← België

Arrest 182324 - Overheidsopdrachten - 24/04/2008

id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Raad van State Vonnis/arrest van 24 april 2008 ECLI nr: ECLI:BE:RVSCE:2008:ARR.182.324 Rolnummer: A. 187682/XII-5385 Zaak: Arrest 182324 - Overheidsopdrachten - 24/04/2008 Rechtsgebied: Bestuursrecht Invoerdatum: 2008-04-28 Raadplegingen: 61 - laatst gezien 2026-06-29 07:57 Fiche Arrest nr 182.324 van 24 april 2008 Overheidsopdrachten en openbare werken - Overheidsopdrachten Beslissing : Verwerping Thesaurus CAS: RAAD VAN STATE UTU-thesaurus: PUBLIEK EN ADMINISTRATIEF RECHT - RAAD VAN STATE - Arresten (Raad van State) Tekst van de beslissing RAAD VAN STATE, AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK. nr. 182.324 van 24 april 2008 in de zaak A. 187.682/XII-

  1. In zake : de NV VERKEER, SIGNALISATIE EN ELEKTRONIKA, die woonplaats kiest bij advocaten J.-J. Van Raemdonck, E. Van Nuffel en J. Ghysels, kantoor houdende te 1170 Brussel, Terhulpsesteenweg 187 tegen : het BRUSSELS HOOFDSTEDELIJK GEWEST, dat woonplaats kiest bij advocaten D. D'Hooghe en L. Schellekens, kantoor houdende te 1000 Brussel, Loksumstraat
  2. tussenkomende partij : de NV SPIE BELGIUM, die woonplaats kiest bij advocaat K. Ronse, kantoor houdende te 1050 Brussel, Guillaume Macaulaan
  3. --------------------------------------------------------------------------------------------------- DE VOORZITTER VAN DE XIIe KAMER, Gezien het verzoekschrift dat de NV Verkeer, Signalisatie en Elektronica op 31 maart 2008 heeft ingediend om bij uiterst dringende noodzakelijkheid de schorsing te vorderen van : “
  4. de beslissing van 28.02.2008, aan verzoekende partij ter kennis gebracht op 21.03.2008, van het Ministerie van het Brussels Hoofdstedelijk Gewest om verzoekende partij uit te sluiten van de procedure tot toewijzing van de overheidsopdracht die beheerst wordt door het bijzonder lastenboek nr. A4/2007-012 en tot verwerping van haar offerte;
  5. de beslissing van onbekende datum om de overheidsopdracht toe te wijzen”; Gezien de nota van de verwerende partij; XII-5385-1/6 Gelet op de beschikking van 1 april 2008 waarbij de terechtzitting bepaald wordt op 17 april 2008, om 10.30 uur; Gezien het op 10 april 2008 ingediende verzoekschrift waarbij de NV Spie Belgium vraagt in het administratief kort geding te mogen tussenkomen; dat zij voordeel blijkt te halen uit de bestreden beslissing en erbij belang heeft dat de vordering wordt afgewezen; dat haar verzoek dienvolgens moet worden ingewilligd; Gehoord het verslag van kamervoorzitter D. Verbiest; Gehoord de opmerkingen van advocaat S. Wyckaert, die loco advocaten J.-J. Van Raemdonck, E. Van Nuffel en J. Ghysels verschijnt voor de verzoekende partij, en van advocaten L. Schellekens en J. Arnouts, die loco advocaat D. D’Hooghe verschijnen voor de verwerende partij, en van advocaat K. Ronse, die verschijnt voor de tussenkomende partij; Gehoord het eensluidend advies van eerste auditeur P. Barra; Gelet op de artikelen 17 en 18 en titel VI, hoofdstuk II, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari 1973, OVERWEEGT WAT VOLGT: De gegevens van de zaak
  6. De opdracht uitgaande van het Brussels Hoofdstedelijk Gewest en te begeven met de procedure van de openbare aanbesteding, wordt bekendgemaakt in het Bulletin der Aanbestedingen van 20 november
  7. Het voorwerp ervan wordt in deze bekendmaking omschreven als volgt : “De opdracht omvat het geheel der prestaties (levering en werken) nodig voor de levering, het ter plaatse installeren en de inwerkingstelling van de lichtbakens ter hoogte van de taxistandplaatsen op het grondgebied van het Brussels Hoofdstedelijk Gewest (gemeente- en gewestwegen)”. XII-5385-2/6
  8. De totale kostprijs van de werken wordt vastgelegd op maximaal 700.000 euro, inclusief BTW.
  9. Bij de opening der offertes blijken er vijf inschrijvingen te zijn ingediend :
  10. NV Louis Stevens & C/ 3.622.167,72 i
  11. NV Janssens 1.411.767,50 i
  12. NV Nizet Entreprise 978.984,03 i
  13. NV V.S.E. (Verkeer-Signalisatie-Elektronika) 1.254.305,14 i
  14. NV Spie Belgium 1.446.753,28 i
  15. Bij beslissing van 28 februari 2008, ondertekend door de bevoegde minister, worden drie van de vijf inschrijvers niet geselecteerd; enkel de verzoekende partij en de NV Spie Belgium worden geselecteerd.
  16. Eveneens op 28 februari 2008 wordt door de minister beslist dat de offerte van de verzoekende partij dient te worden uitgesloten wegens onregelmatigheid. Deze beslissing stelt dat er een substantieel voorbehoud is gemaakt door de verzoekende partij in haar offerte nu ze bijkomende eenheidsprijzen voorstelt voor meerwerken terwijl het bestek en de meetstaat expliciet voorzien in het herstel in perfecte staat van de plaats waar de werken plaatsgrijpen. Dit is de eerste bestreden beslissing.
  17. Nog op 28 februari 2008 beslist de bevoegde minister tot toewijzing van de opdracht aan de NV Spie Belgium voor een verbeterd bedrag van 1.379.104,06 euro met een vastlegging van de begroting op maximaal 700.000 euro. Dit is de tweede bestreden beslissing.
  18. Met een brief van 21 maart 2008 brengt de verwerende partij de verzoekende partij de beslissing van uitsluiting wegens onregelmatigheid ter kennis en wijst op de beroepsmogelijkheden met vermelding van artikel 21bis van de wet van 24 december 1993 betreffende de overheidsopdrachten en sommige opdrachten voor aanneming van werken, leveringen en diensten : XII-5385-3/6 “Overeenkomstig artikel 21bis van de wet van 24 december 1993 zoals gewijzigd, beschikt u over een termijn van tien dagen te rekenen vanaf de dag na de verzending van dit schrijven, om beroep aan te tekenen bij een rechtscollege, en dit uitsluitend via een procedure in kort geding, of voor de Raad van State met een procedure bij uiterst dringende noodzakelijkheid, met inachtneming van de in bijgaande algemene nota vermelde vormvereisten”. De grondvoorwaarden voor de schorsing
  19. Krachtens artikel 17, §§ 1 en 2, van de gecoördineerde wetten op de Raad van State kan slechts tot schorsing van de tenuitvoerlegging bij uiterst dringende noodzakelijkheid worden besloten onder de drievoudige voorwaarde dat uiterst dringende noodzakelijkheid voorhanden is, dat ernstige middelen worden aangevoerd die de nietigverklaring van de aangevochten beslissing kunnen verantwoorden en dat de onmiddellijke tenuitvoerlegging van de bestreden beslissing een moeilijk te herstellen ernstig nadeel kan berokkenen.
  20. Wat de eerste voorwaarde betreft, stelt de verzoekende partij “dat melding gemaakt kan worden van artikel 21bis, §2, tweede lid overheidsopdrachtenwet”; zij citeert deze bepaling, wijst op de voornoemde brief van 21 maart 2008, en besluit dat “terecht van de procedure bij uiterst dringende noodzakelijkheid gebruik wordt gemaakt” en die procedure “het enige middel vormt om verwerende partij te beletten de procedure verder te zetten”.
  21. De verwerende partij verklaart zich op dit punt naar de wijsheid van de Raad van State te gedragen; de tussenkomende partij betoogt, weliswaar onder een hoofding “geen moeilijk te herstellen ernstig nadeel”, dat de in het geding zijnde overheidsopdracht “geen Europese opdracht” is.
  22. Ten onrechte lijkt de verzoekende partij aan te nemen dat het meervermelde artikel 21bis te dezen toepasselijk is. De verwerende partij is er immers niet van uitgegaan dat de opdracht aan een Europese bekendmaking diende te worden onderworpen en heeft de opdracht niet in het Publicatieblad van de Europese Unie laten opnemen. De tussenkomende partij dient aldus in haar stelling te worden bijgevallen, althans in de huidige stand van de procedure, dat die bepaling niet van toepassing is omdat het inderdaad prima facie lijkt dat de daarin bepaalde drempelwaarden niet worden bereikt en de in die bepaling vervatte verplichting om een beroep te doen op de schorsingsprocedure bij uiterst dringende noodzakelijkheid, dienvolgens niet voorhanden is. XII-5385-4/6 De verzoekende partij moet dienvolgens aantonen dat zij te dezen terecht een beroep deed op de schorsingsprocedure bij uiterst dringende noodzakelijkheid, buiten elke toepassing van het voornoemde artikel 21bis teneinde te voldoen aan de eerste voorwaarde van het voormelde artikel 17 van de gecoördineerde wetten op de Raad van State.
  23. De schorsingsprocedure bij uiterst dringende noodzakelijkheid, zoals de Raad van State reeds uitvoerig heeft vastgesteld onder meer in zijn arrest NV Laboratoria Van Vooren, nr. 127.069 van 13 januari 2004, is niet geschikt om de gewone procedure te zijn die de beoogde rechtsbescherming kan bieden in het domein van de overheidsopdrachten. Die procedure dient uitzonderlijk te blijven teneinde niet in te gaan tegen de economie van de gecoördineerde wetten op de Raad van State, waarin tussen de gewone schorsingsprocedure en de procedure bij uiterst dringende noodzakelijkheid duidelijk onderscheid wordt gemaakt. De schorsingsprocedure bij uiterst dringende noodzakelijkheid mag aldus slechts worden aangewend in de gevallen waarin de wet deze uitdrukkelijk voorschrijft zoals in het -te dezen niet toepasselijke- voormelde artikel 21bis van de wet van 24 december 1993, en daarnaast in de enkele gevallen dat een gewone vordering tot schorsing onherroepelijk te laat zou komen om het nadeel te weren. Aldus mag ook niet worden aanvaard dat voor de Raad van State de partijen zelf - omzeggens bij overeenkomst - de betrokken spoedprocedure als de te volgen procedure kiezen. Die procedure wordt daarentegen dwingend door de betrokken regelgeving bepaald.
  24. Het is niet omdat zoals te dezen een opdrachtgevend bestuur in een kennisgevingsbrief verwijst - maar blijkbaar ten onrechte en in tegenstrijd met haar publicatiepraktijk - naar het voormelde artikel 21bis en naar de verplichting om, indien beroep wordt aangetekend, zulks binnen tien dagen te doen, en voor de Raad van State met een procedure bij uiterst dringende noodzakelijkheid - dat moet worden aangenomen dat terecht op die procedure een beroep is gedaan. De verwijzing naar die vermelding is het enige argument waarop de verzoekende partij steunt om voor die procedurevorm te kiezen. Hoewel zij is misleid door de onterechte verwijzing, kan daaruit niet worden afgeleid dat een nakende betekening van de toewijzing voorhanden is. Van een dergelijk gegeven is nergens sprake. De dringende noodzakelijkheid wordt te dezen dan ook niet aanvaard.
  25. Uit hetgeen voorafgaat volgt dat te dezen niet is aangetoond dat een gewone schorsing onherroepelijk te laat zou zijn gekomen om het aangevoerde nadeel te weren, dat de verzoekende partij legt in het niet zelf kunnen uitvoeren van XII-5385-5/6 de opdracht. Aldus is niet voldaan aan de eerste van de door het voormelde artikel 17 gestelde voorwaarden, die vervuld moeten zijn om de schorsing toe te wijzen. OM DIE REDENEN BESLIST DE RAAD VAN STATE : Artikel
  26. De vordering tot schorsing bij uiterst dringende noodzakelijkheid wordt verworpen. Artikel
  27. De uitspraak over de bijdrage in de betaling van de kosten van de vordering tot schorsing wordt uitgesteld. Aldus te Brussel uitgesproken in openbare terechtzitting, op vierentwintig april 2008, door : de H. D. VERBIEST, kamervoorzitter, Mevr. S. DOMS, griffier. De griffier, De voorzitter, S. DOMS. D. VERBIEST. XII-5385-6/6 PDF document ECLI:BE:RVSCE:2008:ARR.182.324 Gerelateerde publicatie(s) gevolgd door: ECLI:BE:RVSCE:2008:ARR.186.286 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div

🔗 Vers la source officielle

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.