← België

Arrest 182293 - Milieuvergunningen - 24/04/2008

id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Raad van State Vonnis/arrest van 24 april 2008 ECLI nr: ECLI:BE:RVSCE:2008:ARR.182.293 Rolnummer: A. 177276/VII-36602 Zaak: Arrest 182293 - Milieuvergunningen - 24/04/2008 Rechtsgebied: Bestuursrecht Invoerdatum: 2008-05-07 Raadplegingen: 59 - laatst gezien 2026-06-29 07:57 Fiche Arrest nr 182.293 van 24 april 2008 Ruimtelijke ordening, stedenbouw, leefmilieu en aanverwante aangelegenheden - Milieuvergunningen Beslissing : Verwerping Afstand van geding Thesaurus CAS: RAAD VAN STATE UTU-thesaurus: PUBLIEK EN ADMINISTRATIEF RECHT - RAAD VAN STATE - Arresten (Raad van State) Tekst van de beslissing RAAD VAN STATE, AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK. nr. 182.293 van 24 april 2008 in de zaak A. 177.276/VII-36.

  1. In zake :
  2. August BRASPENNING,
  3. Leo CLUYTENS,
  4. Jef MICHIELSEN,
  5. Elisa VERMEIREN,
  6. Hendrik ROOVERS,
  7. Bart JOOSEN, die woonplaats kiezen bij advocaten M. VAN PASSEL en G. CNUDDE, kantoor houdende te ANTWERPEN, Frankrijklei 146 tegen : het Vlaamse Gewest, vertegenwoordigd door de Vlaamse regering, dat woonplaats kiest bij advocaat J. BERGÉ, kantoor houdende te LEUVEN, Naamsestraat
  8. ----------------------------------------------------------------------------------------------------- -- DE VOORZITTER VAN DE VIIe KAMER, Gezien het verzoekschrift dat August BRASPENNING, Leo CLUYTENS, Jef MICHIELSEN, Elisa VERMEIREN, Hendrik ROOVERS en Bart JOOSEN op 29 september 2006 hebben ingediend om de nietigverklaring te vorderen van het besluit van de Vlaamse minister van Openbare Werken, Energie, Leefmilieu en Natuur van 25 juli 2006 houdende uitspraak over de beroepen aangetekend tegen de beslissing van de bestendige deputatie van de provincieraad van Antwerpen van 3 november 2005, houdende het gedeeltelijk verlenen aan Eddy JOOSEN van een milieuvergunning om een rundveebedrijf, gelegen aan de Raamloopstraat 2 te Hoogstraten, te veranderen door toevoeging, wijziging en uitbreiding; Gelet op het arrest nr. 167.890 van 15 februari 2007 waarbij de afstand van het geding in hoofde van de vijfde verzoekende partij wordt vastgesteld en de vordering tot schorsing van de tenuitvoerlegging van het bestreden besluit wordt verworpen; VII-36.602-1/4 Gelet op de kennisgeving van dit arrest aan de verzoekende partijen op 2 maart 2007; Gezien het verzoek tot voortzetting van het geding van 27 maart 2007 ingediend door de eerste drie verzoekende partijen; Gelet op de kennisgeving van de memorie van antwoord aan de eerste drie verzoekende partijen op 24 mei 2007; Gelet op titel VI, hoofdstuk II, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari 1973; Gelet op de kennisgeving aan de partijen, op grond van artikel 14bis, § 1, van het besluit van de Regent van 23 augustus 1948 tot regeling van de rechtspleging voor de afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State, dat de kamer uitspraak zal doen onder aanvoering van het ontbreken van het vereiste belang, tenzij een van de partijen binnen een termijn van vijftien dagen vraagt om te worden gehoord; Overwegende dat geen van de partijen heeft gevraagd om te worden gehoord; Overwegende dat bij het versturen van een kopie van de memorie van antwoord aan de eerste drie verzoekende partijen de hoofdgriffier melding heeft gemaakt van artikel 21, tweede lid, van de wetten op de Raad van State, gecoördi- neerd op 12 januari 1973; Overwegende dat de eerste drie verzoekende partijen binnen de termijn van zestig dagen, gesteld in artikel 7 van voormeld besluit van de Regent, geen memorie van wederantwoord aan de griffie hebben toegestuurd; dat krachtens voornoemd artikel 21, tweede lid, vastgesteld dient te worden dat het vereiste belang om de gevorderde vernietiging te verkrijgen, in hunner hoofde ontbreekt; Overwegende dat naar luid van artikel 17, § 4ter, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari 1973, ten aanzien van de verzoekende partij een vermoeden van afstand van geding geldt wanneer zij, nadat de vordering tot schorsing van een akte of een reglement is afgewezen, geen verzoek VII-36.602-2/4 tot voortzetting van de rechtspleging indient binnen een termijn van dertig dagen die ingaat met de kennisgeving van het arrest; Overwegende dat het arrest nr. 167.890 van 15 februari 2007 de vordering tot schorsing van de tenuitvoerlegging van het bestreden besluit heeft verworpen; Overwegende dat de vierde en de zesde verzoekende partij geen verzoek tot voortzetting van de rechtspleging hebben ingediend binnen de termijn van dertig dagen na kennisgeving van het arrest; dat te hunner aanzien een vermoeden van afstand van het geding geldt, BESLUIT: Artikel
  9. Het beroep wordt verworpen in hoofde van de eerste drie verzoekende partijen. Artikel
  10. De afstand van het geding wordt vastgesteld in hoofde van de vierde en de zesde verzoekende partij. Artikel
  11. De kosten van de vordering tot schorsing, bepaald op 1050 euro, komen ten laste van de verzoekende partijen, elk voor een zesde. De kosten van het annulatieberoep, bepaald op 525 euro, komen ten laste van de eerste drie verzoekende partijen, elk voor een derde. VII-36.602-3/4 Aldus te Brussel uitgesproken in openbare terechtzitting, op vierentwintig april tweeduizend en acht, door : de H. L. HELLIN, kamervoorzitter, Mevr. E. IMPENS, griffier. De griffier, De voorzitter, E. IMPENS. L. HELLIN. VII-36.602-4/4 PDF document ECLI:BE:RVSCE:2008:ARR.182.293 Gerelateerde publicatie(s) voorafgegaan door: ECLI:BE:RVSCE:2007:ARR.167.890 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div

🔗 Vers la source officielle

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.