← België

Arrest 182301 - Varia (ruimtelijke ordening, stedenbouw, leefmilieu) - 24/04/2008

id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Raad van State Vonnis/arrest van 24 april 2008 ECLI nr: ECLI:BE:RVSCE:2008:ARR.182.301 Rolnummer: A. 145276/VII-37038 Zaak: Arrest 182301 - Varia (ruimtelijke ordening, stedenbouw, leefmilieu) - 24/04/2008 Rechtsgebied: Bestuursrecht Invoerdatum: 2008-05-06 Raadplegingen: 62 - laatst gezien 2026-06-29 07:57 Fiche Arrest nr 182.301 van 24 april 2008 Ruimtelijke ordening, stedenbouw, leefmilieu en aanverwante aangelegenheden - Varia (ruimtelijke ordening, stedenbouw, leefmilieu) Beslissing : Vernietiging bekendmaking Thesaurus CAS: RAAD VAN STATE UTU-thesaurus: PUBLIEK EN ADMINISTRATIEF RECHT - RAAD VAN STATE - Arresten (Raad van State) Tekst van de beslissing RAAD VAN STATE, AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK. nr. 182.301 van 24 april 2008 in de zaak A. 145.276/VII-37.

  1. In zake : Cyriel BERGEN, die woonplaats kiest bij advocaten J. DURNEZ en E. GOFFIN, kantoor houdende te OUD-HEVERLEE, Waversebaan 134 A tegen : het Vlaamse Gewest, vertegenwoordigd door de Vlaamse regering, dat woonplaats kiest bij advocaat B. BRONDERS, kantoor houdende te OOSTENDE, E. Beernaertstraat
  2. --------------------------------------------------------------------------------------------------- D E R A A D V A N S T A T E, VIIe K A M E R, Gezien het verzoekschrift dat Cyriel BERGEN op 12 december 2003 heeft ingediend om de vernietiging te vorderen van het besluit van de Vlaamse regering van 18 juli 2003 houdende definitieve vaststelling van het afbakeningsplan voor de Grote Eenheden Natuur en Grote Eenheden Natuur in Ontwikkeling van de Bossen van Averbode, het Schulensbroek, het Rot-, Gorenbroek en Diesters Broek, de Midden- en Benedenloop Zwarte Beek, de Begijnenbeekvallei, de Vallei van de Tieltse Motte, de Demervallei ten oosten van Aarschot en de Vallei van de Drie Beken; Gelet op het arrest nr. 178.904 van 24 januari 2008 waarbij de debatten worden heropend en de zaak opnieuw wordt opgeroepen op de openbare terechtzitting van 6 maart 2008; Gehoord het verslag van staatsraad E. BREWAEYS; Gehoord de opmerkingen van advocaat E. GOFFIN, die verschijnt voor verzoeker, en van advocaat P. LOUAGE die, loco advocaat B. BRONDERS verschijnt voor de verwerende partij; VII-37.038-1/5 Gehoord het andersluidend advies van eerste auditeur-afdelings- hoofd W. VAN NOTEN; Gelet op titel VI, hoofdstuk II, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari 1973; OVERWEEGT WAT VOLGT : 1.
  3. In een tweede middel wordt de schending aangevoerd van artikel 17 van het decreet van 21 oktober 1997 betreffende het natuurbehoud en het natuurlijk milieu (hierna : natuurbehouddecreet) en van de artikelen 10 en 11 van de Grondwet. Volgens verzoeker wordt artikel 17 van het natuurbehouddecreet geschonden, doordat het afbakeningsplan een totaal gebrek aan samenhang vertoont en er niet voldaan is aan de eis dat gebieden met een duidelijke samenhang en een voldoende aaneengesloten oppervlakte moeten worden afgebakend. Daarbij aansluitend stelt verzoeker dat het gelijkheidsbeginsel geschonden wordt doordat de overheid zijn percelen er bij de vaststelling van het afbakeningsplan willekeurig heeft uitgepikt en de naburige percelen niet in het afbakeningsplan werden opgenomen. 1.
  4. De verwerende partij stelt dat het middel waarin wordt aangevoerd dat van een samenhangende en voldoende aaneengesloten oppervlakte geen sprake zou zijn en de percelen van verzoeker willekeurig als VEN-gebied werden aangeduid, geen onderscheid maakt tussen de opportuniteit en de rechtmatigheid van de bestreden beslissing en dat de Raad van State bijgevolg van dat middel geen kennis kan nemen. 1.
  5. Verzoeker repliceert dat hij niet de opportuniteit van de beslissing in vraag stelt. Hij argumenteert dat de Raad van State immers over een marginale toetsingsbevoegdheid beschikt om na te gaan of de afgebakende gebieden een samenhangend en georganiseerd geheel vormen. Hij betoogt dat "het lappendeken", waarbij perceeltjes werden opgenomen die niet eens aansluiten bij andere ingekleurde percelen, door geen enkel redelijk denkend mens als een samenhangen- de, georganiseerde en aaneengesloten oppervlakte kan worden beschouwd. Bovendien stelt verzoeker dat het gelijkheidsbeginsel wordt geschonden doordat landbouwpercelen die het geheel zouden doen aaneensluiten worden uitgeloten en de verwerende partij derhalve eerder gelet heeft op de hoedanigheid van de eigenaar dan op de hoedanigheid van de grond. VII-37.038-2/5 1.
  6. In de laatste memorie stelt de verwerende partij dat verzoeker "niet concreet aantoont welke bestemming en natuurwaarde [zijn] percelen hebben, om deze vervolgens te vergelijken met de concrete bestemming en natuurwaarde van de welbepaalde omliggende percelen", dat zij over een ruime appreciatiebevoegd- heid beschikt om de natuurwaarde van gebieden te beoordelen en dat de omringende landbouwpercelen, die specifiek voor de landbouw worden gebruikt, daardoor aan natuurwaarde hebben ingeboet ten aanzien van de percelen van verzoeker die vooral voor de jacht worden gebruikt.
  7. Bij de afbakening van de VEN-gebieden moet op de samenhang worden gelet. Luidens artikel 17, § 1, van het natuurbehouddecreet is het Vlaams Ecologisch Netwerk immers "een samenhangend en georganiseerd geheel, van gebieden van de open ruimte waarin een specifiek beleid inzake het natuurbehoud, gebaseerd op de kenmerken en elementen van het natuurlijk milieu, de onderlinge samenhang tussen de gebieden van de open ruimte en de aanwezige en potentiële natuurwaarden wordt gevoerd". Artikel 17, § 2, van het natuurbehouddecreet bepaalt dat de GEN en de GENO gebieden omvatten "met een duidelijke samenhang en een voldoende aaneengesloten oppervlakte". In de memorie van toelichting bij het natuurbehouddecreet werd wat betreft de samenhang van de VEN-gebieden gesteld dat "moet gestreefd worden naar een voldoende samenhang, (...), en een voldoende aaneengesloten oppervlakte" (Parl. St., Vlaams Parlement, 1996-1997, nr. 690-1, blz. 12). De gebieden die als GEN of GENO worden aangewezen, moeten telkens een duidelijke onderlinge samenhang hebben en een voldoende aaneengesloten oppervlakte. Een versnippering biedt onvoldoende kansen voor het behoud en de eventuele ontwikkeling van de aanwezige natuur. Uit de door de partijen ter terechtzitting voorgelegde plannen blijkt dat visueel kan worden vastgesteld dat de in het VEN opgenomen oppervlaktes hoegenaamd niet als aaneengesloten kunnen worden beschouwd. Er is bijgevolg een schending van artikel 17, § 1, van het natuurbehouddecreet. Het middel is gegrond; het verantwoordt de vernietiging van het bestreden besluit in de mate hierna bepaald. De verwerende partij merkt terecht op dat verzoeker enkel belang heeft bij de nietigverklaring van de percelen waarvan hij eigenaar is. Dit gedeelte is afsplitsbaar van de rest van het besluit, VII-37.038-3/5 OM DIE REDENEN BESLIST DE RAAD VAN STATE : Artikel
  8. Vernietigd wordt het besluit van de Vlaamse regering van 18 juli 2003 houdende definitieve vaststelling van het afbakeningsplan voor de Grote Eenheden Natuur en Grote Eenheden Natuur in Ontwikkeling van de Bossen van Averbode, het Schulensbroek, het Rot-, Gorenbroek en Diesters Broek, de Midden- en Benedenloop Zwarte Beek, de Begijnenbeekvallei, de Vallei van de Tieltse Motte, de Demervallei ten oosten van Aarschot en de Vallei van de Drie Beken voor zover het volgende percelen opneemt in het afbakeningsplan : - te Aarschot, afdeling 3, sectie B, nrs. 110, 125b, 127, 128, 134, 135b, 135f, 136, 154b, 156a, 156b, 162 - te Aarschot, afdeling 3, sectie C, nrs. 256b, 258a, 259c, 256a, 258b, 259 - te Scherpenheuvel-Zichem, afdeling 4, sectie C, nrs. 378, 379, 380,
  9. Artikel
  10. Dit arrest zal worden bekendgemaakt op dezelfde wijze als het vernietigde besluit. Artikel
  11. De kosten van het beroep, bepaald op 175 euro, komen ten laste van de verwerende partij. VII-37.038-4/5 Aldus te Brussel uitgesproken in openbare terechtzitting, op vierentwintig april tweeduizend en acht, door de VIIe kamer, die was samengesteld uit : de HH. L. HELLIN, kamervoorzitter, J. LUST, staatsraad, E. BREWAEYS, staatsraad, Mevr. E. IMPENS, griffier. De griffier, De voorzitter, E. IMPENS. L. HELLIN. VII-37.038-5/5 PDF document ECLI:BE:RVSCE:2008:ARR.182.301 Gerelateerde publicatie(s) voorafgegaan door: ECLI:BE:RVSCE:2008:ARR.178.904 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div

🔗 Vers la source officielle

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.