← België

Arrest 182476 - Varia (economische zaken) - 28/04/2008

id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Raad van State Vonnis/arrest van 28 april 2008 ECLI nr: ECLI:BE:RVSCE:2008:ARR.182.476 Rolnummer: A. 179915/IX-5537 Zaak: Arrest 182476 - Varia (economische zaken) - 28/04/2008 Rechtsgebied: Bestuursrecht Invoerdatum: 2008-05-13 Raadplegingen: 57 - laatst gezien 2026-06-29 07:58 Fiche Arrest nr 182.476 van 28 april 2008 Economische zaken - Varia (economische zaken) Beslissing : Afstand Thesaurus CAS: RAAD VAN STATE UTU-thesaurus: PUBLIEK EN ADMINISTRATIEF RECHT - RAAD VAN STATE - Arresten (Raad van State) Tekst van de beslissing RAAD VAN STATE, AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK. nr. 182.476 van 28 april 2008 in de zaak A. 179.915/IX-

  1. In zake : de NV EUPHONY BENELUX, die woonplaats kiest bij advocaten D. ARTS en T. DE CORDIER, kantoor houdende te BRUSSEL, Tervurenlaan 268 A tegen :
  2. het Fonds voor de Universele Dienstverlening inzake Sociale Tarieven,
  3. het Belgisch Instituut voor Postdiensten en Telecommunicatie (BIPT), die woonplaats kiezen bij advocaten S. DEPRE en C. DUBOIS, kantoor houdende te BRUSSEL, Louizalaan
  4. --------------------------------------------------------------------------------------------------- DE Wnd. VOORZITTER VAN DE IXe KAMER, Gezien het verzoekschrift dat de NV EUPHONY BENELUX op 29 december 2006 heeft ingediend om de nietigverklaring te vorderen van het besluit van 30 oktober 2006 van de Raad van het Belgisch Instituut voor Postdien- sten en Telecommunicatie in zijn hoedanigheid van beheerder van het Fonds voor de Universele Dienstverlening inzake Sociale Tarieven betreffende de methodologie voor het bepalen van compensaties per operator voor het sociale element van de universele dienst, en van de beslissing van 30 oktober 2006 van het Belgisch Instituut voor Postdiensten en Telecommunicatie betreffende het door de verzoeken- de partij verschuldigde compensatiebedrag, met vermelding van de omzet die werd gerealiseerd met de openbare telefoondienst van de verzoekende partij tijdens de tweede helft van het jaar 2005, van het aandeel van het totaal bedrag aan kortingen dat de verzoekende partij heeft toegekend aan haar eigen sociale abonnees in het totaal bedrag aan kortingen die zijn toegekend door alle operatoren van een openbare telefoondienst in België alsook het aandeel van de omzet gegenereerd door verzoekende partij met openbare telefoondiensten in de totale omzet gegenereerd door openbare telefoondiensten in België; IX-5537-1/3 Gelet op het arrest nr. 172.076 van 11 juni 2007, waarbij de vordering tot schorsing van de tenuitvoerlegging van de bestreden beslissingen wordt verworpen; Gelet op de kennisgeving van dat arrest aan de verzoekende partij op 21 juni 2007; Gelet op de kennisgeving door de hoofdgriffier, op 31 augustus 2007, van de mededeling bedoeld in artikel 15ter, § 1, van het koninklijk besluit van 5 december 1991 tot bepaling van de rechtspleging in kort geding voor de Raad van State; Gelet op titel VI, hoofdstuk II, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari 1973; OVERWEEGT WAT VOLGT: Naar luid van artikel 17, § 4ter, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari 1973, geldt ten aanzien van de verzoekende partij een vermoeden van afstand van geding wanneer zij, nadat de vordering tot schorsing van een akte of een reglement is afgewezen, geen verzoek tot voortzetting van de rechtspleging indient binnen een termijn van dertig dagen die ingaat met de kennisgeving van het arrest. De verzoekende partij heeft te dezen geen verzoek tot voortzetting van de rechtspleging ingediend. In de kennisgeving aan de verzoekende partij, op grond van artikel 15ter, § 1, van het koninklijk besluit van 5 december 1991 tot bepaling van de rechtspleging in kort geding voor de Raad van State, is meegedeeld dat de kamer de afstand van het geding zou uitspreken, tenzij de verzoekende partij binnen een termijn van vijftien dagen zou vragen om te worden gehoord. De verzoekende partij heeft niet gevraagd om te worden gehoord. Het vermoeden van afstand van het geding is te dezen van toepassing. IX-5537-2/3 OM DIE REDENEN BESLIST DE Wnd. VOORZITTER : Artikel
  5. De afstand van het geding wordt vastgesteld. Artikel
  6. De kosten van de vordering tot schorsing en van het beroep tot nietigverklaring, bepaald op 350 euro, komen ten laste van de verzoekende partij. Aldus te Brussel uitgesproken in openbare terechtzitting, op 28 april 2008, door : de HH. D. MOONS, staatsraad, wnd. kamervoorzitter, W. GEURTS, griffier. De griffier, De voorzitter, W. GEURTS. D. MOONS. IX-5537-3/3 PDF document ECLI:BE:RVSCE:2008:ARR.182.476 Gerelateerde publicatie(s) voorafgegaan door: ECLI:BE:RVSCE:2007:ARR.172.076 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div

🔗 Vers la source officielle

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.