id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Raad van State Vonnis/arrest van 06 mei 2008 ECLI nr: ECLI:BE:RVSCE:2008:ARR.182.677 Rolnummer: A. 167334/XII-4565 Zaak: Arrest 182677 - Plaatselijk openbaar ambt - Aanwerving en loopbaan - 06/05/2008 Rechtsgebied: Bestuursrecht Invoerdatum: 2008-05-19 Raadplegingen: 60 - laatst gezien 2026-06-29 08:00 Fiche Arrest nr 182.677 van 6 mei 2008 Openbaar ambt - Plaatselijk openbaar ambt - Aanwerving en loopbaan Beslissing : Verwerping Thesaurus CAS: RAAD VAN STATE UTU-thesaurus: PUBLIEK EN ADMINISTRATIEF RECHT - RAAD VAN STATE - Arresten (Raad van State) Tekst van de beslissing RAAD VAN STATE, AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK. nr. 182.677 van 6 mei 2008 in de zaak A. 167.334/XII-
- In zake : Joseph BERGMANS, die woonplaats kiest bij advocaten H. Sebreghts en R. Tijs, kantoor houdende te Antwerpen, Mechelsesteenweg 27 tegen : de STAD ANTWERPEN. --------------------------------------------------------------------------------------------------- DE Wnd. VOORZITTER VAN DE XIIe KAMER, Gezien het verzoekschrift dat Joseph Bergmans op 27 oktober 2005 heeft ingediend om de schorsing van de tenuitvoerlegging te vorderen van de beslissing van 2 september 2005 van het college van burgemeester en schepenen van Antwerpen om zijn ongunstige basiswaardering van 1 juli 2005 te behouden; Gelet op het arrest nr. 154.225 van 27 januari 2006 waarbij de debatten worden heropend; Gelet op de beschikking van 25 maart 2008 waarbij de terechtzitting bepaald wordt op 15 april 2008; Gehoord het verslag van staatsraad J. Lust; Gehoord de opmerkingen van advocaat H. Sebreghts, die verschijnt voor verzoeker, en van advocaat P. Van Der Straten, die verschijnt voor de verwerende partij; Gehoord het eensluidend advies van auditeur D. Mareen; Gelet op de artikelen 17 en 18 en titel VI, hoofdstuk II, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari 1973, XII-4565-1/3 OVERWEEGT WAT VOLGT : Aangezien de bestreden beslissing reeds door de gouverneur van de provincie Antwerpen in het kader van de uitoefening van het algemeen administratief toezicht in haar tenuitvoerlegging geschorst bleek, besliste de Raad van State op 27 januari 2006 dat de debatten werden heropend en over de onderhavige vordering tot schorsing pas uitspraak zou worden gedaan “nadat de schorsing van de gouverneur heeft opgehouden gevolg te hebben”. Geen van de partijen is er nadien toe gekomen om over de verdere ontwikkelingen te berichten of om te vragen de vordering te berechten. Op de terechtzitting, die de Raad van State uiteindelijk heeft vastgesteld, is gebleken dat de schorsing van de gouverneur niet door een vernietiging werd gevolgd en dat de bestreden beslissing sinds mei 2006 weer uitvoerbaar is en uitgevoerd wordt. Krachtens artikel 17, § 2, van zijn gecoördineerde wetten kan de Raad van State de schorsing van de tenuitvoerlegging bevelen als ernstige middelen worden aangevoerd die de vernietiging van de aangevochten beslissing kunnen verantwoorden en op voorwaarde dat de onmiddellijke tenuitvoerlegging van de beslissing een moeilijk te herstellen ernstig nadeel kan berokkenen. In zijn verzoekschrift voert verzoeker met betrekking tot de tweede voorwaarde aan dat zijn naam en faam in diskrediet worden gebracht, dat hij riskeert ontslagen te worden of geen nieuw mandaat als districtssecretaris te krijgen, dat hij een beledigend en vernederend “verbeteringstraject” moet volgen, en dat zijn “kennelijk onwettige behandeling” “zo spoedig mogelijk” gesanctioneerd moet worden. De eigen houding van verzoeker spreekt de ernst van het beweerde nadeel tegen. Als de Raad van State de vordering van verzoeker op 27 januari 2006 niet heeft verworpen maar de debatten heeft heropend, dan was dat vanwege het precair karakter van een schorsing in het kader van het algemeen administratief toezicht en “om de belangen van verzoeker veilig te stellen”. Blijkbaar echter worden, naar de mening van verzoeker zelf, die belangen niet zodanig ernstig door de bestreden beslissing benadeeld dat hun vrijwaring een schorsing door de Raad van XII-4565-2/3 State zou behoeven. Ofschoon de beslissing al bijna twee jaar geleden opnieuw uitwerking kreeg, liet verzoeker immers na de Raad van State hiervan in te lichten en hem te vragen de vordering tot schorsing opnieuw op te nemen. Verzoeker maakt in de gegeven omstandigheden niet geloofwaardig dat hij ten gevolge van de bestreden beslissing een ernstig nadeel in de zin van artikel 17, § 2, van de gecoördineerde wetten op de Raad van State dreigt te lijden. Minstens één van de grondvoorwaarden voor een schorsing is niet vervuld. Deze vaststelling volstaat om de vordering te verwerpen. Bijgevolg mag de in de nota van de verwerende partij opgeworpen betwisting over de ontvankelijkheid buiten beschouwing blijven. OM DIE REDENEN BESLIST DE RAAD VAN STATE : Artikel
- De vordering tot schorsing wordt verworpen. Artikel
- De uitspraak over de bijdrage in de betaling van de kosten van de vordering tot schorsing wordt uitgesteld. Aldus te Brussel uitgesproken in openbare terechtzitting, op zes mei 2008, door : de HH. J. LUST, wnd. kamervoorzitter, staatsraad, F. BONTINCK, griffier. De griffier, De voorzitter, F. BONTINCK. J. LUST. XII-4565-3/3 PDF document ECLI:BE:RVSCE:2008:ARR.182.677 Gerelateerde publicatie(s) voorafgegaan door: ECLI:BE:RVSCE:2006:ARR.154.225 gevolgd door: ECLI:BE:RVSCE:2008:ARR.186.415 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div
🔗 Vers la source officielle
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.