← België

Arrest 182505 - Bouwvergunningen en gemengde vergunningen - 28/04/2008

id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Raad van State Vonnis/arrest van 28 april 2008 ECLI nr: ECLI:BE:RVSCE:2008:ARR.182.505 Rolnummer: A. 81101/X-8536 Zaak: Arrest 182505 - Bouwvergunningen en gemengde vergunningen - 28/04/2008 Rechtsgebied: Bestuursrecht Invoerdatum: 2008-05-05 Raadplegingen: 57 - laatst gezien 2026-06-29 07:58 Fiche Arrest nr 182.505 van 28 april 2008 Ruimtelijke ordening, stedenbouw, leefmilieu en aanverwante aangelegenheden - Bouwvergunningen en gemengde vergunningen Beslissing : Vernietiging Thesaurus CAS: RAAD VAN STATE UTU-thesaurus: PUBLIEK EN ADMINISTRATIEF RECHT - RAAD VAN STATE - Arresten (Raad van State) Tekst van de beslissing RAAD VAN STATE, AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK. nr. 182.505 van 28 april 2008 in de zaak A. 81.101/X-

  1. In zake :
  2. Alex DE LEEUW,
  3. Françoise DECOSTER, die woonplaats kiezen bij advocaat B. ASSCHERICKX, kantoor houdende te 1070 BRUSSEL, Ninoofsesteenweg 643 tegen : het Vlaamse Gewest, vertegenwoordigd door de Vlaamse regering, dat woonplaats kiest bij advocaten S. BUTENAERTS en S. VAN GEETERUYEN , kantoor houdende te 1080 BRUSSEL, Leopold II laan
  4. D E R A A D V A N S T A T E, Xe K A M E R, Gezien het verzoekschrift dat Alex DE LEEUW en Françoise DECOSTER op 13 november 1998 hebben ingediend om de nietigverklaring te vorderen van het besluit van 28 augustus 1998 van de Vlaamse minister van Openbare Werken, Vervoer en Ruimtelijke Ordening houdende inwilliging van het beroep van de gemachtigde ambtenaar ingesteld tegen het besluit van 8 januari 1998 van de bestendige deputatie van de provincieraad van Vlaams-Brabant waarbij de bouwvergunning wordt verleend houdende de regularisatie van het verbouwen van een alleenstaande woning te Sint-Pieters-Leeuw, Halleweg 6, kadastraal bekend sectie H, nrs. 422/d en 427/c; Gezien de memories van antwoord en van wederantwoord; Gezien het verslag opgemaakt door auditeur T. DE WAELE; Gelet op de beschikking van 22 september 2003 die de neer- legging ter griffie van het verslag en van het dossier gelast; Gelet op de kennisgeving van het verslag aan partijen en gezien de laatste memories; X-8536-1/8 Gelet op de beschikking van 22 oktober 2007 waarbij de terecht- zitting bepaald wordt op 9 november 2007; Gehoord het verslag van kamervoorzitter R. STEVENS; Gehoord de opmerkingen van advocaat B. ASSCHERICKX die verschijnt voor de verzoekende partijen; Gehoord het eensluidend advies van auditeur T. DE WAELE; Gelet op titel VI, hoofdstuk II, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari 1973; OVERWEEGT WAT VOLGT :
  5. Feiten 1.
  6. De verzoekende partijen zijn eigenaar van een woonhuis op het bovenvermelde perceel. Dit perceel is gelegen in agrarisch gebied (gewestplan Halle- Vilvoorde-Asse). 1.
  7. Een aanvraag tot het verbouwen van de woning wordt door het college van burgemeester en schepenen, na ongunstig advies van de gemachtigde ambtenaar, geweigerd, doch de bestendige deputatie willigt het tegen die weigering ingestelde administratief beroep van de verzoekende partijen in. 1.
  8. Met een aangetekend schrijven van 20 februari 1998 komt de gemachtigde ambtenaar in beroep tegen de vergunningsbeslissing van de bestendige deputatie. Een afschrift van dit beroepsschrift wordt door de gemachtigde ambtenaar op dezelfde datum genotificeerd aan de verzoekende partijen, op het adres Halleweg 6 te Sint-Pieters-Leeuw, zijnde de bouwplaats en niet het adres van de verzoekende partijen te Halle, zoals dit nochtans bij het indienen van de bouw- aanvraag werd aangeduid en ook door de diensten van de gemeente en de provincie werd gebruikt. X-8536-2/8 Het schrijven van de gemachtigde ambtenaar kon op het adres te Sint-Pieters-Leeuw niet worden afgeleverd, gezien de woning aldaar volgens de verzoekende partijen toen onbewoond was en zelfs niet van een brievenbus was voorzien. 1.
  9. De verzoekende partijen vatten vervolgens de bouwwerken aan. Zij ontvangen daarop een schrijven van 18 mei 1998 vanwege het gemeentebestuur van Sint-Pieters-Leeuw, waarin melding wordt gemaakt van het door de gemachtigde ambtenaar ingestelde beroep, en waarin gevraagd wordt om de bouw- activiteiten te staken. De verzoekende partijen reageren hierop middels een aangetekend schrijven van 8 juni 1998, waarin zij meedelen geen kennis te hebben van het door de gemachtigde ambtenaar ingestelde beroep, en aankondigen geen gevolg te zullen geven aan het verzoek om de werken stil te leggen. Een afschrift van deze brief wordt door de gemeente bezorgd aan de diensten van de gemachtigde ambtenaar. 1.
  10. De administratie stelt in nota’s van 29 mei en 6 juli 1998 aan de minister voor het beroep van de gemachtigde ambtenaar onontvankelijk te verklaren, gelet op de bij de notificatie van het beroep gemaakte fouten. Het bestreden besluit willigt evenwel het beroep van de gemachtigde ambtenaar in, zonder met enig woord te reppen over de voormelde notificatieperikelen.
  11. Ten gronde 2.1.
  12. Het eerste middel is afgeleid uit : “‘de schending van art. 53, §2 van het gecoördineerd decreet betreffende de ruimtelijke ordening dd. 22 oktober 1996 (artikel 55, §2 van de wet van 29.03.1962 houdende organisatie van de Ruimtelijke Ordening en van de Stedebouw)’ DOORDAT het bestreden besluit het beroep van de gemachtigde ambtenaar tegen de beslissing van de Bestendige Deputatie dewelke betekend werd op 26.01.1998, inwilligt en stelt dat het beroep van de gemachtigde ambtenaar ingesteld werd binnen de 30 dagen na ontvangst van de beslissing, TERWIJL overeenkomstig artikel 53 § 2 van het gecoördineerd decreet dd. 22.10.1996 de gemachtigde ambtenaar het hoger beroep dient in te stellen binnen de 30 dagen na ontvangst van de beslissing van de Bestendige Deputatie tot verlening van de vergunning en dit beroep tezelfdertijd dient ter kennis te brengen van de aanvrager en van de Vlaamse Regering (zie ook art. 55 § 2 van de Stedebouwwet dd. 29.03.1962), X-8536-3/8 In casu werd het beroep van de gemachtigde ambtenaar niet ter kennis gebracht aan verzoekers, die pas kennis genomen hebben van het feit dat er beroep werd ingesteld door de gemachtigde ambtenaar bij brief van 18.05.1998 van de gemeente Sint-Pieters-Leeuw. Uit het onderzoek van het dossier is gebleken dat de gemachtigde ambtenaar een aangetekend schrijven van 20.02.1998 heeft verstuurd waarbij verzoekers in kennis werden gesteld van het hoger beroep dat hij heeft ingesteld tegen het besluit van de Bestendige Deputatie doch dat deze kennisgeving werd verstuurd naar het adres ‘Halleweg 6, 1600 Sint-Pieters-Leeuw’ (adres van de woning waarvoor de aanvraag voor verbouwingswerken werd ingediend), dat dit aangetekend schrijven op het adres van deze woning werd aangeboden op 24.02.1998 en werd teruggestuurd aan de gemachtigde ambtenaar bij brief van 17.03.1998 als ‘niet afgehaald’. Op 24.02.1998 was de woning onbewoond en was er niemand aanwezig. Er was ook geen brievenbus. Verzoekers hebben hun officiële woonplaats te 1500 Halle, Koningin Elisabethlaan 2 en dit is ook het adres dat verzoekers in de bouwaanvraag hebben opgegeven en waarnaar alle andere briefwisseling werd verstuurd. Het hoger beroep diende ter kennis gebracht te worden op het adres dat verzoekers zelf opgegeven hebben als hun officieel adres. Verzoekers woonden niet op het adres van de woning waar de verbouwingswerken dienden uitgevoerd te worden zodat de kennisgeving aan het verkeerd adres werd verstuurd. Bijgevolg is deze kennisgeving niet regelmatig zodat er geen rekening mee kan worden gehouden”. 2.1.
  13. De verwerende partij betwist niet dat de kennisgeving van het beroep niet correct is gebeurd, doch voert aan dat de verzoekende partijen geen belang hebben bij het middel, nu zij desondanks in de mogelijkheid waren hun opmerkingen te formuleren, vermits zij alvorens het bestreden besluit werd genomen op de hoogte werden gebracht van het feit dat het beroep was ingesteld, en dit door een schrijven van de gemeente Sint-Pieters-Leeuw. 2.1.
  14. De verzoekende partijen dupliceren : “Enerzijds dient opgemerkt te worden dat de brief van 18.05.1998 van de gemeente Sint-Pieters-Leeuw geen geldige kennisgeving van het beroep van een gemachtigde ambtenaar uitmaakt aangezien: - deze brief niet uitgaat van de gemachtigde ambtenaar maar van de gemeente Sint-Pieters-Leeuw - deze brief werd verstuurd na de termijn van 30 dagen, (dewelke geëindigd is op 26.02.1998) - door middel van deze brief het beroep van de gemachtigde ambtenaar en de motieven ervan niet integraal betekend werden aan de Heer en Mevrouw DE LEEUW-DECOSTER. (...) De wettelijke verplichting ivm de kennisgeving van het beroep door de gemachtigde ambtenaar is niet alleen een substantiële vormvoorwaarde doch ook een ontvankelijkheidsvoorwaarde voor de geldigheid van het beroep van de gemachtigde ambtenaar zelf. X-8536-4/8 Opdat het beroep ontvankelijk zou zijn, moet de aanvrager het afschrift ontvangen vóór de beëindiging van de beroepstermijn. Ten onrechte ve(r)wijst het Vlaams Gewest naar het schrijven van de Heer en Mevrouw DE LEEUW-DECOSTER van 08.06.1998 waarbij zij lieten weten dat zij aan het schrijven van de gemeente geen gevolg wensten te geven. De Heer en Mevrouw DE LEEUW-DECOSTER dienden geen rekening te houden met de schorsing aangezien de termijn van 30 dagen waarbinnen zij een afschrift van het beroep van de gemachtigde ambtenaar dienden te ontvangen, was verstreken zodat de bouwvergunning definitief was en niet meer kon geschorst worden, als gevolg van een beroep ingediend door de gemachtigde ambtenaar. Bovendien stelt het Vlaams Gewest ten onrechte dat de Heer en Mevrouw DE LEEUW-DECOSTER niets zouden ondernomen hebben na het schrijven van de gemeente Sint-Pieters-Leeuw dd. 18.05.1998 waarbij zij op de hoogte werden gesteld van het beroep ingesteld door de gemachtigde ambtenaar. De Heer en Mevrouw DE LEEUW-DECOSTER hebben na dit schrijven contact opgenomen met de diensten van de administratie van het Vlaams Gewest en uit het onderzoek dat hierop volgde door de administratie is gebleken dat het beroepsverzoekschrift werd gestuurd naar de bouwplaats en niet naar de woonplaats van de Heer en Mevrouw DE LEEUW-DECOSTER. Omdat de Heer en Mevrouw DE LEEUW-DECOSTER de aandacht van de administratie hebben gewezen op de ongeldige kennisgeving heeft de administratie de aandacht van de Minister erop gevestigd (...) dat de gemachtigde ambtenaar het beroepsverzoekschrift heeft verstuurd naar de bouwplaats en niet naar de woonplaats van de betrokkene. Hieruit blijkt dat de Heer en Mevrouw DE LEEUW-DECOSTER wel degelijk gewezen hebben op het feit dat er geen kennisgeving was geweest aan het juiste adres. Desalniettemin werd in de bestreden beslissing geen rekening gehouden met de gebrekkige kennisgeving. Ten onrechte stelt het Vlaamse Gewest dat de schending van een substantiële vormvereiste niet automatisch leidt tot de vernietiging van de bestreden rechtshandeling aangezien deze formaliteit niet terwille van zichzelf diende vervuld te zijn maar terwille van het doel dat zij diende nl. het vrijwaren van de rechten van de verdediging van de aanvrager. In casu heeft de wettelijk voorgeschreven substantiële vormvereiste niet alleen betrekking op het vrijwaren van de rechten van de verdediging van de aanvrager, maar heeft deze ook tot doel rechtszekerheid te scheppen voor de aanvrager mbt. het definitief karakter van de afgeleverde bouwvergunning : indien het afschrift van het beroep van de gemachtigde ambtenaar niet binnen de beroepstermijn van 30 dagen aan de aanvrager wordt meegedeeld, mag de aanvrager de afgeleverde bouwvergunning als definitief beschouwen en mag hij de vergunde werken aanvangen. Door het verstrijken van de termijn van 30 dagen, zonder dat kennis gegeven werd van enig beroep van de gemachtigde ambtenaar, is de bouwvergunning definitief geworden zodat met de aanvang der werken kon begonnen worden. Het standpunt van het Vlaams Gewest dat het beroep van de gemachtigde ambtenaar ontvankelijk is ook al werd het niet binnen de termijn van 30 dagen ter kennis gebracht van de aanvrager, is volledig in strijd met de beginselen van de rechtszekerheid en zou impliceren dat de bouwvergunning afgeleverd door de Bestendige Deputatie nog steeds zou kunnen geschorst of vernietigd worden, zodat de aanvrager nooit met zekerheid kan weten wanneer de bouwvergunning definitief is en wanneer de bouwwerken definitief kunnen aangevat worden. In casu is duidelijk dat de Heer en Mevrouw DE LEEUW-DECOSTER in hun belangen werden geschaad door de miskenning van de verplichting tot kennisgeving van het beroep van de gemachtigde ambtenaar binnen de termijn X-8536-5/8 van 30 dagen : hierdoor waren zij niet tijdig op de hoogte van het beroep van de gemachtigde ambtenaar zodat zij de werken aangevat hebben. De Heer en Mevrouw DE LEEUW-DECOSTER hebben de werken onmiddellijk na het verstrijken van de termijn van 30 dagen na ontvangst van de beslissing aangevat, aangezien zij niet op de hoogte gebracht waren van een beroep ingesteld door de gemachtigde ambtenaar, beroep waarvan zij slechts kennis hebben gekregen bij brief van 18.05.1998 van de gemeente Sint-Pieters-Leeuw (meer dan twee maanden na het verstrijken van de termijn van 30 dagen). Uit de schending van artikel 53 § 2 van het gecoördineerd decreet betreffende de ruimtelijke ordening dd. 22.10.1996 kan in casu afgeleid worden dat het doel van de wet nl. te verhinderen dat de werken zouden aangevat worden indien de aanvrager kennis krijgt van het beroep van de gemachtigde ambtenaar binnen een termijn van 30 dagen, in casu niet werd bereikt vermits de Heer en Mevrouw DE LEEUW-DECOSTER, onwetende dat er een beroep was aangetekend door de gemachtigde ambtenaar, de werken hebben aangevat (deze werken zijn zo goed als uitgevoerd)”. 2.2.
  15. Artikel 53, § 2, eerste lid van het decreet betreffende de ruimtelijke ordening gecoördineerd op 22 oktober 1996 bepaalt : “§
  16. Het college van burgemeester en schepenen alsook de gemachtigde ambtenaar kunnen bij de Vlaamse regering in beroep komen binnen dertig dagen na de ontvangst van de beslissing van de bestendige deputatie tot verlening van een vergunning. Dit beroep, evenals de termijn voor instelling van het beroep, schorst de vergunning. Het wordt terzelfder tijd ter kennis van de aanvrager en van de Vlaamse regering gebracht. Komt de gemachtigde ambtenaar in beroep, dan geeft deze daarvan bovendien kennis aan het college”. 2.2.
  17. De aangehaalde wetsbepaling legt aan de gemachtigde ambtenaar de verplichting op het beroepsschrift zelf ter kennis te brengen van de aanvrager. Alleen de kennisgeving van het beroepsschrift stelt de aanvrager in de gelegenheid na te gaan of het beroep van de gemachtigde ambtenaar regelmatig werd ingesteld. De mededeling van het beroepsschrift licht de aanvrager in over de datum van het beroep, de overheid bij dewelke het is ingediend, of het op redenen is gesteund en welke die redenen zijn. Enkel het blote feit van het beroep aanzeggen stelt de aanvrager in de onmogelijkheid nuttig gebruik te maken van het recht dat hem door de aangehaalde wetsbepaling is toegekend om voor de minister of zijn gemachtigde, voor zijn belangen op te komen onder meer bij het verhoor. Uit de parlementaire voorbereiding van deze wetsbepaling blijkt dat het verhoor van de aanvrager, van het college van burgemeester en schepenen, en van de gemachtigde ambtenaar bedoeld is als een middel om in de twee trappen van beroep “de gelegenheid te geven tot een behandeling van de aanvraag op tegenspraak”, waarbij genoemde partijen “op gelijke voet worden gesteld”. Wil de X-8536-6/8 door de wetgever beoogde objectieve rechtsbedeling bereikt worden, is de gelijke behandeling van de partijen een onmisbare vereiste. Dienvolgens moet de bouw- aanvrager, ten aanzien van de aanzegging van het beroep, op gelijke voet worden gesteld met de minister. Dit betekent dat de aanvrager op het zelfde ogenblik moet beschikken over het beroepschrift waarover de minister beschikt. 2.2.
  18. De verwerende partij betwist geenszins dat het beroepsschrift niet op correcte wijze tegelijkertijd aan de aanvrager werd betekend. Het middel is gegrond. OM DIE REDENEN BESLIST DE RAAD VAN STATE : Artikel
  19. Vernietigd wordt het besluit van 28 augustus 1998 van de Vlaamse minister van Openbare Werken, Vervoer en Ruimtelijke Ordening houdende inwilliging van het beroep van de gemachtigde ambtenaar ingesteld tegen het besluit van 8 januari 1998 van de bestendige deputatie van de provincieraad van Vlaams-Brabant waarbij de bouwvergunning wordt verleend houdende de regularisatie van het verbouwen van een alleenstaande woning te Sint-Pieters- Leeuw, Halleweg 6, kadastraal bekend sectie H, nrs. 422/d en 427/c. Artikel
  20. De kosten van het beroep, bepaald op 347,06 euro, komen ten laste van de verwerende partij. X-8536-7/8 Aldus te Brussel uitgesproken in openbare terechtzitting, op achtentwintig april 2008, door de Xe kamer, die was samengesteld uit : de HH. R. STEVENS, kamervoorzitter, J. BOVIN, staatsraad, E. BREWAEYS, staatsraad, Mevr. S. DE CLERCQ, griffier. De griffier, De voorzitter, S. DE CLERCQ. R. STEVENS. X-8536-8/8 PDF document ECLI:BE:RVSCE:2008:ARR.182.505 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div

🔗 Vers la source officielle

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.