← België

Arrest 182305 - Varia (ruimtelijke ordening, stedenbouw, leefmilieu) - 24/04/2008

id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Raad van State Vonnis/arrest van 24 april 2008 ECLI nr: ECLI:BE:RVSCE:2008:ARR.182.305 Rolnummer: A. 137889/VII-30073 Zaak: Arrest 182305 - Varia (ruimtelijke ordening, stedenbouw, leefmilieu) - 24/04/2008 Rechtsgebied: Bestuursrecht Invoerdatum: 2008-05-07 Raadplegingen: 61 - laatst gezien 2026-06-29 07:57 Fiche Arrest nr 182.305 van 24 april 2008 Ruimtelijke ordening, stedenbouw, leefmilieu en aanverwante aangelegenheden - Varia (ruimtelijke ordening, stedenbouw, leefmilieu) Beslissing : Verwerping Thesaurus CAS: RAAD VAN STATE UTU-thesaurus: PUBLIEK EN ADMINISTRATIEF RECHT - RAAD VAN STATE - Arresten (Raad van State) Tekst van de beslissing RAAD VAN STATE, AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK. nr. 182.305 van 24 april 2008 in de zaak A. 137.889/VII-30.

  1. In zake : Charles CORSWAREM, die woonplaats kiest bij advocaat J. VERDIN, kantoor houdende te TONGEREN, Albertwal 54 tegen : de Vlaamse Landmaatschappij, die woonplaats kiest bij advocaat M. VANDEPUT, kantoor houdende te HASSELT, Kol. Dusartplein 34, bus
  2. --------------------------------------------------------------------------------------------------- D E R A A D V A N S T A T E, VIIe K A M E R, Gezien het verzoekschrift dat Charles CORSWAREM op 13 juni 2003 heeft ingediend om de nietigverklaring te vorderen van de beslissing van de geschillencommissie bij de Vlaamse Landmaatschappij van 30 mei 2002 waarbij verzoekers bezwaar tegen de beslissing van de Vlaamse Landmaatschappij van 16 januari 2002 wordt verworpen, deze laatste beslissing wordt bevestigd en aldus wordt beslist aan verzoeker geen beheersvergoeding uit te betalen voor het eerste contractjaar van zijn beheersovereenkomst water; Gezien de regelmatig gewisselde memories van antwoord en van wederantwoord; Gezien het verslag opgemaakt door eerste auditeur J. CLEMENT; Gelet op de beschikking van 24 april 2007 die de neerlegging ter griffie van het verslag en van het dossier gelast; Gelet op de kennisgeving van het verslag aan de partijen en gezien de laatste memorie van verzoeker; VII-30.073-1/6 Gelet op de beschikking van 19 februari 2008 waarbij de terechtzitting wordt bepaald op 20 maart 2008; Gehoord het verslag van staatsraad E. BREWAEYS; Gehoord de opmerkingen van advocaat J. VERDIN, die verschijnt voor verzoeker; Gehoord het eensluidend advies van eerste auditeur J. CLEMENT; Gelet op titel VI, hoofdstuk II, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari 1973; OVERWEEGT WAT VOLGT :
  3. De gegevens van de zaak 1.1.
  4. Verzoeker is eigenaar van een aantal percelen landbouwgrond die zich bevinden in een door de Vlaamse regering overeenkomstig artikel 15 van het decreet van 23 januari 1991 inzake de bescherming van het leefmilieu tegen de verontreiniging door meststoffen (hierna: meststoffendecreet) aangeduide kwetsbare zone water. 1.1.
  5. In de loop van het jaar 2001 sluiten verzoeker en de VLM een beheersovereenkomst water. 1.1.
  6. Op 18 oktober 2001 wordt door de verwerende partij bij verzoeker een inspectie uitgevoerd. Er wordt vastgesteld dat verzoeker geen ingevuld bemestingsplan en -register kan voorleggen en dat aldus de beheersovereenkomst niet wordt nageleefd. 1.1.
  7. Op 16 januari 2002 deelt de verwerende partij mee voor het contractjaar 2001 geen beheersvergoedingen uit te betalen aan verzoeker. 1.1.
  8. Op 28 februari 2002 dient verzoeker bij de geschillencommissie een bezwaarschrift in tegen de hierboven vermelde beslissing van 16 januari
  9. VII-30.073-2/6 1.1.
  10. Op 30 mei 2002 beslist de geschillencommissie verzoekers bezwaar te verwerpen. Dit is de bestreden beslissing. 1.2.
  11. De bestreden beslissing wordt genomen in het kader van de beheersovereenkomsten die kunnen worden gesloten voor kwetsbare zones water in de zin van het meststoffendecreet. Artikel 15 van het decreet stelde op het ogenblik dat de bestreden beslissing werd genomen het volgende : "§ l. In de kwetsbare zones bedoeld in artikel 15 kan de Vlaamse Regering met de grondgebruikers beheersovereenkomsten op vrijwillige basis sluiten ter stimulering van verdergaande stappen ter verbetering van het milieu. (...) §
  12. Voor de cultuurgronden gelegen in de zones, bedoeld in artikel 15, § 6, worden de inkomstenverliezen die ontstaan ten gevolge van de bepalingen van artikel 15, § 7, die gericht zijn op verdergaande stappen ter verbetering van het milieu volledig vergoed, conform de bepalingen van artikel 15septies. Met ingang van l januari 2003 kunnen, binnen de budgettaire perken en voor percelen cultuurgronden gelegen binnen de kwestbare zone water, bijkomende financiële stimuli aan gebruikers worden gegeven voor die percelen cultuur- gronden waar een lagere risidu-waarde wordt gemeten dan deze die overeen- komt met de richtwaarde, bedoeld in artikel 13bis, § l, tweede lid, 2°. De Vlaamse regering kan nadere voorwaarden en regels vaststellen voor het toekennen van deze bijkomende financiële stimuli". Luidens artikel 15septies is het de Vlaamse regering die de vergoedingen voor de inkomstenverliezen vaststelt. 1.2.
  13. Voornoemde regeling is uitgewerkt in het besluit van de Vlaamse regering van 10 november 2000 tot vaststelling van een vergoedingenregeling ter uitvoering van artikel 15, 15bis, 15ter, 15sexies, §§ 1 en 3 en 15septies van het decreet van 23 januari 1991 inzake de bescherming van het leefmilieu tegen de verontreiniging door meststoffen en tot wijziging van het besluit van de Vlaamse regering van 26 mei 2000 ter uitvoering van sommige artikelen van hetzelfde decreet (hierna : besluit van de Vlaamse regering van 10 november 2000). Artikel 6 van dit besluit stelde op het ogenblik dat de bestreden beslissing werd genomen dat "de bepalingen van het gemeen recht (...) van toepassing (zijn) op de beheersovereenkomsten, voor zover de beheersovereenkomst er niet uitdrukkelijk van afwijkt". Artikel 7, § 1 van het besluit bepaalde op het ogenblik dat de bestreden beslissing werd genomen dan weer wat volgt : VII-30.073-3/6 "Wanneer na controle wordt vastgesteld dat de beheerder de bepalingen van de beheersovereenkomst niet naleeft of heeft nageleefd, vervalt voor de beheerder de in de beheersovereenkomst voorziene vergoeding voor de betrokken kalenderjaren voor de betrokken percelen. De VLM vordert de reeds betaalde vergoedingen terug voor die jaren waarin een inbreuk op de bepaling- en van de beheersovereenkomst door de beheerder werd vastgesteld. Iedere toezichthoudende ambtenaar die vaststelt dat een beheerder de bepalingen van de beheersovereenkomst niet naleeft, is met het oog op het niet uitbetalen of de terugvordering van de vergoeding, gehouden binnen de maand na de vaststel- ling van de overtreding, een kopie van de vaststelling van deze overtreding over te maken aan de VLM en aan de beheerder. De VLM geeft de beheerder van haar beslissing tot niet-betaling of terugvorde- ring van de beheersvergoeding kennis per aangetekende brief waarin de bepalingen van de overeenkomst, die de beheerder niet heeft nageleefd, worden vermeld". Artikel 7, § 2 voorzag op het ogenblik dat de bestreden beslissing werd genomen in de mogelijkheid om een bezwaarschrift in te dienen.
  14. Rechtsmacht 2.
  15. Krachtens de artikelen 144 en 145 van de Grondwet is de Raad van State niet bevoegd om kennis te nemen van een annulatieberoep waarvan het werkelijk en rechtstreeks voorwerp een geschil is over subjectieve rechten. De Raad van State moet dan ook zijn bevoegdheid afwijzen wanneer het beroep is gericht op de erkenning van een subjectief recht waaromtrent het bestuur een volledig gebonden bevoegdheid heeft. 2.
  16. Het beroep is gericht tegen de beslissing waarbij aan verzoeker wordt geweigerd beheersvergoedingen uit te betalen in het kader van een tussen hem en de verwerende partij gesloten overeenkomst. Verzoeker betwist het standpunt van de verwerende partij als zou hij de op hem rustende verbintenissen niet (correct) zijn nagekomen. 2.
  17. Uit de samenlezing van de artikelen 15, § 2 en 15septies van het meststoffendecreet blijkt dat verzoeker recht heeft op een vergoeding mits is voldaan aan de door de Vlaamse regering in haar besluit van 10 november 2000 vastgestelde voorwaarden. Artikel 7 van dit besluit stelt uitdrukkelijk dat dit recht op een vergoeding vervalt wanneer de beheerder zijn verbintenissen uit de beheersovereen- komst niet naleeft. Luidens artikel 6 is het gemeen recht van toepassing, voor zover de beheersovereenkomst er niet uitdrukkelijk van afwijkt, hetgeen te dezen niet het geval is. VII-30.073-4/6 2.
  18. Het werkelijk voorwerp van het beroep betreft bijgevolg een betwisting omtrent de uitvoering van een overeenkomst, en meer bepaald omtrent de vraag of verzoeker al dan niet zijn verbintenissen is nagekomen en recht heeft op een vergoeding. Het antwoord hierop is een kwestie van interpretatie van de toepasselijke regeling, en niet van appreciatie ervan. 2.
  19. Het is bijgevolg enkel en alleen de gewone rechter die uitspraak kan doen over het recht van verzoeker. De Raad van State is te dezen dan ook zonder rechtsmacht. Het komt hierbij evenwel gepast voor de kosten ten laste te leggen van de verwerende partij, omdat bij het ter kennis brengen van de bestreden beslissing aan verzoeker de mogelijkheid werd vermeld van de indiening van een beroep tot nietigverklaring bij de Raad van State. De regeling van de wet van 21 april 2007 betreffende de verhaalbaarheid van de erelonen en de kosten verbonden aan de bijstand van een advocaat is niet van toepassing op de procedure voor de Raad van State, OM DIE REDENEN BESLIST DE RAAD VAN STATE : Artikel
  20. Het beroep wordt verworpen. Artikel
  21. De kosten van het beroep, bepaald op 175 euro, komen ten laste van de verwerende partij. VII-30.073-5/6 Aldus te Brussel uitgesproken in openbare terechtzitting, op vierentwintig april tweeduizend en acht, door de VIIe kamer, die was samengesteld uit : de HH. L. HELLIN, kamervoorzitter, E. BREWAEYS, staatsraad, P. LEFRANC, staatsraad, Mevr. E. IMPENS, griffier. De griffier, De voorzitter, E. IMPENS. L. HELLIN. VII-30.073-6/6 PDF document ECLI:BE:RVSCE:2008:ARR.182.305 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div

🔗 Vers la source officielle

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.