← België

Arrest 182668 - Federaal openbaar ambt - Aanwerving en loopbaan - 05/05/2008

id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Raad van State Vonnis/arrest van 05 mei 2008 ECLI nr: ECLI:BE:RVSCE:2008:ARR.182.668 Rolnummer: A. 91365/IX-2362 Zaak: Arrest 182668 - Federaal openbaar ambt - Aanwerving en loopbaan - 05/05/2008 Rechtsgebied: Bestuursrecht Invoerdatum: 2008-05-14 Raadplegingen: 60 - laatst gezien 2026-06-29 07:59 Fiche Arrest nr 182.668 van 5 mei 2008 Openbaar ambt - Federaal openbaar ambt - Aanwerving en loopbaan Beslissing : Afstand Thesaurus CAS: RAAD VAN STATE UTU-thesaurus: PUBLIEK EN ADMINISTRATIEF RECHT - RAAD VAN STATE - Arresten (Raad van State) Tekst van de beslissing RAAD VAN STATE, AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK. nr. 182.668 van 5 mei 2008 in de zaak A. 91.365/IX-

  1. In zake : Freddy VERBEKEN, wonende te LOVENDEGEM, Sparrestraat 48 tegen : de Belgische Staat, vertegenwoordigd door de minister van Financiën. ----------------------------------------------------------------------------------------------------- -- DE Wnd. VOORZITTER VAN DE IXe KAMER, Gezien het verzoekschrift dat Freddy VERBEKEN op 28 april 2000 heeft ingediend om de nietigverklaring te vorderen van : - het koninklijk besluit van 1 mei 1999 houdende benoeming van de heer Omer CRUYPLANT tot auditeur-generaal van financiën bij de Centrale diensten van de Administratie van de BTW, registratie en domeinen, sector BTW en van - de impliciete weigering om hem te benoemen tot die graad; Gezien de regelmatig gewisselde memories van antwoord en van wederantwoord; Gezien het verslag opgemaakt door eerste auditeur M. LEFEVER; Gelet op de beschikking van 25 september 2002 die de neerleg- ging ter griffie van het verslag en van het dossier gelast; Gelet op de kennisgeving van het verslag aan partijen; Gelet op de beschikking van 19 februari 2008 waarbij de terechtzitting bepaald wordt op 7 april 2008; Gehoord het verslag van staatsraad D. MOONS; IX-2362-1/3 Gehoord de opmerkingen van verzoeker en van inspecteur J. DE VLEESCHOUWER, die verschijnt voor de verwerende partij; Gehoord het eensluidend advies van eerste auditeur B. THYS; Gelet op titel VI, hoofdstuk II, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari 1973, OVERWEEGT WAT VOLGT :
  2. De verzoeker vordert de nietigverklaring van het koninklijk besluit van 1 mei 1999 houdende de benoeming van de heer Omer CRUYPLANT tot auditeur-generaal van financiën bij de Centrale diensten van de Administratie van de BTW, registratie en domeinen, sector BTW en van de impliciete weigerings- beslissing om hem te benoemen in die graad.
  3. Met een brief van 15 januari 2008 informeert de staatsraad- verslaggever naar de actuele stand van zaken in het dossier. De verzoeker antwoordt met een brief van 13 februari 2008 ondermeer hetgeen volgt : “Onder verwijzing naar uw schrijven van 15 januari 2008 inzake het hoger vermelde geding vrees ik dat ik, volgens de normen van de Raad van State, wellicht alle actueel belang bij de normale afwikkeling van het bewuste annulatieberoep heb verloren, hoewel ik van oordeel blijf dat het vereiste belang enkel moet worden beoordeeld op het ogenblik van de rechtsingang.” Ter zitting bevestigt de verzoeker dat hij niet meer doet blijken van het rechtens vereiste actueel belang.
  4. Op 11 december 2007 liet de verwerende partij weten dat “(...) zowel verzoeker als de benoemde ambtenaar ondertussen op hun vraag (zijn) gepensioneerd”. In bijlage bij voornoemd schrijven voegt de verwerende partij een uittreksel uit het koninklijk besluit van 20 juni 2007 betreffende het eervol ontslag van de verzoeker en een kopie van het Belgisch Staatsblad van 4 december 2007 betreffende het eervol ontslag van de heer Omer CRUYPLANT. IX-2362-2/3
  5. Uit wat voorafgaat volgt, dat voornoemd schrijven van de verzoeker samengelezen met de brief van 11 december 2007 van de verwerende partij en rekening houdend met de verklaring van de verzoeker ter zitting, niet anders kunnen worden begrepen dan als een afstand van geding. Niets verzet zich tegen de inwilliging ervan.
  6. Gelet op omstandigheden eigen aan de zaak is er aanleiding om de kosten ten laste te leggen van de verwerende partij. OM DIE REDENEN BESLIST DE RAAD VAN STATE : Artikel
  7. De afstand van het geding wordt ingewilligd. Artikel
  8. De kosten van het beroep, bepaald op 175,53 euro, komen ten laste van de verwerende partij. Aldus te Brussel uitgesproken in openbare terechtzitting, op 5 mei 2008, door : de HH. D. MOONS, staatsraad, wnd. kamervoorzitter, W. GEURTS, griffier. De griffier, De voorzitter, W. GEURTS. D. MOONS. IX-2362-3/3 PDF document ECLI:BE:RVSCE:2008:ARR.182.668 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div

🔗 Vers la source officielle

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.