← België

Arrest 182472 - Tucht (openbaar ambt) - 28/04/2008

id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Raad van State Vonnis/arrest van 28 april 2008 ECLI nr: ECLI:BE:RVSCE:2008:ARR.182.472 Rolnummer: A. 139236/IX-3872 Zaak: Arrest 182472 - Tucht (openbaar ambt) - 28/04/2008 Rechtsgebied: Bestuursrecht Invoerdatum: 2008-05-13 Raadplegingen: 62 - laatst gezien 2026-06-29 07:58 Fiche Arrest nr 182.472 van 28 april 2008 Openbaar ambt - Tucht (openbaar ambt) Beslissing : Afstand Thesaurus CAS: RAAD VAN STATE UTU-thesaurus: PUBLIEK EN ADMINISTRATIEF RECHT - RAAD VAN STATE - Arresten (Raad van State) Tekst van de beslissing RAAD VAN STATE, AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK. nr. 182.472 van 28 april 2008 in de zaak A. 139.236/IX-

  1. In zake : Laurentius VANEERDEWEGH, die woonplaats kiest bij advocaat T. THYS, kantoor houdende te LIER, Eeuwfeestlaan 145 tegen : de Nationale Maatschappij der Belgische Spoorwegen (NMBS), die woonplaats kiest bij advocaten D. D’HOOGHE en R. HEYSE, kantoor houdende te BRUSSEL, Loksumstraat 25 --------------------------------------------------------------------------------------------------- DE Wnd. VOORZITTER VAN DE IXe KAMER, Gezien het verzoekschrift dat Laurentius VANEERDEWEGH op 16 juli 2003 heeft ingediend om de nietigverklaring te vorderen van de beslissing van 12 mei 2003 van de Regiomanager van de regio Antwerpen Centraal van de NMBS, waarbij aan verzoeker de tuchtstraf van strenge vermaning, één dag loonaftrek en een premieaftrek van 11,736 EUR wordt opgelegd; Gezien de memorie van antwoord en de memorie van wederant- woord; Gezien het verslag opgesteld door adjunct-auditeur J. NEUTS; Gelet op de kennisgeving van dat verslag aan de verzoekende partij op 12 december 2007; Gelet op de kennisgeving door de hoofdgriffier, op 5 februari 2008, van de mededeling bedoeld in artikel 14quater, § 1, van het besluit van de Regent van 23 augustus 1948 tot regeling van de rechtspleging voor de afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State; IX-3872-1/3 Gelet op titel VI, hoofdstuk II, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari 1973; OVERWEEGT WAT VOLGT: Naar luid van artikel 21, zesde lid, van de gecoördineerde wetten op de Raad van State geldt ten aanzien van de verzoekende partij een vermoeden van afstand van geding wanneer zij, na de kennisneming van het verslag van de auditeur waarin de verwerping of de onontvankelijkheid van het beroep wordt voorgesteld, geen verzoek tot voortzetting van de procedure indient binnen een termijn van dertig dagen die ingaat met de betekening van het verslag. In het auditoraatsverslag is te dezen de verwerping van het beroep voorgesteld. De verzoeker heeft geen verzoek tot voortzetting van de procedure ingediend. De hoofdgriffier heeft de verzoeker medegedeeld, met toepassing van artikel 14quater, § 1, van het besluit van de Regent van 23 augustus 1948 tot regeling van de rechtspleging voor de afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State, dat de kamer de afstand van het geding zou uitspreken, tenzij de verzoeker binnen een termijn van vijftien dagen zou vragen om te worden gehoord. De verzoeker heeft niet gevraagd om te worden gehoord. Het vermoeden van afstand van geding is te dezen van toepassing. OM DIE REDENEN BESLIST DE Wnd. VOORZITTER : Artikel
  2. De afstand van het geding wordt vastgesteld. IX-3872-2/3 Artikel
  3. De kosten van het beroep, bepaald op 175 euro, komen ten laste van de verzoekende partij. Aldus te Brussel uitgesproken in openbare terechtzitting, op 28 april 2008, door : de HH. D. MOONS, staatsraad, wnd. kamervoorzitter, W. GEURTS, griffier. De griffier, De voorzitter, W. GEURTS. D. MOONS. IX-3872-3/3 PDF document ECLI:BE:RVSCE:2008:ARR.182.472 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div

🔗 Vers la source officielle

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.