← België

Arrest 182453 - Openbaar ambt van Gemeenschappen en Gewesten - Aanwerving en loopbaan - 28/04/2008

id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Raad van State Vonnis/arrest van 28 april 2008 ECLI nr: ECLI:BE:RVSCE:2008:ARR.182.453 Rolnummer: A. 74681/IX-1688 Zaak: Arrest 182453 - Openbaar ambt van Gemeenschappen en Gewesten - Aanwerving en loopbaan - 28/04/2008 Rechtsgebied: Bestuursrecht Invoerdatum: 2008-05-19 Raadplegingen: 61 - laatst gezien 2026-06-29 07:58 Fiche Arrest nr 182.453 van 28 april 2008 Openbaar ambt - Openbaar ambt van Gemeenschappen en Gewesten - Aanwerving en loopbaan Beslissing : heropening debatten Aanvullend verslag Thesaurus CAS: RAAD VAN STATE UTU-thesaurus: PUBLIEK EN ADMINISTRATIEF RECHT - RAAD VAN STATE - Arresten (Raad van State) Tekst van de beslissing RAAD VAN STATE, AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK. nr. 182.453 van 28 april 2008 in de zaak A. 74.681/IX-

  1. In zake : Nicole WULLEMAN, wonende te KOKSIJDE, Robert Vandammestraat 219 tegen : de Vlaamse Milieumaatschappij, die woonplaats kiest bij advocaat P. LUYPAERS, kantoor houdende te HEVERLEE - LEUVEN, Industrieweg 4, bus
  2. --------------------------------------------------------------------------------------------------- D E R A A D V A N S T A T E, IXe K A M E R, Gezien het verzoekschrift dat Nicole WULLEMAN op 13 juni 1997 heeft ingediend om de nietigverklaring te vorderen van de beslissing van 28 maart 1997 van de directieraad van de Vlaamse Milieumaatschappij waarbij haar de evaluatie “onvoldoende” wordt toegekend; Gezien het administratief dossier van de verwerende partij; Gezien de toelichtende memorie van de verzoekende partij; Gezien het verslag opgemaakt door eerste auditeur-afdelingshoofd W. VAN NOTEN; Gelet op de beschikking van 31 maart 1999 die de neerlegging ter griffie van het verslag en van het dossier gelast; Gelet op de kennisgeving van het verslag aan partijen en gezien het verzoek tot voortzetting door de verzoekende partij en de laatste memorie van de verwerende partij; Gelet op de beschikking van 5 maart 2008 waarbij de terechtzitting bepaald wordt op 21 april 2008; IX-1688-1/5 Gehoord het verslag van kamervoorzitter P. LEMMENS; Gehoord de opmerkingen van de verzoekster, en van advocaat H.-K. CARÊME, die loco advocaat P. LUYPAERS, verschijnt voor de verwerende partij; Gehoord het advies van eerste auditeur-afdelingshoofd W. VAN NOTEN; Gelet op titel VI, hoofdstuk II, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari 1973, OVERWEEGT WAT VOLGT : Over de gegevens van de zaak 1.
  3. Op het ogenblik van de bestreden beslissing is de verzoekster ambtenaar bij de Vlaamse Milieumaatschappij, bekleed met de graad van hoofdtechnicus. Zij oefent de functie uit van medewerker bij de afdeling heffingen te Oostende. Op 30 september 1996 keurt zij de functiebeschrijving goed. 1.
  4. Op 7 februari 1997 heeft de verzoekster een evaluatiegesprek met haar eerste evaluator. Het resultaat van dit gesprek leidt tot een evaluatieverslag voor het jaar 1996, opgesteld door de eerste evaluator op 12 februari 1997 en mede- ondertekend door de tweede evaluator op 13 februari 1997, waarvan de einduitspraak luidt: “onvoldoende”. De verzoekster neemt op 27 februari 1997 kennis van dit verslag. Op 27 februari 1997 stelt zij tegen de evaluatie beroep in bij de Raad van Beroep voor sommige Vlaamse openbare instellingen. In zijn advies van 20 maart 1997 stelt de raad van beroep vast dat de evaluatie niet gebeurd is in overeenstemming met het vigerende personeelsstatuut van de Vlaamse Milieumaatschappij, en evenmin in overeenstemming met het reeds toegepaste, maar nog niet bekrachtigde nieuwe personeelsstatuut. Hij adviseert eenparig dat de evaluatie “onvoldoende” niet gegrond is. IX-1688-2/5 Op 28 maart 1997 beslist de directieraad evenwel om aan de verzoekster toch de vermelding “onvoldoende” toe te kennen. Dit is de bestreden beslissing. Zij wordt bij aangetekend schrijven van 16 april 1997 aan de verzoekster ter kennis gebracht. Over de rechtspleging
  5. De verwerende partij heeft geen memorie van antwoord ingediend. Wel heeft zij het administratief dossier neergelegd. Tevens heeft zij een laatste memorie ingediend. Behoudens eventuele elementen die de openbare orde raken kan de Raad van State geen rekening houden met argumenten ontwikkeld in de laatste memorie, die de verwerende partij reeds zinvol in een memorie van antwoord had kunnen aanvoeren. De verzoekende partij is immers niet in de gelegenheid gesteld om schriftelijk op die argumenten te repliceren en de auditeur-verslaggever heeft er zich in zijn verslag evenmin over kunnen uitspreken. De betrokken laatste memorie wordt dan ook enkel als inlichting in aanmerking genomen. Over de gegrondheid van het beroep 3.
  6. In een eerste middel voert de verzoekster aan dat het bestreden besluit genomen is op grond van “het toekomstige nog steeds niet geldende nieuwe personeelsstatuut”. Zij zet uiteen dat het nieuwe personeelsstatuut weliswaar op 12 juni 1995 definitief is goedgekeurd en op 20 september 1995 in het Belgisch Staatsblad is bekendgemaakt, maar dat het nog niet door de Vlaamse regering is bekrachtigd. Zij is van oordeel dat haar evaluatie had moeten worden uitgesteld tot na deze bekrachtiging. 3.
  7. Overeenkomstig het te dezen toepasselijke artikel 32ter, §§ 3 en 4, van de wet van 26 maart 1971 op de bescherming van de oppervlaktewateren tegen verontreiniging, zoals gewijzigd bij decreet van 12 december 1990, komt het aan de Vlaamse regering toe het administratief en geldelijk statuut van het personeel van de Vlaamse Milieumaatschappij te bepalen. IX-1688-3/5 De Vlaamse regering heeft op 12 juni 1995 het besluit genomen “houdende organisatie van de Vlaamse Milieumaatschappij en de regeling van de rechtspositie van het personeel”. Dit besluit is bij uittreksel bekendgemaakt in het Belgisch Staatsblad van 20 september
  8. Anders dan in het middel wordt aangevoerd, is het bedoelde besluit wel degelijk definitief. Nadat het door de Vlaamse regering was goedgekeurd, diende het niet verder door de regering te worden “bekrachtigd”. Het middel faalt derhalve naar recht.
  9. Het auditoraatsverslag is beperkt tot een onderzoek van het eerste middel. Er is grond om een aanvullend onderzoek te bevelen. OM DIE REDENEN BESLIST DE RAAD VAN STATE : Artikel
  10. De debatten worden heropend. Artikel
  11. Het door de auditeur-generaal aangewezen lid van het auditoraat wordt belast met een aanvullend onderzoek IX-1688-4/5 Aldus te Brussel uitgesproken in openbare terechtzitting, op 28 april 2008, door de IXe kamer, die was samengesteld uit : de HH. P. LEMMENS, kamervoorzitter, A. VANDENDRIESSCHE, staatsraad, D. MOONS, staatsraad, Mevr. V. WAUTERS, griffier. De griffier, De voorzitter, V. WAUTERS. P. LEMMENS. IX-1688-5/5 PDF document ECLI:BE:RVSCE:2008:ARR.182.453 Gerelateerde publicatie(s) gevolgd door: ECLI:BE:RVSCE:2008:ARR.187.331 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div

🔗 Vers la source officielle

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.