidend als volgt: “Artikel 1: het tracé zoals door de Vlaamse Regering voorlopig is vast- gesteld bij besluit van 8 juni 1999, niet te aanvaarden; Artikel 2: een tracé voor te stellen dat de hoogspanningsleiding volgt aan de kruising met het volgens het gewestplan Mechelen vastgelegd tracé van de N16 naar de E19 en dit tracé dan te volgen tot aan de Oude Spoorbaan waar de bestaande leiding verder wordt gevolgd”. De bestendige deputatie van de provincieraad van Antwerpen brengt op 20 januari 2000 een deels gunstig en een deels ongunstig advies uit over het besluit van 8 juni 1999 houdende voorlopige vaststelling van het ontwerpplan tot gedeeltelijk wijziging van het gewestplan Mechelen op het grondgebied van de gemeenten Duffel, Lier, Mechelen en Willebroek. Dit advies bevat onder meer volgende motivering: “Overwegende dat het ontworpen tracé ten zuidoosten van Heindonk niet met de 150 kV-hoogspanningslijn bundelt maar het meer noordwestelijk verloop verkiest; dat het ontworpen tracé aldus de landschappelijk waardevolle polder van Willebroek spaart; dat het ontworpen tracé echter schade aan de waardevolle stuifduinrug veroorzaakt; dat het milieu-effectenrapport betreffende de drinkwatertoevoerleiding Oelegem-Destelbergen evenwel de bundeling met de 150 kV-hoogspanningslijn, onder meer wegens verkorting van het tracé met 900 m en het behouden van de meest waardevolle sloten in het gebied, weerhoudt; Overwegende dat de argumentatie van het bovenvermeld besluit van de Vlaamse regering gedeeltelijk bijgetreden wordt; Overwegende dat de geografische spreiding van de maatschappijen die de distributie van drinkwater verzekeren, over het grondgebied van het Vlaams gewest niet de meest rationele exploitatie garandeert; dat samenwerking tussen de maatschappijen vereist is om het meest optimale verloop van de hoofd- waterleidingen te kunnen bepalen; dat het Vlaamse gewest het meest geschikte niveau is om de coördinatie te verwezenlijken; BESLUIT: Gunstig advies wordt uitgebracht over het besluit van de Vlaamse regering van 8 juni 1999 houdende voorlopige vaststelling van het ontwerpplan tot gedeeltelijke wijziging van het gewestplan Mechelen op het grondgebied van X-9845-12/29 de gemeenten Duffel, Lier, Mechelen en Willebroek; ongunstig advies wordt echter uitgebracht voor het gedeelte van het tracé dat ten zuidoosten van Heindonk niet met de 150 kV-hoogspanningslijn bundelt maar het meer noordwestelijk verloop tussen het gebied ten zuiden van Battenbroek en Kaashoek verkiest; voorgesteld wordt om het tracé ten zuidoosten van Heindonk met de 150kV-hoogspanningslijn (...) te bundelen. De aandacht van de Vlaamse regering wordt gevestigd op de vereiste samenwerking tussen de geografische niet rationeel verspreide maatschappijen die de distributie van drinkwater verzekeren, om het meest optimale verloop van de hoofdwaterleidingen te kunnen bepalen”. Op 24 maart 2000 brengt de Regionale Commissie van Advies van de provincie Antwerpen volgend advies uit : “Gelet op het besluit van de gouverneur van de provincie van 14 februari 2000 dat het openbaar onderzoek over het ontwerpplan afsluit, en de 131 bijgevoegde bezwaren en opmerkingen; Overwegende dat de bezwaren en opmerkingen stellen dat de T.M.V.W. de eigenaars van de betrokken terreinen niet over de aanleg van de hoofdwaterleiding ingelicht heeft; dat opmetingen op private terreinen zonder voorafgaande toestemming van de betrokken eigenaars gedaan zijn; dat de gemeente Duffel het bericht van de aankondiging van het openbaar onderzoek pas op 20 oktober 1999 aangeplakt heeft; dat geen milieueffectrapport opgemaakt is; dat alternatieve tracés voor de hoofdwaterleiding zoals het bundelen met het Albertkanaal en de N19, met het Albertkanaal, het Netekanaal en de Nete alsmede de terreinen van de Antwerpse Waterwerken, met de verlaten spoorweg tussen Antwerpen-Zuid en Mechelen, met de 150 kV-hoogspanningsleiding tot de kruising met het voorziene tracé van de N16 en vervolgens het voorziene tracé van de N16, met de N14 vanaf de Trommelhoeve over het Maaikeneveld tot de kruising met de Nete te Duffel en vervolgens de terreinen van de Antwerpse Waterwerken, met de 380 kV-hoogspanningsleiding vanaf de kruising met de gemeentegrens tussen Lier en Lint en vervolgens de 150 kV-hoogspanningsleiding tot de kruising met de N14 en verder de N14 tot de kruising met de Nete te Duffel en ten slotte de terreinen van de Antwerpse Waterwerken, met de 150 kV-hoogspanningsleiding ten zuidwesten van Heindonk conform het milieueffectrapport wegens het beperkt landschappelijk waardevol karakter van de polder van Heindonk, met de voorziene omleidingsweg van Duffel tussen de Lintsesteenweg en de Wouwendonkstraat en vervolgens de Waarloossteenweg en ten slotte de verlaten spoorweg tussen Antwerpen-Zuid en Mechelen of met de bestaande drinkwaterleiding te Willebroek mogelijk zijn; dat het voorziene tracé het principe van het bundelen van infrastructuren niet integraal toepast; dat het voorzien tracé het landschap versnippert, dat de hoofdwaterleiding de waarde van de terreinen reduceert; dat het voorziene tracé te lang en te bochtig is; dat het voorziene tracé het verwezenlijken van projecten in de weg staat; dat de hoofdwaterleiding bij gebreken schade aan de exploitaties in de serres veroorzaakt; dat het voorziene tracé agrarische gebieden in de omgeving van Sint-Katelijne-Waver doorkruist, die het ruimtelijk structuurplan Vlaanderen voor tuinbouw reserveert maar niet meer voor tuinbouw te gebruiken zijn; dat het voorziene tracé negatieve effecten (heeft) op het nabijgelegen natuurgebied Babbelse Beemden-Beunt-Senthout, dat tot landschappelijk waardevol agrarisch gebied of natuurgebied te bestemmen is, zodat het tracé meer naar het noorden moet verschuiven; dat het X-9845-13/29 alternatief tracé van de verlaten spoorweg tussen Antwerpen-Zuid en Mechelen wegens het waardevol karakter van het gebied niet te aanvaarden is; dat het gebied aan weerszijden van de verlaten spoorweg tussen Antwerpen-Zuid en Mechelen tot landschappelijk waardevol agrarisch gebied te bestemmen is; dat het voorziene tracé veeleer bos-, park- en natuurgebied dan agrarisch gebied en private tuinen spaart; dat het belasten van agrarisch gebied zware economische gevolgen heeft, dat het drinkwater op alternatieve locaties dan (sic) Oelegem zoals Walem gewonnen kan worden, zodat de aanleg van de hoofdwaterleiding overbodig is; dat de hoofdwaterleiding de terreinen die heden met bovengrondse en ondergrondse leidingen belast zijn, verder hypothekeert; dat het voorziene tracé open ruimte te Duffel teloor doet gaan, dat meer aandacht naar agrarisch, bos- en natuurgebied moet uitgaan; dat onderzoek naar alternatieve tracés, bundelen met alternatieve infrastructuren en geologische effecten vereist is; dat informatie op het niveau van de gemeente ontbreekt; dat het voorziene tracé de historische hoeve Zevenbunder teloor doet gaan, dat de plannen te vaag zijn; dat de gemeente Duffel de verlaten spoorweg tussen Antwerpen-Zuid en Mechelen ten behoeve van ecologisch en natuurvriendelijk beheer verhuurt; dat de drainage van de betrokken terreinen ten behoeve van het uitvoeren van de werken niet te herstellen schade veroorzaakt; dat het voorziene tracé het zeer waardevol natuurgebied Kleine Bergen te Heindonk in gevaar brengt; dat het voorziene tracé met de omleidingsweg van Willebroek bundelt, die in afwijking van het gewestplan verwezenlijkt is; dat het alternatief voorstel van de gemeente Duffel groen gebied teloor doet gaan, het verwezenlijken van de voorziene omleidingsweg van Duffel bevordert, met het volgen van de Waarloossteenweg meer hinder geeft dan het voorziene tracé over agrarisch gebied, negatief effect op het grondwater heeft, schade aan de woningen in de nabijheid veroorzaakt, het verder uitrusten van de straat verhindert, meer kosten vergt en ernstige hinder bij het uitvoeren van de werken in de nabijheid van woningen teweeg brengt; dat de hoofdwaterleiding het recht van eigendom van de betrokken terreinen op permanente wijze beperkt en onder meer het planten van bomen verhindert; Gelet op het gedeeltelijk ongunstig advies van de bestendige deputatie van de provincieraad van 20 januari 2000, dat stelt dat het landschappelijk waardevol karakter van de polder van Heindonk beperkt is; dat het voorziene tracé schade aan de waardevolle stuifduinrug veroorzaakt; dat het milieueffectrapport wegens het verkorten van het tracé met 900 m en het behouden van de meest waardevolle sloten in het gebied het bundelen met de 150 kV-hoogspanningsleiding weerhoudt; Gelet op het ongunstig advies van de gemeenteraad van Duffel van 25 oktober 1999, dat stelt dat alternatieve tracés voor de hoofdwaterleiding zoals het bundelen met de terreinen van de Antwerpse Waterwerken mogelijk zijn; dat overigens het alternatief tracé dat tussen de Lintsesteenweg en de Wouwendonkstraat de voorziene omleidingsweg van Duffel, tussen de Wouwendonkstraat en de gemeentegrens met Kontich de Waarloossteenweg en tussen de gemeentegrens met Kontich en de Notmeir de verlaten spoorweg tussen Antwerpen-Zuid en Mechelen volgt, te weerhouden is; dat het alternatief tracé geen onteigening vereist; dat de Antwerpse Waterwerken ondergrondse leidingen langs de verlaten spoorweg hebben; dat het ruimtelijk structuurplan Vlaanderen het bundelen van infrastructuren vooropstelt; dat geen infrastructuur van Vlaams niveau voorhanden is, zodat met infrastructuur van lager niveau te bundelen is; dat de verlaten spoorweg wel waardevol natuurgebied is maar dat de aanleg van de hoofdwaterleiding geen afbreuk aan het gebied doet; Gelet op het ongunstig advies van de gemeenteraad van Willebroek van 21 december 1999, dat stelt dat het alternatief tracé dat met de X-9845-14/29 150 kV-hoogspanningsleiding tot de kruising met het voorziene tracé van de N16 en vervolgens het voorziene tracé van de N16 bundelt, te weerhouden is; Gelet op het gunstig advies van de gemeenteraad van Berlaar van 18 januari 2000; Gelet op het gunstig advies van de gemeenteraad van Bornem van 18 januari 2000; Gelet op het ongunstig advies van de gemeenteraad van Lier van 24 januari 2000, dat stelt dat de hoofdwaterleiding de terreinen die heden met bovengrondse en ondergrondse leidingen belast zijn, verder hypothekeert; dat alternatieve tracés zoals het bundelen met het Albertkanaal en de N19 of met het Albertkanaal, het Netekanaal en de Nete alsmede de terreinen van de Antwerpse Waterwerken mogelijk zijn; dat het voorziene tracé veeleer bos-, park- en natuurgebied dan agrarisch gebied en private tuinen spaart; dat het drinkwater op alternatieve locaties dan (sic) Oelegem zoals Walem gewonnen kan worden, zodat de aanleg van de hoofdwaterleiding overbodig is; Gelet op de impliciet gunstige adviezen van de overige gemeenteraden van het gewest; Overwegende dat de T.M.V.W. geenszins verplicht is om de eigenaars van de betrokken terreinen over de aanleg van de hoofdwaterleiding in te lichten, zodat de aankondiging van het ontwerpplan volstaat; dat opmetingen op private terreinen enkel het uitvoeren van de werken betreffen en bijgevolg buiten het bestek van het ontwerpplan vallen; dat het college van burgemeester en schepenen van Duffel attesteert dat de aankondiging van het openbaar onderzoek van 30 september tot 29 november 1999 aangeplakt is; dat de T.M.V.W. het vereiste milieueffectrapport heeft opgemaakt, dat (Zij) de eensluidendverklaring op 9 oktober 1999 bekomen heeft; dat de reductie van de waarde van de terreinen geen ruimtelijke gegevens maar de consequenties van ruimtelijke gegevens vormt; dat de distributie van drinkwater tot de erfdienstbaarheden van openbaar nut behoort en bijgevolg het recht van eigendom kan beperken, zodat het uitvoeren van projecten in het gedrang komt; dat de aanleg en het onderhoud van de drinkwaterleiding het risico van incidenten op maximale wijze beperken, zodat schade aan de omgeving niet te verwachten valt; dat de hoofdwaterleiding de tuinbouw niet verhindert maar in beperkte mate compliceert; dat het bestemmen van het gebied Babbelse Beemden-Beunt-Senthout tot landschappelijk waardevol agrarisch gebied of natuurgebied buiten het bestek van het ontwerpplan valt; dat het effect van de hoofdwaterleiding meer beperkt in agrarisch gebied dan in bos-, park- en natuurgebied is; dat het voorziene tracé enkel bij strikte noodzaak private tuinen belast; dat het voorziene tracé het agrarisch gebied op maximale wijze van de economische gevolgen vrijwaart; dat technische redenen zoals het ter beschikking staan van de vereiste ruimte het winnen van drinkwater op alternatieve locaties dan (sic) Oelegem in de weg staan; dat het ontwerpplan de hoofdwaterleiding in de voorziene leidingstraat incorporeert, zodat bestaande of aan te leggen leidingen samen met de hoofdwaterleiding zullen verlopen; dat het bijkomend bestemmen tot agrarisch, bos- en natuurgebied buiten het bestek van het ontwerpplan valt; dat het milieueffectrapport alternatieve tracés met eveneens alternatieve infrastructuren en het effect op de bodem onderzocht heeft; dat de informatie die de T.M.V.W. aan de betrokken gemeenten verstrekt heeft volstaat om het ontwerpplan te situeren; dat het voorziene tracé de historische hoeve Zevenbunder uit de weg gaat; dat de inhoud van het ontwerpplan voldoet aan het decretaal vereiste; dat het eventueel draineren van de betrokken terreinen enkel in de loop van het uitvoeren van de werken effect heeft, zodat de gevolgen ervan beperkt zijn; dat het eventueel verwezenlijken van de omleidingsweg van Willebroek in afwijking van het gewestplan geen afbreuk doet aan het terecht bundelen van de hoofdwaterleiding met de omleidingsweg; dat het bundelen met de 150kV-hoogspanningsleiding tot de X-9845-15/29 kruising met het voorziene tracé van de N16 en vervolgens het voorziene tracé van de N16 een rechte hoek vormt, die de exploitatie van de hoofdwaterleiding compliceert; Overwegende dat het ruimtelijk structuurplan Vlaanderen het bundelen van infrastructuren voorop stelt; dat het bundelen van de hoofdwaterleiding met het Albertkanaal en de N19 wegens de voorziene verbreking (lees: verbreding) van het Albertkanaal tussen Antwerpen en Oelegem, de doorgang van de Antwerpse agglomeratie en de kruising van de Schelde grote technische problemen stelt, die de uitvoering verhinderen; dat de ruimtelijke effecten van de aanleg van de leidingstraat het meest te beperken zijn in de hypothese dat het tracé met het Albertkanaal, het Netekanaal en de Nete alsmede de terreinen van de Antwerpse Waterwerken tot de kruising van het voorziene tracé met de Nete en vervolgens de 150 kV-hoogspanningsleiding tot de verdere kruising van het voorziene tracé met de 150 kV-hoogspanningsleiding bundelt; dat de bezwaren en opmerkingen en de adviezen van de bestendige deputatie van de provincieraad en de gemeenteraden van Duffel, Willebroek en Lier in dit opzicht bij te treden zijn; Gelet op het decreet betreffende de ruimtelijke ordening, gecoördineerd op 22 oktober 1996, in het bijzonder artikel 11, § 4, Besluit : Gedeeltelijk ongunstig advies wordt uitgebracht over het besluit van de Vlaamse regering van 8 juni 1999 houdende voorlopige vaststelling van het ontwerpplan tot gedeeltelijke wijziging van het gewestplan Mechelen op het grondgebied van de gemeenten Duffel, Lier, Mechelen en Willebroek. Voorgesteld wordt om het tracé van de leidingstraat met het Albertkanaal, het Netekanaal en de Nete alsmede de terreinen van de Antwerpse Waterwerken tot de kruising van het voorziene tracé met de Nete en vervolgens de 150kV-hoogspanningsleiding tot de verdere kruising van het voorziene tracé met de 150 kV-hoogspanningsleiding te bundelen. Gunstig advies wordt uitgebracht voor het overige tracé”. Bij het tweede bestreden besluit van de Vlaamse regering van 26 mei 2000 wordt het plan tot gedeeltelijke wijziging van het gewestplan Mechelen op het grondgebied van de gemeenten Duffel, Lier, Mechelen en Willebroek (delen van de kaartbladen 15/8 en 16/5, 23/3 en 23/4) definitief vastgesteld. Dit besluit overweegt onder meer wat volgt: “Overwegende dat voor de voorziene verbinding op het gewestplan Mechelen geen infrastructuur van Vlaams niveau voorhanden is waarmee over de gehele lengte van het tracé kan gebundeld worden; dat het tracé, voor zover technisch en ruimtelijk mogelijk is, derhalve voorzien wordt in parallellisme met verschillende bestaande lijninfrastructuren van Vlaams belang, met name met de N16, met de bestaande PIDPA-waterleiding van Walem naar Willebroek en met de 380kV-hoogspanningslijn Lint-Lier-Massenhoven; dat het tracé op Vlaams niveau een toepassing is van het bundelingsprincipe, overeenkomstig de optie van het Ruimtelijk Structuurplan Vlaanderen terzake; Overwegende dat voor die gedeelten van het tracé waar bundeling met lijninfrastructuur van Vlaams niveau niet kan gerealiseerd worden een nieuw tracé is bepaald waarvan de negatieve ruimtelijke impact zo beperkt mogelijk is; dat deze lokale onvolkomen bundeling de geldigheid van het X-9845-16/29 bundelingsprincipe voor het globale tracé van Oelegem naar Gent niet in het gedrang brengt; Overwegende dat het door de regionale commissie van advies voorgestelde alternatieve tracé in bundeling met het Albertkanaal en het Netekanaal en op de terreinen van de Antwerpse Waterwerken om technische en ruimtelijke redenen niet haalbaar is; dat de aanleg van een hoofdtransportleiding voor drinkwater op dit tracé technisch onuitvoerbaar is omdat het aanleggen van dergelijke grootschalige transportleiding in de bermen van het Albertkanaal en het Netekanaal om veiligheidsredenen niet kan worden toegestaan door de beheerder van deze waterwegen en omwille van belangrijke bebouwing en infrastructuur, onder meer ter hoogte van Duffel, Lier en Massenhoven en omdat geen gebruik gemaakt kan gemaakt worden van de zogenaamde smeerpijp; dat op dit punt niet wordt ingegaan op het voorstel van de regionale commissie; Overwegende dat de regionale commissie van advies een alternatief voorstelt ter hoogte van de polder in Heindonk; dat dit alternatief omwille van het open en landschappelijk waardevol karakter van de polder vanuit ruimtelijk oogpunt minder aangewezen is; dat een eventueel alternatief tracé bij de definitieve vaststelling niet kan worden aangeduid omdat het gelegen is buiten de perimeter van het voorlopig vastgestelde gewestplan; dat op dit punt niet ingegaan kan worden op het voorstel van de regionale commissie; Overwegende dat door de betrokken maatschappijen alternatieve locaties voor het installeren van een drinkwaterproductiecentrum zijn onderzocht; dat in Walem, aansluitend bij het bestaande drinkwaterproductiecentrum, onvoldoende ruimte is om de noodzakelijke uitbreiding van de waterwinningscapaciteit met een drinkwaterproductiecentrum met de bijbehorende opslagcapaciteit te realiseren; dat in Oelegem de uitbreiding van het waterproductiecentrum reeds in opbouw is. Overwegende dat in de bezwaarschriften wordt voorgesteld een alternatief tracé vast te stellen in Duffel tussen de Lintsesteenweg en Notmeir en in Willebroek ter hoogte van de Pidpa-leiding; dat deze alternatieve tracés bij de definitieve vaststelling niet kunnen vastgesteld worden omdat ze gelegen zijn buiten de perimeter van het voorlopig vastgestelde gewestplan; dat het alternatief in Willebroek niet aangewezen is omdat het tracé verder aansluit bij de bestaande meer zuidelijk gelegen TMVW-leiding, terwijl de Pipda-leiding meer noordelijk gelegen is, waardoor aansluiting op de bestaande TMVM- leiding moeilijk wordt”. Ontvankelijkheid van het beroep 2.1. Overwegende dat de verwerende partij een exceptie van onontvankelijkheid van het beroep opwerpt, afgeleid uit het ontbreken van het rechtens vereiste belang; dat de verwerende partij met name stelt dat de eventuele schade aan nabijgelegen woningen behoort tot de hinder die de normale burenhinder niet overschrijdt, dat voorts weliswaar voorzien wordt in een reservatiestrook, maar dat zulks niet belet dat struiken en omheiningen boven het traject nog toegestaan zijn en dat zelfs de oprichting van een tuinhuis overwogen kan worden, en dat ten slotte de verzoekers geen persoonlijk belang hebben om te klagen over de financiële consequenties van het project voor de overheid; X-9845-17/29 Overwegende dat de derde tussenkomende partij eveneens een exceptie van onontvankelijkheid van het beroep opwerpt, met name in zoverre het is ingesteld door de derde en de vierde verzoekende partij, afgeleid uit het ontbreken van het rechtens vereiste belang; dat zij aanvoert dat het tracé niet loopt over de eigendom van de derde verzoekende partij, maar slechts erlangs, en dat de eigendom van de vierde verzoekende partij zo miniem wordt geraakt dat de aanleg van het tracé nauwelijks een blijvend gevolg zal meebrengen; dat de derde tussenkomende partij zich voor het overige aansluit bij hetgeen is opgeworpen door de verwerende partij; 2.2. Overwegende dat uit het plan nr. P5.44.06 (“Toevoerleiding Oelegem-Walem”, lot 1, “Kadastraal Grondplan 4, Deel Zuid”) blijkt dat het bestreden besluit tot wijziging van het gewestplan Mechelen voorziet in een tracé, met reservatiestrook, dat loopt door de eigendommen van de eerste en de tweede verzoekende partij, en dat het bestreden besluit tot wijziging van het gewestplan Antwerpen voorziet in een tracé dat loopt door de eigendom van de vierde verzoekende partij en rakelings langs de eigendom van de derde verzoekende partij; dat uit het bestemmingsplan gevoegd bij het bestreden besluit tot wijziging van het gewestplan Antwerpen zelfs kan worden afgeleid dat ook het perceel van de derde verzoekende partij gelegen is in het tracé van de leidingstraat; dat deze aanduiding van het tracé van een leidingstraat de rechtsgrond vormt voor later af te geven vergunningen voor de aanleg van deze leidingstraat op, of minstens langs de respectieve eigendommen van de verzoekende partijen; dat de verzoekende partijen als eigenaar van door het vastgestelde bestemmingsvoorschrift getroffen percelen doen blijken van het rechtens vereiste belang bij de gevraagde vernietiging; dat de argumenten van de verwerende partij en de derde tussenkomende partij dat indien schade zou worden veroorzaakt een schadevergoeding afdwingbaar is voor de bevoegde rechtbanken, dat de particulier een bepaalde hinder moet dragen die in casu de normale burenhinder niet overschrijdt, dat na de aanleg van het traject enkel hoogstammige bomen niet meer zullen zijn toegestaan, en dat de bestreden besluiten geen belangrijke financiële consequenties meebrengen voor de overheid, aan voormelde vaststelling geen afbreuk doen; Overwegende dat de exceptie ongegrond is; X-9845-18/29 3.1. Overwegende dat de derde tussenkomende partij een tweede exceptie van onontvankelijkheid van het beroep opwerpt, afgeleid uit het ontbreken van samenhang tussen het beroep gericht tegen het besluit dat betrekking heeft op het gewestplan Antwerpen en het beroep gericht tegen het besluit dat betrekking heeft op het gewestplan Mechelen; dat deze partij hieruit afleidt dat het beroep slechts ontvankelijk is ten aanzien van het eerste bestreden besluit, d.i. het besluit dat betrekking heeft op het gewestplan Antwerpen; dat het beroep daarentegen onontvankelijk is in zoverre het gericht is tegen het tweede bestreden besluit, d.i. het besluit dat betrekking heeft op het gewestplan Mechelen; dat voorts de eerste en de tweede verzoekende partij, eigenaars van percelen die niet vallen binnen het gebied bestreken door het gewestplan Antwerpen, geen belang hebben bij een vernietiging van het eerste bestreden besluit; 3.2. Overwegende dat, hoewel in beginsel slechts één beroep per verzoekschrift kan worden ingesteld, de nietigverklaring van verscheidene beslissingen kan worden gevorderd indien die beslissingen samenhangend zijn en de beroepen in het belang van een goede rechtsbedeling samen behandeld kunnen worden; dat dit in de voorliggende zaak het geval is; dat de twee bestreden besluiten immers hetzelfde beogen, met name het voorzien van een reservatiestrook voor de aanleg van een leidingstraat voor drinkwatervoorziening tussen Oelegem en Gent; dat de twee besluiten, wat betreft het tracé van de leidingstraat, op elkaar zijn afgestemd; dat daarenboven in hoofdzaak dezelfde middelen worden aangevoerd ten aanzien van de twee bestreden besluiten, met name dat de bestreden besluiten niet regelmatig gemotiveerd zijn en dat ten onrechte niet gekozen is voor een alternatief tracé; Overwegende dat de exceptie ongegrond is; Onderzoek van de middelen 4.1. Overwegende dat de verzoekende partijen een eerste middel inroepen, geredigeerd als volgt: “Eerste middel, genomen uit de schending van artikel 4 van het decreet van 18 mei 1999 houdende de organisatie van de ruimtelijke ordening, (...) van artikel 11, § 7, van het decreet betreffende de ruimtelijke ordening, gecoördineerd op 22 oktober 1996, van het motiveringsbeginsel als algemeen beginsel van behoorlijk bestuur, X-9845-19/29 Doordat, eerste onderdeel, in het besluit d.d. 26 mei 2000 houdende definitieve vaststelling van het plan tot gedeeltelijke wijziging van het gewestplan Mechelen op het grondgebied van de gemeenten Duffel, Lier, Mechelen en Willebroek de Vlaamse regering de bezwaren en de voorstellen van alternatieve tracés van de particulieren, gemeentebesturen en de regionale commissie van advies naast zich neerlegt, stellende dat deze alternatieve tracés bij de definitieve vaststelling niet kunnen vastgelegd worden omdat ze gelegen zijn buiten de perimeter van het voorlopig vastgestelde gewestplan, Terwijl artikel 11, § 7, derde lid, van het decreet betreffende de ruimtelijke ordening, gecoördineerd op 22 oktober 1996, aangeeft dat wanneer de Vlaamse regering afwijkt van het advies van de regionale commissie, zij haar beslissing dient te motiveren, waarbij het uiteraard niet alleen moet gaan om een formele motivering, maar ook om een materiële motivering, m.a.w. dat. de redenen steek moeten houden, juist en pertinent moeten zijn, En terwijl de aanpassing van de wijziging binnen de huidige gewestplanherziening volgens de Vlaamse regering niet mogelijk blijkt, omdat deze wijziging buiten de perimeter van het voorlopig vastgestelde gewestplan valt, En terwijl de eerst genoemde overweging niet meer is dan een loze kringredenering, omdat de kritiek precies betrekking heeft op het vooropgestelde tracé en de vraag vanuit verschillende hoeken rijst dat het tracé wordt gewijzigd, En terwijl de essentie van de kritiek er dan ook in bestaat het voorstel van tracé te wijzigen, en het bestreden besluit niet kan stellen hier niet op te kunnen ingaan, omdat (het) dan (zijn) vooropgestelde wijziging van het gewestplan niet zou kunnen doorvoeren, En terwijl aldus in het bestreden besluit wordt gesteld dat de negatieve adviezen over het ontwerpgewestplan niet kunnen worden gevolgd omdat ze niet kunnen worden gevolgd, En doordat, tweede onderdeel, in de motivering van het besluit d.d. 26 mei 2000 houdende definitieve vaststelling van het plan tot gedeeltelijke wijziging van het gewestplan Antwerpen op het grondgebied van de gemeenten Boechout, Kontich, Ranst en Rumst de negatieve adviezen van de verschillende gemeentebesturen worden weerlegd onder verwijzing naar de technische haalbaarheid van de werken waarvoor de gewestplanwijziging nodig is, de veiligheidsaspecten die aan de uitvoering van deze werken verbonden zijn, en een aantal bedrijfseconomische aspecten zoals de onmogelijkheid om de capaciteitverhoging elders te realiseren en het reeds in opbouw zijn van het centrum in Oelegem, doch deze motivering geen enkele concreet, specifiek met de ruimtelijke ordening verband houdend motief bevat op basis waarvan het door de adviesverlenende instanties voorgestelde alternatief tracé niet kan worden gevolgd, Terwijl wanneer de Vlaamse regering bij de vaststelling van een gewestplan afwijkt van het negatief advies van de Regionale Commissie van Advies deze afwijking moet motiveren op basis van argumenten die verband houden met de ruimtelijke ordening, En terwijl volgens de vaste rechtspraak van de Raad van State van het advies van de Regionale Commissie van Advies slechts kan worden afgeweken zo daartoe concrete, met de stedenbouw en de ruimtelijke ordening verband houdende motieven bestaan, en deze redenen ook in het vaststellingsbesluit worden aangegeven (...), En terwijl de genoemde overwegingen overigens niet stroken met de feiten, daar op de eerste plaats de verbinding Oelegem - Rumst wel degelijk overbodig is daar het productiecentrum in Walem niet over onvoldoende ruimte beschikt, aangezien dit probleem relatief eenvoudig kan opgelost worden door verhoging van de dijken van de bestaande waterbekkens tot op het dijkniveau van de Nete, X-9845-20/29 En terwijl , indien de verbinding toch nodig zou zijn, quod non, bundeling perfect mogelijk is met de bestaande reservatiestroken die reeds voorzien zijn voor ondergrondse leidingen, nl. een strook van 15 meter breedte tussen de Lazarusstraat en de Scheibeek, waarvan slechts de helft is ingenomen door drie leidingen en waar dus nog ruimschoots plaats is voor twee leidingen, en een tweede strook tussen de Scheibeek en de voet van de ringdijk van het waterspaarbekken, waar mogelijkheden zijn voor minimum twee leidingen, En terwijl, (
- zo)de aanleg van een hoofdtransportleiding voor drinkwater op dit tracé technisch onuitvoerbaar zou zijn omdat geen gebruik zou gemaakt kunnen worden van de zogenaamde smeerpijp, (...) de drinkwatermaatschappij Antwerpse Waterwerken zelf eerder (meldde) dat de smeerpijp perfect geschikt bleek voor het transport van drinkwater (interview Gazet van Antwerpen d.d. 17 december 1998), En terwijl de genoemde veiligheids- en technische bezwaren blijkbaar geen bezwaar vormden voor de aanleg van diezelfde smeerpijp, En terwijl de reeds in opbouw zijnde uitbreiding van Oelegem niet meer en niet minder is dan een anticiperen op en sturing van de latere noodzakelijke besluitvorming met betrekking tot het al dan niet aanleggen van de transportleiding en dus niet als argument kan dienen, En terwijl volgens de rechtspraak van de Raad van State overigens niet vereist is dat onomstotelijk vaststaat dat de motivering niet feitelijk correct is, maar dat het volstaat dat er een ernstige reden is om te twijfelen aan de feitelijke correctheid van de motivering (...), En doordat, derde onderdeel, de Vlaamse regering in beide besluiten kiest voor het tracé met de grootste schade aan particuliere eigendommen, met belangrijke financiële gevolgen op het gebied van onteigening en planschade, Terwijl een besluit tot vaststelling van een gewestplan dient te beantwoorden aan de vereisten van artikel 4 van het decreet van 18 mei 1999 houdende de organisatie van de ruimtelijke ordening, maar de keuze zelf van de Vlaamse regering voor het huidig tracé in strijd is met de bewoordingen van art. 4: ‘... Er wordt rekening gehouden met de ruimtelijke draagkracht, de gevolgen voor het leefmilieu en de culturele, economische, esthetische en sociale gevolgen. Op deze manier wordt gestreefd naar ruimtelijke kwaliteit’, En terwijl de bestreden besluiten niet stellen over welke gebouwen het gaat, die het alternatief tracé zouden onmogelijk maken, terwijl het bezwaar van de belangrijke bebouwing en infrastructuur zeker geldt voor het oorspronkelijk vastgelegde tracé, nu dit rakelings passeert langs vele huizen, op verschillende plaatsen onder het wegdek komt te liggen en er zelfs een bijna haakse bocht is voorzien onder het wegdek van de Eekhovenweg, wat door de heer Van Bellegem van TMVW op de infovergadering van 23 november 1999 omschreven werd als een technisch moeilijk uitvoerbare operatie, En terwijl deze doelstellingen niet worden bereikt met de bepaling van het huidig tracé, ten eerste economisch: de verhoging van de kostprijs door het talrijke bochtenwerk, de noodzakelijke onteigeningen, planschadevergoedingen en de ligging onder straten, ten tweede sociaal: de onnodige belasting op privé-eigendommen, verlies aan privacy en permanente dreiging van schade aan gebouwen, ten derde de bewaring van het natuurschoon: de weigering het bundelingsprincipe toe te passen en de leiding niet naast de reeds bestaande leidingen en waterwegen te leggen, En terwijl de verbinding Oelegem-Rumst oorspronkelijk zelfs niet voorzien was op de plannen d.d. 1987, En terwijl beroepers er enerzijds van overtuigd zijn dat de wateropslagcapaciteit van de bestaande waterbekkens van A.W.W. te Duffel fors verhoogd kan worden door verhoging van de dijken tot op dijkniveau van de Nete, wat volstaat voor levering van voorgefilterd water aan T.M.V.W., die X-9845-21/29 op haar beurt door middel van de nieuwe productieprocessen op een kleinere oppervlakte drinkwater kan produceren in de buurt van Buggenhout, naar analogie met de huidige productiemodules van A.W.W. Oelegem, En terwijl beroepers er anderzijds van overtuigd zijn dat door het verhogen van de dijken van een deel van het Netekanaal en de dijken van vijf zelfzuiverende spaarbekkens tot ong. 70 cm. boven het Sigma-niveau met een kostprijs van 900 miljoen, er twee miljard bespaard kan worden, wegens het overbodig worden van een extra spaarbekken, waardoor bovendien niet tweemaal, onder Albertkanaal en Nete, moet geboord worden en lot 1 overbodig wordt, En terwijl aan de normen van veiligheid voldaan kan worden door ontdubbeling van de leiding vanaf de nieuwe watervang "Mosterdpot" en twee compacte modules vlak bij de verbruiker, met als gevolg minder stagnatie en minder kans op vervuiling van het water, En terwijl het besluit tot wijziging van het gewestplan Mechelen en de geplande onteigeningen in lot 1 dan ook volledig overbodig (zijn)”; 4.2.1. Overwegende, wat betreft het eerste onderdeel, dat dit in het bijzonder gericht is tegen het besluit tot gedeeltelijke wijziging van het gewestplan Mechelen; dat de verzoekende partijen in essentie aanvoeren dat het bedoelde besluit de bezwaren tegen het voorgestelde tracé en de voorstellen van alternatieve tracés verwerpt, op grond dat “deze alternatieve tracés bij de definitieve vaststelling niet kunnen vastgelegd worden omdat ze gelegen zijn buiten de perimeter van het voorlopig vastgestelde gewestplan”; Overwegende dat het bestreden besluit op de perimeter van het voorlopig vastgestelde plan steunt om alternatieve tracés op het grondgebied van de gemeenten Willebroek (ter hoogte van de polder in Heindonk en ter hoogte van de PIDPA-leiding) en Duffel (voor het gedeelte gelegen tussen de Lintsesteenweg en de Notmeir) te verwerpen; dat de desbetreffende overwegingen luiden als volgt: “Overwegende dat de regionale commissie van advies een alternatief voorstelt ter hoogte van de polder in Heindonk; dat dit alternatief omwille van de open en landschappelijk waardevol karakter van de polder vanuit ruimtelijk oogpunt minder aangewezen is; dat een eventueel alternatief tracé bij de definitieve vaststelling niet kan worden aangeduid omdat het gelegen is buiten de perimeter van het voorlopig vastgestelde gewestplan; dat op dit punt niet ingegaan kan worden op het voorstel van de regionale commissie; (...) Overwegende dat in de bezwaarschriften wordt voorgesteld een alternatief tracé vast te stellen in Duffel tussen de Lintsesteenweg en Notmeir en in Willebroek ter hoogte van de Pidpa-leiding; dat deze alternatieve tracés bij de definitieve vaststelling niet kunnen vastgesteld worden omdat ze gelegen zijn buiten de perimeter van het voorlopig vastgestelde gewestplan; dat het alternatief in Willebroek niet aangewezen is omdat het tracé verder aansluit bij de bestaande meer zuidelijk gelegen TMVW-leiding, terwijl de Pipda-leiding meer noordelijk gelegen is, waardoor aansluiting op de bestaande TMVM- leiding moeilijk wordt”; X-9845-22/29 4.2.2. Overwegende dat de derde en de vierde verzoekende partij, waarvan de eigendommen gelegen zijn buiten het gebied waarop de in het onderdeel bedoelde alternatieve tracés betrekking hebben, geen belang hebben bij het onderdeel; 4.2.3. Overwegende, wat betreft de eerste en de tweede verzoekende partij, dat de percelen waarvan zij eigenaar zijn, gelegen zijn buiten de gemeente Willebroek; dat, zelfs ingeval de overheid tegemoet zou zijn gekomen aan de bezwaren in verband met de tracés in Willebroek, en gekozen zou hebben voor de alternatieve tracés, de eigendommen van de eerste en de tweede verzoekende partij nog steeds doorkruist zouden worden door de betrokken leidingstraat; dat de verzoekende partijen in dit opzicht geen belang hebben bij het onderdeel; Overwegende daarentegen dat het alternatief tracé te Duffel, tussen de Lintsesteenweg en de Notmeir, voorgesteld door de gemeenteraad te Duffel, de eigendommen van de eerste en de tweede verzoekende partij zou ontzien; dat die partijen in die omstandigheden belang hebben bij het onderdeel; dat, wat betreft de motivering van de verwerping van dit tracé, het bestreden besluit zich ertoe beperkt te stellen dat het bedoelde tracé niet vastgesteld kan worden in het definitieve plan omdat het gelegen is “buiten de perimeter van het voorlopig vastgestelde gewestplan”; dat een dergelijk motief geen deugdelijke verantwoording kan bieden; dat de verwerende partij en de derde tussenkomende partij in hun memories weliswaar een inhoudelijke verantwoording pogen te geven voor de verwerping van het bedoelde tracé, maar dat met niet in het bestreden besluit zelf voorkomende motieven geen rekening kan worden gehouden; dat het onderdeel in zoverre gegrond is; 4.2.4. Overwegende dat het onderdeel derhalve gegrond is in zoverre het betrekking heeft op het tracé vastgesteld op het grondgebied van de gemeente Duffel, tussen de Lintsesteenweg en de Notmeir, en dat het voor het overige niet kan worden aangenomen; 4.3.1. Overwegende, wat betreft het tweede onderdeel, dat dit in het bijzonder gericht is tegen het besluit tot gedeeltelijke wijziging van het gewestplan Antwerpen; dat de verzoekende partijen in essentie aanvoeren dat het bedoelde besluit geen enkel concreet, specifiek met de ruimtelijke ordening verband houdend motief bevat op grond waarvan het door de adviesverlenende instanties voorgestelde alternatieve tracé niet kan worden gevolgd; X-9845-23/29 4.3.2. Overwegende dat de in het onderdeel aangehaalde redenen betrekking hebben op twee onderscheiden overwegingen van het bestreden besluit: een eerste overweging, waarin het door de regionale commissie van advies voorgestelde alternatieve tracé in bundeling met het Albertkanaal, het Netekanaal en op de terreinen van de Antwerpse Waterwerken wordt verworpen omdat het “om technische en ruimtelijke redenen niet haalbaar is”, en een tweede overweging, waarin wordt uiteengezet dat de betrokken maatschappijen zelf alternatieve locaties voor het installeren van een drinkwaterproductiecentrum hebben onderzocht, maar uiteindelijk om redenen van praktische haalbaarheid zijn blijven opteren voor het ontworpen tracé; 4.3.2.1. Overwegende, wat betreft het alternatief tracé voorgesteld door de regionale commissie van advies, dat het advies van de commissie luidde als volgt: “...dat de ruimtelijke effecten van de aanleg van de leidingstraat het meest te beperken zijn in de hypothese dat het tracé met het Albertkanaal, het Netekanaal en de Nete alsmede de terreinen van de Antwerpse Waterwerken bundelt; dat de bezwaren en opmerkingen en het advies van de gemeenteraad van Rumst in dit opzicht bij te treden zijn; (...) Besluit : Ongunstig advies wordt uitgebracht over het besluit van de Vlaamse regering van 8 juni 1999 houdende de voorlopige vaststelling van het ontwerpplan tot gedeeltelijke wijziging van het gewestplan Antwerpen op het grondgebied van de gemeenten Boechout, Kontich, Ranst en Rumst. Voorgesteld wordt om het tracé van de leidingstraat met het Albertkanaal, het Netekanaal en de Nete alsmede de terreinen van de Antwerpse Waterwerken te bundelen”; dat het advies van de regionale commissie derhalve ongunstig was wat betreft het gekozen tracé en dat een alternatief tracé werd voorgesteld; Overwegende dat overeenkomstig artikel 11, § 7, van het decreet betreffende de ruimtelijke ordening, gecoördineerd op 22 oktober 1996, de Vlaamse regering, indien zij afwijkt van het advies van de regionale commissie van advies, haar beslissing dient te motiveren; dat ingevolge deze bepaling de Vlaamse regering zich in beginsel dient te richten naar het advies van de regionale commissie, tenzij er gegronde, met de stedenbouw en de ruimtelijke ordening verband houdende redenen voorhanden zijn om ervan af te wijken, en dat de Vlaamse regering, in geval van afwijking van het advies, in de aanhef van het besluit waarbij zij het gewestplan definitief vaststelt, de redenen van die afwijking moet uiteenzetten; X-9845-24/29 Overwegende dat het bestreden besluit de afwijking van het advies van de regionale commissie van advies motiveert als volgt : “Overwegende dat het door de regionale commissie van advies voorgestelde alternatieve tracé in bundeling met het Albertkanaal en het Netekanaal en op de terreinen van de Antwerpse Waterwerken om technische en ruimtelijke redenen niet haalbaar is; dat de aanleg van een hoofdtransportleiding voor drinkwater op dit tracé technisch onuitvoerbaar is omdat geen gebruik gemaakt kan gemaakt worden van de zogenaamde smeerpijp, omdat het aanleggen van dergelijke grootschalige transportleiding in de bermen van het Albertkanaal en het Netekanaal om veiligheidsredenen niet kan worden toegestaan door de beheerder van deze waterwegen en omwille van belangrijke bebouwing en infrastructuur, onder meer ter hoogte van Duffel, Lier en Massenhoven; dat op dit punt niet wordt ingegaan op het voorstel van de regionale commissie”; Overwegende dat de hiervóór aangehaalde motivering op concrete en aan de zaak eigen redenen is gesteund; dat, in tegenstelling tot wat de verzoekende partijen aanvoeren, die redenen wel degelijk verband houden met de ruimtelijke ordening, ook al worden naast ruimtelijke ook technische redenen aangehaald; dat, rekening houdend met het feit dat het door de regionale commissie van advies voorgestelde alternatieve tracé zelf karig gemotiveerd is, geenszins kan worden gesteld dat de hiervóór aangehaalde motivering niet afdoende zou zijn; Overwegende dat de verzoekende partijen nog opmerken dat de smeerpijp volgens de Antwerpse Waterwerken wel geschikt was voor het transport van drinkwater; dat het hier gaat om een louter feitelijke bewering; dat zij niet aangeven in welk opzicht het bestreden besluit in dit verband onwettig zou zijn; Overwegende dat het onderdeel in dit opzicht niet kan worden aangenomen; 4.3.2.2. Overwegende, wat betreft de door de betrokken maatschappijen onderzochte alternatieve locaties, dat het bestreden besluit in dit verband het volgende overweegt: “Overwegende dat door de betrokken maatschappijen alternatieve locaties voor het installeren van een drinkwaterproductiecentrum zijn onderzocht; dat in Walem, aansluitend bij het bestaande drinkwaterproductiecentrum, onvoldoende ruimte is om de noodzakelijke uitbreiding van de waterwinningscapaciteit met een drinkwaterproductiecentrum met de bijbehorende opslagcapaciteit te realiseren; dat de uitbreiding van het waterproductiecentrum in Oelegem reeds in opbouw is”; X-9845-25/29 Overwegende dat de verzoekende partijen de juistheid betwisten van de overweging dat er te Walem onvoldoende ruimte zou zijn, en aanvoeren dat dit probleem relatief eenvoudig op te lossen is door de verhoging van de dijken van de bestaande waterbekkens tot op het dijkniveau van de Nete; dat de verzoekende partijen met deze bewering geenszins aantonen dat het bestreden besluit uitgaat van onjuiste feitelijke gegevens; dat overigens in het advies van de regionale commissie van advies wordt overwogen “dat technische redenen zoals het ter beschikking staan van de vereiste ruimte het winnen van drinkwater op alternatieve locaties dan (sic) Oelegem in de weg staan”; dat het onderdeel in dit opzicht niet kan worden aangenomen; Overwegende dat de verzoekende partijen voorts aanvoeren dat het argument dat de uitbreiding van het waterproductiecentrum in Oelegem reeds in opbouw is, niet dienstig kan worden ingeroepen, omdat daarmee wordt geanticipeerd op de latere noodzakelijke besluitvorming met betrekking tot het al dan niet aanleggen van de transportleiding; dat dient te worden vastgesteld dat het bedoelde argument in de motivering van het bestreden besluit een ten overvloede gegeven reden vormt; dat, zelfs in de veronderstelling dat een daartegen gerichte grief gegrond zou zijn, zulks niet tot de vernietiging van het bestreden besluit kan leiden; dat het onderdeel in zoverre niet ontvankelijk is wegens gebrek aan belang; 4.4. Overwegende dat de in het derde onderdeel uiteengezette grief er in essentie op neerkomt dat de verwerende partij, door in de twee bestreden besluiten te opteren voor het in de ontwerpgewestplannen vastgestelde tracé, voorbijgaat aan de regel dat bij de vaststelling van een gewestplan rekening moet worden gehouden met de economische, esthetische en sociale gevolgen ervan; dat de verzoekende partijen met name aanvoeren dat de waterproductiecapaciteit verhoogd kan worden door andere maatregelen dan door de aanleg van een watertransportleiding, en dat het dan ook niet nodig was om de gewestplannen te wijzigen door een tracé vast te stellen dat voor de overheid tot belangrijke kosten zal leiden, dat voor de privé-eigenaars tot onteigeningen en andere beperkingen van het eigendomsrecht zal leiden, en dat het natuurschoon niet bewaart; Overwegende dat de keuze van het tracé op zich een beleidsbeslissing is die behoort tot de discretionaire bevoegdheid van de betrokken administratieve overheid; dat de Raad van State niet bevoegd is zijn oordeel daaromtrent in de plaats te stellen van dat van de administratieve overheid; dat hij ter zake enkel over een marginaal toetsingsrecht beschikt; dat de verzoekende X-9845-26/29 partijen niet aannemelijk maken dat de keuze van het tracé zou zijn gesteund op onjuiste feitelijke gegevens of dat de beslissing daaromtrent kennelijk onredelijk zou zijn; Overwegende dat het onderdeel niet kan worden aangenomen; 5.1. Overwegende dat de verzoekende partijen een tweede middel inroepen, geredigeerd als volgt: “Tweede middel, genomen uit de schending van artikel 16 van de Grondwet (
- en)van artikel 1 van het Eerste Aanvullend Protocol bij het EVRM, Doordat de Vlaamse regering in haar beide besluiten kiest voor het tracé waarbij vele private eigendommen onteigend zullen dienen te worden, boven het alternatief dat reeds bestaande reservatiestroken en de terreinen van de Intercommunale Antwerpse Waterwerken N.V. volgt, Terwijl naar luid van artikel 16 van de Grondwet niemand van zijn eigendom kan ontzet worden dan ten algemene nutte, En terwijl ook de rechtspraak van oordeel is dat ook wanneer het openbaar nut de realisatie vereist van het project waarvoor de overheid tot onteigening wenst over te gaan, dit geen voldoende rechtvaardiging vormt voor de onteigening zelf, wanneer dit project ook zonder onteigening kan worden gerealiseerd (...), En terwijl duidelijk is gebleken dat er alternatieven mogelijk zijn met voldoende waarborgen op het gebied van productiegarantie en veiligheid, zonder onoverkomelijke technische bezwaren en met een merkelijk lagere kostprijs, En terwijl voor zover de pijpleiding inderdaad nodig zou zijn, quod non, deze zou kunnen voorzien worden in bestaande reservatiestroken op de gebieden voor gemeenschapsvoorzieningen en openbare nutsvoorzieningen van het Vlaams Gewest, in concessie gegeven aan de Intercommunale Antwerpse Waterwerken N.V. en gebundeld met reeds bestaande nutsleidingen, En terwijl voor deze bestaande reservatiestroken nog recent bij de laatste gewestplanwijziging van 1998 alleen al op het grondgebied van de gemeenten Duffel en Rumst 14,3 ha natuurgebied en 15,7 ha agrarisch gebied gewijzigd werden in gebieden voor gemeenschapsvoorzieningen en openbare nutsvoorzieningen voor exclusief gebruik van concessiehouder A.W.W.”; 5.2. Overwegende dat het middel ervan uitgaat dat de bestreden besluiten een machtiging tot onteigening verlenen, of minstens een basis voor latere onteigeningen vormen; dat geen van de twee besluiten een machtiging tot onteigenen bevat; dat evenmin vaststaat dat voor de verwezenlijking van het tracé onteigeningen nodig zullen zijn; dat de verwerende partij bovendien terecht opmerkt dat, indien onteigeningen in de toekomst overwogen zouden worden, de desbetreffende besluiten in elk geval het voorwerp kunnen uitmaken van daartoe geëigende rechtsmiddelen; dat op die manier de verenigbaarheid met de in het middel aangehaalde bepalingen in verband met de eerbiediging van het eigendomsrecht kan worden gewaarborgd; X-9845-27/29 Overwegende dat, in zoverre de verzoekende partijen in hun laatste memorie betwisten dat de aanleg van de pijpleiding van openbaar nut zou zijn, gelet op de mogelijkheid om ook zonder onteigeningen het beoogde doel van verhoging van de waterproductiecapaciteit te bereiken, zij in feite andermaal de keuze van het tracé betwisten; dat in dit opzicht kan worden verwezen naar het antwoord op het derde onderdeel van het eerste middel; Overwegende dat het middel niet kan worden aangenomen; BESLUIT: Artikel 1. Vernietigd wordt het besluit van de Vlaamse regering van 26 mei 2000 houdende definitieve vaststelling van het plan tot gedeeltelijke wijziging van het gewestplan Mechelen op het grondgebied van de gemeenten Duffel, Lier, Mechelen en Willebroek, in zoverre het betrekking heeft op het tracé van de leidingstraat ten behoeve van een hoofdtransportleiding op het grondgebied van de gemeente Duffel, tussen de Lintsesteenweg en de Notmeir. Artikel 2. Het beroep wordt voor het overige verworpen. Artikel 3. Dit arrest zal worden bekendgemaakt op dezelfde wijze als het gedeeltelijk vernietigde besluit. Artikel 4. De kosten van het beroep ingesteld door de eerste en de tweede verzoekende partij, bepaald op 347,06 euro, komen ten laste van de verwerende partij. De kosten van het beroep ingesteld door de derde en de vierde verzoekende partij, bepaald op 347,06 euro, komen ten laste van die partijen. X-9845-28/29 De kosten van de tussenkomsten, bepaald op 496,85 euro, komen ten laste van de eerste, tweede en derde tussenkomende partijen, elk ten belope van 123,95 euro, en van de vierde tussenkomende partij, ten belope van 125 euro.. Aldus te Brussel uitgesproken in openbare terechtzitting, op tweeëntwintig april 2008, door de Xe kamer, die was samengesteld uit : de HH. P. LEMMENS, kamervoorzitter, J. BOVIN, staatsraad, D. MOONS, staatsraad, Mevr. A. TRUYENS, griffier. De griffier, De voorzitter, A. TRUYENS. P. LEMMENS. X-9845-29/29 PDF document ECLI:BE:RVSCE:2008:ARR.182.228 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div