id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Raad van State Vonnis/arrest van 28 april 2008 ECLI nr: ECLI:BE:RVSCE:2008:ARR.182.471 Rolnummer: A. 186823/IX-5825 Zaak: Arrest 182471 - Federaal openbaar ambt - Aanwerving en loopbaan - 28/04/2008 Rechtsgebied: Bestuursrecht Invoerdatum: 2008-05-15 Raadplegingen: 58 - laatst gezien 2026-06-29 07:58 Fiche Arrest nr 182.471 van 28 april 2008 Openbaar ambt - Federaal openbaar ambt - Aanwerving en loopbaan Beslissing : Vernietiging Thesaurus CAS: RAAD VAN STATE UTU-thesaurus: PUBLIEK EN ADMINISTRATIEF RECHT - RAAD VAN STATE - Arresten (Raad van State) Tekst van de beslissing RAAD VAN STATE, AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK. nr. 182.471 van 28 april 2008 in de zaak A. 186.823/IX-
- In zake : Benjamin PAPS, die woonplaats kiest bij advocaat P. CRISPYN, kantoor houdende te MARIAKERKE, Mazestraat 16 tegen : de Belgische Staat, vertegenwoordigd door de minister van Binnenlandse Zaken, die woonplaats kiest bij de Federale Politie DGS/DSJ, gevestigd te BRUSSEL, Fritz Toussaintstraat
- ----------------------------------------------------------------------------------------------------- -- DE Wnd. VOORZITTER VAN DE IXe KAMER, Gezien het verzoekschrift dat Benjamin PAPS op 25 januari 2008 heeft ingediend om de schorsing van de tenuitvoerlegging en de nietigverklaring te vorderen van de beslissing van 5 december 2007 van de directeur-generaal DGS van de federale politie waarbij hij definitief wordt afgewezen voor de opleiding van inspecteur van politie, waarbij hem de hoedanigheid van aspirant-inspecteur op datum van 10 december 2007 wordt ontnomen en waarbij hij met ingang van dezelfde datum uit zijn ambt ontheven wordt; Gezien de nota van de verwerende partij; Gezien het verslag over de vordering tot schorsing en het beroep tot nietigverklaring opgemaakt door auditeur H. COLIN, op grond van artikel 93 van het besluit van de Regent van 23 augustus 1948 tot regeling van de rechtsple- ging voor de afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State; Gelet op de beschikkingen van 11 maart 2008 waarbij de terechtzitting bepaald wordt op 7 april 2008; IX-5825-1/7 Gelet op de kennisgeving van het verslag aan partijen; Gehoord het verslag van staatsraad A. VANDENDRIESSCHE; Gehoord de opmerkingen van advocaat Y. GÜNER die, loco advocaat P. CRISPYN verschijnt voor de verzoekende partij, en van adviseur E. VAN ROSSEM, die verschijnt voor de verwerende partij; Gehoord het eensluidend advies van auditeur H. COLIN; Gelet op de artikelen 17 en 18 en titel VI, hoofdstuk II, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari 1973, OVERWEEGT WAT VOLGT : De feiten 1.
- Verzoeker begint op 8 juni 2006 de opleiding voor aspirant- inspecteur aan de West-Vlaamse Politieschool (WPS). 1.2.
- Naar luid van artikel 53 van het koninklijk besluit van 20 november 2001 betreffende de basisopleidingen van het operationeel kader van de politiediensten en houdende diverse overgangsbepalingen (hierna: het koninklijk besluit van 20 november 2001), moet de aspirant, om te slagen op het einde van de basisopleiding, geschikt worden bevonden door de in artikel 54, eerste lid, bedoelde examenjury en moet hij ten minste de volgende cijfers behalen: 60% voor het globaal puntencijfer voor persoonlijk functioneren, op het ogenblik van het afleggen van het eindexamen, 60% voor het puntencijfer voor het eindexamen en 60% voor het algemeen beoordelingscijfer. 1.2.
- Op het einde van zijn opleiding behaalt verzoeker voor zijn professioneel functioneren een totaal van 445/800 (53,63%). In de eerste zittijd behaalt hij op het mondeling examen 190/400, hetgeen zijn globaal puntencijfer voor het eindexamen brengt op 246,05/450 (54,68%), en bedraagt zijn algemeen beoordelingscijfer 576,55/1000 (57,65%). In de tweede zittijd behaalt verzoeker op het mondeling examen 266/400, hetgeen zijn globaal puntencijfer voor het IX-5825-2/7 eindexamen brengt op 280,25/450 (62,28%), en bedraagt zijn algemeen beoorde- lingscijfer 610,75/1000 (61,07%). Verzoeker is dus niet geslaagd voor de opleiding omdat hij, in strijd met artikel 53 van het koninklijk besluit van 20 november 2001, geen 60% behaalt voor het globaal puntencijfer voor professioneel functioneren. 1.
- Naar luid van artikel IV.II.44 RPPol, beslist de minister of de directeur-generaal door hem aangewezen over: [...] 3/ het overdoen van de basisopleiding of een deel ervan, overeenkomstig de nadere regels vervat in het algemeen studiereglement; 4/ de definitieve afwijzing tijdens of op het einde van de basisopleiding, overeen- komstig de nadere regels vervat in het algemeen studiereglement. Naar luid van artikel 56 van het koninklijk besluit van 20 november 2001, verstrekt de jury op het einde van de basisopleiding in voorkomend geval een gemotiveerd advies met betrekking tot de in artikel IV.II.44, 3/ en 4/, RPPol bedoelde mogelijkheden, op basis van 1/ het verslag over het professioneel functioneren op het ogenblik van het afleggen van het eindexamen, 2/ het verslag over het dagelijks werk op het ogenblik van het afleggen van het eindexamen en van het puntencijfer voor het eindexamen en 3/ het algemeen beoordelingscijfer. Naar luid van artikel 7 van het ministerieel besluit van 24 oktober 2002 houdende het algemeen studiereglement betreffende de basisopleidingen van de personeelsleden van het operationeel kader van de politiediensten verstrekt de jury haar gemotiveerd advies met betrekking tot de in artikel IV.II.44, 3/ en 4/, RPPol bedoelde mogelijkheden aan de directeur-generaal en bezorgt zij een kopie van dit advies aan de betrokkene en bevat dat advies een individuele nota met de motivering van het mislukken en een advies over het eventueel overdoen van het geheel of een deel van de basisopleiding. 1.
- Middels een 17 juli 2007 gedateerde “MEMO HR”, die verzoeker op diezelfde dag voor kennisneming ondertekent, deelt de directeur van de WPS, tevens voorzitter van de examenjury, aan de directeur-generaal DGS mee: IX-5825-3/7 - dat de examenjury op 12 juli 2007 onder zijn voorzitterschap heeft beraadslaagd over verzoekers resultaten van de tweede zittijd; - dat de examenjury zwaar tilt aan het tekort op het vlak van verzoekers professio- neel functioneren, niet in het minst aan zijn niet loyale, niet coöperatieve en niet integere ingesteldheid; - dat de jury van oordeel is dat verzoeker geenszins voldoet aan het profiel van een positief ingesteld en integer medewerker en het hem bovendien ontbreekt aan de bekwaamheid en de bereidheid tot het stellen van nieuw positief gedrag; - dat de jury, na grondige bespreking en evaluatie, in consensus de beslissing heeft genomen om te adviseren verzoeker definitief zijn graad van aspirant-inspecteur te ontnemen; - dat er bovendien uitdrukkelijk wordt voorgesteld hem niet toe te laten, noch nu noch later, zijn opleiding geheel of gedeeltelijk over te doen, vermits hij op basis van verschillende evaluaties alle kansen kreeg om bij te sturen en deze niet heeft benut. 1.
- In een verweerschrift vraagt verzoeker onder meer “wie de leden zijn van deze jury zijn” en vraagt hij tevens inzage van het proces-verbaal van de “grondige bespreking en evaluatie”. 1.
- Op 11 september 2007 ondertekent verzoeker voor kennisname een door de voorzitter van de examenjury opgesteld “aanvullend advies”, waarin onder meer wordt gesteld : “De samenstelling van de examenjury wordt wettelijk geregeld in het KB van 20/11/2001 betreffende de basisopleidingen van de personeelsleden van het operationeel kader van de politiediensten, artikel 54 en was op 12 juli als volgt voorzien: De directeur van de politieschool (M. Bloeyaert); de voorzitter van de examencommissie (CP H. Simoens), een officier van de federale politie (CP A. Lox); een officier van de lokale politie (HCP P. Mortier); 2 leden van het onderwijzend personeel (CP E Vandenbussche en CP F. Feraux); een ver- tegenwoordiger van de directie van de selectie en rekrutering (K. Moerenhout). De bijeenkomst van de examenjury was voorzien om 08.30 uur. De officier van de lokale politie was afwezig. Hij heeft zich om dringende redenen (plotse opname van zijn echtgenote in het ziekenhuis op het ogenblik van de aanvang van de bijeenkomst van de examenjury) verontschuldigd.” 1.
- Op 5 december 2007 beslist de directeur-generaal DGS dat verzoeker, met toepassing van artikel IV.II.44, 4/ RPPol, afgewezen is voor de opleiding van inspecteur van politie en dat hij de opleiding volledig, noch gedeeltelijk mag overdoen. Hij beslist ook dat de hoedanigheid van aspirant- IX-5825-4/7 inspecteur aan verzoeker ontnomen wordt vanaf 10 december 2007 en dat hij vanaf die dag definitief uit zijn ambt ontheven wordt. Die beslissing, waarvan verzoeker - hierin niet tegengesproken door de verwerende partij - verklaart dat zij hem op 6 december 2007 ter kennis werd gebracht, maakt het voorwerp uit van het onderhavig beroep tot nietigverkla- ring en tot schorsing. De grond van de zaak
- In het zesde middel voert verzoeker de schending aan van artikel 54 van het koninklijk besluit van 20 november
- Krachtens die bepaling moet een officier van de lokale politie deel uitmaken van de examenjury maar dat was niet het geval toen hij op 12 juli 2007 voor de examenjury verscheen. De directeur blijkt toen ook geen plaatsvervanger aangewezen te hebben. De ongeldige samenstelling van de examenjury op grond waarvan de directeur-generaal de bestreden beslissing genomen heeft, vitieert dit besluit.
- De verwerende partij antwoordt in haar nota met opmerkingen dat de officier van de lokale politie die geroepen was om in de examenjury te zetelen zich op 12 juli 2007 om dringende redenen -plotse ziekenhuisopname van een familielid- verontschuldigd heeft. Dat vormt volgens haar een geval van overmacht dat zich voorgedaan heeft buiten de wil van de betrokkene en waaraan hij niets kon verhelpen.
- Artikel 54 van het koninklijk besluit van 20 november 2001 luidt: “De in artikel 142sexies van de wet van 7 december 1998 tot organisatie van een geïntegreerde politiedienst, gestructureerd op twee niveaus, bedoelde jury is als volgt samengesteld : 1/ de directeur van de betrokken politieschool of zijn vertegenwoordiger, voorzitter; 2/ de voorzitter van de examencommissie; 3/ twee officieren van de politiediensten, waarvan geen van beiden verbonden is aan de betrokken school en waarvan de ene tot de lokale politie en de andere tot de federale politie behoort; 4/ twee leden van het onderwijzend personeel verbonden aan de betrokken politieschool; 5/ een vertegenwoordiger van de directie van de rekrutering en de selectie van de algemene directie; Onverminderd het derde lid, wijst de directeur van de betrokken politie- school de in het eerste lid, 3/, bedoelde officieren van de politiediensten aan, alsmede de in het eerste lid, 4/ bedoelde leden van het onderwijzend personeel. IX-5825-5/7 Hij wijst de in het eerste lid, 3/, bedoelde officier van de federale politie aan uit een lijst opgesteld door de directeur-generaal van de algemene directie. (...) De leden van de jury moeten bekleed zijn met een graad hoger of gelijk aan de graad waarvoor de aspiranten de basisopleiding volgen. De minister kan, om gegronde redenen, de overeenkomstig het tweede lid aangewezen officieren wraken. In voorkomend geval wijst de directeur van de betrokken politieschool een plaatsvervanger aan.”
- Krachtens artikel 54, eerste lid, 3/, maakt een officier van een lokaal politiekorps verplicht deel uit van de examenjury. De regelgever vindt die samenstelling nodig om correcte beslissingen te nemen. Het gaat dus om een substantieel vormvoorschrift. Dit betekent dat de examenjury slechts rechtsgeldige beslissingen kan treffen wanneer het bedoelde lid deelgenomen heeft aan de beraadslaging. Duidelijk met de bedoeling om het verloop van de examenverrich- tingen niet te vertragen wanneer een aangewezen politieofficier niet aan de sessie kan deelnemen, biedt artikel 54, laatste lid, aan de directeur van de politieschool de mogelijkheid om een plaatsvervanger aan te wijzen.
- De omstandigheid dat een politieofficier, die als effectief jurylid aangewezen is, verhinderd is, mag voor de jury geen reden zijn om de examenver- richtingen zonder hem voort te zetten. Om te voldoen aan artikel 54 moet zij in dergelijk geval de examenverrichtingen uitstellen of, wanneer zulks nog mogelijk is, de plaatsvervanger oproepen. Dat het betrokken jurylid zijn afwezigheid rechtvaardigt door omstandigheden die voor hem overmacht vormen, betekent niet dat de jury zelf daarmee haar onregelmatige samenstelling kan vergoelijken.
- In dit geval beaamt de verwerende partij dat geen officier van de lokale politie deel uitmaakte van de examenjury die op 12 juli 2007 over verzoeker beraadslaagd heeft. De examenjury was derhalve onregelmatig samengesteld. Deze onregelmatige samenstelling vitieert de beslissingen die de examenjury genomen heeft en alle nagevolgde beslissingen die daarop gesteund zijn.
- Het middel is gegrond. Er is reden om het beroep af te doen volgens de verkorte procedure van artikel 93 van het algemeen procedurereglement. IX-5825-6/7
- De vernietiging van de bestreden beslissing heeft tot gevolg dat de vordering tot schorsing geen voorwerp meer heeft. OM DIE REDENEN BESLIST DE RAAD VAN STATE : Artikel
- Vernietigd wordt de beslissing van 5 december 2007 van de directeur-generaal DGS van de federale politie waarbij Benjamin PAPS definitief wordt afgewezen voor de opleiding van inspecteur van politie, waarbij hem de hoedanigheid van aspirant-inspecteur op datum van 10 december 2007 wordt ontnomen en waarbij hij met ingang van dezelfde datum uit zijn ambt ontheven wordt. Artikel
- De vordering tot schorsing wordt verworpen. Artikel
- De kosten van de vordering tot schorsing, bepaald op 175 euro, komen ten laste van de verwerende partij. Aldus te Brussel uitgesproken in openbare terechtzitting, op 28 april 2008, door : de HH. A. VANDENDRIESSCHE, staatsraad, wnd. kamervoorzitter, W. GEURTS, griffier. De griffier, De voorzitter, W. GEURTS. A. VANDENDRIESSCHE. IX-5825-7/7 PDF document ECLI:BE:RVSCE:2008:ARR.182.471 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div
🔗 Vers la source officielle
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.