← België

Arrest 182283 - Penitentiair recht - 23/04/2008

id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Raad van State Vonnis/arrest van 23 april 2008 ECLI nr: ECLI:BE:RVSCE:2008:ARR.182.283 Rolnummer: A. 187888/IX-5898 Zaak: Arrest 182283 - Penitentiair recht - 23/04/2008 Rechtsgebied: Bestuursrecht Invoerdatum: 2008-04-29 Raadplegingen: 60 - laatst gezien 2026-06-29 07:57 Fiche Arrest nr 182.283 van 23 april 2008 Justitie - Penitentiair recht Beslissing : Verwerping Thesaurus CAS: RAAD VAN STATE UTU-thesaurus: PUBLIEK EN ADMINISTRATIEF RECHT - RAAD VAN STATE - Arresten (Raad van State) Tekst van de beslissing RAAD VAN STATE, AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK. nr. 182.283 van 23 april 2008 in de zaak A. 187.888/IX-5898. In zake : Burak ERSEN, die woonplaats kiest bij advocaat J. MILLEN, kantoor houdende te HOESELT, Tongersesteenweg 4 bus 1 tegen : de Belgische Staat, vertegenwoordigd dor de minister van Justitie. --------------------------------------------------------------------------------------------------- DE Wnd. VOORZITTER VAN DE IXe KAMER, Gezien het verzoekschrift dat Burak ERSEN op 17 april 2008 heeft ingediend om bij uiterst dringende noodzakelijkheid de schorsing van de tenuitvoerlegging te vorderen van de beslissing van 11 april 2008 in het kader van een tuchtprocedure waarin verzoeker een tuchtsanctie opgelegd kreeg van 1 week individuele wandeling; Gelet op de beschikking van 22 april 2008 waarbij aan de verzoeker het voordeel van de kosteloze rechtspleging wordt verleend; Gezien de nota van de verwerende partij; Gelet op de beschikking van 21 april 2008 waarbij de terechtzitting bepaald wordt op 23 april 2008, om 11.00 uur; Gehoord het verslag van staatsraad D. MOONS; Gehoord de opmerkingen van advocaat G. OOMS, die loco advocaat J. MILLEN verschijnt voor de verzoeker, en van attaché K. VAN DRIESSCHE, die verschijnt voor de verwerende partij; IX-5898-1/6 Gehoord het eensluidend advies van eerste auditeur E. HAESBROUCK; Gelet op de artikelen 17 en 18 en titel VI, hoofdstuk II, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari 1973, OVERWEEGT WAT VOLGT : Feiten. 1. Verzoeker verblijft in de gevangenis te Hasselt. Op 8 april 2008 wordt lastens de verzoeker een tuchtrapport opgesteld. De penitentiair beambte stelt op voornoemde datum vast dat de verzoeker een doosje sigaretten doorgeeft aan een mede-gedetineerde tijdens de individuele wandeling. Dit is verboden, tijdens een individuele wandeling. De penitentiair beambte neemt dan het doosje af en vervolgens scheldt de verzoeker de penitentiair beambte uit. Op 11 april 2008 moet de verzoeker verschijnen voor de gevangenisdirecteur in het kader van de tuchtprocedure die lastens de verzoeker werd opgestart. Op 10 april 2008 verstuurt de directie van de gevangenis te Hasselt een brief naar de advocaat van de verzoeker waarin wordt meegedeeld dat de hoorzitting doorgaat op 14 april 2008 om 10.00 uur. In deze brief wordt onder meer het volgende geschreven: “Aangezien betrokkene (verzoeker) om uw bijstand heeft verzocht, hebben wij de eer U, conform de MO van 2/05/2005 betreffende de tuchtprocedure tegen een gedetineerde, op deze zitting uit te nodigen.” Het staat vast, en er wordt niet betwist dat de verzoeker op 11 april 2008 werd gehoord, zonder de bijstand van zijn advocaat. Op 11 april 2008 spreekt de gevangenisdirecteur lastens de verzoeker de tuchtsanctie van “1 week individuele wandeling” uit. Dit is de bestreden beslissing. IX-5898-2/6 IX-5898-3/6 Aanwijzing van de verwerende partij. 2. In zijn verzoekschrift wijst de verzoeker de volgende overheden aan als tegenpartijen: “Federale Overheidsdienst Justitie, vertegenwoordigd in de gevangenis te Hasselt door de heer gevangenisdirecteur, Waterloolaan 115, 1000 Brussel (

  1. en)de Minister van Justitie, Waterloolaan 115, 1000 Brussel”. De verwerende partij werpt een exceptie van onontvankelijkheid van de vordering op, in zoverre ze gericht is tegen de directeur van de gevangenis te Hasselt. Volgens de verwerende partij is de directeur een orgaan van de overheid die de bestreden beslissing heeft genomen en kan hij zelf niet als verwerende partij worden aangeduid. 3. De handeling waartegen de voorliggende vordering tot schorsing is gericht, gaat uit van de directeur van de gevangenis te Hasselt. Zoals de verwerende partij terecht opmerkt, handelt de gevangenisdirecteur als orgaan van de Belgische Staat. Het is dan ook die laatste rechtspersoon, en niet een orgaan ervan, die als verwerende partij moet worden aangewezen. Onderzoek van de vordering. 4. Overeenkomstig artikel 17, §§ 1 en 2, van de gecoördineerde wetten op de Raad van State kan slechts tot de schorsing van de tenuitvoerlegging bij uiterst dringende noodzakelijkheid worden besloten onder de drievoudige voorwaarde dat een uiterst dringende noodzakelijkheid voorhanden is, dat ernstige middelen worden aangevoerd die de vernietiging van de aangevochten beslissing kunnen verantwoorden, en dat de onmiddellijke tenuitvoerlegging van de beslissing een moeilijk te herstellen ernstig nadeel kan berokkenen. 5.1. Het voorliggende verzoekschrift bevat geen uiteenzetting betreffende de uiterst dringende noodzakelijkheid, zodat niet is voldaan aan de eerste cumulatieve voorwaarde van voornoemd artikel 17, §§ 1 en 2. 5.2. De verzoeker voert de schending aan van de rechten van verdediging, omdat hij uitdrukkelijk verzocht om de bijstand van een advocaat teneinde zich te laten verdedigen door deze raadsman in het kader van de tucht- procedure. IX-5898-4/6 Het staat vast en het wordt niet betwist door de verwerende partij dat op 11 april 2008, datum van de hoorzitting, de verzoeker niet werd bijgestaan door zijn raadsman. Deze vaststelling volstaat om te concluderen tot een manifeste schending van de rechten van verdediging van de verzoeker, zodat het enig middel ernstig is en is voldaan aan de tweede cumulatieve voorwaarde van voormeld artikel 17, §§ 1 en 2. 5.3. Wat de derde voorwaarde betreft, zet de verzoeker het volgende uiteen : “Verzoeker vraagt dat de hem opgelegde tuchtstraf, te weten ‘één week individuele wandeling wordt geschorst in afwachting van de behandeling van zijn verzoekschrift tot nietigverklaring’, betreffende de opgelegde tuchtsanctie van de directeur van 4 januari 2008, zijnde drie dagen strafcel alsook zes maanden individueel regime (glasbezoek, individuele wandeling, geen gemeenschappelijke activiteiten), waarbij deze tuchtsanctie afloopt op 4 juli 2008”. Wat voorafgaat is geen nadeel dat voortvloeit uit de thans bestreden beslissing, zodat het niet kan worden aangenomen. Er is aldus niet voldaan aan twee van de bij artikel 17, §§ 1 en 2, van de gecoördineerde wetten op de Raad van State opgelegde voorwaarden om bij uiterst dringende noodzakelijkheid de schorsing van de tenuitvoerlegging van de bestreden beslissing te bevelen. Die vaststelling leidt ertoe dat de vordering moet worden verworpen. OM DIE REDENEN BESLIST DE Wnd. VOORZITTER : Artikel 1. De vordering tot schorsing bij uiterst dringende noodzakelijkheid wordt verworpen. IX-5898-5/6 Artikel 2. De kosten van de vordering tot schorsing bij uiterst dringende noodzakelijkheid, bepaald op 175 euro, komen ten laste van de verzoeker. Aldus te Brussel uitgesproken in openbare terechtzitting, op 23 april 2008, door : de H. D. MOONS, staatsraad, wnd.kamervoorzitter, Mevr. V. WAUTERS, griffier. De griffier, De voorzitter, V. WAUTERS. D. MOONS. IX-5898-6/6 PDF document ECLI:BE:RVSCE:2008:ARR.182.283 Gerelateerde publicatie(
  2. s)gevolgd door: ECLI:BE:RVSCE:2009:ARR.189.343 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div

🔗 Vers la source officielle

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.