id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Raad van State Vonnis/arrest van 05 mei 2008 ECLI nr: ECLI:BE:RVSCE:2008:ARR.182.667 Rolnummer: A. 186101/IX-5801 Zaak: Arrest 182667 - Federaal openbaar ambt - Aanwerving en loopbaan - 05/05/2008 Rechtsgebied: Bestuursrecht Invoerdatum: 2008-05-21 Raadplegingen: 61 - laatst gezien 2026-06-29 07:59 Fiche Arrest nr 182.667 van 5 mei 2008 Openbaar ambt - Federaal openbaar ambt - Aanwerving en loopbaan Beslissing : Verwerping Thesaurus CAS: RAAD VAN STATE UTU-thesaurus: PUBLIEK EN ADMINISTRATIEF RECHT - RAAD VAN STATE - Arresten (Raad van State) Tekst van de beslissing RAAD VAN STATE, AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK. nr. 182.667 van 5 mei 2008 in de zaak A. 186.101/IX-
- In zake : Guido PEERSMANS, die woonplaats kiest bij advocaat E. DE SIMONE, kantoor houdende te ANTWERPEN, Broederminstraat 38 tegen : de NV DE POST, die woonplaats kiest bij advocaat C. VAN OLMEN, kantoor houdende te BRUSSEL, Louizalaan
- --------------------------------------------------------------------------------------------------- DE Wnd. VOORZITTER VAN DE IXe KAMER, Gezien het verzoekschrift dat Guido PEERSMANS op 30 november 2007 heeft ingediend om de schorsing te vorderen van de tenuitvoer- legging van de beslissing van 27 september 2007 van de gedelegeerd bestuurder van de Post “waarbij verzoeker werd opgeroepen om het werk te hervatten als uitreiker in het kantoor Antwerpen Berendrecht Mail vanaf de datum van hervatting na de periode van arbeidsongeschiktheid omwille van medische redenen”; Gezien de nota van de verwerende partij; Gezien het verslag opgemaakt door auditeur D. MAREEN; Gelet op de kennisgeving van het verslag aan partijen; Gelet op de beschikking van 10 maart 2008 waarbij de terechtzit- ting bepaald wordt op 7 april 2008; Gehoord het verslag van staatsraad D. MOONS; IX-5801-1/6 Gehoord de opmerkingen van advocaat E. DE SIMONE, die verschijnt voor de verzoekende partij, en van advocaat C. VAN OLMEN, die verschijnt voor de verwerende partij; Gehoord het eensluidend advies van auditeur D. MAREEN; Gelet op de artikelen 17 en 18 en titel VI, hoofdstuk II, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari 1973, OVERWEEGT WAT VOLGT :
- De feiten 1.
- Tengevolge van het arrest nr. 168.781 van 12 maart 2007 van de Raad van State deelt de verwerende partij op 27 september 2007 aan de verzoeker mede dat : “De Post dit arrest (wenst) ten uitvoer te leggen en u dus opnieuw te integreren in de diensten van ons autonoom overheidsbedrijf”. In dat kader roept de verwerende partij de verzoeker op om het werk te hervatten als uitreiker in het kantoor Antwerpen Berendrecht Mail. De verzoeker is tot op heden op dit voorstel niet ingegaan. Hij neemt een afwachtende houding aan en neemt, aldus zijn advocaat ter zitting, zijn resterende verlofdagen op. 1.
- Op 5 januari 1970 sloot de verwerende partij met de verzoeker een “bediendencontract” af, waardoor de verzoeker “verklaart een betrekking van vertrouwenspersoon-besteller te aanvaarden bij het Bestuur der Posterijen (...)”. In de bijzondere voorwaarden van voornoemd contract wordt vermeld dat de verzoeker wordt aangenomen voor het kantoor “Antwerpen 1”. 1.
- Op 1 september 1993 verstuurt de administratieve gezondheids- dienst van het ministerie van Volksgezondheid en Leefmilieu een brief naar de verzoeker waaruit blijkt dat “u (hij) definitief ongeschikt is om uw (zijn) functies op normale en regelmatige wijze te vervullen, doch wel geschikt blijft om tewerkge- steld te worden onder de volgende voorwaarden : ‘werk met verbod van dragen van lasten van meer dan 10 kg en zonder afleggen van afstanden van meer dan 10 km per dag’”. De medische toestand van de verzoeker is sindsdien ongewijzigd gebleven. IX-5801-2/6
- De ontvankelijkheid 2.
- De verwerende partij werpt een exceptie van niet ontvankelijkheid op, bij gebrek van het rechtens vereiste belang, omdat volgens haar de bestreden beslissing niet griefhoudend zou zijn voor de verzoeker en de situatie van de verzoeker niet kan worden verbeterd door een eventuele schorsing van de bestreden beslissing. De verwerende partij voegt daaraan toe dat “de bestreden akte niet griefhoudend (kan) zijn voor de verzoeker”, want het gaat om de loutere uitvoering van een arrest van de Raad dat gunstig is voor de verzoeker. 2.
- De verzoeker getuigt op het eerste gezicht van het rechtens vereiste belang bij de tenuitvoerlegging van voornoemd arrest, die zo nauw mogelijk aansluit bij de medische beperkingen vernoemd in voornoemde brief van 1 september 1993 (1.3.). Bijgevolg wordt de exceptie verworpen.
- De gegrondheid van de vordering tot schorsing 3.
- Overeenkomstig artikel 17, § 1, van de gecoördineerde wetten op de Raad van State kan slechts tot de schorsing van de tenuitvoerlegging worden besloten onder de dubbele voorwaarde dat ernstige middelen worden aangevoerd die de vernietiging van de aangevochten beslissing kunnen verantwoorden en dat de onmiddellijke tenuitvoerlegging van de beslissing een moeilijk te herstellen ernstig nadeel kan berokkenen. 3.1.
- In een eerste middel, wat de eerste voorwaarde betreft, voert de verzoeker in een eerste onderdeel de schending aan van “het administratief statuut van de post, meer bepaald van artikel 136 en volgende”, en in een tweede onderdeel de schending van de artikelen 2 en 3 van de wet van 29 juli 1991 betreffende de uitdrukkelijke motivering van de bestuurshandelingen. 3.1.2.
- Gelet op de stukken waarop de Raad van State, in de huidige stand van de procedure vermag acht te slaan, met name onder meer op voornoemd bediendencontract afgesloten tussen de partijen op 5 januari 1970, toont de verzoeker op het eerste gezicht niet aan dat de artikelen 136 en volgende van het administratief statuut van de Post op de verzoeker zouden van toepassing zijn. IX-5801-3/6 Bovendien hebben de artikelen 136 en volgende van het administratief statuut van de Post op het eerste gezicht niets te maken met de problematiek van de verzoeker. Ten slotte wordt met de verwerende partij aangenomen dat zij op het eerste gezicht op goede gronden een beroep doet op het beginsel van de veranderlijkheid van de openbare dienst, geconcretiseerd door reorganisaties via onder meer de “Georoutes I en II”, waardoor de verwerende partij de voormalige ronde van de verzoeker niet meer kan reconstrueren. Het eerste onderdeel van het eerste middel is bijgevolg niet ernstig. 3.1.2.
- In een tweede onderdeel voert de verzoeker aan dat de motive- ringsplicht zou zijn geschonden, omdat “de gegeven motivering niet afdoend is, noch in feite, noch in rechte om de genomen beslissing te schragen”. 3.1.2.
- Dit onderdeel van het middel mist op het eerste gezicht feitelijke grondslag, omdat het verzoek om het werk te hervatten als uitreiker in het kantoor Antwerpen Berendrecht Mail uitvoerig wordt toegelicht en gemotiveerd in het aangetekend schrijven van 27 september 2007 van de verwerende partij gericht aan de verzoeker. Dit schrijven luidt als volgt : “Geachte heer Peersmans, Betreft : Wedertewerkstelling als postbode in Antwerpen Berendrecht Mail Op 12 maart 2007 vernietigde de Raad van State in zijn arrest nummer 168.781 de beslissing om u bij wijze van tuchtmaatregel definitief af te zetten. De Post wenst dit arrest ten uitvoer te leggen en u dus opnieuw te integreren in de diensten van ons autonoom overheidsbedrijf. Omwille van verschillende reorganisaties (Georoute 1 en 2) binnen de Post bestaat de uitreikingsronde die u als postbedeler uitoefende ten tijde van de vernietigde tuchtmaatregel, niet meer in zijn zelfde vorm. Om die reden is het onmogelijk om u in de situatie te herstellen die de uwe was alvorens uw afzetting. M.a.w. De Post kan u niet meer de betrekking aanbieden die u uitoefende in 2001 te Antwerpen
- Rekening houdende met deze gewijzigde situatie hebben wij gezocht naar een passende wijze om het arrest ten uitvoer te leggen en naar een geschikte functie om u terug binnen onze organisatie tewerk te stellen. U bent hiervan steeds op de hoogte gehouden. Een eerste vergadering werd georganiseerd op 10 mei 2007, in aanwezigheid van de heer Mark Michiels (Employee and Union Relations Director) en van uw raadsman en de raadsle- den van de Post. Daarna zijn er nog verscheidende andere samenkomsten geweest teneinde een gepaste uitvoering van het arrest van de Raad van State te garanderen. Op 28 juni 2007 heeft hierover een vergadering plaatsgevonden waarop u en Mijnheer Quintens, de regiomanager Mail van de Post, aanwezig waren. Dezelfde partijen hebben elkaar ook nog ontmoet op 4 juli 2007, in aanwezig- heid van de heer Mark Poortmans (regionaal coördinator bij de Post). IX-5801-4/6 Op 9 juli 2007 heeft er over hetzelfde onderwerp en in uw aanwezigheid een vergadering plaatsgevonden waaraan voor de Post de heer Ludo Quintens, de heer Christoph Lamont (Zonemanager mail Antwerpen), de heer Kim Bosmans (verantwoordelijke Berendrecht mail) en de heer Eric Hoogmartens (Local HR) deelgenomen hebben. Op 20 augustus hebben de heren Hoogmartens en Quintens nogmaals u en uw raadsman ontmoet. Tenslotte heeft er op 18 september een gesprek plaats gevonden tussen u en de heren Didier Vercruysse (regional HR) en Ludo Quintens. Heden, op 27 september zijn wij van oordeel dat het arrest van de Raad van State op een passende wijze ten uitvoer kan worden gelegd. Ik roep u dan ook op om het werk te hervatten als uitreiker in het kantoor Antwerpen Berendrecht Mail vanaf datum van hervatting na uw periode van arbeidsongeschiktheid omwille van medische redenen. Gezien de reorganisatie van de Post en gezien de specifieke werking van het beginsel van de veranderlijkheid van de openbare dienst, vormt deze oproeping de meest geschikte tenuitvoerlegging van het arrest van de Raad van State. Daarenboven heeft u uw woonplaats in Berendrecht. Met de meeste hoogachting, Johnny THIJS” Het tweede onderdeel van het eerste middel is dienvolgens niet ernstig. 3.2.
- In een tweede middel voert de verzoeker de schending aan van “de beslissing van medische beperking van 1 september 1993 van de administratieve gezondheidsdienst”. De verzoeker zet uiteen dat “de bevolen ronde in Antwerpen Berendrecht 12,8 km. lang (is) en (daarmee) niet voldoet aan de voorschriften waarmee de Post rekening dient te houden, gelet op diens medische beperkingen (na een arbeidsongeval bij de Post) en zoals die voorschriften vervat zijn in een definitieve beslissing van de administratieve gezondheidsdienst van 1 september 1993”. 3.2.
- Ook het tweede middel mist op het eerste gezicht feitelijke grondslag, vermits de verwerende partij aantoont dat de ronde die zij aanbiedt aan de verzoeker 9,956 km lang is en dat zij er zich bovendien toe verbindt om zich strikt te houden aan de inhoud van voornoemde brief van 1 september
- Het tweede middel is bijgevolg niet ernstig.
- Nu niet is voldaan aan de eerste voorwaarde van voornoemd artikel 17, § 1, van de gecoördineerde wetten op de Raad van State, volstaat deze vaststelling om de vordering tot schorsing te verwerpen. IX-5801-5/6 OM DIE REDENEN BESLIST DE RAAD VAN STATE : Artikel
- De vordering tot schorsing wordt verworpen. Artikel
- De uitspraak over de bijdrage in de betaling van de kosten van de vordering tot schorsing wordt uitgesteld. Aldus te Brussel uitgesproken in openbare terechtzitting, op 5 mei 2008, door : de HH. D. MOONS, staatsraad, wnd. kamervoorzitter, W. GEURTS, griffier. De griffier, De voorzitter, W. GEURTS. D. MOONS. IX-5801-6/6 PDF document ECLI:BE:RVSCE:2008:ARR.182.667 Gerelateerde publicatie(s) gevolgd door: ECLI:BE:RVSCE:2009:ARR.195.643 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div
🔗 Vers la source officielle
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.